Zaterdag 31/10/2020

Portret Fidel Castro

Castro's leven leest als een roman waarin de werkelijkheid elke fictie overtreft

Beeld AP

Fidel Castro, onverbiddelijke vader van de Cubaanse revolutie en ultieme overlever van de Koude Oorlog, is dood. Een portret door De Morgen-journalist en Cuba-kenner Lode Delputte.

Weinig regeringsleiders, of het moesten pausen en monarchen zijn, hebben het voorrecht gekend dat Castro zijn hele politieke leven lang genoten heeft: om met de voornaam te volstaan. Zelfs onder zijn talloze tegenstanders, in de eerste plaats de Cubanen die de Revolutie afgevallen waren, is de naam Fidel niet uit den boze.

Of toch niet privé, want in het publieke debat gebruikten de anticastristen uitsluitend, en hardnekkig, zijn achternaam, Castro. Zo heeft het volgens ongeschreven wetten jaren lang gehoord: Castro was de benaming voor critici en neutrale waarnemers, Fidel die voor de vrienden en het Cubaanse volk. 

Castro met Che Guevara.Beeld Photonews

Maar Fidel was meer dan een naam: voor veel Cubanen, en vooral zij die bang waren voor zijn lange schaduw, was hij ‘él de barba’, ‘die met de baard’. De onuitspreekbare die, als hij toch geciteerd werd, met een summier handgebaar werd voorgesteld: van de kin af naar beneden.

De baard heeft de man gemaakt, zoals zijn Revolutie het land gemaakt heeft. Maar anders dan Ché Guevara, wiens iconische kracht tot vandaag in ‘s werelds verbeelding doorspeelt, is Fidel Castro nooit een poster boy geworden. 

Grootvaderlijke allure

De gestorven Cubaanse leider had dan wel een buitenmaats ego met alle driften, ingevingen en bevliegingen die daar eigen aan zijn, een persoonlijkheidscultus heeft hij nooit gevoerd. Op Cuba staan geen standbeelden van Castro, zijn geen straten of pleinen naar hem genoemd en voelde zijn alomtegenwoordigheid in de eerste plaats abstract aan: hij besliste, kondigde aan en voerde uit (of correcter: voerde uit en kondigde vervolgens aan, toen het feit voldongen was), niets ontziend, met harde hand. 

U kan dit abonneestuk vandaag gratis lezen. Elke dag De Morgen lezen? Proef nu drie maanden en krijg 49 procent korting op demorgen.be/proef

De jongste jaren pas, toen Castro’s keiharde betuttelingen, bemoeienissen, moraliseringen en geboden een enigszins verzachtende want grootvaderlijke allure hadden gekregen, verscheen zijn gezicht weer vaker in het straatbeeld. Enige tijd geleden bijvoorbeeld, op de graag gefotografeerde propagandaborden waarop ‘Vamos bien’ te lezen stond, “het gaat goed met ons”.

Zo goed als hij het in die slogan zei, is het de president zelf uiteindelijk niet vergaan. Anders dan Ché Guevara, en anders dan hij misschien in zijn jongensdromen had bevroed, is de Líder Máximo geen revolutionaire dood op het slagveld gestorven, wel die van een ouder, verzwakt heerschap wiens tijd onherroepelijk gekomen was. 

Beeld EPA

Lijdend man

Toegegeven, Fidel Castro heeft een decennium langer geleefd zijn plotselinge ziekte, in de zomer van 2006, had doen vermoeden. Alle doodstijdingen ten spijt herstelde hij goed en zette hij zich weer aan het schrijven.

Zijn reflexiones in de staatspers of op de website cubadebate.cu gingen over alle issues des levens, over internationale politiek, de VS en Guantánamo, het leefmilieu en het onrecht in de wereld. Heel af en toe, enkele maanden geleden nog naar aanleiding van het historische bezoek van Barack Obama aan Cuba, verscheen hij op een foto, of schoot hij met scherp: zo had hij weinig vertrouwen in de toenadering met de VS en de nieuwe koers van broer Raúl.  

Fidel Castro in april 2016.Beeld AP

Het neemt niet weg dat Fidel Castro een oude man geworden was, een lijdend man wellicht, wiens laatste levensjaren hem op de alledaagse menselijkheid teruggeworpen hebben. Hij oogde als een antiheld die moeizaam vooruit slofte in een trainingspak dat er niet uitzag. Was dit de politieke leider op wie de Amerikaanse inlichtingendienst CIA jarenlang jacht heeft gemaakt, wiens baard ze ooit wou doen uitvallen, wiens sigaren ze wou doen ontploffen?

Maar Castro moest Christus aan het kruis niet navolgen om herinnerd te worden. Zijn leven leest als een roman waarin de werkelijkheid elke fictie overtreft, en waarin nu eens Don Quijote, dan weer Robin Hood of Jekkyl en Hyde aan zet lijken. Castro’s leven is ook de spiegel van een tijdperk, de tweede helft van de 20ste eeuw: revolutionaire bewegingen en dekolonisering, de Koude Oorlog en de spanningen tussen Oost en West, het einde van de Koude Oorlog en de spanningen tussen Noord en Zuid, tussen communisme en kapitalisme, tussen etatisme en liberalisme, tussen dictatuur en democratie. 

Alle ismen heeft Castro overleefd, elf VS-presidenten heeft hij aan zich voorbij zien gaan, in regeringsduur enkel naar de kroon gestoken door de Britse Elisabeth. Alle waters heeft Castro doorzwommen. Letterlijk ook, want in een van zijn eerste jeugdige pogingen tot heldendom, die om de Dominicaanse dictator Trujillo omver te werpen, moest de revolutionair crawlend ontkomen. Ook zestig jaar geleden, op 2 december 1956, bij Fidels landing met het yacht Granma in de Zuid-Cubaanse mangroves, was het alles nattigheid, drassigheid en geploeter waarop hij en zijn rebellen onthaald werden. De troepen van sterke man Batista schoten er intussen flink op los.    

Opvallende successen

Fidel Castro was, sinds ook zijn oude aartsvijand Augusto Pinochet het loodje legde, het laatste gezicht van de Latijns-Amerikaanse militaire regimes. Maar compleet anders dan de Chileen zal Castro niet uitsluitend negatief herinnerd worden. Meer nog, gesteld dat zoiets objectief mogelijk was, kan bij telling van de voor- en tegenstanders het pleit fors in het voordeel van de eersten uitvallen.

Velen waar ook ter wereld prijzen Castro voor zijn harde standpunten jegens de VS, voor zijn vastberadenheid om van onderwijs, volksgezondheid en ontwikkeling politieke topprioriteiten te maken, en daar fel geprezen successen in te boeken. Velen zullen Castro ook herinneren als ’s werelds grootste exporteur van dokters, verplegers, leraren en soldaten – bijvoorbeeld naar de revolutionaire brandhaarden in Afrika.

Met heimwee en bewondering zal ook teruggedacht worden aan Castro’s legendarische toespraken. Sommige daarvan konden tot zeven uur lang duren en zetten met name El Imperio en de heersende wereldorde in hun nakie. Zo onderbouwd, onderhoudend en pedagogisch klinkt Castro’s discours dat zelfs een hagiografie als Cien horas con Fidel (‘100 uren met Fidel’), van Le Monde Diplomatique-journalist Ignacio Ramonet, interessante lectuur oplevert.

Castro tijdens een speech op 1 mei 2006.Beeld EPA

Gehavend, maar niet geknakt

Maar Castro zal ook postuum gehaat, dan wel hevig bekritiseerd blijven worden. Omdat de Cubanen onder zijn bewind nooit vrije burgers geweest zijn, altijd aan censuur, controle en vervolging onderworpen zijn gebleven, gigantische revolutionaire offers hebben moeten brengen voor resultaten die alles welbeschouwd onder de verwachtingen zijn gebleven; omdat vijf decennia na de revolutie de Cubanen een diep verdeeld volk zijn, getraumatiseerd door bootvluchtelingen- en andere dodelijke drama’s; omdat de nationale verzoening een werk van lange adem dreigt te worden; omdat Castro nooit pragmatisch genoeg geweest is om zijn economie te moderniseren, tenzij dan in de jaren 90, toen het regime voor zijn overleven op joint-ventures, dollarisering, cuentapropismo (burgers die voor eigen rekening werken, niet voor de staat) en turistroika aangewezen werd. Nogmaals: broer Raúl probeert vandaag te redden wat er te redden valt.

Goed, niemand weet hoeveel succesrijker de revolutie had kunnen zijn als ze niét vrijwel van meetaf aan door het stupide, nog altijd niet opgeheven VS-handelsembargo werd getroffen. Evenmin als we weten of Castro ook zonder embargo de touwtjes zo strak in handen had kunnen blijven houden. Het feit is alleszins dat de Cubaanse leider 50 jaar lang bijna alles wat fout ging in zijn land aan de ‘blokkade’ wijtte, en dus aan Washington.

Geheel volgens het marxistische recept heeft het regime de officiële zelfkritiek, correctie en rectificatie steeds hoog in het vaandel gedragen, maar nooit zo hoog dat Castro en zijn broer er de ultieme conclusies uit zouden trekken – bijvoorbeeld door hun baan in de waagschaal te leggen en algemene vrije verkiezingen uit te schrijven. 

Fidel Castro (links) met de Chileense president Salvador Allende in Chili, in 1971.Beeld AP

De enige mislukking waar Fidel de persoonlijke verantwoordelijkheid voor heeft genomen, is die van de suikerrietoogst van 1970, toen de zelfopgelegde, ‘heroïsche’ tien miljoen ton niet gehaald werd.

“U heeft recht om mijn ontslag te eisen, maar dat zou niets aan de zaak veranderen,” sprak hij een door collectieve depressie getroffen menigte toe. Waarna hij, gehavend maar niet geknakt, tot de orde van de dag overging, zichzelf opnieuw uitvond zoals hij dat zo vaak zou doen.

De Oogst van Tien Miljoen is intussen ook alweer 46 jaar geleden. Net als in het Bolivia van de jaren zestig of het Chili van de prille jaren zeventig, werd Castro er in de jaren tachtig van verdacht het revolutionaire vuur in het buitenland aan te steken: in Centraal-Amerika (Nicaragua, El Salvador) en het Caraïbische gebied (Grenada) was de linkse ferveur zo hevig dat ze het brutale militaire interventionisme van Ronald Reagan tot gevolg had. 

Voor Reagan, een man wie de Amerikanen veel kwaliteiten toedichtten maar niet dat hij een subtiel denker was, waren Managua, Havana en het Kremlin één pot nat. Dat was een misvatting van formaat, want hoewel Cuba jaren lang aan de sovjetsonde lag, probeerde het zichzelf ook structureel als niet-gebonden voor te stellen. Anders dan zijn collega’s in Moskous Oost-Europese satellietstaten, behield Castro een opvallende marge voor eigen (en eigengereid) beleid.

Die onafhankelijkheid is het die het Cubaanse systeem na de val van de Muur in staat stelde overeind te blijven, een krachttoer die de meeste waarnemers destijds verbaasd heeft.

Politieke psychopaat

Dat de VS altijd diep wantrouwen zijn blijven koesteren jegens Fidel Castro, en velen in Washington hem jaren lang als een politieke psychopaat hebben beschouwd, valt mogelijk terug te brengen naar de spannendste dagen van zijn bewind, de rakettencrisis van 1962.

Een jaar eerder had Castro de door de VS geleide Varkensbaai-invasie door Cubaanse ballingen al gepareerd, nu werd hij voor de Amerikanen ook een dodelijke bedreiging. Castro had sovjetleider Nikita Chroestsjev immers de toestemming gegeven 162 atoomraketten te installeren op Cuba.

Zoveel is na het einde van de Koude Oorlog, en na meerdere academische ontmoetingen tussen de hoofdactoren van destijds, wel duidelijk geworden: als het aan Fidel gelegen had, dan was er op de fatale knop gedrukt. “Ja, ik had het gebruik van de wapens aanbevolen,” zei hij in 1992 aan voormalig VS-minister van Buitenlandse Zaken Robert McNamara. Op de vraag wat er dan van Cuba zou zijn geworden, antwoordde Castro: “Het zou totaal vernield geworden zijn.”

Tot op het einde zou Castro met de verbittering zijn blijven zitten dat hij, in de zoektocht naar een uitweg voor de oktobercrisis van 1962, veeleer als een probleem dan als een deel van de oplossing beschouwd werd. Uiteindelijk, ter elfder ure zelfs, werkten de presidenten Kennedy en Chroesjtsjev over Castro’s hoofd heen aan een uitweg. De raketten werden tegen zijn zin weggehaald, zij het met de Amerikaanse belofte dat Washington Cuba nooit zou aanvallen. Dn daar hield het zich ook aan. 

Fidel Castro in 1985.Beeld AP

Rantsoenboekje

Castro, de zoon van een Galicische grootgrondbezitter in oostelijk Cuba, is altijd een publieke figuur geweest, gepokt en gemazeld in de politiek, allesbehalve een family man ook. Wat kan er dan over zijn privé-leven gezegd worden? Dat hij meerdere vrouwen gehad heeft, vader van minstens zeven kinderen is, volgens Forbes een “persoonlijk” fortuin op buitenlandse rekeningen staan heeft – wat vermoedelijk niet klopt en door Cuba zelf hevig ontkend wordt. Alleszins heeft de president de antikapitalistische soberheid en gestrengheid niet alleen aan zijn volk maar ook aan zichzelf en zijn familie opgelegd.

Anders dan broer Raúl, die er met zijn inmiddels overleden vrouw Vilma en hun kinderen een veel royalere levensstijl op na hield, heeft Fidel - volgens nabije getuigen zeer tot ongenoegen van zijn echtgenote (toch al 45 jaar aan zijn zij) en would be first lady Dalia Sotto del Valle - zijn kinderen nooit voorkeursbehandelingen gegeven. 

Een rantsoenboekje, een sueldecito ofte ‘salarisje’, misschien nog net een staats-Lada en een bemeubelde kamer in Punto Cero, het zwaarbewaakte compound dat de familie in de riante wijk Siboney in het westen van Havana betrekt: zo leefden Fidelito, Angel, Antonio, Alex, Alejandro, Alexis en Alina – Castro’s naar de VS uitgeweken dochter, waarvandaan ze in een eigen radioprogramma jaren lang haar gal spuwde op vaderlief. 

Niet hetzelfde land

Was Castro’s revolutie een historische noodzaak? Heeft hij de meerderheid van de Cubanen in het revolutionaire avontuur mee gekregen omdat Cuba zo onderontwikkeld was? Omdat het juist redelijk ontwikkeld was? Of omdat het te ongelijk ontwikkeld was? En vooral, hoe zou het Cuba zonder revolutie vergaan zijn, als het een aan de VS-economie gebonden suikerexporteur gebleven was, met nu eens autoritair-militaristische, dan weer semi-democratische of maffiose trekjes? Als de Cubaanse economische elite het succesverhaal van Havana had geschreven, in plaats van dat van Miami? Als Castro’s revolutionaire moraal de kunst, literatuur en seksualiteit (compleet met heropvoedingskampen voor homoseksuelen en prostituees) niet op hun kop gezet, maar op hun beloop gelaten had?

Het zijn stuk voor stuk vragen die stof tot debat leveren, en er debet aan zijn dat in bibliotheken waar ook ter wereld de sectie Latijns-Amerika doorgaans voor de helft met Cuba- of Castro-gelieerde literatuur gevuld is. Het zijn, meer nog, vragen die de Cubanen zichzelf zullen moeten stellen, nu de pijler waarop al hun dromen, bewondering, frustraties en verwensingen geschraagd waren, niet meer is. 

Castro tijdens een speech in 2006.Beeld AFP

Zonder Fidel, en met Raúl in de rol van pragmatische overgangsfiguur, is Cuba hetzelfde land niet meer.

“Het socialisme of de dood”, dreunde Fidel Castro sinds de instorting van de sovjethulp eind de jaren tachtig. (“Wat is het verschil tussen die twee?” vroegen veel ontgoochelde Cubanen zich af.) Sleurt Fidel het Cubaanse socialisme mee in zijn graf, of houdt Raúl het in al dan niet aangepaste versie overeind? Geen Cuba-expert of CIA-agent, en ze zijn talrijk, die er benul van heeft.

De laatste keer dat we van Fidel hoorden was in april dit jaar, in de tuin van de Belgische ambassade in Havana. Toen spraken we met een kleinzoon van Fidel, óók Fidel. “Het gaat goed met mijn grootvader”, vertelde hij. “Hij is wat sneller moe dan vroeger maar hij blijft boeken lezen en studeren, dag en nacht. Hij is erg begaan met de voedselproblematiek in de wereld, en hoe veel te veel eten aan veevoeder opgaat.”

Fidel Castro werd, zoals Raúl eerder op de staatsomroep had aangekondigd, weinige uren na zijn dood gecremeerd ('Is er wel een autopsie geweest?' vroegen boze tongen zich prompt af). Castro's urne zal negen dagen lang door Cuba reizen, alvorens ze bijgezet wordt in de stad waar hij het vuur van de revolutie aanstak: Santiago de Cuba.  

U kan dit abonneestuk vandaag gratis lezen. Elke dag De Morgen lezen? Proef nu drie maanden en krijg 49 procent korting op demorgen.be/proef

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234