Maandag 18/11/2019

Carine Lauwers brengt glamour in het doordeweekse

Ze kleedt Axelle Red voor haar nieuwe tournee. Ze heeft kostuums gemaakt voor Anne-Teresa De Keersmaeker en Dito Dito. In Hombres Complicados droeg Lies Pauwels haar ontwerpen. Ze was de rechterhand van Dirk Van Saene en van Véronique Leroy en werd eind vorig jaar tijdens Modo Bruxellae uitgeroepen tot beste ontwerpster. Toch heeft Carine Lauwers in België maar één verkooppunt. "De mensen zijn zo bang, hier!"

Agnes Goyvaerts

Carine Lauwers maakt geen brave kleren. Ja, er mag een beetje vuurwerk inzitten, geeft ze toe. Felle kleuren, sexy vormen, aaibare materialen, daar houdt ze van. Supervrouwelijk, zouden sommigen zeggen, maar die vlag dekt de lading niet helemaal. "Ik ben altijd heel erg bezig geweest met dat mannelijk-vrouwelijke dat in iedere mens zit," zegt Carine Lauwers. "Door in de mode te zitten word ik daar met de neus op gedrukt. Natuurlijk zijn mijn kleren vrouwelijk, maar tegelijk zit er iets strafs in. Het is niet van die lief-flauwe vrouwelijkheid."

Zelf is ze de beste illustratie van wat ze bedoelt: een ragebol à la David Bowie in zijn Ziggy Stardust-periode. Hoge, fijne hakken onder haar zwarte laarsjes. Een strakke grijze pantalon en een delicaat maar voor de rest onopvallend rodekoolkleurig truitje. "Als ik Leonoor van de kleuterschool ga halen in Sint-Pieters-Leeuw, zie ik de andere kinderen wel naar mijn hakken staren. Dat zijn geen schoenen die ze op het platteland gewoonlijk dragen. Eentje is er zelfs eens aan komen trekken, onderzoeken wat het was."

We zitten op de sofa in haar appartement in de Brusselse Marollen. Daar heeft Carine Lauwers ook haar atelier. 'Atelier' is een groot woord. In twee kamers stouwt ze al haar gerief, maar in de winter gebeurt het vaak dat ze op de eetkamertafel zit te knippen. "Straks komt hierboven een appartement vrij. Dankzij de prijs van Modo Bruxellae kan ik dat erbij nemen. Kan ik eindelijk eens de deur achter mijn werk dichttrekken," lacht ze. Nu zeilt Leonoor op haar splinternieuwe rolschaatsen door de kamer om even daarna aan een eindeloze en ingewikkelde dialoog te beginnen met haar speelgoed. Over dokters, professor Brainstorm en haar geweten. "Later word ik bakker," zegt ze, "en danseres. Mama heeft ook twee dingen gedaan. Eerst was ze juffrouw."

Carine Lauwers is inderdaad een laatbloeier in de mode. Ze ging uit haar geboorteplaats Hamont-Achel weg om in Leuven Germaanse filologie te studeren. "Ik was dol op literatuur." Maar toen ze haar eindverhandeling ging maken over Gerrit Komrij, wou geen van de professoren haar promotor zijn. Een ondegelijk onderwerp, vonden ze aan de Katholieke Universiteit. Maar Carine Lauwers deed het toch, deponeerde haar werk op de uiterste datum op de lessenaar van een van haar proffen en slaagde. "Maar tegelijk wist ik, toen ik was afgestudeerd, dat ik voortaan niet alleen met mijn hoofd wou werken. Ze hebben daar schroeven in m'n hoofd gedraaid die al vastzaten. Ik was ervan gedegouteerd. Ik wilde wat anders." Even nog dacht ze dat haar toekomst in de journalistiek lag, maar een cursus aan het IPC deed haar van mening veranderen. Wat ze daar leerde, was niet wat ze zich van journalistiek had voorgesteld.

Iets met haar handen zou het worden. "Ik kon wel naaien, mijn moeder is een goede naaister, ze helpt mij trouwens nog steeds, en ik maakte in die tijd al kleren voor mezelf. Met stoffen bezig zijn heb ik altijd graag gedaan. Dingen voelen, ik ben heel tactiel. Niet tekenen, dat deed ik nauwelijks. "

Natuurlijk was ze graag naar de academie in Antwerpen gegaan, maar dat was in die tijd om praktische redenen onmogelijk. "Ik was van thuis weg, woonde alleen en werkte, en ging dus een avondcursus volgen in Luik. Dat had het voordeel dat het in het Frans was en dat ik de lessen 's avonds kon volgen. Ik zat er tussen veel jongere meisjes, maar dat deerde me niet. Als je wat ouder bent, bekijk je dat helemaal anders: je volgt de lessen voor wat jij er voor jezelf wil uithalen, niet van 'ik moét naar school'."

Na twee jaar cursus ging ze twee jaar stage volgen, om de praktijk te leren. Het was haar toen nog niet duidelijk welke richting ze uitwou. Ze schreef alle bekende Belgen aan, en na het eerste telefoontje dat ze deed - naar Dirk Van Saene - mocht ze komen. "Het was fantastisch. Hij was degene die ik het meest bewonderde, hij stond bovenaan mijn lijstje, en ik kon er direct aan de slag. Bij hem draaide ik meteen volop mee, in alles, van het kleinste klusje tot de shows in Parijs. Dat heb je als je in zo'n klein team belandt. Daar houdt iedereen zich met alles bezig. We hebben ons kostelijk geamuseerd, veel gelachen, tot het laatste moment." Het laatste moment was in 1991, toen Van Saene een seizoen nog wel een show gaf, maar geen financier meer had. Wat hij toonde, zou nooit geproduceerd worden. Hij hield het een tijdje voor bekeken, en voor Carine Lauwers was de stage voorbij.

"Intussen had ik voor mezelf besloten dat de volgende stap het buitenland zou zijn. Ik schreef weer brieven naar alle bekende ontwerpers en opnieuw had ik geluk: Véronique Leroy stond bovenaan, en het scenario herhaalde zich: ik belde haar en mocht meteen komen." Dus pakte Carine Lauwers haar koffers en vertrok naar Parijs. Werken bij Véronique Leroy betekende opnieuw in een klein bedrijfje alles meemaken van A tot Z. "Wat ik onder andere van haar heb geleerd, is om heel direct te zijn. Duidelijk. Zij is niet makkelijk. Als ze iets in haar hoofd heeft, moet het zo en niet anders. En dat zegt ze ook onomwonden aan de mensen met wie ze werkt. Terwijl ik de neiging heb om zachtjes om de dingen heen te draaien." Toen kwam er een kleine kink in de kabel: Carine Lauwers bleek zwanger en dat kon Leroy niet appreciëren. "Ze was echt boos. Ik had een seizoen bij haar gewerkt en ze rekende echt op mij. In september ben ik bevallen en drie weken later stond ik terug in Parijs met Leonoor in een draagzak op mijn buik. Ik wilde haar niet in de steek laten. En sindsdien ben ik Véronique altijd enkele weken gaan helpen op de drukste momenten van het seizoen."

Van Saene en Leroy zijn haar favoriete Belgische ontwerpers. Toch twee verschillende stijlen, zeg ik. "Er zitten overeenkomsten in. Ze hebben alle twee iets van zichzelf niet te serieus nemen. Ze geven klassieke dingen een draai, maar toch zijn ze allebei erg op degelijkheid en kwaliteit gesteld. "

Terwijl ze nog in Parijs zat, was Anne-Teresa De Keersmaeker komen vragen of Carine Lauwers kostuums wou maken voor haar volgende productie. Maar toen de baby er was, wou ze liever een jaartje thuis blijven. "En opnieuw maakte ik iemand boos. Wel raar, dat het precies twee keer een vrouw was die zich kwaad maakte omdat ik een kind had," lacht ze. Maar het uitstel was geen afstel, want later ontwierp Lauwers de kostuums voor Toccata. "Dat lag me ook beter. Het was kleiner, iets voor vijf dansers. De eerste opdracht, Mozart, zou ik achteraf beschouwd op dat moment niet hebben aangekund. Met Toccata kon ik heel nauw met hen samenwerken. Alles greep precies in elkaar, de choreografie, de muziek, de kostuums... Alles klopte. (nuchter) Maar ook niet meer dan dat. Mocht ik nu zo'n opdracht krijgen, dan zou ik me er waarschijnlijk meer op gooien. Maar het was de eerste keer dat ik helemaal alleen aan een opdracht werkte."

Na het sabbatjaar kon Lauwers aan de slag bij een andere Belgische ontwerpster, Sophie D'Hoore. "Daar volgde ik de productie op. Dat was dan weer interessant om te leren hoe je met fabrikanten omgaat. Maar ik kon er mijn creativiteit minder goed kwijt. Ik werkte wel mee aan de collecties, maar onze stijlen zijn té verschillend. Dat gaf op de duur wrijvingen. Ik kon heel goed met Sophie opschieten, maar ik kan nogal pushy zijn. Het was frustrerend dat mijn ideeën er aan het eind toch allemaal uit waren. Dus dat kon niet verder. Door de aard van het werk had ik toen trouwens ook het gevoel van: nu moét ik zelf iets gaan doen. Tevoren was ik altijd perfect gelukkig geweest met mijn rol op de achtergrond; nu voelde ik dat er iets in me zat dat geen uitlaatklep had."

Carine Lauwers was 36 toen ze haar eerste collectie voorstelde. Wat ze liet zien was met geen van de andere Belgische ontwerpers te vergelijken. Geen deconstructie en grote schoenen, zoals het buitenland 'onze stijl' wel eens pleegt samen te vatten. Bij Carine Lauwers was het seks en kleurig, soms op het randje van het provocerend ordinaire, maar ook vol ironie en levenslust. "Ja, het zijn kleren voor mij. Het gaat over mijn vrouwelijkheid, maar over een speciaal soort vrouwelijkheid. Misschien omdat wij thuis met vijf meisjes en één jongen waren. Ik ben daar altijd zo mee bezig geweest, dat mannelijk-vrouwelijke, het laat me niet los. In ieder geval zijn 'mijn' vrouwen vrouwen die leven. Daarom wil ik de kleren ook altijd zo presenteren, in aanvaardbare situaties. Mijn vrouwen kunnen moeders zijn en werkende vrouwen, maar ook niet alleen dat."

Een mooi idee was om voor de zomercollectie 1997 een video te maken met vijf vrouwen die een soort meidenparodie maken op Reservoir Dogs. Tijdens de Modo-dagen schept Lauwers trouwens altijd een situatie waarin vrouwen samenzitten in een kamertje, eerst in het winkeltje van juwelenmaakster Christa Reniers, het volgende jaar bij Stijl. "Dit jaar moest ik weer iets anders vinden. En omdat ik al zo'n hekel heb aan stands op beurzen, bedacht ik iets dat meteen ook voor Parijs dienst zou kunnen doen: ik wou een glitterende gouden caravan waarin mijn modellen zouden samenzitten. Vijf vrouwen 'van de buiten' die in hun caravan het Modo-weekend komen meemaken, dat was het idee."

De presentatie van haar collecties doet Carine Lauwers meestal met enkele goede vriendinnen en zussen, en aan de voorbereiding beleven ze altijd veel plezier. Ook nu weer had de zoektocht naar die caravan al iets heroïsch. "Met fotografe Reinhilde Terryn trok ik naar de Boomsesteenweg, omdat men ons had verteld dat daar veel tweedehandse caravans te koop waren. Eerst gingen we in Antwerpen onze haren laten knippen en toen - zie je het al voor je? - trokken wij met ons fris geknipte hoofdje op hoge hakken van garage naar garage. Het was pure Thelma & Louise. Je had die mannen hun gezichten moeten zien!"

Maar behalve veel plezier leverde de tocht niets op, want de caravans waren in te goede staat en dus te duur. Uiteindelijk vond ze een afdankertje vlak in de buurt, voor 5.000 frank, waarvan ze de binnenkant zonder wroeging kon slopen en de buitenkant met goudverf kon bewerken. In Parijs draaide het avontuur uit op een zware anticlimax: een toevallige passante - helaas de echtgenote van de Parijse burgemeester - vond dit dameskransje in een gouden voertuig een onfrisse vertoning en beval de politie in te grijpen. Doodongelukkig, maar vooral kwaad, zag Carine Lauwers zich genoodzaakt om de resterende dagen van de modeweek toch nog op de beurs te gaan staan, iets waar ze een grondige hekel aan heeft.

Maar het Brusselse Modo-weekend maakte weer veel goed en nu zit ze al te spelen met de gedachte aan een defilé, of toch iets vergelijkbaars. Maar voor morgen is dat nog niet. In Parijs heeft ze door het caravan-incident klanten verloren - die haar nog maar net hadden gevonden - en de inzinking op de Aziatische markt komt vooral bij kleine ontwerpers hard aan. "Dit seizoen kwamen wel alle ongelukken samen," zucht Lauwers. "Alleen door zo klein te werken kan ik het hoofd boven water houden."

Voorlopig doet ze alles alleen, met de hulp van losse krachten. Haar moeder steekt geregeld een handje toe en haar jongere zus, die er helemaal niet voor opgeleid was, heeft zich op het breiwerk gestort. "Het is heel leuk, want we begrijpen elkaar met een half woord. We zitten heel dicht op elkaar. Ik kan haar heel vage dingen zeggen over een textuur die ik wil. Zwiepzwiep, doet ze op haar breimachine, en ze toont me een staaltje. "Neen, hier had ik toch meer puntjes op gedacht," zeg ik, zwiepzwiep, en ze probeert iets anders. Zo kunnen we uren zitten zoeken, maar het is fantastisch om zelf een textuur te maken, vertrekkend van een draad. Voor de 'regenboogtrui' bijvoorbeeld, het pronkstuk van dit seizoen, wou ik een perfecte dégradé. Uiteindelijk hebben we ontdekt dat we bij elke overloop naar een andere kleur er één draadje moesten uitpeuteren en vervangen door het volgende, om een mooi geleidelijke overgang te krijgen."

"Ik experimenteer ook graag met stoffen. Zoals die keer dat ik een orchidee had gekozen als uitgangspunt. Dan ben ik zelf beginnen flocken (een soort fluweelachtige structuur aanbrengen bovenop een weefsel, red.) met dat dieppaars. Het was fantastisch. En wat ontdek ik in Parijs? Dat hetzelfde seizoen Dries Van Noten ook geflockte stoffen heeft. En op de volgende Première Vision (de stoffenbeurs voor professionelen, red.) was het alles flocks wat de klok sloeg. Hoewel ik graag op die techniek had willen doorgaan, wist ik direct dat dat niet meer kon. En raar maar waar: het volgende seizoen heb ik pailletten, Dries Van Noten ook. Terwijl onze stijlen mijlenver uit elkaar liggen."

Ze noemt Dries Van Noten - sans rancune - 'haar groot probleem' in België, en wel hierom: "In alle winkels waar ik kom en waar ook Dries wordt verkocht, hoor ik hetzelfde: 'Mevrouw, 50 procent van onze verkoop is Dries, dat willen we zo houden.' En het mijne past daar helemaal niet bij. Alleen Stijl kan zich permitteren om ons allebei te verkopen, omdat het zo'n grote winkel is waar de dingen elkaar niet bijten."

Stijl in Brussel is totnogtoe het enige Belgische verkooppunt van Carine Lauwers. Ze is teleurgesteld in de Belgische winkels. Ze durven zo weinig. "Ik had gedacht dat ze in Parijs zouden komen kijken, maar ze doen nauwelijks moeite. Dus ben ik het voorbije seizoen zelf de baan opgegaan om her en der te laten zien wat ik doe. Maar zoals je ziet zonder veel resultaat. Maastricht was dan plots een verademing: die mevrouw begon te dansen van plezier bij alles wat ik bovenhaalde. Ze trok het een voor een zelf aan en zei: dit neem ik, en dit, en dit. Wat een contrast met België! "

Misschien zet de mediabelangstelling na de Modo-prijs iets in gang, durft ze aarzelend te hopen. En misschien wordt Axelle Red wel haar beste ambassadrice. Die kocht vroeger al kleren van Carine Lauwers in de winkel, maar wou voor het podium toch liever iets dat nog niet overal te zien was. "Dus vroeg ze om kleren van het volgende seizoen rechtstreeks bij mij te kopen, of dingen die ik speciaal voor haar maakte. Zo is het gegroeid. Nu heb ik haar gekleed voor haar nieuwe tournee. Ze vertelt me in heel vage termen wat ze wil, de sfeer van haar liedjes, en dan ga ik aan de slag."

Is het niet moeilijker om je op die leeftijd in zo'n avontuur te storten, dan wanneer je jong en argeloos bent en denkt dat de wereld nog bestormd moet worden? "Neen, dat denk ik niet. Het is tenslotte een vak, geen kunst. Je moet commercieel denken. Wat ik wel ondervind, is dat de mensen die van de academie komen geleerd hebben om helemaal tot op de bodem te gaan. Die discipline is iets waar de academie heel erg sterk in is."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234