Dinsdag 24/11/2020

Cecils blik en Helens verwarring

Het grootste overdekte jazzfestival ter wereld raasde afgelopen weekeinde weer door het Nederlands Congresgebouw in Den Haag. Zoals gewoonlijk was het festival volledig uitverkocht, maar inhoudelijk was dit geen sterke editie. In feite lijkt North Sea Jazz nog het meest op een cultuurmarkt: er zijn maar liefst zestien podia, zelden echt voortreffelijk, maar goed genoeg voor een proevertje. Als toeschouwer haast je je van de ene plek naar de andere, want - zoals cellist Ernst Reijseger opmerkte - zodra je vijf minuten aan het luisteren bent, bekruipt je de angst dat je elders iets belangrijks aan het missen bent.

Het heeft te maken met het feit dat North Sea een caleidoscoop van jazz wil aanbieden. Keuzes maken is er niet bij - het lijkt erop of er voor elke nieuwe trend maar meteen een nieuw podium bij moet. Het begrip jazz wordt ook erg ruim geïnterpreteerd: ook poptrends worden bijna blindelings op de affiche genomen.

Saxofonist Hans Dulfer suggereerde daags voor het festival in de Volkskrant een vruchtbaardere invalshoek: volgens hem is jazz altijd al een muzikaal gesofisticeerd commentaar geweest op de populaire muziek van zijn tijd. Jazz moét zich dus bezighouden met house, hiphop, triphop, noise en andere trends. Dulfer heeft gelijk, maar ik denk dat North Sea niet zozeer lucide commentaar laat zien, dan wel de trends zelf. Dave Douglas' Sanctuary zul je bijvoorbeeld niet snel horen, maar voor de modieuze danceparty's van Courtney Pine wordt altijd plaats geruimd.

Het leverde dit jaar een behoorlijk saaie editie op, met alleen op zaterdag voldoende pit om de nieuwsgierigheid te blijven prikkelen. Vrijdag daarentegen werd de sfeer van een cultuurmarkt het duidelijkst benaderd tijdens het soloconcert van Max Roach op het dakterras. Als Roach de microfoon vastpakt, wordt het normaal muisstil in de zaal. Hier bleef de menigte doorkwetteren, ongevoelig voor de magie die Roach uit zijn drumstel toverde.

Eerder op de avond oogstte Toots Thielemans met Kenny Werner nogal wat succes in de Van Goghzaal. Het is een combinatie die werkt, straks ook op Middelheim. Een andere mooie meevaller was tenorsaxofonist Bennie Wallace. Twee jaar geleden was Wallace tijdens Jazz Middelheim nog een te voortvarende powerspeler, nu heeft hij zijn naturel teruggevonden: bedaard en met veel subtiele details.

Voor de beste concerten moest je zaterdag in Den Haag zijn. Het begon in de piano room, waar Brad Mehldau naar jaarlijkse gewoonte een grote menigte lokte. Terecht, want Mehldau vertelt een apart verhaal, als een hyperromantische ziel die op een natuurlijke wijze Brahms, Beethoven en Thomas Mann weet te verbinden met de jazztraditie. Voor het eerst kwam Mehldau zonder zijn trio, zoals op zijn nieuwe cd Elegiac Cycle. Intrigerend en een beetje verwarrend; je vraagt je af waar de man gaat eindigen. Door het Amerikaanse blad Down Beat wordt hij alvast opgevoerd als een van de toppers van een nieuwe generatie.

Net zoals violiste Regina Carter overigens, maar haar concert op het dakterras (en haar nieuwe cd bij Verve) was toch een tegenvaller. Haar timbre herinnert op een sympathieke manier aan Stéphane Grappelli, maar haar arrangementen zijn simplistisch en ze huppelt wat al te gretig mee met de trends van de dag.

Intussen opende Max Roach in de kelder de reeks rond legendarische drummers, dit keer met zijn Brass Quintet. Eigenlijk hoort het niet dat men deze man in de Jan Steenzaal dumpt, -iemand van zijn kaliber hoort thuis in de prestigieuze PWA-zaal - maar North Sea parkeert daar liever namen zoals Oleta Adams, Dianne Reeves en zelfs Elvis Costello. Overigens was het Brass Quintet niet in beste doen.

Echt interessant werd het pas later op de avond, onder andere met het duo van Helen Merrill en pianist Roland Hanna. Al had de zeventigjarige Merrill duidelijk moeite met het gedrag van binnen- en buitenlopende concertgangers, iets waar Geri Allen zich in de piano room niet aan stoorde. Ze nam haar trio gezwind op sleeptouw, vinnig en briljant.

En toen kwam Cecil Taylor. Grimmig, met een nijdige blik op de Yamaha-piano die hij tegen zijn zin onder de vingers kreeg. De klankkwaliteit was matig, maar de improvisatie van drie kwartier stond als een huis. Aan het slot kreeg Taylor de Bird Award International 1999. Om te 'bedanken' speelde Taylor nadien een onaangekondigde set met gitarist Franky Douglas en cellist Tristan Honsinger, alsof hij wilde zeggen: ík stel hier de agenda op.

Intussen was de piepkleine Escherzaal het toneel van misschien wel het boeiendste item van North Sea Jazz 1999. De avond was er gewijd aan Franse improvisatie met een aanbod heel aparte muziek van onder anderen pianist Benoît Delbecq, trombonist Yves Robert en klarinettist Louis Sclavis. Hoogtepunt was het concert van Henri Texier, met onder anderen pianist Bojan Z: misleidend toegankelijke muziek met een interessant want korrelig randje.

Daarmee vergeleken viel er zondag niet veel meer te beleven. Het tentet van David Murray bracht een rommelige hommage aan Duke Ellington - hopelijk doet de nog grotere big band van Murray het straks in Antwerpen beter. Herbie Hancock speelde vrij routineus in de PWA-zaal en zangeres Abbey Lincoln heeft haar, overigens gave, show van de laatste jaren niet echt vernieuwd. Een zwakke dag in een zwakke editie. Met het 25-jarig jubileum voor de deur, is er voor North Sea Jazz werk aan de winkel.

Didier Wijnants

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234