Vrijdag 23/08/2019

Charmant Ameland

Hoe weet je dat je met een klein eiland te maken hebt? Als vooraan op de lijnbus staat: 'Naar de boot'. Niet boten, maar dé boot. Of als op de landkaart van het vier dorpen tellende eiland letterlijk alle huizen staan aangegeven. Ameland, het vierde waddeneiland, is zo'n klein eiland.

DOOR SUE SOMERS

e landkaart van Ameland is een must-have voor 'mapofielen'. In de breedte amper twintig centimeter, maar in de lengte meet hij opengeplooid bijna twee meter. Net zoals de tijdsbalken van de oudheid en de middeleeuwen die vroeger boven het schoolbord hingen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de vorm van het eiland, die nog het best te vergelijken is met een dikkopje: bolvormig in het westen, met het strand en de duinen van Hollum als speerpunt, om in het oosten, voorbij de hoofdgemeente Nes, te eindigen in een staart die volledig bestaat uit het natuurreservaat Het Oerd.

Net als alle andere Waddeneilanden, ook de Duitse, is Ameland beschermd werelderfgoed. Door de specifieke getijden en het weinige water tussen het vasteland en de eilanden is er bij hoogwater wel sprake van een zee, de Waddenzee, maar bij laagwater is er alleen maar land - wad - dat hier en daar lichtjes overstroomt door overlopende geulen.

Constant baggeren, zeven dagen per week, 365 dagen per jaar, is de enige manier om de veerdienst tussen het vasteland in het Friese Holwerd en Ameland te verzekeren. Alleen zo zijn de geulen diep genoeg om de boot te kunnen laten varen. Twee ferry's, de Sier en de Oerd, genoemd naar twee eertijds verdronken Amelanddorpen, brengen je in drie kwartier over en weer.

Niet goedkoop trouwens, die overzet. Voor een personenauto betaal je van begin april tot eind september 86,80 euro, plus 10,25 euro voor een fietsdrager die niet op het dak staat. Voor een volwassene tel je daarbovenop nog eens 13,20 euro neer per kop, kinderen tussen 4 en 11 jaar kosten 7,15 euro. Zelfs voor de hond moet betaald worden, zo meldt het mededelingenbord tijdens het aanschuiven: 6,10 euro. Reservering noodzakelijk.

Als tegemoetkoming kan je op Ameland overal gratis parkeren. Maar het ontradingsbeleid verraadt de visie van de eilanders: auto's zien ze liever niet komen op het minuscule eiland. Heel wat bezoekers hebben dat begrepen en laten hun auto achter op de omheinde parking op het vasteland. Koffers vervoeren is geen bezwaar. Nog voor de voetgangers en fietsers de ferry op mogen, rijdt een bagagewagentje voor waarin je al je spullen kwijt kan. De bagage wordt afgeleverd op je verblijfplaats.

Beuken tegen de wind

Nederland is een fietsland en dat is op Ameland niet anders. Er lijken meer huurfietsen dan inwoners te zijn. Het eiland met zijn 3.500 vaste bewoners is dan ook uitstekend geschikt om op twee wielen te verkennen: de dorpen liggen op fietsafstand van elkaar en Ameland beschikt over zo'n 80 kilometer aan fietsroutes. Niet slecht voor een eiland dat slechts 25 kilometer lang is en op zijn breedste punt, van Waddenzee naar Noordzee, 4 kilometer overspant.

Vergeet niet dat je met een eiland hebt te maken: zelfs bij mooi weer is het vaak beuken tegen de wind in. En omdat je op Nederlandse fietsen doorgaans idioot rechtop zit, is je eigen fiets meebrengen geen overbodige luxe. Maar de routes zijn behoorlijk afwisselend: nu eens fiets je door de duinen, dan weer gaat het parallel langs het strand of voert het pad je slingerend de bossen in.

Allemaal goed en wel, hoor ik u denken, maar valt er eigenlijk wat te beleven op Ameland? Jazeker. Tijdens het weekend dat wij er logeerden, waren er drie evenementen: Nes had het strandfestival Madnes, met overdag surfen en 's avonds optredens. In Hollum kon je naar het beachvolleytoernooi, één van de grootste in Europa. En wie dan nog fut over had, kon meedoen met Rondje Ameland, een staptocht van 50 kilometer over het eiland met vertrek om vijf uur 's morgens.

Elke week is er wel iets te doen op Ameland, dat zich beroept op de meeste zonne-uren en de minste regenval van Nederland. Het toeristisch seizoen loopt er van maart tot Kerstmis. De overige maanden gebruiken de eilanders om herstellingen te doen en zelf op vakantie te gaan. Vrijwel iedereen werkt in de toerismesector, al is er ook nog een beetje landbouw. Voornamelijk veeteelt, want de grond is er te zout om gewassen te verbouwen. Om te werken gaan de eilanders niet aan wal. Het tegenovergestelde is waar: 's morgens neemt heel wat volk de ferry om op Ameland hun centen te komen verdienen.

Op drukke (zomer)dagen kan het inwonersaantal op Ameland gemakkelijk vertiendubbelen tot zo'n 35.000 bezoekers. Om massatoerisme tegen te gaan, is enkele jaren geleden een bouwstop afgekondigd. Sindsdien zijn er geen bedden meer bijgekomen. Sowieso is het verblijfstoerisme er toegespitst op hotels en strandhuizen, tentjes vind je er amper.

De weekendtoeristen worden met de overvolle vrijdagmiddagferry aangevoerd. Die boot vermijden is, zeker voor een weekendje Ameland, geen optie. Wij deden met de auto vierenhalf uur, stops inbegrepen, over het traject van Hasselt naar Holwerd. Vanuit Antwerpen zou het iets sneller moeten kunnen, maar vergeet niet dat je dan langs Utrecht passeert en het verkeer naar Amsterdam fors kan tegenzitten. Een route via het oosten van Nederland (Eindhoven-Nijmegen-Zwolle) is dan ook het overwegen waard.

Google Earth, maar dan live

Zodra we in Holwerd de ferry oprijden, slaat de vakantiestemming toe. Kinderen lopen joelend over de dekken, de meeuwen komen van over de Waddenzee aangevlogen en zullen de hele overzet lang boven de moderne boot blijven cirkelen. Wij namen al veerboten in de Verenigde Staten, Canada, Noorwegen en Kroatië, de ene al wat groter dan de andere. Toch blijft zo'n ferry elke keer een avontuur. De Oerd is een bescheiden schip, maar daarom niet minder aangenaam.

Omdat wij op vakantie niet voor mensenmassa's zijn, laten we de weekendevenementen links liggen. Dat kan perfect op Ameland. Wie zich wil onttrekken aan de drukte, vindt op het eiland altijd wel iets om te doen. Ronddolen in de verkeersluwe straatjes van het charmante Nes bijvoorbeeld, omzoomd met bomen en huisjes die dateren van de Gouden Eeuw tot de jaren 1800. Tussen haakjes: stoppen voor een koffie in een café op Nes in een etablissement dat Nescafé heet, wie kan daar aan weerstaan?

Van alle Waddeneilanden ziet Ameland er het meeste uit zoals vroeger. Authentiek, heet dat in brochuretaal. Dat is het gevolg van de armoede die er jarenlang heerste. Amelanders waren walvisvaarders en leefden van de koopvaardij. Toen de schepen begonnen door te varen naar Amsterdam, stortte de lokale economie in. Andere Waddeneilanden legden zich toe op de visserij, maar Ameland bleef achterop hinken.

Pas sinds het eiland het toerisme heeft ontdekt, gaat het Ameland weer voor de wind. En zelfs dat ging stoemelings. Toen de eerste toeristen er arriveerden, keken de Amelanders vreemd op. Niet beter wetend werden de bezoekers 'badgasten' gedoopt. Want wie kwam nu naar Ameland, behalve om pootje te baden?

Vandaag promoot Nederland Ameland als 'ons mooiste stukje buitenland' en dat is, behalve een slimme slogan, helemaal waar. Zien is geloven, zeker tijdens een rondvlucht boven het eiland - van de twee Waddeneilanden met een vliegveld is Ameland er één van. Met zijn Cessna 172 brengt piloot Durk Venema ons eerst over zee naar de Robbenplaat. Vanaf lage hoogte zie je de tientallen zeehonden languit in de zon liggen. Dat zicht krijg je ook aan boord van de populaire Robbenboot, maar vanuit de hoogte lijkt het plaatje helemaal af. Google Earth, maar dan live.

Vervolgens scheert Venema over het strand van Hollum, langs de platte velden en de dijk aan de zuidkant van het eiland naar de aanlegplaats van de ferry. Vanuit de lucht is goed te zien hoe ondiep de Waddenzee is, zeker bij eb. Rimpelend vullen de geulen zich als een bloedvatenstelsel met bruinig water terwijl de wadden droog staan. Rakelings langs het Oerd gaat het vervolgens naar het strand van Nes, waar surfers rillend uit de Noordzee komen.

Een rondvlucht boven Ameland kost 135 euro voor twintig minuten, maar een uitzicht kan ook goedkoper. Wie de 365 trappen van de vuurtoren in Hollum beklimt - nota bene één van de krachtigste bakens ter wereld - krijgt evenzeer waar voor zijn geld. Bij helder weer kan je zelfs Terschelling en het vasteland zien liggen.

Ontploffende potvis

Van het weekend dat wij op Ameland doorbrachten, is één dag in het water gevallen. Maar het eiland heeft de vuurproef doorstaan: we hebben ons niet verveeld. In tegenstelling tot de vooroordelen over de Nederlandse keuken kan je op Ameland trouwens lekker gaan eten, zowel in een tot gezellig eetcafé omgeturnde boerderij, geheel toepasselijk De Boerderij genoemd, als in het superstrakke Hotel Nobel, dat zijn eeuwenoude stamineekamer nog koestert als een relikwie. Aperitieven met cocktails en bruschetta's deden wij in de loungezetels bij Van Heeckeren.

De wadexcursie, onder leiding van een gids van Staatsbosbeheer, vindt bij regenweer gewoon plaats. Met een groepje trekt de gids het wad op. We komen op plekken waar het water bij vloed drie meter hoog staat en worden ingewijd in de wereld van regenererende zeepieren, copulerende krabben en getijden. Overigens zijn er in de Waddenzee massa's oesters te vinden, al hebben amper 15 particulieren er een oogstrecht op. Iets waar mosselprovincie Zeeland, de concurrent zeg maar, volop van profiteert.

Laarzen meebrengen, heette het in de uitnodiging voor de wadexcursie. Wij dachten dat enkelhoge wandelschoenen uit gore-tex wel zouden volstaan. Fout. Het water gutst onze schoenen binnen - niet elk wad houdt het even droog en op sommige plekken sta je kniehoog in het water. Ondanks de miezerregen voelt het nooit koud aan. Integendeel: uit het natte zand stijgt een aangename warmte op.

Ameland heeft de ambitie om tegen 2020 zelf te voorzien in haar energienoden. Dat is wellicht een beetje kort dag, want windmolens staat de provincie niet toe omdat het natuurgebied daardoor onherroepelijk schade zou worden toegebracht. De eilanders draaien die redenering om: het is net door windmolens te plaatsen dat de natuur kan blijven zoals ze is. Overigens wordt ook gedacht aan warmtewinning uit de grond, omdat aan de aardgasboringen in de Noordzee boven Ameland binnenkort een einde komt.

Bieden verder nog een onderkomen bij regenweer: de verschillende musea op het eiland, waaronder het Natuurmuseum, dat onder meer het geraamte herbergt van een potvis die in de jaren negentig aanspoelde op Ameland. In een onthutsend filmpje is te zien hoe het beest voor een talrijk opgekomen publiek in stukken wordt gesneden. De kijker blijft geen enkel detail bespaard. Een snee in de zijwand van de joekel brengt een onwaarschijnlijke reeks explosies op gang waarmee de ingewanden van het beest het strand op gekatapulteerd worden. Ondertussen gutsen het bloed en de darmen van de potvis naar buiten. Biologie voor voyeurs en doorgewinterde eilanders. Nochtans hebben de Amelanders iets met gruwel. Het eiland was lang particulier bezit van de familie Kamminga. Op de plek waar nu het gemeentehuis staat, was vroeger het slot van de Kamminga's, die er een eigen manier van rechtspraak op nahielden. Stelen resulteerde in een afgehakte hand, beledigen gebeurde op straffe van ophanging.

Tegenwoordig heet het dat Amelanders van de weeromstuit recht voor de raap zijn, nog meer dan de gemiddelde Nederlander. Nieuwkomers worden overigens niet zomaar aanvaard: het duurt drie generaties voor je jezelf Amelander mag noemen. Alleen als je overgrootvader op het eiland is geboren, mag je de titel van eilander voeren. De rest is immigrant in eigen land. n

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden