Zondag 15/12/2019
Johnny Thijs (ex-CEO Bpost): ‘Wat je wilt, is een fantastische CEO. dat is belangrijker dan 100.000 euro meer of minder. In de politiek is het anders: daar wordt genoegen genomen met wie zich aanbiedt.’

Reportage

‘CEO’s graaien niet, ze winnen gewoon de lotto’

Johnny Thijs (ex-CEO Bpost): ‘Wat je wilt, is een fantastische CEO. dat is belangrijker dan 100.000 euro meer of minder. In de politiek is het anders: daar wordt genoegen genomen met wie zich aanbiedt.’ Beeld Elise Vandeplancke

Een basisloon van 650.000 euro per jaar, zoals dat van vertrekkend Proximus-CEO Dominique Leroy: u tekent toch ook? Toch voelt een topmanager zich niet zelden beledigd door zo’n bedrag. Hoeveel is de baas dan wél waard, en wanneer is trop te veel?

Na zes jaar aan de top van Proximus kondigde Dominique Leroy vorige week haar vertrek aan naar de Nederlandse sectorgenoot KPN.

Bij Proximus was het loon van Leroy geplafonneerd op 650.000 euro. Geld was geen reden voor de overstap, maar dat KPN niet dezelfde beperkingen kent als Proximus is wel handig meegenomen. In Nederland zal het basisloon van Leroy rond het miljoen draaien. Zelfs dat is in haar metier niks om van achterover te vallen. Ook bij onze noorderburen zal ze immers tot het ‘kneusje’ onder de top-CEO’s horen, schreef De Standaard. In De Tijd werd haar loonplafond in België gekapitteld als ‘populistisch’ en ‘demagogisch’.

Vaak wordt in die context de vergelijking gemaakt met de grootste voetbalsterren. Ook zij verdienen meer dan een mens zich voorstellen kan. Als iemand dat wil betalen, wat is dan het probleem? “Maar die vergelijking loopt mank”, zegt professor emeritus Marc Buelens (Vlerick Business School). “Voetballers leveren een individuele prestatie die al bij al makkelijk objectief in te schatten is. Maar de meerwaarde van een CEO is héél moeilijk te bepalen.”

Toch noemde Stefaan De Clerck, voorzitter van de raad van bestuur van Proximus, het loonplafond van 650.000 euro “een handicap”. Het zou immers zo ver onder het loon van concurrenten liggen, dat het moeilijk wordt om de geschikte persoon aan te trekken.

Wat is dan wel het juiste loon? En hoe bepaal je of iemand een, twee of negen miljoen euro per jaar waard is? “The million dollar question”, noemt econoom en hoogleraar Koen Schoors (UGent) het: niemand die het antwoord kent.

Zeker is dat de beurskoers van het bedrijf geen goeie graadmeter is, zegt econoom Paul De Grauwe (London School of Economics), die columnist is voor deze krant. Toen zijn goede vriend Theo Peeters naar de Bank Brussel Lambert trok, hield De Grauwe een toespraak waarin hij de waarde van Peeters probeerde vast te leggen. Hij nam de stijging van het aandeel, vermenigvuldigde die met het aantal aandelen, et voilà: Peeters was enkele miljarden Belgische frank waard. “Maar de volgende dag kan de koers weer scherp dalen. Daar ben je dus eigenlijk niks mee”, zegt De Grauwe.

Daags na de aankondiging van Leroys vertrek daalde de koers van Proximus met 2,6 procent. “200 miljoen dollar marktwaarde ging in rook op. In dat licht is de waarde van een CEO wel bijzonder relatief”, lacht Marc Descheemaecker. Hij is bestuurder bij Brussels Airport en De Lijn, en bekleedde in het verleden een topfunctie bij de NMBS. Descheemaecker is met andere woorden gepokt en gemazeld in het bestuur van de Belgische overheidsbedrijven. Hij ziet een constante: “Die discussie over het loon, dat is zoals de zon. Die komt ook elke dag op, en gaat weer onder.”

Drie paar schoenen

Wie op zoek is naar harde economische wetten of een wiskundige som die de perfecte verloning oplevert, komt snel van een kale reis terug. Alles wordt bepaald door een concept dat even vluchtig als zaligmakend is: de markt. Daarop bijten zelfs andere wetmatigheden hun tanden stuk, zoals het idee dat er een verband moet zijn tussen prestatie en verloning. Die is er in het geval van topmanagers nauwelijks.

“Pseudowetenschap genoeg natuurlijk, maar er zijn voldoende serieuze studies die aantonen dat verband uit de lucht gegrepen is. Het is een mythe – wat natuurlijk niet wil zeggen dat die mensen geen verschil kunnen maken in een bedrijf”, weet Marc Buelens. “Natuurlijk vinden CEO’s zelf dat ze zoveel geld waard zijn. Maar ik vind de premiernorm eigenlijk een heel logisch principe. Het probleem is: men probeert ratio te stoppen in iets dat niet rationeel is.”

Ook de langetermijngroei van de economie is geen afdoende verklaring voor de steeds hogere CEO-lonen. De opwaartse lijn negeert koppig de golven van de economische conjunctuur.

De vergoedingen stijgen sneller dan het loon van de gemiddelde werknemer, sneller dan de groei van de bedrijven die ze leiden. De managers van vandaag zijn ook niet productiever dan 20 tot 30 jaar geleden, zegt De Grauwe. “We moeten het dus ergens anders zoeken. Hun loon staat los van hun bijdrage tot de welvaart van het bedrijf of de maatschappij in het algemeen. In die zin kun je de vergoedingen buitensporig noemen.”

Je moet verloning niet in absolute termen zien, benadrukt Sem Vandekerckhove (HIVA – Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving). “Het juiste loon is een relatief concept: mensen vergelijken zich met anderen. Top-CEO’s verdienen zo veel geld dat je het bijna niet meer kunt uitgeven.”

Paul De Grauwe, econoom: ‘Het loon van topmanagers staat los van hun bijdrage tot de welvaart van het bedrijf of de maatschappij in het algemeen. In die zin zijn de vergoedingen buitensporig.’ Beeld Elise Vandeplancke

In de nasleep van haar aangekondigd vertrek kwam Leroy nog in opspraak omwille van een verdachte transactie. Vorige maand deed ze een pakket aandelen ter waarde van 285.000 euro van de hand – een timing die op zijn minst onoordeelkundig te noemen valt. De commentaar die de satirische show De ideale wereld daarop leverde, was wellicht de meest accurate karakterisering van de loonschaal waarin Leroy zich bevindt. “285.000 euro, voor iemand van de vakbond is dat een huis. Voor Dominique is dat gewoon drie paar schoenen.”

Aan 70 procent belast

Waar komen die duizelingwekkende bedragen vandaan? De forse klim van de toplonen is terug te leiden tot de snel veranderende wereld waar we vanaf de jaren 1970 in terechtkwamen. Door technologische ontwikkelingen en de sociaal-economische vooruitgang van het Westen groeiden afzetmarkten zienderogen. Het bedrijfsleven internationaliseerde, managers bestuurden steeds grotere bedrijven, en na de val van de Berlijnse Muur was de globalisering niet meer af te stoppen. De ideologie van de vrije markt en het liberalisme wonnen definitief het pleit. Vooral de Angelsaksische landen namen het voortouw: in de jaren 1990 werd onder impuls van de VS de verloning van topmanagers al gauw gekoppeld aan de beurskoers.

Ook grote schokgolven hebben betrekkelijk weinig vat gehad op de toplonen. Schoors: “Zulke mensen worden heel vaak vergoed via allerlei incentives: bonussen wanneer een doelstelling gehaald wordt. In 2008 hebben we met de financiële crisis gezien wat er kan gebeuren als je mensen verkeerd beloont, met een te grote focus op de korte termijn. Maar nu zien we dat de oude gewoonten toch terug zijn.”

Naast de globalisering ziet De Grauwe nog een tweede verklaring voor de explosie van de vergoedingen: fiscaliteit. De VS en het Verenigd Koninkrijk hadden tot in de jaren 1980 bijzonder hoge marginale belastingtarieven: in de allerhoogste belastingschijf werd bijna 90 procent afgeroomd door Vadertje Staat. “Dat maakte het moeilijk voor topmanagers om toplonen te krijgen. Een miljoen euro extra kostte het bedrijf tien miljoen euro. Maar die belastingtarieven zijn nu verdwenen, waardoor CEO’s makkelijker wat meer kunnen vragen. Daardoor is de ongelijkheid toegenomen”, zegt De Grauwe.

De geest is uit de fles, maar dat wil niet zeggen dat die er niet opnieuw in kan. De spanning tussen de gemiddelde werknemer en de bedrijfstop is niet eindeloos rekbaar: op zeker moment knapt de elastiek. De Grauwe: “Als de ongelijkheid blijft groeien, als de man in de straat het verschil al te gek gaat vinden, kan er een maatschappelijk momentum ontstaan waarbij bijvoorbeeld alles boven het miljoen euro weer aan 70 procent belast wordt. Dat is haalbaar, al moet het wel een internationaal gedragen fenomeen zijn om succes te hebben.”

De premiernorm

Het loonplafond bij Proximus is een gevolg van een beslissing die genomen werd onder de regering-Di Rupo. Minister van Overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille (PS) voerde toen een premiernorm in voor overheidsbedrijven: de CEO mag niet meer verdienen dan de eerste minister. Maar daar liep al meteen iets mis: twee bedrijven ontsprongen de dans en mochten een enigszins arbitrair loonplafond van 650.000 euro aanhouden.

“De overheid moet zich altijd met alles bemoeien, en noemt dat dan het primaat van de politiek. Di Rupo wilde een bovengrens van 290.000 euro, het loon van de premier. Maar nog voor alles in kannen en kruiken was, werd er al een uitzondering gemaakt voor Proximus en Bpost”, zegt Marc Descheemaecker.

Of zo’n premiernorm nut heeft, valt amper te beantwoorden. Het is in grote mate een ethisch vraagstuk. Wie een overheidsbedrijf leidt, heeft de facto ook een maatschappelijke functie. Is het dan niet billijk om te verwachten dat de schier grenzeloze wetten van de vrije markt en de bijbehorende lonen daar enigszins beteugeld worden? Anderzijds is duidelijk dat de regering van meet af aan wist dat te veel naïviteit vooral een nadeel zou worden, en ervoor zou zorgen dat die bedrijven niet de verhoopte CEO zouden kunnen binnenhalen.

“Voor de packagedeals van Leroy en Koen Van Gerven (grote baas bij Bpost, die eveneens zijn vertrek aangekondigd heeft, red.) heeft de politiek altijd al de truken van de foor toegepast om ze toch meer te geven dan afgesproken: pensioenfondsen, vertrekpremies, enzovoort. Het concurrentiebeding van Van Gerven was ook zo’n foefje om hem meer te betalen. Dat illustreert dat er wel degelijk een probleem is met het loonplafond”, zegt een voormalig bestuurder van een Belgisch overheidsbedrijf.

“De premiernorm is waardeloos”, vindt Johnny Thijs, tot eind 2013 de sterke man bij het Belgisch postbedrijf. Hij kwam hard in aanvaring met de regering-Di Rupo omdat hij door het geplande loonplafond flink zou moeten inleveren, van 1,1 miljoen euro naar 290.000 euro.

Thijs noemde die inperking onrechtvaardig. “Dit gaat niet populair klinken, maar ik vind dat ook onze politici zeker niet te veel betaald worden. De druk van de publieke opinie heeft voor een plafond gezorgd, maar dat ligt absoluut niet te hoog. Aan het eind van de dag wil je een fantastische CEO voor een nieuwe uitdaging: dat is veel belangrijker dan 100.000 euro meer of minder. In de politiek is het anders: daar is men niet op zoek naar de beste persoon, maar wordt genoegen genomen met wie zich aanbiedt.”

Loon geen factor

Moeten dan alle remmen los? Nee, dat nu ook weer niet. Dat de markt allesbepalend is, wil niet zeggen dat alles kan en mag. Het juiste loon vinden is een subtiele kunst, klinkt het bij Xavier Baeten (Vlerick Business School). Een essentieel besef is dat loon geen motivator is voor CEO’s. “Maar rechtvaardigheid wel. CEO’s zijn geen vreemde diersoorten met een ander DNA. Ze willen doorgaans niet zwaar meer verdienen dan anderen, maar wel correct betaald worden. Dat is een belangrijk verschil.” Zijn collega Buelens vult aan: “CEO’s zijn gewoon blij dat ze in een circuit kunnen werken waar zoveel geld geboden wordt. Het is een systeem. Het is niet graaien, het is de lotto winnen.”

Econoom Koen Schoors: ‘Van een echt competitieve markt is hier geen sprake. In hoeverre hebben we hier misschien te maken met een kaste die zichzelf beschermt?’ Beeld Elise Vandeplancke

Twee elementen zijn doorslaggevend om het loon af te stemmen. Het bedrijf moet de juiste persoon kunnen aantrekken, en die persoon sleept een historiek – met een bepaald salaris – met zich mee. Iemand die jaarlijks 500.000 euro op de bankrekening bijschrijft, overtuig je niet met 100.000 euro. Baeten: “Bedrijven moeten hun plaats in de markt bepalen: met wie willen ze zich vergelijken? Dat zijn de andere nationale of internationale bedrijven waar je mensen haalt, of aan wie je ze verliest. Op basis daarvan maak je dus een benchmark. Het is belangrijk dat deze oefening zeer gedegen wordt gedaan.”

Koen Schoors vindt dan weer dat het marktdenken schromelijk tekortschiet. “We hebben het altijd maar over de markt. Maar die wordt ook opgeklopt door een beperkt groepje mensen die steeds maar weer de lonen de hoogte in stuwt. Van een echt competitieve markt is hier geen sprake. In hoeverre hebben we hier misschien te maken met een kaste die zichzelf beschermt?”

Om de zoektocht naar een nieuwe baas te vergemakkelijken, moest volgens De Clerck vooral de langetermijnbonus omhoog. Dat is een klassiek mechanisme om te zorgen dat de topman van een bedrijf niet zomaar de winst in het volgende boekjaar garandeert, maar ook en vooral de gezondheid van het bedrijf in de vele jaren die volgen. De huidige trend is, volgens Baeten, om aandelen toe te kennen op basis van de prestaties over zo’n drie jaar. Die aandelen mogen dan bovendien pas na twee jaar verkocht worden. Anders gezegd: pas na vijf jaar kan er gecasht worden.

om aandelen toe te kennen op basis van de prestaties over zo’n drie jaar. Die aandelen mogen dan bovendien pas na twee jaar verkocht worden. 

Het is maar de vraag of dat wel het juiste langetermijnperspectief is. Proximus draagt nu nog altijd de gevolgen van beslissingen die genomen werden toen het nog Belgacom heette en Didier Bellens nog aan het roer stond – bijvoorbeeld de stappen die toen werden genomen om al dan niet versneld te digitaliseren.

“Hoe hoger je in de piramide gaat, hoe langer het duurt voor de resultaten zichtbaar worden”, zegt Buelens. “Bij een verpleegster zijn de gevolgen binnen enkele minuten merkbaar, maar voor de grote baas is dat veel langer. Voor beslissingen van een CEO moet je eigenlijk tien tot vijftien jaar wachten om het resultaat goed te kunnen inschatten.”

Houdbaarheidsdatum

Ter vergelijking: het mandaat van Leroy duurde slechts zes jaar. Het kan dus nog wel een hele poos duren voor de echte impact van haar beleid zich laat vatten. Toch is nu al duidelijk dat de era-Leroy meer dan een voetnoot is geweest in de geschiedenis van het bedrijf. Haar voorganger Bellens – bijgenaamd de Zonnekoning – werd geroemd om zijn strategisch inzicht maar was tegelijk berucht voor de sfeer van wantrouwen die hij in het bedrijf optrok. Na een lange reeks schandalen moest hij uiteindelijk opstappen omdat hij Di Rupo had vergeleken met een klein kind dat elk jaar om zijn sinterklaasgeschenk kwam huilen.

De stijl van Leroy was veel rustiger, en ook de commerciële resultaten waren goed. In zakenkrant De Tijd strooide hoofdredactrice Isabel Albers met bloemen: ‘Vier jaar ononderbroken groei, meer abonnees in een hyperconcurrentiële markt, en dat na tien jaar neergang.’

“Didier had zijn houdbaarheidsdatum overschreden, Dominique gaat weg voor dat gebeurd is. Ze had nog jarenlang meerwaarde kunnen creëren”, zegt Descheemaecker, die beide bestuurders persoonlijk kende. “Ik denk niet dat het moeilijk wordt om een vervanger te vinden, maar wel een gelijkwaardige of een betere – of toch aan dat loon.”

Xavier Baeten is het daarmee eens. “Het probleem bij Proximus is: als je iemand moet vinden op basis van wat Leroy verdiende, wordt dat niet zo makkelijk. Elders in de markt ligt de verloning veel hoger. Ook de complexiteit van de job speelt een rol, en die is niet min bij Proximus. Het is dan des te moeilijker om je aan de onderzijde van het loonaanbod te positioneren. Dan moet je echt al op zoek naar idealisten. Veel hangt af van het referentiekader, en het is uiteraard terecht dat de ‘doorsnee’ werknemer 700.000 euro zeer veel geld vindt.”

Buelens bekijkt het diplomatischer. “Een van de kernopdrachten van een CEO is zijn opvolger klaarstomen. Iedereen zegt dat mevrouw Leroy zo goed is. Welnu, als ze echt zo goed is, zal ze dus haar opvolger klaargestoomd hebben. Er zijn in Vlaanderen enkele duizenden steengoede managers die wel te vangen zijn met zo’n loon en zo’n boeiende uitdaging. Eentje van hen overtuigen is voldoende.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234