Donderdag 09/12/2021

CAMPS & HANOT

Vroeger bestond het treintje niet in massasprints. De sprintbommen vertrouwden op de kracht der zot-heid. En op hun suïcidale zelf- beschikking. Djamolidine Abdoesjaparov heeft nooit een persoonlijke knecht gehad. Robbie McEwen kon wel rekenen op enig voorwerk van de ploeg, maar uiteindelijk slingerde hij zich toch weer katachtig alleen naar de finish. Gisteren liet Cavendish zien dat hij het ook zonder het legendarische HTC-treintje kan.

Tijdrijden is voor de adel, sprinten voor voetvolk: dat is het cliché. Wie Tom Steels weleens gesproken heeft, hoort weinig onderklasse. McEwen: ook een halve wetenschapper. Mark Cavendish pronkt nog niet met Latijnse citaten, maar de tongval van de bouwvakker is weggewerkt.

Spurters hebben me altijd mateloos gefascineerd, omdat ik ervan uitga dat zij geoefend zijn in doodsangst. Dat wil ik zelf ook graag zijn. Maar de premisse klopt niet. Spurters denken juist aan leven. Aan survival. Zijn alert voor elke rimpeling van heup en wind. Zien meteen de idiote speldenknop waar ze nog net doorheen kunnen flitsen. Kampioenen van de intuïtie.

Elke massasprint begint met kwakken, wringen en trekken. Alles en iedereen wriemelt door elkaar heen. Geboren sprinters weten daar wel raad mee. Maar je ziet tegenwoordig nogal wat 'toeristen' die zich in de laatste 200 meter komen mengen. Gelukkig: de spurter heeft een soort souplesse in het vallen aangeleerd. Hij 'bolt' zichzelf ter aarde. Soms ruggelings. Meer dan andere renners zijn spurters een wonder van verrijzenis.

Huiveringwekkend was de tuimelpartij van Abdoesjaparov op de Champs Elysée, begin jaren negentig. Abdoe was de cowboy van het peloton. De ellebogen altijd als molenwieken. Maar die dag knalde hij zelf aan 70 km/u de nadar in. Het was nog de tijd dat renners geen helm droegen. Geheel verhakkeld werd hij over de streep geduwd - groene trui gered.

Op een avond ging ik met hem eten in 't Konijntje in Waregem. De Oezbeek lustte niets. De geringste coquille ging er niet in. Alleen maar pasta. Ik vroeg hem hoe hij met angst omgaat. Abdoe: "Een zwerver die op zijn eigen temperament afgaat, kent geen angst. Ik zie alles, elk gaatje, wie een tandje te groot of te klein trapt. In mijn hoofd zit een computer."

Typische bluf van een spurter. Later die avond zou hij me zeggen dat het podium voor hem niet hoefde, want zijn moeder in Oezbekistan kon het toch niet op televisie zien. En zijn geliefde duivenhok ook niet.

Mooie man, Abdoesjaparov: het gezicht als een slapende steppe - geen wimper die neerviel. Wel ook dopingdeskundige, uiteraard.

Geheel wereldvreemd.

Dat zijn sprinters wel vaker. Het is ook hun natuur: mannen van de laatste versnelling, van de laatste jump. Eenzaam over de meet. Wel statusgevoelig als haviken. Wie dat iets minder had, was Tom Steels. Hoe dat kwam? Zijn vrouw Leen had hem op een dag gezegd: "Status is een dood gewicht, Tom, dat kun je als spurter beter van je afschudden."

Leen was altijd als voetriempjes in zijn leven.

André Greipel redde het gisteren net niet. Terwijl hij nog in zijn handdoek stond uit te hijgen en uit te huilen, wou de VRT al een eerste commentaar. Schandelijk zoals de openbare zender meteen na de etappe aan renners gaat zuigen voor een armzalige quote.

Pure schending van elementaire privacy.

De VRT mag dan wel van de Tour een dagelijkse bruiloft maken, renners hebben ook nog recht op hun eigen snot buiten de camera.

VRT: meest ordinaire sprinter van het hele peloton.

Hugo Camps

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234