Maandag 27/06/2022

Carlo Farina, 'artist (met hiv) in residence' in een chic hotel

seropositieve schilder stelt tentoon in brussels hilton-hotel

Brussel / Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

Meeuwen, papavers, de liefde als een ster die hij op zijn moeizame weg vond. Ze maken allemaal deel uit van Carlo Farina's vijftienjarige seropositieve geschiedenis. Niet zijn ziekte heeft hij honderden doeken en installaties lang geschilderd, maar de fragiliteit. De zijne maar ook de onze, die van het ecosysteem evengoed als die van de collectieve herinnering. Jarenlang vergaarde Farina alleen maar dingen, momenten en emoties, versmolten tot driedimensionele doeken. Die tekens van een getekend leven openbaart hij nu. In de intimiteit van een bar en het internationalisme van een Brussels vijfsterrenhotel.

Een ossenbloedrode drankgelegenheid in de hoofdstedelijke Hilton. Voor mij zit Carlo Farina, een man als een vermoeid vogeltje, licht maar benig. Kraalogig ook en voorzien van een scherpe bek. Hij heeft deze bar - zijn atelier, houdt hij zelf vol - gerestyled als de Pekingse Lente en overschouwt tevreden het resultaat. "Geen bloem", zegt hij, wijzend naar een aquarel op rijstpapier, "symboliseert voor mij meer de lente dan de papaver". Een kleurig geschilderd veld vol, maar evengoed een zelfgedroogd exemplaar dat na vijftien dagen geduld zijn kelk opende op Farina's terras en dat daags nadien stierf. "Zie je de verschraling van de kleuren, de breekbaarheid, het momentane van die schoonheid? Zo is het met ons ook. Met mij, de aids-lijder, denkt u vast, maar u ontsnapt er evenmin aan. Mijn fragiliteit is misschien zichtbaarder, ik word eraan herinnerd door de preparaten op de kast thuis, door de afspraken met de dokter, de tests waaraan niet te ontkomen valt. Met u is het niet anders, maar beschikt u over de gevoeligheid om het te beseffen? Maalt u er om vanuit die valse veiligheid van continuïteit? "Dat gevoel had ik vroeger ook. Tot het touw knapte en de stukken stukvielen in een Brussels ziekenhuis in de jaren tachtig. Het ging erg prozaïsch, met het resultaat van een bloedtest. Mijn naam verhuisde naar de lijst der veroordeelden. Toen, toen ik hulpeloos toekeek hoe mijn dagen werden geteld, waren er geen woorden. Alleen lijnen en kleurvlakken, somber, vol boosheid en agressie. Potloden en verf ook, mijn enige wapens en redding. Ze zijn een soort van middenberm, een plek waar je het parcours kunt overschouwen.

"Het waren sombere jaren, seizoenen waarin aids een gezicht kreeg. Het ene gezicht na het andere zelfs, dat van mijn vrienden die elkaar in de dood volgden. Waarom ik niet, hoe konden ze mij vergeten zijn? De antwoorden varieerden naargelang het uur van de dag. Omdat ik moet blijven, hield ik mezelf voor, moet getuigen, omdat dit aids-leven sporen moet nalaten in het collectieve geheugen. Dat waren de hoopvolle momenten, tijdens de donkere wanhoopsuren dacht ik dat het heus niet lang meer zou duren.

"En kijk, ik ben er nog. Gek genoeg is dat al even moeilijk: het ontbreken van de executiedatum, het leven van die getelde dagen. Zekerheid is immers vastigheid, troost. Vertel sommige aids-lijders dat hen morgen een genezend vaccin wordt toegediend en ze springen vandaag uit het raam. Waarom? Omdat ze hun identiteit kwijtraken, omdat ze niet meer zonder hun ziekte kunnen.

"Ik ben er nog, ik denk soms zelfs aan mijn pensioen. Hoelang ga ik door met mijn werk als binnenhuisarchitect en koop ik dan een huis? Zalige gedachten zijn dat, over de luxe van het ouder worden. Dat ik ertoe in staat ben, komt vooral doordat ik aan mijn eenzaamheid ben ontsnapt. Ik ben samen. Drie jaar nu, met Valentino. Seropositief en seronegatief, het kan. Of beter: het moest, voor mijn overleven toch.

"Het reddende van de liefde zit ook in reizen. Ik pak zo vaak mogelijk mijn koffers. Om te tekenen, het leven van elders mee te brengen naar huis. Zo heb ik met Valentino de kracht van de meeuw ontdekt. In Ibiza nog wel, in die oppervlakkige streep kust vol seks, drugs en discotheken waar aids als een spook rondwaart. Hij ging strandjutten voor mijn schetsen en kwam terug met een dode vogel die was vastgeraakt in het net van een visser. De meeuw trof me ontzettend. Het kwam door zijn poten en de doodsstrijd die ze verraadden, maar evengoed door de gelijkenis die er tussen ons bestond. Gevangenen zijn we, maar we blijven tot het bittere einde vechten. Hij om te mogen leven, ik om te mogen getuigen. Aids is uit ons maatschappelijke discours weggevlakt, naar andere continenten weggedacht. Aids ontploft in Botswana maar zwijgt in Brussel en dus toch maar seks zonder condoom. Kortom, de meeuw wordt overmoedig, ik moet hem waarschuwen, hem redden als ik kan. Ik heb een afdruk van de meeuw gemaakt, van zijn pijn, zijn verkrampte poten. Vervolgens heb ik een hele collectie werken daarover gefantaseerd.

"Aanvankelijk was geen enkele galerie geïnteresseerd: ze willen geen aids-lijder en al helemaal geen die zijn werk alleen wil tonen maar niet wil verkopen. Weigering na weigering en toen geschiedde het. Een oogopslag, de Nederlandse Hilton-baas wist het meteen. Mijn meeuw mocht in een vijfsterrenhotel wonen en zijn aanwezigheid kon de gasten schijnbaar bekoren. De Hilton-baas zei dat hij ontroerd was door dat werk en door de omleiding die ik erin maak. Niet aids staat immers centraal maar fragiliteit, gevoeligheid, vergankelijkheid. Een jaar artist in residence, maar dat is slechts een opstapje, een intermezzo. Straks wil ik mijn hele parcours onthullen, een tentoonstelling van de fresco van vijftien jaar aids. Als getuigenis, ter bemoediging van de veertig miljoen seropositieven (waarvan er 560.000 in West-Europa leven). En ter ontmoediging. Er waren vijf miljoen besmettingen vorig jaar. Dat zijn er vijf miljoen te veel."

Niet aids staat centraal in Farina's werk maar fragiliteit, gevoeligheid, vergankelijkheid

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234