Vrijdag 25/09/2020

InterviewCharlotte Verhofstadt

Charlotte Verhofstadt: ‘Ik ben passioneel en gedreven: ik heb thuis nooit iets anders gezien’

Beeld Marco Mertens.

Dat we haar vooral niet mogen voorstellen als ‘de dochter van’, zegt Charlotte Verhofstadt (30). Dat blijkt geen probleem: ze heeft zelf genoeg te vertellen. Over haar werk bij Child Focus, bijvoorbeeld, of over het onderzoek naar tienerpooiers in Brussel dat ze heeft gecoördineerd. ‘Als ik thuiskom na een lange werkdag, zeg ik tegen mezelf: we hebben de oorlog nog niet gewonnen, maar toch al een veldslag.’

“Mijn ouders hebben me altijd geleerd: als je iets doet, doe het dan met je hart”, zegt Charlotte. Het is een les die ze zeer ter harte heeft genomen: op de vraag wat ze als beleidsmaker bij Child Focus zoal doet, somt ze enthousiast haar taken op, en zodra we het over haar onderzoek naar tienerpooiers hebben, raakt ze écht op dreef: ‘Je werk is de plaats waar je het grootste deel van je leven doorbrengt. Dan kun je het maar beter graag doen, toch?’

Waarom onderzoekt u het fenomeen van de Brusselse tienerpooiers?

“Een paar jaar geleden heeft Child Focus in Vlaanderen onderzoek naar het fenomeen gedaan. Nu tonen we aan dat het probleem zich ook in Brussel voordoet.”

Gaat het om grote aantallen?

“Dat weten we niet. Slachtoffers praten zelden met de politie. Vaak zien ze zichzelf niet als een slachtoffer van seksuele uitbuiting, omdat ze denken dat er echte gevoelens in het spel zijn. Om je een idee te geven: er was een rechtszaak rond mensenhandel en uitbuiting waarbij één van de slachtoffers, een minderjarig meisje, in de rechtszaal zat om de dader te steunen. Soms speelt ook schaamte een rol.

“De daders zijn heel geslepen. Ze maken gebruik van sociale media: WhatsApp is gecodeerd en dus erg handig voor hen. Zodra de berichten verwijderd zijn, kunnen ze niet teruggehaald worden, ook niet door de politie. Facebook overweegt nu ook om zijn berichtendienst te versleutelen: voor ons zou dat een ramp zijn.”

Jullie delen de slachtoffers van tienerpooiers in drie categorieën in: meisjes met een verleden in de bijzondere jeugdzorg, welgestelde meisjes uit de Brusselse zuidrand en slachtoffers van internationale mensenhandel. Vooral die tweede groep is verrassend.

“Ze hebben allemaal één gemene deler: het verlangen naar een beter of een ander leven. Dat die meisjes uit welgestelde kringen het slachtoffer kunnen worden, was voor ons ook nieuw. Vaak blijkt eenzaamheid een rol te spelen: hun ouders werken hard en zijn vaak van huis. Die meisjes raken online aan de praat met een jongen die aandacht schenkt, na een tijdje vraagt hij om een naaktfoto en daar chanteert hij hen vervolgens mee. Ook druk kan bij die meisjes een rol spelen: ze moeten aan bepaalde verwachtingen voldoen en willen daaraan ontsnappen. We zijn allemaal pubers geweest: rebellie hoort bij die fase.

“De twee andere categorieën waren ons al bekend. Bij de eerste gaat het vaak om meisjes die in een instelling verblijven en willen weglopen. De daders bieden onderdak aan en verwachten in ruil bepaalde diensten. Meisjes in de mensenhandel hebben min of meer hetzelfde verhaal: een man doet alsof hij verliefd is en lokt hen naar hier met de belofte van een beter leven, maar daarna moeten ze zich prostitueren om de huur te betalen.

“Minderjarigen zijn kwetsbaar: ze zijn op zoek naar zichzelf en naar wat ze willen in het leven. Als ze zich eenzaam voelen, om welke reden dan ook, en de foute persoon tegenkomen, kan het snel verkeerd gaan. Soms zit er maar 48 uur tussen het eerste onlinegesprek en de seksuele uitbuiting.”

Waar ik van schrok, is dat het soms over meisjes van 12 of 13 jaar gaat.

“Dat komt voor, inderdaad. Maar misschien is het ook niet zó verrassend, als je weet dat kinderen gemiddeld op hun 9de al een smartphone krijgen.”

Dat is te snel?

“Daar doe ik niet graag een uitspraak over. Sowieso heeft iets verbieden weinig zin: jongeren willen niet betutteld worden, en gelijk hebben ze. Toen ik minderjarig was, zou ik ook van alles gedaan hebben als ze me zeiden dat het niet mocht. Het lijkt me beter om kinderen zo vroeg mogelijk, al vanaf het eerste leerjaar, te leren hoe ze met het internet moeten omgaan, wat de risico’s zijn en hoe ze die kunnen beperken. Scholen zouden dat kunnen opnemen in het lessenpakket en op een leuke manier behandelen. Ook de ouders spelen een rol. Zij zouden trouwens zelf beter eens nadenken voor ze foto’s van hun kinderen delen. Maar goed, dat is een andere discussie.

“We moeten ook voorkomen dat iemand een tienerpooier wordt. Dat kan door met hem te praten over basisregels, over grenzen stellen en respecteren, over de omgang met vrouwen en de gelijkheid tussen man en vrouw – die er vandaag, laten we eerlijk zijn, nog steeds niet is.”

U spreekt consequent over tienerpooiers en niet over loverboys.

“Die term strookt niet met de realiteit: het gaat helemaal niet over liefde. Er wordt ingespeeld op gevoelens, maar het is geen love. Het is uitbuiting. We moeten daar het juiste woord voor gebruiken. Net zoals kinderporno geen porno is, want porno is toegestaan. Dat zijn beelden van seksueel misbruik van kinderen. Kinderprostitutie is seksuele uitbuiting van minderjarigen. We vragen de beleidsmakers al jaren om die termen uit de strafwet te halen. In Zweden is dat al gebeurd: daar wordt de term kinderporno niet meer gebruikt.”

ALARMBELLEN

Wat weet u over de klanten van de meisjes?

“Dat het je buurman kan zijn, om het zo te stellen. Een groot deel is niet specifiek op zoek naar een minderjarige. Dat is ook het vaakst gehoorde argument: ‘Ze zag er veel ouder uit, ik wist het niet.’ Dat kán waar zijn. Daarom zeg ik: ga er bij de minste twijfel niet op in. De locatie kan een signaal zijn: een privéappartement, een geautomatiseerd hotel waar alles met codes wordt geregeld of een appartement via bijvoorbeeld Airbnb moet een alarmbelletje doen rinkelen. En we moeten er niet omheen draaien: er is ook een groep die wél op zoek is naar minderjarigen. De vaakst ingegeven zoekterm op pornosites is ‘teens’. Dat zegt veel.”

Wordt er genoeg voor de slachtoffers gedaan?

“Iedereen die met de problematiek bezig is, doet wat hij of zij kan, maar er zijn véél te weinig middelen. Ik vind dat moeilijk te begrijpen. Oké, er zijn veel problemen die aangepakt moeten worden, maar we spreken hier over minderjarigen die worden uitgebuit en in het diepst van hun ziel gekwetst. Dat moet toch een prioriteit zijn? Er zijn veel te weinig hulpverleners, speurders en magistraten voor al die dossiers. De drie centra voor de opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel zijn elk jaar bang dat ze geen subsidies meer zullen krijgen. Daar kun je toch niet bij?”

Wie is daar verantwoordelijk voor?

“Die centra vallen onder de FOD Justitie. Child Focus is een ngo: wij zijn onafhankelijk, maar we moeten zelf voor onze inkomsten zorgen, wat niet altijd makkelijk is.”

Vorige week waarschuwde Child Focus opnieuw voor de Blue Whale Challenge, waarbij jongeren elkaar online uitdagen om in vijftig dagen tijd vijftig opdrachten uit te voeren. De laatste opdracht is om zelfmoord te plegen.

“We weten dat er een opflakkering is, maar niet vanwaar die komt. Misschien door de lockdown – toen circuleerden er ook challenges voor volwassenen. De opdrachten van de Blue Whale Challenge beginnen heel onschuldig, maar worden steeds destructiever, tot zelfverminking en uiteindelijk zelfmoord. Het doet me denken aan het recente nieuws over de besloten Instagram-groepen waarin jongeren met eetstoornissen elkaar zogenaamd steunen, maar elkaar eigenlijk vooral aanmoedigen om zo weinig mogelijk calorieën op te nemen. De meesten zien op tijd in dat ze te ver gaan, maar voor sommigen kan het een vlucht worden, een manier om ergens bij te horen of om aanzien te verwerven: ‘Ik zit al aan stap 47 van de 50.’”

Hebben jullie nog meer invloeden van de lockdown gemerkt?

“(knikt) Er liepen minder kinderen en jongeren weg: alles was dicht, ze konden nergens naartoe. Ook het aantal internationale kinderontvoeringen door ouders daalde: de grenzen waren gesloten. Toch hielden we ons hart vast: kinderen in moeilijke thuissituaties konden moeilijker hun vertrouwenspersoon bereiken – vaak een leerkracht, een begeleider of iemand van de jeugdbeweging – en stonden er alleen voor. Het aantal oproepen bij Awel, de dienst waar jongeren terechtkunnen voor een luisterend oor, lag 70 procent hoger dan normaal.

“De grootste impact merkten we in de verspreiding van het aantal beelden van seksueel misbruik van kinderen. Er was sprake van een verdubbeling, tijdens de piek circuleerden er zelfs 400 procent meer dan vóór de lockdown. Mensen waren vaker online, er was meer vraag en meer productie. En dus waren er ook meer slachtoffers. Dezelfde stijging zagen we bij sextortion (waarbij slachtoffers worden aangemoedigd om naaktfoto's of -beelden te sturen en ze later gechanteerd worden, red.). Soms gaat de chantage zover dat meisjes gedwongen worden zich te prostitueren, ‘anders tonen we de beelden aan je ouders’. We zien trouwens meer en meer van die beelden op pornowebsites opduiken. Onlangs lag Pornhub, één van de grootste pornowebsites ter wereld, onder vuur. Een petitie (met intussen meer dan een miljoen ondertekenaars, red.) beschuldigde de website ervan te weinig te doen om video’s met minderjarigen offline te halen. Het is natuurlijk een moeilijke kwestie. In principe moet iedereen die op een video te zien is, zijn of haar toestemming geven voor de verspreiding van de beelden, maar hoe organiseer je zoiets in de praktijk?”

LOUIS DE CLOWN

U bent heel gedreven als het over uw werk gaat, hè?

(glimlacht) Ja. Dat heb ik van mijn ouders meegekregen. Ze hebben allebei een heel andere job (Guy Verhofstadt was premier van 1999 tot 2008 en is nu lid van het Europees Parlement, en haar moeder, Dominique Verkinderen, is sopraan en verantwoordelijke voor de casting en audities bij Collegium Vocale Gent, red.). Ze doen die allebei met evenveel passie en gedrevenheid. Ik heb nooit iets anders gezien.”

U werkt sinds 2018 voor Child Focus.

“Ik heb er mijn stage gedaan toen ik rechten studeerde. Kristine Kloeck was er algemeen directeur. Mama kent haar goed en ze vertelde thuis al eens over haar werk. Dat sprak me aan en ik dacht: ik stuur gewoon een mailtje om te vragen of ik bij haar stage kan doen. Nadat ik was afgestudeerd, ging ik aan de slag als assistente in het Europees Parlement. Ik werkte er onder meer aan dossiers rond kinderrechten en de uitbuiting van kinderen, waardoor ik geregeld contact had met de mensen van Child Focus. Na twee jaar in het Europees Parlement had ik nood aan een nieuwe uitdaging. Ze zochten bij Child Focus net een juriste: ik stelde me kandidaat, en voilà.”

U wordt hier elke dag geconfronteerd met kindermisbruik. Kunt u ’s avonds de knop omdraaien?

“In het begin was dat moeilijk, vooral omdat ik mijn werk goed wil doen. Ik raak gefrustreerd als ik het gevoel heb dat ik vastzit. Intussen gaat het beter. We krijgen ook psychologische begeleiding om het te kaderen.

“Ik heb een boek van Samantha Power gelezen, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties onder Barack Obama. Een fantastische vrouw. Zij schrijft hoe moeilijk het is om het beleid te beïnvloeden, en hoe je moet proberen om kleine, concrete veranderingen door te voeren. Als je je blijft blindstaren op het geheel, is het logisch dat je gefrustreerd raakt. Van dat boek heb ik veel geleerd. Als ik nu na een zware dag thuiskom, zeg ik tegen mezelf: ‘We hebben de oorlog nog niet gewonnen, maar toch al een veldslag.’”

Toen u aan de slag ging in het Europees Parlement, kreeg u vervelende reacties. Sommigen vonden dat u die job niet had verdiend, en alleen dankzij uw vader had gekregen.

“Ik heb mezelf eens gegoogeld en ik vond dat niet fijn om te lezen. Op de werkvloer was het nochtans geen issue: zeker de internationale collega’s waren daar niet mee bezig. Mijn naam blijkt toch vooral in België, en zeker in Vlaanderen, een rol te spelen. Ik begrijp dat wel: hij doet een belletje rinkelen. Gelukkig sta ik vandaag sterker in mijn schoenen dan vier jaar geleden. Ik ben er niet meer mee bezig. Iedereen is vrij om te denken wat hij of zij wil, ik weet dat ik hier sta omdat ik ervoor heb gevochten.

“Ik kan je trouwens zeggen dat mijn vader tégen mijn job in het Europees Parlement was. Dat was mijn eigen keuze. Hij heeft er altijd op gestaan dat mijn broer Louis en ik onze eigen weg zouden gaan.”

Dat uw vader negen jaar premier is geweest en nu lid is van het Europees Parlement, zal toch geen nadeel geweest zijn?

“Nee, natuurlijk niet. Door de omgeving waarin ik ben opgegroeid, heb ik kunnen spreken met mensen die ik anders niet had ontmoet. Dankzij mijn moeder heb ik ook boeiende mensen uit de cultuursector en de muziekwereld ontmoet die ik anders niet was tegengekomen, en die mij ook beïnvloed hebben.”

Heeft u politieke ambities?

“Ik vind politiek interessant om te volgen, maar zelf op een lijst gaan staan: nee. Ook door mijn naam: er zou te veel de aandacht op gevestigd worden. Nochtans zouden er meer vrouwen in de politiek moeten stappen. Ik wil bij dezen een warme oproep doen aan alle fantastische vrouwen. (lacht)

Uw broer Louis zit wel in de politiek.

“O, nee. Ik denk niet dat dat iets voor hem is. Hij is heel no-nonsense.”

Hij is toch bestuurslid bij de afdeling Open Vld Gent-Centrum?

“Nu niet meer, omdat hij naar Brussel is verhuisd, net zoals ik. Ze hadden destijds jonge mensen nodig in het bestuur, daarom heeft hij dat gedaan. Ik denk dat hij verder geen ambitie heeft in die richting.”

In het boek Numero uno - Guy Verhofstadts weg naar de top van Boudewijn Vanpeteghem en Olivier Mouton las ik dat uw broer de clown was bij jullie thuis, en u de ernstige.

“Dat is nog steeds zo. Ik werk gestructureerd en georganiseerd. Maar ik probeer de laatste tijd toch minder serieus te zijn, en wat minder streng voor mezelf. Louis en ik bestuiven elkaar: ik maak hem wat serieuzer en hij mij wat losser.”

Heeft u die zin voor organisatie van uw vader?

“Ja, misschien wel. Mijn emotionele kant heb ik van mijn moeder. Ik ben een mix van beiden, zoals wellicht iedereen een mix is van zijn ouders.”

Guy Verhofstadt.

U zei aan het begin van ons gesprek dat u liever niet te veel over uw vader wilt praten.

“Omdat ik niet alleen maar ‘de dochter van’ wil zijn. Mama heeft zich ook nooit als ‘de vrouw van’ willen profileren. We staan er zélf, en dat vind ik belangrijk, zeker als het over mijn werk gaat. Uiteraard heeft papa me voor een stuk gevormd, maar er zijn veel meer mensen in mijn leven die dat gedaan hebben. Mijn oma, bijvoorbeeld, om maar iemand te noemen. Ik ben ook door haar opgevoed, en zij is voor mij een zeer grote bron van inspiratie. Een prachtige, sterke vrouw. Ze is in 2011 helaas overleden.

“Mijn ouders hebben me geleerd om kritisch te zijn. Kritisch voor mezelf, voor de dingen waar ik naar kijk, wat ik proef, voel... Maar ik heb ook geleerd om te genieten. Mijn vrienden en familie zijn levensbelangrijk voor mij. Ik haal veel inspiratie uit sociaal contact.”

Dan is de voorbije periode niet makkelijk geweest voor u.

“Nee, ik vond de lockdown zwaar. Maar kijk, een mens is sterker dan hij denkt. Ik had het geluk een fantastische vriendin in de buurt te hebben en ik heb me laten omringen door de schoonheid van bloemen. Om de twee dagen knipte ik de stengels bij en herschikte ik ze – zo kon ik ze soms wel drie weken houden. Daarmee bezig zijn bracht me rust. Ik ben ook veel gaan lopen. Dat doe ik sowieso geregeld: het zijn momenten waarop ik alles op een rij kan zetten. Ook over dossiers. Dan weet ik ineens: dát ga ik doen.”

U bent 30. Denkt u aan kinderen?

“Nee, dat is op dit moment nog niet aan de orde.”

Dan is dit misschien een moeilijke vraag: denkt u dat uw werk, en alles wat u hoort en ziet, u als moeder zou beïnvloeden?

“Ongetwijfeld. Dat kan haast niet anders. Maar ik zal het ook niet dramatiseren – dat heeft geen zin. Ik vraag me eerder het omgekeerde af: of kinderen krijgen een invloed op mijn werk zal hebben. Ik kan niet met 100 procent zekerheid zeggen dat ik het nog zal kunnen doen. Maar goed, ik wil er niet op voorhand van uitgaan dat het niet zal lukken, want dan lijkt het alsof er geen hoop meer is. Ik ben ervan overtuigd dat we minderjarigen wél weerbaar kunnen maken en respect voor elkaar kunnen bijbrengen. Er is voor alles een oplossing, dat moeten we blijven geloven. Anders zouden we het opgeven, en dat mogen we nooit doen, op geen enkel gebied.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234