Dinsdag 07/07/2020

'Canardo is geen Donald Duck, hé'

Stripeend en antiheld Canardo, door zijn geestelijke vader Benoît Sokal voorzien van een hoog Humphrey Bogart- en inspecteur Columbo-gehalte, bevindt zich voor het nieuwe album De Belgische kwestie in de stripschool van Sint-Lukas, daar waar voor Sokal alles begon. Een gevederde stripklassieker, op zoek naar zijn roots.

Door Geert De Weyer

Benoît Sokal

Canardo 15. De Belgische kwestie

Casterman, Brussel, 48 p., 9,25 euro, hardcover.

Een gele eendensnavel, een regenjas identiek aan die van inspecteur Columbo, een blaffer in de binnenzak, een extreem grote bek en - meer dan eens - een whiskyfles in de linkerhand. Notoir drankorgel en verguisde inspecteur Canardo is terug. Na een minder geslaagd uitstapje in het oorlogsverleden, een puur rechtbankdrama en een satire op de wijnproevers en -critici, situeerde auteur Sokal zijn klassiek per-sonage (sinds 1978) in het Brusselse Sint-Lukas Instituut, de plek waar hij de stiel leerde en de schoolbanken deelde met onder meer François Schuiten, Berthet, Goffin en Andreas. Zijn toenmalige leraar en mentor, de befaamde Claude Renard, krijgt in De Belgische kwestie een sleutelpositie. Het verhaal gaat van start wanneer een bekende striptekenaar tekenaarstremor krijgt en zijn enige zoon naar de stripschool stuurt om er het vak te leren, in de stille hoop dat die snel zijn populaire stripreeks 'Terry de Basset' kan overnemen. Wat volgt is een cynische insidersblik achter de schermen van de stripcultuur, die wordt omschreven als "sport op hoog niveau", waar niet enkel techniek maar ook doping broodnodig is om te overleven.

Talloze journalisten hebben in het verleden toespelingen gemaakt op het vermeende pessimistische karakter van Canardo. De eend bracht herhaaldelijk de (whisky)fles naar de snavel, smoorde zich suf, drenkte opmerkingen in cynisme van de ergste soort en beleefde het leven gelaten, zelfs afstandelijk. Het decor waar zijn geestelijke vader Sokal de lamlendige gevederdheid in situeerde, was er niet minder om: vaak regende het pijpenstelen, bulderde het onweer, sloeg de bliksem in en leken alle personages en figuranten wel ontsproten uit de zelfkant van de maatschappij. Desondanks verzette auteur Sokal zich altijd als in interviews die vermeende zwartgalligheid en mistroostigheid werden opgerakeld. Anno 2005 vindt hij dat zijn Canardo zonder meer een ander wezen is geworden.

"Goh, Canardo is misschien niet erg vrolijk, maar het is een cliché geworden om te zeggen dat hij zwartgallig is. Toegegeven, in de eerste albums was Canardo pessimistischer, bij momenten zelfs dramatischer. Maar de jongste jaren is dat toch flink verbeterd, niet?! Kijk eens, het is toch normaal dat je als jongen van twintig - want op die leeftijd startte ik Canardo - een wat negatiever beeld van de wereld hebt. In het allereerste album heb ik hem zelfs laten sterven. Ik was toen erg gedeprimeerd, want ik moest naar het leger. De wereld was slecht, en daarom moest Canardo sterven. Nu ja, voor het overige... Canardo is ook geen Donald Duck, hé?! Hij is zoals ik. Hij is nogal nonchalant. Ja, laten we dat woord maar hanteren: nonchalant. Ik zoek de nuance in het personage, wil hem ook goede momenten in het leven toekennen. In die zin tracht ik altijd een karakter te creëren dat zich aanpast aan de situatie.

"(grijnst) Wist je trouwens dat ik tijdens mijn legerdienst de officiële tekenaar ben geweest van het leger? Stel je er vooral niets bij voor, hoor. Het was heel saai. Tegen mijn zin moest ik tekeningen maken bij wapenhandleidingen. (blaast)"

In de eerste albums leek het alsof u niet goed wist wat u met de reeks moest aanvangen. Mensen van vlees en bloed fungeerden erin naast mensachtige dieren en gewone huisdieren als pluimvee. Nadien gebruikte u nog enkel antropomorfe dieren. Waarom, eigenlijk?

"Het was veel te gecompliceerd. De mens werd als een god voorgesteld. Het klopte niet helemaal. Nu is Canardo niet meer hetzelfde verhaal als weleer."

Op een gegeven moment leek het alsof u Canardo beu was. U liet hem in allerlei genres opduiken, van politieroman over sciencefiction tot rechtbankdrama's. Op het einde van Het meisje dat droomde van de horizon leek het alsof u hem de dood in had gejaagd.

"Ik was Canardo beu. Zo simpel was het. Sinds ik van Sint-Lukas was afgestudeerd had ik niets anders gedaan dan Canardo getekend. Je kunt geen decennia over hetzelfde karakter gebogen zitten. Ooit breekt je dat zuur op. Toen ik de mogelijkheid had een eigen bedrijf op te richten, ben ik daar meteen opgesprongen. Het heeft tegelijk ook mijn relatie met Canardo hersteld. Ik ben de eend niet langer beu.

"Maar het klopt wel. Al die verschillende genres hebben Canardo geen goed gedaan. Niks dan ellendige geheimpjes (album 11, het sf-verhaal, GDW) was in dat opzicht een fout. Het idee was om hem in een andere eeuw te situeren. Dat zou meer mogelijkheden scheppen, dacht ik, maar het was een slecht idee. Ik moet daar eerlijk in zijn."

De eerste albums ademden de sfeer van Agatha Christie en Raymond Chandler. U liet zelfs tweemaal Ernest Hemingway opduiken. Die literaire verwijzingen heeft u de laatste jaren opgeborgen.

"Ik was jong. Als je jong bent put je graag uit andermans werk, of laat je je er op z'n minst door inspireren. Daar heb ik niet zoveel behoefte meer aan. De verhalen staan nu op zich."

Terug naar De Belgische kwestie: was Claude Renard een strenge leraar?

"Nee, helemaal niet. Het is zelfs onmogelijk een harde leraar te zijn op een kunstschool. Het was wel een beetje vreemd, Claude was niet veel ouder dan ik. Het eerste jaar op Sint-Lukas herinner ik me hem als een leraar, nadien werd hij een vriend en zelfs medestudent."

U heeft er een goede tijd meegemaakt?

"Zeker. Ik heb er gestudeerd van 1974 tot 1977. Het was een gouden tijd voor toekomstige stripmakers. Je kreeg meer kansen, je werd sneller opgepikt. Meteen na het afstuderen, of vaak zelfs nog ervoor, werd sommigen onder ons gevraagd mee te werken aan het blad A Suivre (legendarisch blad dat heel wat Europees talent liet publiceren en geen regels had op gebied van kleur, pagina-indeling, thematiek of stijl, GDW). Mij vroegen ze elke maand vier pagina's humor te leveren, mijn klasgenoot François Schuiten kreeg de opdracht maandelijks tien realistische pagina's te tekenen."

Wie is eigenlijk die vreselijk autoritaire leraar die zijn studenten toeschreeuwt dat het potlood voortaan het enige is waarmee ze kunnen overleven in de uitgeversjungle?

"(grijnzend) Twee, drie keer per week kregen we les in het schetsen van naaktmodellen. Die leraar was erg autoritair. Nee, zijn naam doet er niet toe.

"Overigens, mijn eigen zoon zal zich volgend jaar inschrijven aan Sint-Lukas. Hij is niet zozeer geïnteresseerd in strips, wel in beeld. Ik denk dat ik hem met dit album de lokalen laat binnenwandelen."

Terry, de striphond van Willy Bollemans, lijkt op de cocker uit Bollie en Billie.

"(verveeld) Maar neen, met die hond wilde ik enkel verwijzen naar de klassieke Belgische strips. Kijk, men leert tekenaars in spe eerst bij de neus te beginnen, nadien volgen de ogen en de rest van het lijf. Die hond is dus eerder bedoeld als grap over dit soort personages."

U laat Bollemans junior meedingen op een grote stripmarathon. De deelnemers moeten non-stop tekenen. De winnaar is diegene die de tekenpen het langst kan vasthouden. Heeft u daar misschien ooit zelf aan meegedaan?

"Tuurlijk niet. Dat bestaat niet."

Toch wel. Er was er net een in Amsterdam. Een handvol tekenaars werd gevraagd 24 uur lang te tekenen. En ook in de VS bestaan dergelijke wedstrijden.

"(verbaasd) Echt? Daar wist ik niets van?! Het idee komt uit een film van Sydney Pollack - ik ben de naam kwijt. Het speelt zich af ten tijde van de depressie, in de jaren dertig. In hun streven naar een beetje bekendheid schreven mensen zich in voor marathondansen, een competitie waarbij talloze doden vielen. Ongelooflijk. (denkt na) Damned, en ik dacht nog wel dat het een goede vondst was."

Iets anders. François Schuiten voorspelde al midden jaren tachtig dat Canardo moest oppassen geen parodie van zichzelf te worden.

"Heeft François dat gezegd? (denkt na) Hm, hij had misschien wel gelijk. Maar dat is geen probleem. Weet je, Canardo is niet langer mijn hoofdbezigheid.

"Ik streef naar vrijheid. Ik heb ondertussen een eigen productiehuis gestart: White Bird Productions, met hoofdzetel in Parijs."

Naar de vreemde witte vogels uit Amoxonië?

"Inderdaad (toont zijn visitekaartje met daarop twee zulke triest kijkende vogels). Negentig procent van mijn werk besteed ik daaraan. Ik richt me op multimedia, maar vooral games. Het stelt me in staat verhalen te vertellen die harder en gecompliceerder zijn.

"Mijn doel is games te maken om ze nadien naar de strip te adapteren. Ik buig me nu ook over film en animatiefilm in 3D. Zo werken we momenteel aan een driedimensionale tekenfilm van Tiny. Maar ik zal ook eigen werk verstrippen. In het najaar verschijnt bij Casterman een nieuwe reeks van me die eveneens 'White Bird' zal noemen. Paradise, de eerste titel daarvan, over de dochter van een koning die na een vliegtuigongeluk aan geheugenverlies lijdt, is in eerste instantie een game. Ik ga er nog niet te veel over vertellen, maar het wordt helemaal anders dan mijn vorig werk.

"De afspraak is dat ik nu elk jaar één Canardo-album én een White Bird-album aflever. Ja, hij is terug, die eend."

'Canardo is misschien niet erg vrolijk, maar het is een cliché geworden om te zeggen dat hij zwartgallig is'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234