Woensdag 23/10/2019

Tijger

Cambodja herintroduceert een uitgestorven tijger, dankzij België

Beeld WWF

Het kost zo’n 30 miljoen euro en is een ongeziene stunt. Toch zet het arme Cambodja door, met de steun van WWF-België. Ondanks gewelddadige stroperij waarbij net een boswachter is neergeschoten, is het land vast van plan tijgers uit India over te vliegen om de uitgestorven soort weer in huis te halen. “Wij willen het gebrul van onze engelbewaarder terug.”

“Triest.” Zestiger Toy Ampeing en zijn kameraad Sum Samoeung herinneren zich precies hoe ze zich voelden toen ze vernamen dat in Cambodja geen enkele tijger meer leeft. Ampeing knijpt in een flesje te lauw water. In de schaduw is het 36 graden in dit dorpje in de noordoostelijke Cambodjaanse provincie Mondulkiri. Het ligt in de bossen waar de nieuwe woonst van de tijger komt.

Het enorme afgelegen woud herbergt twee natuurreservaten, Srepok (3.727 vierkante kilometer) en Phnom Prich (2.225 vierkante kilometer), en werd lange tijd het ‘Aziatische Serengeti’ genoemd, omdat het er barstte van de olifanten, krokodillen, herten, luipaarden en tijgers. Hoe dichter bij die ‘tijgerzone’, hoe minder toegankelijk het is voor de mens. Maar maandelijks vinden boswachters er zo’n duizend vallen.
“Ons volk, de Bunong, leefde jaren met die wilde dieren”, zegt Ampeing. “Een tijger zien was niet uitzonderlijk. Maar dat hield rond 2003 op. En in 2007 is voor het laatst een exemplaar gespot, met een camera-val. We waren er het hart van in. Voor ons is de tijger een geest die ons beschermt, ook tegen beslaglegging op ons land.”

“We leven van rijstteelt verderop en bosproducten zoals honing en hars”, vervolgt hij. “Nooit zouden we tijgers in medicijnen draaien zoals de Chinezen en Vietnamezen.” Het kan niet in dit weer, maar het lijkt wel of hij rilt bij de gedachte. Ampeing: “Komt de tijger terug, dan zullen wij ons beter beschermd voelen, en zullen we hem voortaan ook beter beschermen.”

En hij komt dus terug. Althans, dat is het ambitieuze plan. Verdoof enkele jonge tijgers in een buitenlands natuurreservaat, laat ze overvliegen, zet ze uit in je eigen bossen en hoop dat ze zich voortplanten. Dat is, erg kort samengevat, het Project Tijger van Cambodja. Het is een wereldprimeur. Nooit zijn tijgers tussen twee landen verhuisd. Toen India er verkaste van de ene naar de andere deelstaat, stierven er twee, mogelijk door stress.

‘Trots op ons land’

Cambodja is een ontwikkelingsland dat uit de armoede en oorlogsellende klautert. Je zou denken dat het andere prioriteiten heeft dan wilde beesten invliegen. Toch is Project Tijger exact wat premier Hun Sen op 22 augustus 2017 aankondigde op televisie. “Hoe meer tijgers hier kunnen leven, hoe trotser we op ons land zullen kunnen zijn”, zei hij. Onder zijn autoritaire regime wil dat zeggen dat iedereen alles zal doen om het plan te realiseren.

De voorzet kwam van het World Wide Fund for Nature (WWF), dat eind jaren 90 vaststelde hoe de wereldwijde tijgerpopulatie ondanks beschermingsmaatregelen crashte. Honderd jaar geleden waren er nog zo’n 100.000 wilde tijgers, nu zijn het er minder dan 4.000 – het merendeel leeft in India. Vooral door oorlog en stropers, die jaarlijks tot 200 tijgers doodden en exporteerden naar China en Vietnam, ging het in Cambodja pijlsnel achteruit.

“Er heerst ook in Zuidoost-Azië een ware stroperscrisis”, zegt bioloog Jan Kamler (Oxford University), terwijl hij het zweet van zijn gezicht veegt na een dag in het Srepok-reservaat. Hij doet met camera-vallen onderzoek naar de hier ondertussen ook bijna verdwenen Indochinese luipaard. Wellicht zijn er nog minder dan tien. Ook deze tropische schoonheid is erg geliefd bij stropers. Kamler vernam net dat negen van zijn camera-vallen zijn vernield. En ook de luipaard lijdt honger. Want in wat ooit het ‘Aziatische Serengeti’ was, leven nu nauwelijks nog prooien voor deze carnivoren.

“Er zijn niet alleen illegale stropers die zoveel poen kunnen opstrijken met een tijger of luipaard omdat de Chinezen en Vietnamezen alle delen ervan verwerken in traditionele medicijnen”, zegt Kamler. “Er zijn ook de lokale burgers die als bijverdienste op bushmeat zoals banteng (een soort wild rund, red.) of wilde varkens jagen. De opkomende klasse is er tuk op en het levert een aardige duit op. Op den duur zijn de bossen leeg.”

Als er al bos overblijft. Cambodja is het land met de tweede grootste ontbossingsgraad ter wereld en ook die massale kap verjoeg de tijger, die als solitaire jager grote lappen bos nodig heeft.

Sexy en mythisch

Op de ‘tijgertop’ van 2010 in Rusland zetten de dertien ‘tijgerlanden’ een eerste stap richting de redding van het roofdier. De landen, waaronder ook China, Rusland en Vietnam, besloten tegen 2022 het aantal wilde exemplaren te helpen verdubbelen tot zo’n 6.000.

‘Tx2’ heet die afspraak, die WWF begeleidt. En WWF-België steunt vijf jaar het Cambodjaanse tijgerplan met in totaal 2,5 miljoen euro en een Belgische campagne die vandaag start. “We hadden nog geen project in Azië, werken intensief rond ontbossing en veel van onze sympathisanten willen graag rechtstreeks tijgerprojecten steunen. Nu hebben we ons eigen tijgerproject”, zegt woordvoerder Koen Stuyck.

Cambodja kan een glansrol spelen, want het Srepok-reservaat is een van de meest intacte, minst bewoonde en meest uitgestrekte droge bossen in Zuidoost-Azië, en daarom een uitgelezen oord voor tijgers. Prestige speelt natuurlijk ook, zoals de premier benadrukte. Maar het gaat over veel meer dan trots en cultureel erfgoed. Tijgers zijn niet alleen sexy en mythisch, ze zijn ook een ‘paraplusoort’. Wil je vermijden dat speciaal overgevlogen exemplaren kopje onder gaan, dan moeten grote stukken bos perfect beschermd en in uitmuntende staat zijn, met voldoende prooisoorten.
“Daarom is Project Tijger ook een laatste kans om deze natuur te redden”, zegt Phurba Lhendup, WWF-programmadirecteur in Cambodja. “Alleen voor zo’n iconische soort kan je de nodige inspanningen en fondsen bijeenbrengen die nodig zijn om een verdere vernieling te stoppen. Voor andere bedreigde soorten zoals de banteng of simpelweg bosgebied beschermen, loopt niemand warm.”

Toy Ampeing (l.) en bos­wachter Sum Samoeung (r.) wonen allebei in de ‘tijgerzone’. ‘Bang zijn wij niet. We weten dat de tijger ons niets zal doen.’ Beeld Barbara Debusschere

Maar de tijger heeft prooien en veel bos nodig. “Hij is onze panda. Bescherm je hem, dan bescherm je meteen een volledig ecosysteem met waardevolle bodem- en waterreserves. Zeker in tijden van klimaatopwarming komt dat ook de mens ten goede. Doen we dit nu niet, dan wordt het erg moeilijk om nog iets over te houden. Bijna alle luxehout is al weg”, zegt Lhendup.

Toeristen lokken

Als ontwikkelingsland hoopt Cambodja ook vurig dat de tijgers geld zullen opbrengen, zoals in Kenia en India. Tijgertoerisme zorgt er voor jobs. Ook voor dat toerisme blijken de bossen hier perfect. Dat zie je meteen. Dit is geen dichte Apocalyps Now-jungle, het is ‘droog’ bos met veel open ruimtes. Toeristen zouden op een veilige manier tijgers kunnen kijken.

Volgens een schatting zou tijgertoerisme in de eerste vijf jaar 4,5 miljoen euro per jaar kunnen opleveren. In dit afgelegen gebied met weinig werk klinkt dat hemels. Lhendup: “Zonder die economische kans had Cambodja nooit ingestemd met Tx2.”

Maar hoe doe je dat, wilde tijgers importeren? In 2011 ging een WWF-video viraal die toonde hoe een neushoorn aan de poten vastgebonden aan een helikopter bungelde en zo verkast werd in Zuid-Afrika. Dat zal met de tijger niet gebeuren. Er worden speciale kisten gemaakt waarin de verdoofde dieren overgevlogen worden.

Details liggen echter nog niet vast. Want eerst moet de geïsoleerde tijgerzone van 1.000 vierkante kilometer klaar zijn. Dat betekent: voldoende beschermd en voorzien van prooien. Wat wel al vast staat, is dat India, waar 70 procent van de laatste wilde tijgers in reservaten leven, dieren ‘ter beschikking stelt’. Ze moeten jong zijn, want dan hebben ze nog geen territorium en dat vermijdt aanpassingsproblemen. In theorie passen er in de zone dertig tijgers. Afhankelijk van de staat van het bos start Cambodja met één mannetje en twee vrouwtjes of met twee mannetjes en vier vrouwtjes.

Een van de boswachters van trainer James Lourens (r.) is neer­geschoten. ‘Niet alleen militairen, maar al mijn mede­werkers zouden gewapend moeten zijn.’ Beeld Barbara Debusschere

Strikte parameters bepalen vanaf wanneer het kan. Zo moet het aantal prooien, zoals de muntjak en het paardhert, stijgen tot negen stuks per vierkante kilometer.

“Daar zitten we nog ver van”, zegt James Lourens. De Zuid-Afrikaanse ex-militair die voor Kruger Park werkte, stuurt elke dag vijf teams van boswachters of rangers aan vanuit deze afgelegen uitvalsbasis. Om beurt gaan ze op vijfdaagse patrouille diep het bos in. Vandaag doorloopt hij met zes van hen een typisch militair trainingsparcours met klimmen, sit-ups, sluipen en bevelen opvolgen. In militaire outfit.

“Ja, het is wel heel warm, maar dat uniform geeft mentale kracht. Je weet toch dat Amerikanen het in de Vietnamoorlog begaven omdat ze het niet gewoon waren om in uniform te strijden bij dit weer?”, grapt een van de mannen.

Zij zijn de eerste van drie essentiële schakels in het tijgerplan. Zij zijn het die stropers en houthakkers beboeten of aanhouden, en zij zien hoe het woud eraan toe is. WWF betaalt hen deels en zorgt voor training en materiële ondersteuning.

Hun verslag op een vergadering zegt alles: ongeveer 250 vallen bij één team, ruim 130 bij een ander, politieagenten die bushmeat bij zich hadden maar beweerden dat dat in opdracht van hun baas was, gewonde bantengs in vallen, maar erg weinig ontmoetingen met of sporen van wilde dieren. En één neergeschoten collega. Omdat er geen gsm-verbinding was, liep het team uren met de zwaargewonde man rond. Nu is hij aan de beterhand. “Hij wil zeker terugkeren”, vertellen de anderen. Ook al is het een van de gevaarlijkste beroepen ter wereld. Want de tegenstander is driest.

Omkoping

“In Zuid-Afrika zetten stropers nu helikopters en raketlanceerders in”, vertelt Lourens terwijl de rangers bij valavond op hun brommers toestromen in het basiskamp. “Door hun enorme winsten kunnen ze zich dat veroorloven. Het zijn criminele bendes die soms ook de lokale, vaak arme bevolking of boswachters omkopen. Daar kun je niet tegenop met een basisuitrusting en wat training.”

Is dat te koppelen aan het recente ‘schandaalartikel’ van nieuwssite Buzzfeed waarin staat dat er in Azië en Afrika WWF-rangers zijn die mensenrechtenschendingen plegen en zelfs zouden folteren? “Het onderzoek loopt, meer kan ik nu niet zeggen”, zeg Stuyck. Hij zit plots in de nervositeit van een mediastorm in Brussel terwijl we door Cambodjaans bos struinen of instructies krijgen over hoe je het muggennet in de hangmatten uitvouwt.

Lourens: “Ja, het gaat er zeer hevig aan toe. Maar dit? Ik ben geschrokken. Ik kan alleen maar zeggen dat ik hier in die vier jaar nog nooit iets zag dat ook maar in de buurt van mensenrechtenschendingen komt. Dit zijn de meest zachtaardige mensen met wie ik ooit werkte.”
En om omkoperij te vermijden legt het WWF een extra som bij de lonen van de Cambodjaanse rangers. De patrouilles bestaan telkens uit lokale burgers die een basistraining kregen, mensen van het ministerie van Milieu, politie en militairen. Burgers krijgen een volledig loon van de ngo, de anderen zijn betaald door de overheid maar daar komt dus dat extraatje bij.

Zo extreem als in onder andere Zuid-Afrika is de situatie hier niet. Maar dat een militaire aanpak nodig is, bewijst het lot van de neergeschoten collega. En het helpt ook niet dat het Srepok-park aan Vietnam grenst. Dat land is dé internationale draaischijf voor illegale handel in (stukken van) wilde dieren. “Stropers slaan hier hun slag en steken dan de grens over, waar wij hen niets meer kunnen maken. Vietnam laat hen begaan”, zegt programmadirecteur Lhendup.

Daarom is politieke samenwerking met het buurland een tweede cruciale schakel in het plan. Door het pijnlijke verleden is die tijgerdiplomatie echter niet vanzelfsprekend.

Lourens hoopt vooral op meer mensen en meer bewapening. “Alleen mijn militairen en politiemannen dragen een wapen. Dat moet voor de andere medewerkers ook mogelijk zijn. Want door de komst van de tijger wordt de inzet veel hoger. In Vietnam zitten ze al te wachten om er één om te leggen.”

Toch loopt niemand er in het kamp angstig bij. Onder de genadeloze zon sleuren de rangers zich blijgezind door het trainingsparcours en demonstreren ze hun patrouilleskills, inclusief handgebaren voor stille communicatie. ’s Avonds spelen ze petanque.

“Ja, soms zijn we nerveus, zeker sinds ik zag hoe mijn collega is neergeschoten”, zegt Bun Tam (25). “Is die houtkapper gewapend? Riskeren we een hinderlaag? Maar ik ben heel blij met deze job. Het is avontuurlijk en ik ben dolgraag in de natuur. Die mag niet verdwijnen.”

Maar de tijger beschermen vergt méér rangers. Het WWF wil het aantal optrekken van 144 naar 550. Volgens een internationale standaard zijn er zo’n dertien per honderd vierkante kilometer nodig. In 2016 kwamen ze in Srepok niet eens aan één. 

Omheining of niet?

“Ook meer training over hoe je met gevaarlijke beesten omgaat, is in deze regio nodig”, zegt Lourens. Het gevaar van tijgers zorgt voor twijfel bij heel wat mensen die vlakbij leven. Zij zijn de derde doorslaggevende schakel. Wil de lokale bevolking niet mee met de strengere regels, dan lukt dit niet.

Net daarom heeft het WWF de Cambodjaanse regering ervan overtuigd de lokale bevolking het recht te geven om het bos zelf te helpen onderhouden, managen en bewaken. Rond de tijgerzone zijn vier verschillende zones afgebakend die telkens wat minder toegankelijk zijn. Zo kunnen mensen die dat altijd al deden – maar wiens landrechten zijn afgenomen – hier opnieuw leven van wat het bos biedt, zonder het te vernielen.

Volgens WWF-onderzoek is 70 procent voor het tijgerplan. “En bang zijn wij niet”, benadrukt Ampeing. “Wij weten dat de tijger ons niets zal doen als hij voldoende te eten heeft en dat we hem op een afstand kunnen houden met vuur.”

Maar anderen zien de tijger als een bedreiging voor hun dieren, een beetje zoals de wolf bij ons. En Cambodja is te arm om schade voldoende te kunnen compenseren. Daarom circuleert het idee om een hoge omheining rond de tijgerzone te plaatsen. Lhendup is voor. Luipaardonderzoeker Kamler eveneens. “Zo krijg je het aantal prooien echt omhoog, bescherm je de tijger en vermijd je dat die migreert naar Vietnam, waar ze er agressiever jacht op zullen maken.” Ranger-trainer Lourens is eveneens voor een omheining, “want we moeten ook de mens beschermen”.

Wat het wordt, meer rangers of een omheining, daar zijn ze nog niet uit. “Het overleg met de regering loopt”, klinkt het vaag. Want meer rangers betekent ook meer jobs. En daar hoopt iedereen hier op.

Het is ook wat de mensen in de buurt zeggen. Ampeing: “Het zou mooi zijn als onze connectie met de tijger opnieuw zo sterk wordt als vroeger. Maar de tijger is niet alleen onze beschermengel, hij kan dankzij het toerisme hopelijk ook voor meer inkomsten zorgen.”

Lukt dat tegen 2022, het jaar van de tijger? Een blik op het depot met in beslag genomen vallen maakt duidelijk hoe groot de uitdaging is. “Hier liggen zeker vierduizend vallen en dat is maar een deel van de buit in drie jaar”, zegt Lhendup. De vallen van de Vietnamezen, de vermaledijde buren, zijn het pijnlijkst, zo benadrukt iedereen: twee staven die de poten van de ongelukkige verbrijzelen.

Lhendup: “2022 zou prachtig zijn, maar mogelijk moeten we het project uitstellen. De nieuwe thuis van de tijger moet echt klaar zijn. Dat is belangrijker dan symboliek.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234