Zondag 27/11/2022

Chaos & vernieling

Edmund Blunden heeft met zijn verslag van zijn ervaringen tijdens de Grote Oorlog een bescheiden doel. De ervaringen die hij zal schetsen, aldus Blunden, zullen incoherent en beperkt zijn. Het is geen valse bescheidenheid. Oorlogsgedruis is wat de titel oproept: een beschaafde en deemoedige beschrijving van zijn jaren aan het front, eerst in de buurt van Béthune, later tijdens de Slag bij de Somme in de zomer van 1916, daarna in de Saillant van Ieper, waar hij in 1917 deelneemt aan de Derde Slag bij Ieper. Blunden is pas twintig als hij naar de oorlog trekt. Een van de talloze onderofficieren die met ongeschoren gezicht uit de banken van een public school werden geplukt. Toch blijkt dat hij van meet af aan over karaktervastheid en organisatietalent beschikt. Die kwaliteiten komen goed van pas, want behalve de oorlog in de loopgraven woedt er ook een papieren oorlog, ontketend door generaals zonder benul van wat de gewone soldaat bezielt of nodig heeft. Woede om zoveel onbegrip uit zich altijd op een ironische manier. Die typisch Engelse houding houdt Blunden vol wanneer hij de gevechten en de nasleep ervan onder woorden brengt. Ironie als wapen om zowel zijn afschuw als zijn gesneuvelde vrienden te begraven. Minutieus beschrijft hij zijn kameraden, de "schilderachtige, beklagenswaardige, afschuwwekkende, pijnlijk intieme" ruïnes, de spookachtige of aandoenlijk mooie zomerse en winterse landschappen, de chaos en vernieling in de loopgraven en bomkraters. Vooral Ieper grijpt hem aan. De stad is een verzameling catacomben, een rituele lijkverbrandingsplaats. Legendarische plaatsen trekken voorbij. Sanctuary Wood, Hill 60, Pilkem Ridge. Maar bovenal is hij op zoek naar tekens van menselijkheid. Wanneer een oudere Duitse soldaat hem met een vaderlijke en hoopvolle blik aankijkt, beseft hij dat hij zo'n blik misschien nooit meer in zijn leven zal zien. Een waardig en waardevol relaas van een mensonwaardig conflict.

Edmund Blunden

Oorlogsgedruis

Oorspronkelijke titel: Undertones of War

Vertaald door Irving

Pardoen & Meindert Burger

De Arbeiderspers, Amsterdam, 359 p.,

23,95 euro.

De mythe van

het niet-weten

Wat wisten de Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog van Hitlers Endlösung der Judenfrage? Niets, aldus dr. Loe de Jong, de paus van het Nederlands naoorlogs historisch onderzoek. Genoeg, aldus Ies Vuijsje in Tegen beter weten in. "Dat men in de oorlog heeft geweten dat de Joden werden uitgeroeid, werd na de oorlog vrijwel algemeen verdrongen." Omdat de materie sowieso emotioneel zwaar beladen is, laat Vuijsje vooral getuigen aan het woord. Hij vlooit kranten- en radioberichten na, leest zich door dagboeken van Joodse onderduikers en gevangenen heen, en vergelijkt de stellingen van historici na de oorlog met wat ze tijdens de oorlog hebben geschreven en gezegd. Met het verzamelde materiaal toont Vuijsje aan dat een mythe van het niet-weten werd gecreëerd. De aankondiging dat het afslachten was begonnen, stond immers al in november 1941 gewoon in de kranten. Vooral De Jong is de gebeten hond. Hij deed niet aan serieuze geschiedschrijving, maar probeerde zichzelf vrij te pleiten door 'meetgegevens' te manipuleren. Waarom? Uit schaamte en schuldgevoel. Toen bekend werd dat de Joden massaal werden vergast, lieten zowel de Joodse Raad in Amsterdam als de Nederlandse regering in ballingschap in Londen de Joden aan hun lot over. "Meer levens zouden zijn gered als de realiteit onder ogen was gezien." Ook de Joden zelf wilden niet zien. "Mensen beslissen niet op basis van kennis", aldus de Israëlische filosoof Leibowitz. "Zij beslissen op grond van hun wil." Vuijsje constateert, maar veroordeelt niet, hij wil slechts lessen trekken uit de fouten uit het verleden. De mythe van De Jong voorzag in een algemene psychologische behoefte. Ze "beschermde slachtoffers en overlevenden tegen mogelijke verwijten dat ze zich te weinig hadden verzet. Ze beschermde de niet-Joden tegen de beschuldiging dat ze te weinig hadden geholpen." De argumenten van Vuijsje hebben gewicht en stevigheid. Genoeg om de mythe van het niet-weten op te blazen?

Ies Vuijsje

Tegen beter weten in. Zelfbedrog en ontkenning in de Nederlandse geschiedschrijving over de Jodenvervolging

Augustus, Amsterdam, 237 p., 18,90 euro.

Stalin versus Hitler

Was de Sovjet-Unie in 1941 of 1942 van plan zelf een aanvalsoorlog tegen Hitler-Duitsland te beginnen? En werden ze dus midden in hun voorbereidingen door de Duitse aanval op 22 juni 1941 verrast? Marius Broekmeyer denkt van wel, "hoewel een sluitend bewijs niet of nog niet - of misschien wel nooit - te geven is". Zijn stelling stuit op veel verzet, want de meeste Russische historici hebben altijd met klem beweerd dat hun Grote Vaderlandse Oorlog enkel en alleen een reactie op de Duitse agressie was. Wie een andere mening is toegedaan, stuit zowel op de beschuldiging van landverraad als op gesloten archiefdeuren. Vooral de documenten van het ministerie van Buitenlandse Zaken, nodig voor een begrip van "de motieven van het mechanisme waarmee buitenlandspolitieke besluiten werden genomen", blijven ontoegankelijk voor onderzoekers. Een uitgelezen kans om in deze sfeer van geheimzinnigdoenerij en wantrouwen op zoek te gaan naar bewijsmateriaal voor een Sovjetaanval. Hoewel Broekmeyer inderdaad geen sluitende bewijzen kan voorleggen, blijkt uit zijn zorgvuldig nageplozen militaire en geschiedkundige bronnen dat Stalin al in mei 1941 een aanvalsplan via de saillanten van Bialystok en Lwów had opgesteld. Toen Operatie Barbarossa op 21 juni begon, bleek dat het Rode Leger allesbehalve op een verdediging was ingesteld. Het verklaart ook waarom de Sovjetlegers in die eerste dagen totaal vernietigd werden. Broekmeyers ongemeen fascinerende relaas begint in 1938, op het moment dat Stalin en Hitler voelhorens voor samenwerking uitsteken. Waarom zochten deze twee megalomane dictators toenadering? Wat was de bedoeling van het Molotov-Ribbentroppact? Hoe bedrogen Russen en Duitsers elkaar zodra de oorlog was uitgebroken? Hoe ging het ertoe in Stalins politieke huishouden? Had de Sovjetdictator strategische bedoelingen met het niet-aanvalspact? Waarom reageerde hij niet op berichten dat een Duitse invasie nakend was? Geschiedenis waarvoor je op het puntje van je stoel gaat zitten.

Marius Broekmeyer

Bedrogen bedriegers. Stalin contra Hitler

Mets & Schilt, Amsterdam, 254 p., 25 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234