Donderdag 23/01/2020

Chanson, tussen kitsch en kunst

Francofiel Bart Van Loo kun je niet van luiheid betichten. Nauwelijks één jaar na zijn Elsschot-rêverie publiceert hij Chanson. Een gezongen geschiedenis van Frankrijk. Gesprek met Van Loo, wandelende encyclopedie van lied en literatuur.

Wie heeft er nooit smachtend op de dansvloer geschuifeld op de tonen van 'Aline' van Christophe? Of de liefde bedreven op 'Je t'aime moi non plus' van Serge Gainsbourg? Weemoedig door Parijs gedwaald met 'Tous les garçons et les filles de mon age' van Françoise Hardy in de oren? En laten we Gilbert Bécaud niet vergeten, die met 'Et maintenant, que vais-je faire?' bijstand biedt na een amoureus Waterloo.

Het zijn chansons die niet enkel verankerd zitten in het collectieve geheugen van de Fransen, maar ook dat van ons bevolken. Volgens auteur Bart Van Loo zet het muzikale Franse erfgoed de poort open naar een complete wereld, iets wat hij met branie bewijst in zijn nieuwe boek, waarin anekdotiek en didactiek elkaar naar de kroon steken.

"Het Franse chanson staat met twee voeten in het leven. Daarom is het zo'n dankbaar onderwerp", benadrukt Van Loo. "Het vertelt over onze amoureuze ontmoetingen en kleinmenselijke ontgoochelingen. Maar tegelijk heeft het zoveel raakpunten met de grote geschiedenis, die van politieke omwentelingen en revoluties. Het is opmerkelijk te zien hoeveel Franse liedjesmakers teruggrijpen naar historische gebeurtenissen en daarmee aan de haal gaan."

De Pont Neuf in Parijs

Het idee voor deze nieuwe telg besprong Van Loo - waar anders - in Parijs. Ronddwalend na het afronden van zijn vorige boek over de Franse erotica, strandde hij op de Pont Neuf. Al langer had hij op zijn mentale harde schijf een schat aan liedjes verankerd. De chansonmicrobe had hem al jaren te pakken. "Op de fameuze brug draaide ik om mijn as en ik besefte zomaar dat de Franse geschiedenis aan mijn voeten lag. Tegelijk dwarrelden er flarden muziek door mijn hoofd. Je moet weten: mocht ik geen romanist zijn geworden, dan was ik wellicht historicus. Door het chanson te verbinden met de geschiedenis van Frankrijk, had ik een leidraad, kon ik mijn verhaal vaart geven en er muzikale wagonnetjes aanhangen. France Gall die met de erfenis van Karel de Grote dolt, Gainsbourg met de Marseillaise en Boris Vian die de oorlog in Indochina en Algerije aanklaagt. Er zit een groot revolutionair elan in het Franse chanson."

De bevlogen Van Loo stort in Chanson een karrenvracht kennis en weetjes over ons uit. Voortdurend heb je de aandrang om op YouTube de talloze liedjes op te sporen, bij wijze van auditief verlengstuk. Logisch dat Van Loo ook een begeleidende cd (met 49 Franse pareltjes) samenstelde, terwijl er ook een radioreeks met Klara in de steigers staat. Wat frappeert is hoeveel affiniteit de Franse liedjesmakers hebben met de literatuur. "Kijk maar hoe Leo Ferré en Serge Reggiani putten uit de poëzie van dichters als Pierre de Ronsard of Joachim Du Bellay. Het verbaast ook niet: eigenlijk zijn de troubadours de eerste songschrijvers. Maar het toppunt is toch wel dat een Franse presidentsvrouw en chanteuse als Carla Bruni een gedicht van Michel Houellebecq, 'La possibilité d'une île', op muziek zet. Zoiets kan alleen in Frankrijk. Zo is de cirkel van mijn boek trouwens rond."

Van Loo toont aan dat het chansonuniversum bol staat van knipoogjes en referenties, vaak ook van erotische aard. "Alle songschrijvers houden van dubbele bodems en staan met twee voeten in de traditie. Het is als in de jazz, waar ze op standards voortborduren. Neem nu 'Mon Légionnaire' van Edith Piaf, dat Gainsbourg zal bewerken en er een homo-erotische versie over een onenightstand mee fabriceert. En er is het gedicht 'Les feuilles mortes' van Jacques Prévert, dat hij omwerkt tot 'Le chanson de Prévert', als een eerbetoon aan de klassieke tekst. Zoiets is typisch Frans, kennelijk. Waarom hebben wij amper musici of groepen die de Nederlandse poëzie op muziek zetten? Je had wel Absynthe Minded die 'Envoi' van Hugo Claus hebben getoonzet, maar het gebeurt veel te weinig."

Van Loo's persoonlijke drie van Franse chansonniers? Daar moet hij niet lang over nadenken. "Jacques Brel, Charles Trenet en Serge Gainsbourg, al is Georges Brassens een goede vierde. Piaf vind ik dan weer eentoniger, minder verrassend. Gainsbourg is de grootste vernieuwer, hij heeft tal van stijlen uitgeprobeerd ook, om maar te zwijgen van zijn taalspelletjes. De lichtheid van Trenet draagt dan weer de zwaarte van het leven in zich, want hij schreef soms heel serieuze, zwartgallige teksten. Bij Brel koester ik vooral ook zijn latere werk, bijvoorbeeld zijn laatste plaat Les Marquises staat vol scherven van zijn genie. Denk aan 'La ville s'endormait' of 'Voir un ami pleurer'. De manier waarop hij op die plaat de dood poëtisch ensceneert..." Wacht even, maar Brel is toch geen Fransman? "Nee, natuurlijk niet. Maar dit zijn wel Franse chansons pur sang. En bovendien: het Franse lied is altijd veelbloedig gevoed, het heeft zich altijd gevoed met de migratie: Aznavour, Reggiani, Adamo..."

Aan het eind van zijn boek ontkomt Van Loo er niet aan de zwanenzang van het Franse chanson te beschrijven, zij het met een ironische monkellach. Rockers als Johnny Hallyday winnen het pleit: "Het chanson is in de marge gedrukt, duikt alleen nog op in de privésfeer van feestjes. Dat heeft ook te maken met de teloorgang van het Frans als muziektaal." Wat is het ultieme recept voor een geslaagd Frans chanson? "Nogal wat Franse chansonniers zoeken de pathetiek op. Maar ik ben ervan overtuigd dat een goede chansonnier telkens het evenwicht vindt tussen kitsch en authenticiteit."

Het Betere Boek

Bart Van Loo gaat in gesprek met Koen Fillet (14 uur, Boven Zaal).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234