Maandag 22/07/2019

Charleroi Urban Safari Tours

Twee jaar geleden verkozen de lezers van de Nederlandse de Volkskrant Charleroi tot ‘de lelijkste plek ter wereld’. Het overwicht was indrukwekkend: de grootste stad van Wallonië haalde een derde van de 3.000 stemmen, ondanks een campagne van ons eigen Radio 1 om te kiezen voor het permanent in zwaveldampen gehulde Nikel in Noord-Rusland. Ver achter Charleroi volgden het Poolse Katowice en het Roemeense Copsa Mica, allebei mijnsteden die post-apocalyptische beelden oproepen van bladerloze bomen onder roetwolken.

Het is zondag, de eerste marktdag in de zon. Op een terras tegenover de kraampjes aan de Place Charles II zit ik in het gezelschap van Nicolas Buissart: ex-slager, ex-lasser, artiest, uitvinder en entrepreneur. De laatste der dadaïsten. Onlangs lanceerde hij Carocolor, antracietzwarte gevelverf die voor een ‘thuisgevoel’ moet zorgen bij Carolo’s die uitwijken naar de groene stadsrand. ‘Pour les nostalgiques des couleurs fumées!’, zoals het op de pot staat. Ook verkrijgbaar in de roestbruine tint ‘steel dust’.

Maar Buissart is evenzeer een visionair marketeer. Hij stond paginabreed in The Wall Street Journal, Die Zeit en The Guardian als de mirakelman die dirty old Charleroi kon verkopen als ‘een gezellig dagje uit’.

Een paar jaar geleden begon bij Buissart het plan te rijpen.

“Een Amerikaanse krant had Charleroi toen ‘de meest criminele plek ter wereld’ genoemd, een soort Chicago-aan-de-Samber. Kort nadien wonnen we in Nederland de verkiezing van de lelijkste stad ter wereld. Ik dacht: verdomd, wij zijn een sterk merk! Als we nu eens ons onverwoestbare negatieve imago zouden exploiteren? De verkiezing van lelijkste stad is geen ramp, maar juist een toeristische troef.”

Charleroi Urban Safari Tours aka Charleroi Adventure was geboren. Buissart stelde een route samen langs de beruchtste stadskankers. De spookstations van de Métro Léger de Charleroi waar nog nooit een trein gestopt is. Het ‘gruwelhuis’ van Dutroux in Marcinelle. De plek waar de moeder van René Magritte zelfmoord pleegde. Terrils met uitgebrande autowrakken. En last but not least de Route de Mons, ‘de meest deprimerende straat van België’ met een weids panorama op stervende industrie. Charleroi Urban Safari Tours is zwarte ironie en voyeurisme: de ‘C’est arrivé près de chez vous’ van het sightseeing-circuit. Op het Office du Tourisme trekken ze zich de haren uit het hoofd.

“Maar we bezoeken ook het Fotografiemuseum en het centrum voor moderne kunst BPS22”, verdedigt Buissart zich. “Het steekt sommigen dat ik als stadsnar meer aandacht krijg dan zijzelf. Mijn promotiecampagne heeft geen 100 euro gekost, de prijs van wat Charleroi Adventure-stickers om op wagens te kleven.”

Het is tijd voor een deugddoende wandeling naar de spookmetro. Buissart heeft er een uitputtende nacht opzitten in Rockerill, de concertzaal in het oude industriegebied. “En mijn gedachten schieten zo al alle kanten op”, geeft hij toe. “Een krant noemde mijn brein chaotischer dan een favela.”

We lopen het centrum uit langs de Lucky Luke- en Marsupilami-standbeelden aan de avenue Michel, de helden die in deze stad bij stripuitgeverij Dupuis geboren werden. Op de achtergrond staan Oostbloktorens met dof uitgeslagen glas uit de jaren ’60, schijnbaar lukraak tussen de oude huizen gebouwd. Voor Vlamingen - met afstand het belangrijkste publiek van de urban safari’s - moet Charleroi zéér exotisch zijn.

“Maar dat was ik ook zélf toen ik aan de Antwerpse kunstacademie studeerde”, zegt Buissart. “Ik was er le Wallon, zoals je ook Japanners en Oegandezen hebt. In Antwerpen ben ik gaan inzien hoezeer België al gesplitst is. Het verbaasde me bijvoorbeeld hoezeer Franstalige en Nederlandstalige kranten totaal verschillend berichtten over dezelfde feiten. Tijdens de safari’s vallen me ook cultuurverschillen op. Ik heb met Vlamingen nog nooit betalingsproblemen gehad, terwijl Walen de neiging hebben om te onderhandelen - typisch voor un système débrouillardiste. De ene cultuur is niet beter dan de andere, maar als we ooit een Belgisch Fukushima krijgen, zullen de Walen - en zeker de Carolo’s - beter voorbereid zijn dan de Vlamingen. De dagelijkse anarchie waarin we leven bereidt ons beter voor op overleving.”

In de rue du Grand Central staat metrostation Chet, een parel van een Grand Travail Inutile. In de hoogdagen van de Belgische wafelijzerpolitiek waren er acht metrolijnen voorzien, een compensatie voor de miljarden die naar de haven van Zeebrugge stroomden. Drie lijnen werden ook werkelijk gebouwd, anderhalve lijn wordt gebruikt. De stations op de Centenairelijn naar Châtelet - de voorstad waar René Magritte opgroeide - zijn sinds begin jaren ’80 volledig afgewerkt, maar kregen tot nog toe alleen bezoek van jongerenbendes, graffiti crews en sluikstorters. Op deze plek valt het moeilijk voor te stellen dat Charleroi tot lang na de Tweede Wereldoorlog een veel moderner tramnet had dan om het even welke Vlaamse stad.

“In mijn kinderjaren kwam ik hier vaak langs”, herinnert Buissart zich. “Maar op geen enkel moment vond ik het abnormaal dat er geen treinen over de sporen reden en de stations leeg waren. Je besef van absurditeit vervaagt als je hier opgroeit. Tijdens een bezoek aan het station ben ik ooit betrapt door een ambtenaar van de vervoersmaatschappij. Een hilarisch moment. Eigenlijk betrapte ik hém, want wat doet een controleur van een vervoersmaatschappij in een verlaten station waar nog nooit een trein gestopt is?”

Tweehonderd meter verderop botsen we alweer op een spookstation: Métro Pensée. We klimmen over de omheining langs het traject en lopen langs de sporen het station binnen. Koperdieven hebben al hun werk gedaan. Alles wat los en vast zit, is gesloopt of stukgeslagen. De roltrappen en de banken zitten onder de duivenpoep. Overal tegen de muren zijn roetsporen van brandjes.

“Weet je”, zegt Buissart. “In de jaren ’70 waren we er veel beter aan toe dan Rijsel, een stad met een vergelijkbaar weefsel van oude, in elkaar gegroeide gemeenten. Vandaag zijn ze daar 40 jaar verder en wij zijn blijven staan. Jongeren uit Charleroi die studeren in Louvain-la-Neuve of Brussel keren vaak niet meer naar de stad terug. Dat zorgt voor een permanente braindrain. Vergelijk het met de leegloop van Vlaanderen naar Noord-Nederland in de zestiende eeuw. En diegenen die blijven, schamen zich soms, vooral de beter gesitueerden. Er zijn Carolo’s die gaan bevallen in Ukkel, zodat Charleroi niet als geboorteplaats op de identiteitskaart staat.”

We lopen terug naar het centrum langs het Parc Reine Astrid. De plantsoenen zijn één grote picnic met opvallend veel Oost-Europese zigeuners. De nieuwste lichting Carolo’s. “Kijk eens, al die piepjonge meisjes met een zwangere buik”, zegt Buissart. “Dit is de stad van morgen. Voor een boer uit Oost-Roemenië blijft Charleroi een plek die dicht bij het paradijs ligt.”

ondertussen in de buurt van Charleroi

Bois Bourdon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden