Zaterdag 30/05/2020

Catastrofe aan de Neva

Sint-Petersburg bladdert af en stort in

Nymfen en satyrs hebben hun hoofden verloren, daken van tsarenpaleizen lekken, mozaïeken zijn vernield of ondergekotst. Sint-Petersburg, ooit de droomstad van Peter de Grote, is decennialang verwaarloosd. Waar te beginnen om de stad bij haar driehonderdjarig bestaan, in 2003, op orde te hebben?

Zij is de grootste spiegel van de stad en breekt nooit. Hoogstens is ze door de eeuwen heen doffer geworden en giftiger, en als de wolken die vanaf de Oostzee de stad in komen jagen bruinzwart zijn, is zij dat ook.

Zoals twee weken geleden. Toen stuwde de wind het water van de rivier de Neva zo hoog op dat de granieten kaden, de straten, de bibliotheek van de Academie van Wetenschappen, paleizen en huizen overstroomden. Tot aan het Russisch Museum, midden in de stad, liet de rivier haar spoor na. Zo hoog, zeiden de bewoners van Sint-Petersburg, had het water sinds 1824 niet meer gestaan.

De Neva slingert zich twintig kilometer lang door Sint-Petersburg en de eilanden in de delta. In het centrum van de stad voedt ze grachten en kanalen en het lieflijke halvemaanvormige riviertje de Fontanka. Vanwege al dat water noemde de uit Rusland verbannen schrijver Joseph Brodsky de stad 'narcistisch'. Want kijk hoe graag die op eilanden gebouwde stad zich spiegelt in dat water. Voortdurend is ze in de weer met haar eigen beeltenis.

Toen Brodsky zijn geboortestad beschreef, was deze in verval. Decennialang al werd de stad verwaarloosd. Festoenen brokkelden af van de gevels van stadspaleizen, nymfen en satyrs die de toegangspoorten tot de rijke binnenhoven bewaakten verloren hun hoofd, hun ledematen. Mozaïeken, zoals in een willekeurige onderdoorgang van de Litejni Prospekt, werden vernield, ondergekotst en -geplast, maar nooit gerestaureerd. De daken van de grote tsarenpaleizen gingen rotten en lekken. Vervuilde lucht, vervuild regen- en rivierwater veranderden het babyroze, lichtblauw en zeegroen op muren van kloosters, kerken en theaters in bruine wasemplekken. En de spullen achter al die gevels - van negende-eeuwse manuscripten in de Peter-Paulvesting tot in de Siberische permafrost opgedolven kunstvoorwerpen - vielen uit elkaar, werden aangetast door vocht, motten en andere parasieten.

Dat is tragisch voor een stad die lang geleden werd gesticht met het doel een van de mooiste ter wereld te worden. In 1703 was de droom van Peter de Grote voltooid. In luttele jaren was in de onbegaanbare moerassen aan de Oostzeekust door dwangarbeiders een stad uit de grond gestampt die haar gelijke in Rusland niet kende.

En nu? In 2003 viert de stad van bijna vijf miljoen inwoners haar driehonderdjarige bestaan, een feest dat nog groter moet worden dan de vieringen rond het Peter de Grote-jaar 1996. Voor die tijd moet de stad op orde zijn, moet de grauwsluier zijn opgelicht van de 9.800 monumenten, de bestrating vernieuwd en inwendige schatten voor het nageslacht zijn veiliggesteld. Maar hoe?

Van de regering in Moskou verwacht geen restaurator, geen conservator, geen museumdirecteur in Sint-Petersburg soelaas. "Toen de Muur viel," zegt Tatjana Chodova, hoofd van de afdeling conservatie en restauratie in de Kunstkamer, het oudste museum van de stad, "werd één ding duidelijk: het aantal roebels uit Moskou daalde naar nul." Salarissen worden, zoals bekend, soms maanden niet betaald. "Dit is geen systeem, dit is een catastrofe."

Ook in het gemeentebestuur van Sint-Petersburg heeft zij weinig vertrouwen. Het is een publiek geheim dat de stad onder leiding van burgemeester Vladimir Jakovlev is uitgegroeid tot de hoofdstad van de georganiseerde misdaad in Rusland, met schietpartijen bij klaarlichte dag. De compromitterende dossiers rond Jakovlev zijn volgens critici torenhoog. Anatoli Ivanov, al 45 jaar lang conservator van de Hermitage: "Geen schop gaat hier de grond in zonder toestemming van de maffia."

Toch moeten buitenlandse sponsors worden gelokt. En ze laten zich graag lokken, want wie zou er niet bij willen dragen aan het herstel van een stad die zoveel schoonheid verbergt en waar zoveel pracht op het punt staat definitief verloren te gaan. Ook de Nederlanders doen mee - ze hebben immers een historische band met Sint-Petersburg: Peter de Grote deed in Amsterdam inspiratie op voor de aanleg van zijn stad aan de Neva, en hij leerde het scheepsbouwen aan de Zaanse Schans.

De Nederlandse overheid gaf al 60 miljoen frank om de Hermitage 'klaar voor het nieuwe millennium' te maken, de Nederlandse Vrienden van de Hermitage zamelden 36 miljoen frank in voor een nieuw dak boven de zaal met Rembrandts. Ook het Amsterdams Historisch Museum is actief. Renée Kistemaker reisde in 1991 op eigen initiatief naar Sint-Petersburg om contacten met restauratoren te leggen. In Petersburg, merkte zij, is gebrek aan alles: aan materiaal, aan boeken, aan kopieerapparaten, aan moderne kennis, aan ruimte. "Het archief van de Academie van Wetenschappen was jaren niet toegankelijk, domweg omdat men de bewaking niet kon betalen."

Terug in Nederland heeft Kistemaker met bescheiden middelen een aantal concrete projecten opgezet. Een voorbeeld: voor 200.000 frank konden twee jaar lang Russische specialisten worden betaald om een zeventiende-eeuws album te restaureren. "Twee jaar lang. Het schaamrood stijgt me, bij wijze van spreken, nog naar de kaken." Kistemaker staat nog versteld van alles wat je in Sint-Petersburg kunt doen met weinig geld en veel improvisatievermogen.

Uit haar contacten kwam een Peter de Grote-tentoonstelling voort, waaraan talloze archieven en musea in Sint-Petersburg meewerkten. Uitwisseling van Russische en Nederlandse restauratoren leidde in 1994 tot de oprichting van een Gilde van Restauratoren. Dit Gilde houdt congressen en - heel belangrijk - laat buitenlandse handboeken in het Russisch vertalen, regelt stages en heeft een handvest opgesteld dat aansluit bij moderne opvattingen over restaureren. Vijftig leden heeft het Gilde inmiddels. Ze zijn afkomstig van onder andere het Russisch Museum, de Hermitage, de Peter-Paulvesting en de Academie van Wetenschappen, maar komen ook uit Moskou, Kaliningrad en Amsterdam.

In een onooglijk schoolgebouwtje aan het eind van een parkeerplaats op het Vasiljevski-eiland hebben zich drie leden van het Gilde verzameld. Dit is het fotografie- en papierrestauratieatelier van de kolossale Academie van Wetenschappen, die een groot deel van het eiland in beslag neemt. De relatief best gerestaureerde gebouwen van de Academie staan aan de 'spiegelkant' van de stad, aan de oever van de rivier. De niet-gerestaureerde, zoals dit atelier, bevinden zich uit beeld, landinwaarts.

Trots geven de drie een rondleiding langs tafels en kamertjes, waar met gummetjes vlekken uit oude manuscripten worden verwijderd, waar papier wordt verstevigd door een 'plaklaag' aan te brengen, en waar een strijkijzertje op een tweepitsfornuisje staat op te warmen voor bladeren vol kreukels. Miljoenen historische documenten wachten met spoed op restauratie en conservering.

Natuurlijk, zegt het drietal, moet je niet naar de eenvoudige hulpmiddelen kijken die in de benauwde kamertjes staan, maar naar de infraroodcamera waarmee onleesbare teksten weer tevoorschijn worden getoverd, of naar het apparaat waarmee je papier in een etmaal 25 jaar ouder maakt.

Toch kunnen die technische verworvenheden niet verhullen hoezeer de tijd in deze ateliers heeft stilgestaan. Sinds de jaren zestig, beamen ze, is er geen geld om nieuwe materialen of boeken aan te schaffen, laat staan om zoiets kostbaars als een computer te kopen. "Zelfs een kopieerapparaat hebben we niet."

De Nederlandse regering subsidieert in Petersburg een project dat dezelfde belangen zegt na te streven als het Gilde - vergroting van kennis op het gebied van restauratie en conservatie. Maar het is veel 'ambitieuzer' van opzet. In 1996 besloot de toenmalige staatssecretaris voor Cultuur Aad Nuis het door het Getty Conservation Institute opgerichte Saint-Petersburg International Center for Preservation financieel te steunen. Sindsdien is bijna 27 miljoen frank uitgegeven, exclusief salarissen. Maar met dat bedrag is volgens leden van het Gilde nog weinig concreets bereikt.

Kirby Talley is senior beleidsambtenaar en directeur van het Center. Hij ontvangt in zijn huis-kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht. Eventjes maar is hij hier. Gisteren is hij aangekomen vanuit zijn huis-kantoor in Washington, morgen gaat hij verder naar Italië en Egypte. "Voor fundraising onder andere," zegt hij. Over een paar weken gaat hij weer naar Petersburg. "Beschouw mij als een rondreizend humanist."

De plannen die Talley de afgelopen jaren in brochures en prospectussen ontvouwde, zijn schitterend. Seminars, een bibliotheek, specialistische tijdschriften, workshops, aansluiting bij een digitaal wereldnet: alles om "de stad te behoeden voor een vijand die vele malen gevaarlijker is dan de Duitsers tijdens de Blokkade van Leningrad waren". Talley: "Het vochtige klimaat, overstromende kelders, de abominabele leidingen, lekkende daken. Als we geen redding brengen, gaat de stad verloren."

Sinds juli 1998 is het Center gevestigd in het verkleurd rode Troebetskoj-Narysjkin huis in de Tsjaikovski-straat in Sint-Petersburg. Het is zo'n allee vol ouderwetse, maar sleetse grandeur. Het pand heeft Talley van burgemeester Jakovlev voor 49 jaar kosteloos in gebruik gekregen, op voorwaarde dat het wordt gerestaureerd. De kosten daarvan worden begroot op 240 miljoen frank. Voor de negentien personen die nog in het achterhuis wonen, moet in de toekomst vervangende woonruimte worden gezocht.

Voorlopig is alleen de toegangsdeur vernieuwd, de kelder leeggehaald en drooggemaakt, en staat er een dure Chrysler voor de deur. Het paleis is leeg, op één enkel kamertje na, waar Tanja Aleksandrova zetelt, de onderdirectrice van het centrum. Haar vriend is hoofd beveiliging. Haar zus schenkt de koffie.

Aleksandrova loopt trots door de zalen van het paleis. Dit is de 'biljartkamer', dat de 'grote zaal, waar we afgelopen zomer een receptie voor gasten van onze Witte Nachten-tour hielden' en de 'Sjostakovitsj-zaal'. Bijna in elke zaal bladdert het stucwerk af. Elektriciteitsleidingen hangen los langs de wanden, radiatoren zweven boven gaten in de vloer. Geen hamer, geen boor, geen zaag weerklinkt vandaag in het paleisje. Wel hangt er een indrukwekkend schild bij de entree, met namen van alle Russische museumdirecteuren die hun steun aan het Center hebben toegezegd.

Achter in een vertrek zit Andrej Solovjov. Hij is aangesteld om het door de Nederlandse overheid gestichte Nicolaas Witsen Kennis Centrum te gaan beheren. Een miljoen gulden (18 miljoen frank) had de toenmalige staatssecretaris Nuis eind 1997 over voor dit centrum, dat onder de hoede van Talley functioneert. In juni 1998 voorspelde een prospectus dat het over drie maanden operationeel zou zijn, maar anderhalf jaar later dwaalt Solovjov nog steeds door kale ruimten. In de toekomst veranderen die in een bibliotheek, een dependance van het commerciële Art Loss Register, en in kamers met meer 'voorzieningen'.

"Over drie maanden is het centrum operationeel," belooft Solovjov nu. En hij wijst op de in aluminium lijsten gevatte aquarellen die in elke zaal pontificaal op de schoorsteenmantel staan. Daar staat het geschilderd, voor wie fantasie te kort komt: hier komt het bureau met de computers, daar de leren fauteuils en daar de planten.

Dat het Saint-Petersburg International Center for Preservation de afgelopen vijf jaar helemaal niets heeft gedaan is onjuist: er zijn twee tentoonstellingen georganiseerd om fondsen in het buitenland te werven. Er zijn zes seminars gehouden, drie beurzen verstrekt, twee Witte Nachten-studiereizen gehouden voor westerse sponsors en specialisten, en er zijn 'inventariserende onderzoeken' verricht in laboratoria in Sint-Petersburg. Maar contact met het Petersburgse Gilde voor Restauratoren heeft Talley nooit gehad. "Wij zijn te arm voor het Center," zegt Gilde-lid Chodova.

Bij de Nederlandse overheid heeft Bob Lodder, plaatsvervangend directeur Cultureel Erfgoed, alle vertrouwen in de toekomst van het Center. Hij is wel bedroefd, maar niet ontmoedigd, zegt hij. De dertigduizend gulden (550.000 frank), die onlangs wegens 'tegenvallers', nog eens extra aan het Nicolaas Witsen Kennis Centrum zijn verstrekt, is echt de laatste subsidie, verzekert hij.

Talley blijft vol optimisme. "In Rusland gaat alles traag. Maar ik garandeer u: álles wat wij doen, wordt een succes. Het Center zal een venster op Rusland worden, zoals Petersburg een venster is op het Westen."

"De meest bedachte stad ter wereld" - zo heeft Dostojevski Sint-Petersburg genoemd. Een "buitenstaander in haar eigen vaderland," zei Gogol. Een stad van een schoonheid die niet bij de sovjettijd leek te horen, en wellicht evenmin bij déze tijd. Het is en blijft, zoals Brodsky schreef, een 'eenzame stad'.

© de Volkskrant / De Morgen

'Het vochtige klimaat, overstromende kelders, de abominabele leidingen, lekkende daken. Als we geen redding brengen, gaat de stad verloren'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234