Woensdag 08/04/2020

Carll Cneut: VOLKSHELD

Nog twee weken loopt zijn expo. En wat je daar ziet, is krankzinnig. Signeren, handen schudden, naar persoonlijke besognes luisteren: sinds het begin van In my Head is illustrator Carll Cneut (46) een volksheld. 'Ze trekken de haren uit mijn hoofd als souvenir.'

Alsof je bij Jeroen Meus aan tafel zit. Of bij Koen Wauters. Het is zaterdagnamiddag, en Carll Cneut moet smakelijk lachen om de verblufte blik in onze ogen. "Dit is nog niks, geloof me. Je zou het eens moeten zien op een zondag als het regent."

Carll Cneut (46) is geen kok die een eigen televisieprogramma heeft. Evenmin is hij een zanger-presentator. Cneut is een illustrator. Maar wat hij teweegbrengt bij de mensen, is vergelijkbaar met wat die andere Vlaamse helden overkomt. Dat zie je op het einde van de tentoonstelling, waar Cneut bij wijze van apotheose 'live' in een atelier zit. Om te tekenen, eigenlijk, maar daar heeft de man geen tijd voor. Signeren moet hij doen. Praten met de mensen. Samen op de foto gaan. Troosten, luisteren, grapjes maken, bekentenissen incasseren.

"Ik ben verslaafd aan zijn tekeningen", zegt een mevrouw van in de vijftig. Ze zet grote ogen op. "Zijn ambacht, zijn subtiliteit, zijn emoties: een hedendaagse miniaturist is hij. Carll heeft een fotografische kijk op het leven. Bedankt, Carll, voor al die schoonheid." En zo filosofeert ze nog een tijdje door.

Hij heeft hier al de gekste dingen meegemaakt, zegt hij. Zo was er een vrouw die een grijze haar zag op zijn hoofd terwijl hij aan het signeren was. "Een grijze, zei ze, en ze trok hem uit en stak hem in haar broekzak."

Iemand anders zei op een dag: "Dag Carll Cneut, ik ben uw nonkel". Vreemd, want hij kent zijn nonkels, vertelt Cneut. "'Ik heb nochtans een stamboom bij me', zei de man. Ja, de stamboom klopte, alleen maakte de man er zelf geen deel van uit."

Hij lacht. Hij vindt het fijn, natuurlijk, dat de mensen zo veel waardering hebben voor zijn werk.

Daar zijn verschillende verklaringen voor. Zijn ambacht in de eerste plaats. Besef je in zijn boeken al de schoonheid van zijn illustraties, dan zie je op de expo de gelaagdheid en de diepte van zijn werk. Herkenbaar is het ook voor velen. "De verhalen die Wouter Deprez heeft ingesproken over de jeugd van Carll, moeten half Vlaanderen bekend in de oren klinken", zegt bezoeker Hervé. Vandaag is hij hier met zijn vriendin, enkele weken geleden bezocht hij de tentoonstelling samen met zijn zoon van negen. "Zo'n Volvo 240 waar het gezin Cneut mee naar de frietkoten reed, een fantastische auto was dat. (glimlacht) Mijn ouders reden daar met ons mee naar de Mont Saint-Michel."

Melancholisch en morbide

Maar het werk van Cneut gaat verder dan de Vlaamse heimat. "Nadat we hem een keertje in De wereld draait door hadden gezien, zijn we direct De gouden kooi gaan kopen", vertellen Walter en Floor uit Amsterdam. "Wat een prachtboek."

Walter had vroeger zelf vogels en een volière, zegt hij, en voor hem was dat boek een flinke brok nostalgie. "En nu zijn we op weekend in Gent. Toevallig zagen we dat hij hier een expo heeft. Het zijn de laatste dagen, hè? Nou, dan hebben we mazzel."

Het is een wondermooie expo, vindt Floor. "Best morbide, zijn tekeningen. Het doet me wat aan Roald Dahl denken. Echt optimistisch lijkt hij me niet in het leven te staan, toch? Kijk nu naar die vlinders en die olifanten: dat ziet er allemaal lekker gezellig uit, maar als je het van dichtbij bekijkt, is het helemaal niet zo rozig meer. Hij lijkt me een melancholisch man, die Cneut."

Is de sfeer in de statige gangen van de Sint-Pietersabdij eerder sereen, en zie je de mensen er vooral ontzag hebben voor het ambachtelijke werk aan de muren, dan slaat dat helemaal om zodra ze in het atelier van Cneut belanden.

Ineens is er bijvoorbeeld een mevrouw uit Limburg. Dat hoefde ze niet te zeggen, dat hoorden we direct. Uit Hamont-Achel komt ze, zal ze even later zeggen. Die plek kennen we. In een uithoek van het land ligt Hamont-Achel. En hoewel het zich een stad mag noemen, is het dorpsgevoel er groot.

"Mag ik u knuffelen?", stormt Maddy, want zo heet ze, met open armen op Carll Cneut af. Ook de journaliste mag even later delen in de vreugde. De fotograaf niet, die moet nu eenmaal foto's nemen, zegt hij snel. "Ach, we leven al in zo'n kille wereld", verklaart Maddy haar spontaneïteit. "Met al die oorlogen en al dat geweld, jongens toch. Weet u waar deze wereld een tekort aan heeft? Aan creatieve mensen zoals u. Fijne dag nog allemaal!"

En ondertussen blijft de illustrator aangekochte boeken van zijn handtekening voorzien. Heeft hij ooit tijd om te eten? "Over een broodje doe ik gemiddeld een uur of drie."

Elk boek krijgt een eigen tekening van Cneut. Tijdens de twee uur die wij hier zitten, moet hij in minstens vijftig boeken kronkels, lijnen, kleuren, neuzen, varkenssnoeten of eenden hebben vereeuwigd op een schutblad. Sinds de opening in december zijn hier al minstens 40.000 bezoekers geweest. Voor Cneut en de auteurs moet deze expo geen onaardige extra hebben opgeleverd.

Hulp van de pastoor

De pastoor van de Sint-Pieterskerk komt nog eens dag zeggen. En ineens een boek laten signeren voor zijn petekind dat zijn communie doet. Pastoor De Backer maakt zelfs reclame voor de tentoonstelling in zijn kerk. Sinds december zijn hij en Carll Cneut immers buren. "'Gaat nu allen heen in vrede en naar In my Head, zegt hij op het einde van zijn preek op zondag." De pastoor glimlacht als hij het Cneut hoort vertellen. Ontkennen doet hij niet. Er zijn slechtere hoofden om in te vertoeven, lijkt hij te denken.

"Maar allez, dat is Carll Cneut", slaat een vrouw haar hand voor haar mond, en ineens zie je een vlaag geluk over haar gezicht passeren. Het was tijd geworden om wat buitenlucht op te zoeken, ergens op een binnenpleintje van de abdij, en om daar te komen moet je door de tentoonstelling lopen, en dus door de bezoekers. Een man slaat de illustrator op de schouder, en stamelt: "Proficiat, mijnheer Cneut". Kinderen worden gecommandeerd om naast "Carll" te gaan staan: glimlachen en poseren, tegenpruttelen is geen optie.

Carll Cneut is een held, zou je bijna moeten concluderen. En zijn ego moet zowat ontploft zijn. Om dat laatste moet hij smakelijk lachen. Om dat eerste trouwens ook. "Ik heb weken wakker gelegen van deze tentoonstelling, omdat ik zo bang was dat er niemand zou komen. En nu dit. Het fijne is dat mensen hier mijn originelen zien. Dat ambachtelijke, dat spreekt aan. Gelukkig maar, denk ik dan."

Dat hij zich toch wel heel erg blootgeeft in zijn tentoonstelling, hebben veel mensen hem achteraf verteld. "Vorige week maandag heb ik zelf voor de eerste keer de tentoonstelling bezocht zoals de bezoeker ze ervaart, en naar de verhalen geluisterd die Wouter Deprez heeft ingesproken. Ik moet zeggen dat ik zelf ook wel schrok van hoe persoonlijk het geworden is."

Cneut vertelt bijvoorbeeld over zijn vader, die gestorven is toen hij negen jaar was. Daar heeft hij geen spijt van, zegt hij. In de theatervoorstelling Klei - die hij samen met Deprez vanavond voor de tweede en laatste keer brengt - gaat het trouwens nog een tikje verder qua ontboezemingen.

Over de vraag of zijn moeder komen kijken is naar In my Head, en wat zij ervan vond, moet hij even nadenken. "Ze is trots, natuurlijk. Maar misschien heeft ze het wat lastig met het feit dat wat je op de expo ziet en hoort geen exacte kopie is van de waarheid. Alles wat we vertellen, is echt gebeurd, maar we brengen een verhaal. En een verhaal moet je soms wat aandikken."

Natuurlijk moet het emotioneel voor haar geweest zijn, zegt hij, maar over emoties praten hij en zijn moeder niet zo veel. "West-Vlamingen, weet je wel. We hebben wel gesproken over de opbouw van de expo, en mijn werk, en het aantal bezoekers, maar gevoelens? Nee, daar hebben we het meestal niet over."

Makkelijk aanspreekbaar

Zowat het hele dorp Geluwe, waar Cneut is opgegroeid en waarover hij vertelt, moet In my Head al hebben bezocht. "Op mijn twaalfde ben ik op internaat gegaan, op mijn achttiende ben ik op Sint-Lucas begonnen. Sindsdien ben ik in Gent gebleven. Ik ben dus allang weg uit dat dorp, maar de mensen blijven me beschouwen als iemand van daar."

Hebt u al een standbeeld gekregen in Geluwe?

(lacht) "Nee."

Dan zijn ze dat vast toch al aan het voorbereiden. En kunt u in Gent nog rustig over straat lopen?

(lacht opnieuw) "Ik moet nu om de vijftig meter goeiedag zeggen. Ik denk niet dat de meeste illustratoren dat gewoon zijn. Misschien is het wel een signaal voor de hele illustratorenwereld: dat wij ook volk kunnen aantrekken met wat we doen en dat we iets te tonen en te vertellen hebben."

Waarom komen mensen zo veel vertellen tegen u?

"De belangrijkste reden is toch dat veel mensen blijkbaar geraakt zijn door wat ze zien en horen, en eventjes terug in hun eigen kindertijd worden gekatapulteerd, naar een tijd waarvan ze denken dat alles schoon en eenvoudig was.

"Bovendien denken mensen me te kennen omdat het zo'n persoonlijke tentoonstelling is geworden. En dan zit ik daar op het einde ook nog eens echt. Sowieso ben ik wel iemand die gemakkelijk aanspreekbaar is. Mensen zien dat vlug."

Zo'n persoonlijke tentoonstelling die zo veel succes kent, dat doet vermoedens rijzen over een afsluitend hoofdstuk.

"Dit is wel een soort van round-up, ja. Volgend jaar ben ik twintig jaar bezig, en ik zou wel eens fris opnieuw willen beginnen. Ik heb mijn eigen stijl ondertussen, en illustreren is wat ik wil blijven doen, maar misschien zoek ik wel eens wat andere wegen op. Misschien moet ik vaker proberen om naast kinderboeken ook een ander soort boeken te maken. Een roman illustreren, bijvoorbeeld, of een beeldverhaal.

"Hoogst onzeker is dat nog allemaal, maar ik denk er wel over na. Ik heb in heel mijn leven nooit durven dromen dat ik zo'n succes zou hebben. Als ik hier buitenga op 11 mei, is het dus het perfecte moment om alles eens met een beetje afstand te bekijken. En om even te bezinnen - ik heb tenslotte vier maanden in een abdij gekampeerd (lacht).

"Misschien wil ik ook wel een jaar of twee uittrekken om volledig autonoom te werken. Maar ach, dat zeg ik al tien jaar."

Kunt u dat dan niet? U verdient goed uw brood met wat u doet.

"Geld is niet het grote probleem, tijd is het grote probleem. Er komt altijd wel een interessant project op mijn weg dat ik niet kan afslaan.

"Trouwens, geld verdienen is geen schande. Je moet een beetje een zakenman kunnen zijn als je van je passie wilt leven. Of ik dat heb moeten leren? Dat valt best wel mee. (lacht) West-Vlamingen zijn van hun geboorte al goede commerçanten. Voor ik illustrator werd, heb ik drie jaar in de reclame- en marketingwereld gezeten, en daar heb ik al beseft dat de dingen nu eenmaal verkocht moeten worden.

"Als ik een boek maak, denk ik niet aan de verkoop. Echt niet. Anders koos ik wel voor andere, makkelijkere verhalen. Maar op het moment dat het boek er ligt, wil ik er wel alles aan doen om het zo veel mogelijk aan de man te brengen.

"Eén keer maar heb ik de omgekeerde beweging gedaan, en een boek gemaakt met als doel goed te verkopen. Maar dat was in Amerika, ik was onder de indruk van het circus ginder. Ik heb toen veel toegegeven op artistiek vlak, maar dat zal me nooit meer gebeuren."

U hebt ooit ook één keer zelf een verhaal geschreven. Hoe zit het ondertussen met uw schrijfambities?

"Schrijven is niet mijn vak. En toch moet ik bekennen dat ik aan een roman bezig ben. Maar dat is gewoon om mij te amuseren. Niemand heeft daar ooit al één letter van gelezen. Waarschijnlijk gaat dat ook nooit gebeuren, omdat ik hem toch nooit zal voltooien.

"Waarover het gaat? (denkt na) Over een ander stuk van mijn jeugd. Sommige aspecten van mijn leven zijn nog niet publiekelijk bekend. (glimlacht) En dat is goed zo."

Carll Cneut. In my Head, nog t/m 10 mei in de Sint-Pietersabdij, Sint-Pietersplein 9, Gent De theatervoorstelling Klei, van Wouter Deprez en Carll Cneut, is vanavond (zaterdag) te zien in de Sint-Pietersabdij, van 20.30 tot 23 uur. Muziek: Kristof Roseeuw

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234