Dinsdag 20/04/2021

Ces Wallons de Hollande

Op zijn tweeëntwintigste zwierf schrijver Geert van Istendael door Nederland en ontdekte er het bestaan van de 'Eglises Wallonnes', de Waalse protestantse kerken. Ook nu nog worden er in dertien gemeenten door zes predikanten erediensten gehouden voor een vijfhonderdtal leden. 'Bij ons ben je altijd welkom. Niemand tikt je op de vingers. Wie zijn wij om vragen te stellen?' Een reportage.

Geert van Istendael

Foto's Dieter Telemans

Herfst. 1969. Ik was tweeëntwintig en zwierf door Nederland. Tientallen kilometers deed ik te voet, ik kreeg liften van boeren op karren en van een houtvester in zijn modderige auto, de lange afstanden legde ik af met de trein. Soms lag ik in dijkgras te kijken naar de zon op de brede rivieren, de maand oktober was goud en blauw. Ik had mijn diploma op zak, over drie weken begon ik te werken, maar de tijd was zo wijd als de teergroene vlakte. Ik wandelde door een prinselijk paradijs en het was alleen van mij.

Veel herinneringen zijn scherp gebleven. Maar één heb ik meegesleept. Een raadsel. Een onmogelijkheid.

In de Utrechtse binnenstad zag ik aan de muur van de gotische Pieterskerk een bord hangen waarop de volgende woorden: Eglise Wallonne. Een Waalse kerk? In Holland? En dan nog duidelijk iets protestants!?

Walen waren, dat wisten wij, Vlamingen, maar al te goed, zeker toen, rooie godloochenaars of anders kinderen van Italiaanse mijnwerkers en Italianen waren katholiek, zelfs die, nee, voorál die van de communistische partij. Belgische vrienden aan wie ik het vertelde haalden de schouders op of barstten uit in een schelle lach. Maar la réalité dépasse la fiction, zoals ze in Wallonië zeggen, er zijn meer dan tien Waalse protestantse kerken in Nederland en ze bestaan nu al meer dan vierhonderd jaar.

Ik loop door Rijswijk. De fietspaden werden aangelegd op de juiste plaatsen, de eenden zwemmen op de juiste plaatsen, de kinderen spelen in groen dat op de juiste plaatsen werd geplant, het onkruid groeit op de juiste plaatsen. De architectuur is een staalkaart van de modegrillen die hier sinds de Bevrijding gewoed hebben. Holland. Je kunt het haten zoals Slauerhoff, je kunt het liefhebben zoals ik. Ik vind de straat en het huisnummer die ik zocht, bel aan.

Een grote, onmiskenbaar Hollandse mevrouw doet open.

Zij zegt: "Entrez."

Dit is Pauline H. Gerritsen-van Schieveen, présidente de la Commission Wallonne. Ze spreekt uitstekend Frans, een exotisch verschijnsel in het hedendaagse Nederland. Is ze misschien hoogleraar Franse taal- en letterkunde? Allesbehalve. Ze is arts. We besluiten toch maar Nederlands te praten, anders moet ik straks thuis alles nog eens vertalen.

Uw achternaam klinkt nu niet bepaald Waals.

La présidente: "Is hij ook niet. En mijn man is ook al geen Waal. Maar van kindsbeen af heb ik Frans gehoord om me heen. Mijn vader heeft in Frankrijk gewerkt. En ik ben op een ouderwetse school geweest waar je nog degelijk Frans kreeg."

Hoe komt u bij de Waalse kerk?

"Toen ik in Leiden studeerde, zocht ik een kerk waar ik naar toe kon. Er waren diensten om negen uur en tien uur. In de Waalse kerk begonnen ze het laatst, dus heb ik die maar gekozen."

Lang slapen, ik kan slechtere redenen bedenken om een godsdienst te kiezen. En Pauline Gerritsen heeft er nog geen seconde spijt van gehad.

"Ik was meteen hartelijk welkom. U begrijpt, in een kleine groep zie je ook onmiddellijk wie nieuw is. En ze spraken me meteen aan."

Zijn er dan Walen in Leiden?

"In ieder geval mensen die zo sterk gehecht zijn aan de oude traditie van de Waalse kerk, dat ze 's zondags psalmen willen zingen in het Frans en luisteren naar een Franse preek, ook al kennen ze die taal niet zo goed. Er zijn kerken waar ze een samenvatting van de preek krijgen."

De traditie is even eerbiedwaardig als oud.

In de zestiende eeuw razen de godsdienstoorlogen door de Nederlanden. Voor een goed begrip, die Nederlanden zijn een gebied dat zich uitstrekt zo ongeveer van Valenciennes in het huidige Noord-Frankrijk tot Groningen.

In 1523 laat Keizer Karel V, de despoot die hier vorig jaar zo bejubeld werd, voor het eerst protestanten in vlammen opgaan. De brandstapel staat op de Grote Markt van Brussel. Maar Karel V kon de ketterij niet stoppen. De hervorming, de protestbeweging tegen de verloedering van de Roomse Kerk, verspreidde zich sneller dan het wrekende vuur, niet zozeer in Holland, maar vooral in het zuiden, in Brabant, Vlaanderen en Henegouwen.

Van Karels zoon, de Spaanse Koning Filips II, die ook onze gewesten regeerde, is bekend dat hij liever de scepter zwaaide over een woestijn zonder ketters dan over een vruchtbaar land waar nog één ketter woonde. Hij heeft dan ook driftig gewerkt aan woestijnvorming in de Nederlanden.

In 1567 stuurt Filips de hertog van Alva als landvoogd naar Brussel. Deze Alva was een kille mensenslachter. Volgens zijn eigen schatting heeft hij in de luttele jaren van zijn bewind achttienduizend doodvonnissen geveld. Het morrende volk noemde hem helsche duvel, die tot Bruyssel sijt.

Onder leiding van Willem de Zwijger, Prins van Oranje, komen de Nederlanden in opstand. Na enkele zwakke landvoogden stuurt Filips II de briljante veldheer Alexander Farnese op ons af. Hij zal het zuiden definitief onderwerpen. In 1585 geeft het laatste calvinistische bolwerk, het machtige Antwerpen, zich over. De Nederlanden scheuren in twee stukken.

Farnese laat de protestanten de keuze: terugkeren tot de Kerk van Rome of emigreren. De uittocht is massaal. In zeven jaar tijd verliest Antwerpen de helft van zijn bevolking; maar ook uit andere hoeken van onze gewesten trekken tienduizenden, vooral rijke, geletterde lieden en ernstige ambachtslui naar de vrije republiek van de zeven noordelijke provinciën. In de zeventiende eeuw was een op drie inwoners van Amsterdam afkomstig van bij ons, in Haarlem was het zelfs een op twee, in Leiden en Utrecht zijn de percentages vergelijkbaar. De Zuid-Nederlanders zochten en kregen letterlijk asiel, dit wil zeggen bescherming tegen vervolging. Duizenden van hen waren Walen. Wie vandaag onrustig wordt omdat zoveel asielzoekers naar België komen, bestudere de oude cijfers.

Al in 1574 stichten Waalse vluchtelingen in Middelburg een eerste kerk. In 1578 volgt Amsterdam, in 1584 Leiden. Van Groningen tot Zierikzee worden tweeënveertig Waalse kerken opgericht. In 1685 blijven er nog zesentwintig over. Het zijn de kerken van wat men noemt le premier refuge. Zeg maar de eerste stroom vluchtelingen. Zij maken een duidelijk onderscheid tussen hun eigen genootschap en de églises flamandes en daarmee wordt niet bedoeld wat de lezer nu denkt, nee, het zijn de hen omringende Hollandse kerken. Wie durft daar nog te twijfelen aan de eenheid van de Nederlandse taal?

De Synode ofte algemene kerkvergadering van Dordrecht erkent in 1578 de Waalse kerken als een volwaardig autonoom deel van de protestantse kerk. De in Dordrecht vergaderde vrome heren wisten wel dat in de Nederlanden twee talen gangbaar waren en het hele gebied vormde toen nog werkelijk een eenheid. Die autonomie hebben de Walen in de loop der eeuwen kunnen behouden.

La présidente: "Er zijn nu nog dertien gemeenten met zes predikanten en alles bij elkaar een vijfhonderdtal leden. Wij maken deel uit van de Nederlands Hervormde Kerk. Wij vormen daarin een aparte classis, zeg maar afdeling. De vijfenzeventigste, de laatste. En omdat iedere classis vertegenwoordigd is in de Generale Synode zit in de algemene vergadering van de Nederlands Hervormde Kerk altijd één Waal."

Maar de taal van uw vergaderingen binnen de Waalse kerk is toch het Nederlands.

"Nee, het consistoire, de kerkenraad, spreekt nog altijd Frans. Tien keer per jaar verschijnt Echo Wallon, helemaal in het Frans. Le culte, de eredienst verloopt altijd in het Frans."

Ze haalt de boeken te voorschijn die daarbij gebruikt worden. Werkelijk, alles in het Frans. Een Sainte Bible, een herziene uitgave van de beroemde Segond-vertaling, een Frans liedboek van psalmen en gezangen, met die bijzonderheid dat niet alle psalmen vertaald en berijmd werden, een Frans liturgieboek.

Bent u geen uitstervende minderheid? Vijfhonderd, dat is toch wel bijzonder weinig. Hoofdzakelijk leraren Frans, neem ik aan, want hoeveel Nederlanders kennen vandaag nog Frans?

La présidente: "Nee hoor. Je hebt er die klassieke of Slavische filologie hebben gestudeerd of kunstgeschiedenis of scheikunde. We hebben contact gezocht met de faculteit Frans in Leiden, maar dat heeft niet gewerkt."

Een vergrijzend publiek?

"Wat de echte leden van de gemeenten betreft, ja. We zouden niet meer bestaan zonder de mensen die het Nederlands als moedertaal hebben maar die toch traditiegetrouw, van generatie op generatie, in de Waalse kerk blijven komen. Verder zijn we er voor de liefhebbers van de Franse taal en voor de passanten die geen Nederlands spreken."

In de zestiende eeuw raakte ook Frankrijk ontwricht door godsdienstoorlog. De ruïneuze krijg werd beëindigd door Henri de Navarre. Deze protestantse prins bekeerde zich, om de Franse troon te kunnen bestijgen, tot het katholicisme - zijn cynische opmerking "Paris vaut bien une messe" is spreekwoordelijk geworden. In 1598 vaardigde hij, intussen heette hij koning Hendrik IV, het eeuwige en onherroepelijke Edict van Nantes uit. Het is een van de grote teksten uit de geschiedenis van de mensenrechten. De protestanten kregen gewetensvrijheid, het recht hun godsdienst uit te oefenen in het openbaar, het recht op onderwijsinstellingen, het recht openbare ambten te bekleden en nog veel meer. Hendrik IV was zijn tijd ver vooruit. Hij erkende twee godsdiensten op één territorium. Die toestand had in Europa zijns gelijke niet.

De eeuwigheid van het Edict heeft dan ook niet lang geduurd. In 1610 werd Hendrik IV vermoord. Zijn opvolgers braken de macht van de Franse protestanten. Lodewijk XIV, de wreedste barbaar die ooit Frankrijk geregeerd heeft, liet ketterse streken als Guyenne, Languedoc, Poitou, l'Aunis en vooral de Cévennes terroriseren door zijn soldaten. Die dragonnades zijn een schandvlek op de geschiedenis van de mensenrechten. In 1685 heeft Lodewijk XIV het edict van Nantes herroepen, maar al jaren eerder stroomden de vluchtelingen sidderend zijn land uit. Ik heb nooit begrepen waarom historici deze bloeddorstige duisterling le roi soleil, de zonnekoning genoemd hebben.

Meer dan zeventigduizend Hugenoten zochten een veilig heenkomen in Nederland. De naam Hugenoten zou een verbastering zijn van eedgenoten, volgens anderen van huisgenoten, maar die laatste interpretatie schijnt helaas te berusten op fantasie. Dat is jammer, want de Franse en voor hen de Waalse vluchtelingen zijn in Nederland werkelijk als kinderen opgenomen. Dit heet le second refuge, de tweede stroom vluchtelingen.

De Hugenoten werden met open armen ontvangen door hun Waalse broeders en zusters in Holland. Behoeftigen kregen bijstand, kleren, geld, onderdak. Geld werd ingezameld om geloofsgenoten vrij te kopen die zwoegden als galeislaven op 's konings vloot. De nieuwe vluchtelingen werden velerlei Privilegien, Immuniteyten en Exempten toegekend. Franse boeren in Friesland betaalden sterk verlaagde pacht voor hun vers ontgonnen akkers. Fransen die in Groningen een notable draperye oprichtten zou men liberalyck te hulpe comen ende secunderen. Net zoals de Walen het voor hen gedaan hadden, zwermden de Hugenoten uit over heel Nederland. Vandaag zouden we dat een schrander en genereus spreidingsbeleid noemen.

In België spreken we van kerk, enkelvoud, in Nederland hebben ze het over kerken. De veelheid van bedehuizen in Nederlandse dorpen en steden fascineert me. Het begint al vlak over de grens. Ga bijvoorbeeld naar Axel, Zeeuws-Vlaanderen, en tel er de kerken. Het zijn er geloof ik vijf, de moskee nog niet eens meegerekend, vijf verschillende manieren om God te eren. Iedereen in de minderheid, het lijkt me een goed beginsel voor de organisatie van een maatschappij. Iedereen heeft gelijk, niemand heeft macht. Zodra een religie het harnas van de macht omgordt, begint ze gewetens te dwingen. Maar kerkgebouwen die kleine kuddes herbergen, zijn evenveel schuilplaatsen. Geef mij maar het hier muss ein jeder nach seiner Façon seelig werden van Frederik de Grote.

Rotterdam, Schiedamsevest. Een oer-Hollandse straat. Smalle, deftige huizen, donkere baksteen. Maar ook twee gruwelijk lelijke schoolgebouwen, op beider ramen zijn groene kikkers geschilderd. Een Schotse kerk, een Waalse kerk, geen honderd meter van elkaar. Een bejaarde dame vraagt me of ik naar de dienst komt. Zij spreekt een prachtig, ouderwets Nederlands, ze mag voor mijn part vandaag nog aangesteld worden als taaldictator in Hilversum. Ze loodst me binnen in de pastorie die aan de kerk vastgebouwd is. Een grote kamer, aangenaam groen geverfd, jaren twintig van vorige eeuw. Bejaarden sijpelen naar binnen. Ik krijg koffie, le café fraternel. Ik mag vrij door het huis wandelen. In de gang hangt een kleine foto: de kerktoren tegen een dreigende wolk, het is 14 mei 1940, de Duitsers bombarderen Rotterdam, deze kerk bleef gespaard. De dienst begint met orgelspel. Aan de wand hangen borden met de chants die vandaag gezongen zullen worden, de psalmen en gezangen. Onder die borden zitten de anciens en de diacres, zwarte letters op een ovaal, wit geëmailleerd bordje leren mij dat. Pasteur Dewandeler, een echte Waal, een Luikenaar, bestijgt de kansel et nous souhaite la bienvenue. Geen woord Nederlands binnen de muren van deze kerk, die staat in de meest Hollandse aller Hollandse steden. Dat is de wens van de achttien gelovigen die hier verzameld zijn. Zij zingen psalm 86, maar ik kan hun oude stemmen nauwelijks horen boven het krachtige orgel:

A mon cri prête l'oreille, Dans ta bonté sans pareille. Je suis faible et malheureux, Viens à mon aide, ô mon Dieu.

Ik ben hier met mijn drieënvijftig de op twee na jongste, schat ik. De dominee preekt over de genadige en de straffende God. Verbeeld ik het me of praat hij inderdaad trager en nadrukkelijker dan normaal?

Na de dienst is er weer koffie en spreekt iedereen weer Nederlands, behalve de predikant en zijn echtgenote, een jonge, levendige vrouw, ze komt uit Madagascar. Ik snap nog altijd niet waarom een vergrijsde Hollander in een half lege kerk gaat zitten luisteren naar een taal die hij maar half begrijpt. Le pasteur: "Je hebt de traditie, natuurlijk. Maar veel van de gelovigen zijn niet van Waalse of Franse afkomst, misschien de helft nog. Er zijn er die me zeggen: thuis lees ik al jaren de bijbel in het Nederlands, maar dat is zo'n gewoonte geworden, zo'n sleur, dat ik het woord Gods in een andere taal wil horen, zodat ik me moet inspannen om het te begrijpen. Dan is het of ik de vertrouwde verzen voor het eerst hoor."

Met alle respect, maar dit loopt toch af over een jaar of tien.

"Het is niet de eerste keer dat zoiets gezegd wordt en na vier eeuwen zijn we er nog steeds. Ik zeg altijd, oude generaties vernieuwen zichzelf. Mensen van twintig of dertig gaan nu eenmaal minder ter kerke. Zij keren vaak terug naar de kerk als ze wat ouder worden. Intussen wil ik wel deze kerk andere functies geven. Culturele, sociale, noem maar op. Bijvoorbeeld: Rotterdam is dit jaar culturele hoofdstad van Europa. We organiseren een avond chanson et poésie françaises, we organiseren drie diensten waarin we het thema Rotterdam 2001 uitdiepen."

Vandaag stromen vluchtelingen binnen uit zwart Afrika. Le troisième refuge.

La présidente: "Ze komen vooral uit Rwanda, uit Kongo en Kongo-Brazzaville en ze zoeken vooral plekken waar mensen hun taal spreken. Er zijn zelfs katholieken bij, denk ik, we stellen daar geen vragen naar.

"In Maastricht waren er vijftien jaar geleden nog maar twee leden van de Waalse kerk. Die is toen opgeheven. Maar de laatste jaren worden er iedere maand weer diensten gehouden in de église wallonne van Maastricht. De twee overgebleven Walen heben zich het religieuze lot aangetrokken van de Franstalige Afrikaanse vluchtelingen en begonnen kerkdiensten te organiseren. Ze hebben financiële steun gezocht bij zowat alle kerkgenootschappen, protestanten en katholieken, ze worden geholpen door een netwerk van vrijwilligers, veel randkerkelijken hebben de weg terug gevonden, Maastricht is weer opengebloeid. Er worden nu diensten gehouden in het Frans, het Nederlands en het Lingala en vluchtelingen die verspreid zitten over de hele provincie Limburg komen er op af.

"Maar je kunt het model van Maastricht niet overal toepassen. In Maastricht was er geen traditie meer. Je mag de mensen die er om zo te zeggen al eeuwen zitten hun traditie ook niet ontnemen."

Maar zo heeft die oude Waalse kerk misschien weer een toekomst.

"We hopen dat we het nog heel lang kunnen volhouden. We zijn nu grondig aan het nadenken over onze plaats in de Nederlandse samenleving. Kijk, een kleine groep heeft altijd het gevoel dat ze kan groeien. Makkelijk is het niet, ook niet met die troisième refuge. Mensen komen, mensen verdwijnen weer. Maar bij ons ben je altijd welkom. Niemand tikt je op de vingers. Ons standpunt is: Christus nodigt uit, niet wij. Christus zal niemand afwijzen. Wie zijn wij om dan vragen te stellen?"

Dat lijkt me het enige goede uitgangspunt voor een menselijk asielbeleid. Je moet die migranten van de twintigste generatie toch niet onderschatten.

Ik wil hier zeer nadrukkelijk pasteur L. Tonneau uit Brussel bedanken. Meer dan twintig jaar heeft hij vanuit Brussel trouw de Waalse kerken in Nederland gediend. Zonder zijn vriendelijke en erudiete raadgevingen, zonder de boeken die hij mij leende, was dit stuk nooit tot stand gekomen.

'Pasteur Dewandeler, een echte Waal, een Luikenaar, bestijgt de kansel et nous souhaite la bienvenue. Geen woord Nederlands binnen de muren van deze kerk, die staat in de meest Hollandse aller Hollandse steden. Dat is de wens van de achttien gelovigen die hier verzameld zijn. Ik ben hier met mijn drieënvijftig de op twee na jongste, schat ik. De dominee preekt over de genadige en de straffende God. Verbeeld ik het me of praat hij inderdaad trager en nadrukkelijker dan normaal?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234