Maandag 30/11/2020

ReizenItalië

Calabrië: een stukje puur en onbekend Italië

Het vissersplaatsje Scilla, met uitzicht op de Straat van Messina, in het ochtendlicht.Beeld Theo Stielstra

Is het omdat Calabrië zo ver weg in de laars van Italië ligt? Of weten calabresi zichzelf niet te verkopen? Ach, het is slechts een kwestie van tijd voor deze goudader wordt ontdekt.

De heuvels zijn bedekt met allerhande groen, waarvan in elk geval de olijfbomen, soms meer dan honderd jaar oud, zijn te onderscheiden. We zijn in Zuid-Italië, in Calabrië, op de boerderij van Carla en Carlo die daar een boerenbedrijf en een gastenverblijf met restaurant runnen. De zon en de zachte najaarswind strelen de huid, het is september en doodstil op het erf waar ze behalve met agriturismo, de plattelandse variant op Airbnb, ook hun geld verdienen met fruitige olijfolie.

Tijd om u het klassieke dilemma van de reisjournalist voor te ­leggen: er is hier, in de wreef van de Italiaanse laars, sprake van een gebied dat nog niet wordt bezocht door het massatoerisme. Dat is fijn voor de schaarse bezoekers: de stadjes zijn bij tijd en wijle haast uitgestorven, de meeste stranden zijn prettig leeg, de restaurants authentiek blij met de klandizie en het landschap vrij van massale hotelkolossen, parkeerterreinen en pretparken.

Jammer maar helaas voor de vergrijzende bevolking, die een extraatje zo goed kan gebruiken, want al jaren trekt een gestage stroom jongeren naar de industriesteden in het noorden van het land. En hoe beter de reisjournalist vervolgens zijn best doet de lezers te enthousiasmeren, hoe meer bezoekers er komen kijken, des te beter voor de bevolking en hoe eerder u moet constateren dat Calabrië niet meer zo onbedorven is als ooit geadverteerd.

Olie in de hoofdrol

Laten we afspreken dat u niet doorvertelt hoe je hier in oktober in een hoge schuur in Altomonte er met je neus bovenop kunt staan als de olijven met pit en al tot pulp worden vermalen. Intussen vertelt Carla u dan over de vijf olijfsoorten en de verschillende oliekwaliteiten, en over de traditionele lowtech­persing onder de verticale molenstenen van de frantoio, de olijfpers.

Diezelfde olie speelt ook een hoofdrol boven het witte linnen in het restaurant waar Carla Cordischi een overvloedige tafel aanricht met gerechten uit de streek en van iets verderop. Eten zul je, want aan schalen vol overgebleven kostelijk voedsel hebben de Calabrezen een uitgesproken hekel.

In het dorp Altomonte bezoekt u natuurlijk even de 14de-eeuwse Santa Maria della Consolazione-kerk, u vergaapt zich aan de ­manshoge cactussen in het dorp en geniet van een koffietje op het dorpsplein. Veel bezoekers noemen deze streek ‘Italië zoals het ooit was’, of zoals het bedoeld is. Maar hoe is het land dan bedoeld?

Meneer pastoor

Dat wordt duidelijk in het Parco Nazionale dell’Aspromonte, een natuurgebied vol geologische pracht, met piramidevormige rotsformaties en afwisselende flora. Hier worden de bezoekers getrakteerd op een lunch in de buitenlucht. Een aantal inwoners van een naburig dorpje heeft een tafel gedekt met simpele en smakelijke gerechten, waarlijk een Bertolli-reclame. De al wat oudere Bruno snijdt met een afgebroken zakmes zonder mankeren door de harde korst van het boerenbrood, er komen gestoofde raapsteeltjes met knoflook op tafel, uova in purgatorio, het aloude herdersgerecht van tomatensaus en ei, zeppole con la ’nduja, met pittige worst gevulde oliebolletjes, en laten we niet de salami, kaas en gegrilde groenten vergeten. Echt, in zo’n Fiatje passen heel wat thuis bereide gerechten.

De peperoncino, het pittige rode pepertje uit de streek dat een zetje geeft aan gerechten en ooit is meegenomen door Columbus uit Zuid-Amerika, gaat bijna overal door. Wie pittig op z’n tong proeft in de Italiaanse keuken, proeft Calabrië.

En verdomd, toen schoof meneer pastoor ook nog aan. Hij spreekt geen woord Engels, wij geen syllabe Italiaans, maar een handdruk en een glimlach doen wonderen. Vijgentaart, niet ingepakt in aluminiumfolie maar in vijgen­bladeren, en versgeschilde cactusvijgen ronden de lunch tegen de tweede helft van de middag af.

Het verlaten dorp Pentedattilo.Beeld Alamy Stock Photo

Denk maar niet dat zo’n feestelijke lunch tussen de olijfbomen en het eikenhakhout niet voor gewone vakantiegangers is weggelegd. Ga maar eens op stap met Sabine Ment, een Duitssprekende Zwitserse van wie deze streek het tweede moederland is. Ze ­organiseert wandeltochten naar restanten van de Byzantijnse aanwezigheid, naar watervallen, kuststadjes en uitzichtpunten, en ze wijst op de bijzondere rotsformaties, uitlopers van de Alpen, die dus duizend kilometer bezuiden Milaan nog steeds een rol spelen in het landschap.

Hoogtepunt van het park is de hoge bult van de Pietra Cappa op ruim achthonderd meter boven de zeespiegel, gekscherend de ‘Ayers Rock van Calabrië’ genoemd. Een tijdens de ijstijd afgesleten, haast buitenaardse rots met diverse ­wandelpaden in het noordoosten van het park.

Het hoogste punt van het park is Montalto, waar een joekel van een Christusbeeld op 1.956 meter hoogte gelovigen trekt. Zoals vandaag een hele buslading priesters op een bedrijfsuitje. Ooit was het de bedoeling dat zulke standbeelden op alle pieken in Italië zouden verschijnen, maar dat is, zoals wel meer in dit land, bij mooie plannen gebleven.

wildwaterkicks

Als je een tijdje door stadjes, dorpen, bossen en langs bergpieken hebt gereden. Als je oude Fiatjes 500 en 4x4 Panda’s op dorpspleintjes hebt zien staan. En als je de stekelige agaven hebt zien bloeien en aan de bar hebt gestaan met onverstaanbare, vriendelijke ­mannen die een espresso wegtikken, dan, ja dán begin je een idee te krijgen van hoe dat ideale Italië eruit zou moeten zien.

Wandelen, stadjes bekijken, een kerk induiken: allemaal leuk en aardig, maar de Calabrese zomers zijn doorgaans bloedheet en ook in het najaar kan het er nog flink warm worden. Is er iets van verkoeling te bedenken? Iets actiefs?

Dat treft. National Geographic Traveler zette niet lang geleden alle Europese aanbieders van outdooractiviteiten op een rijtje en verkoos River Tribe, een nog jonge organisatie tot numero uno. De club van oprichter Antonio Trani biedt canyoning en raften aan in de Lao, de rivier die hier en daar door een driehonderd meter diepe kloof stroomt.

Trani’s instructeurs komen overal vandaan: Andreas uit Zuid-Tirol, Mefisto uit de streek en Nacho uit Argentinië. Naast rafting klinkt het outdoormenu bekend: e-biken, paragliden, meerdaagse trektochten, mountainbike en, uiteraard, yoga. Als interessante toevoeging aan het menu heeft Trani ‘full moon rafting’ bedacht, een duister avontuur dat exclusief moet blijven en de ziel van zijn onderneming illustreert. River Tribe respecteert de natuur en heeft gidsen uit ‘alle’ werelddelen. Trani streek vijf jaar geleden neer in een verlaten garage, ruimde het pand en de grond eromheen leeg en vestigde er zijn buitensportfirma die bezoekers trekt en zo werk biedt in een anders ­vergrijzend dorpje.

En, laten we eerlijk zijn, toeristen zijn dol op min of meer vergrijzende plaatsjes in deze streek. Zoals Gerace, een van de mooiste dorpjes van het land, met uitzicht op de Ionische Zee en nabij het nationale park van Aspromonte. Nauwe straatjes met kinderkoppen, trappen en op de Piazza Tribuna de stoere kathedraal uit 1045 in een vrolijk amalgaan van bouwstijlen: Arabisch-Byzantijns en Norman­disch – inderdaad, dezelfde Noormannen die zich rond het jaar 1000 op het nabijgelegen Sicilië meldden.

Een straathandelaar in Tropea.Beeld Theo Stielstra

Nadat u het vervallen fort heeft gezien, kunt u door, bijvoorbeeld naar Scilla, aan de andere kant van de voet van de laars, waar je vanaf de Piazza San Rocco een fraai ­uitzicht hebt over de Straat van Messina naar Sicilië. Ook hier, een aanmerkelijk drukker plaatsje met stranden en een kleine vissers­haven waar de pas geverfde vissersboten met de buik omhoog liggen te drogen in de zon.

De scillesi kijken met argwaan naar de toeristenbussen, waarvan de inzittenden in een uur de stad doorkruisen om na een flinke teug zeelucht weer te vertrekken. B&B’s, die in grotere Europese steden vooral als plaag beschouwd worden, moeten hier uitkomst bieden, door de bezoekers langer vast te houden en zo de plaatselijke economie een pepertje geven. Ook in september speelt het restaurant­leven zich nog voornamelijk buiten in de nauwe hoofdstraat af, en wie de volgende ochtend voor twee euro naar het Castello Ruffo klimt, heeft een panoramisch uitzicht over zee en achterliggende bergen.

Koelkastmagneetjes

De bezoeker die geen genoeg kan krijgen van stranden of even de toerist wil uithangen, vertrekt naar Tropea. De plaats met zevenduizend inwoners biedt keuze uit pakweg tweehonderd restaurants, alle met hetzelfde menu, en is heel gastvrij voor wie T-shirts wil kopen met ‘Stay calm and...’, op zoek is naar koelkastmagneten met een peperoncino, per boot naar de Stromboli wil gaan (‘by night’) of het beroemde tartufo-ijsje wil ­proeven.

De grootste aantrekkingskracht van de stad zijn de stranden van de doorgaans drukke toeristenhoofdstad. Ze zijn niet te missen: ga ­vanuit de Corso Vittorio Emanuele rechtdoor en kijk 60 meter omlaag, recht op de glimmende lijven. De ‘mooiste badplaats van Calabrië’ (D-reizen) of de ‘onontdekte zuidzeestranden’ (Dolcevia.com) zijn hier bepaald niet ongerept en dat hebben touroperators en groepen Amerikaanse toeristen op hun geweten. En toegegeven, de stranden bestaan tot in de verre omtrek uit mooi wit zand, de zee is azuurblauw en de ligbedden met parasol kosten geen rib uit je lijf, maar ‘de parel van Italië’ is rustiger geweest.

De beste (dat wil zeggen: de ­rustigste) stranden liggen iets verderop, bij Capo Vaticano met uitzicht op de Stromboli waarboven soms een dreigende rookpluim hangt. Wie hier een van de juiste huisjes huurt en bereid is 440 treden omlaag (maar vooral omhoog) te sjokken met koeltas en parasol, die heeft daar inderdaad een strand voor zichzelf en nog wat mede-geluksvogels. Maar zullen we dat onder ons houden?

Reisplannen tijdens corona? Voor Calabrië dient u zich vooraf te ­registreren via covid19.it. Deze zone is groen: reizen is mogelijk zonder beperkingen. Een test en quarantaine zijn niet verplicht bij terugkeer in België. Meer info via diplomatie.belgium.be

Ook naar Calabrië?

Albergo Diffuso Il Borgo Ospitale, in Rotonda, eenvoudig hotel in een ­sympathiek dorpje, waar het dorpsplein fungeert als een dorpsplein voor jong en oud. Een ­uitstekende basis om het Parco ­Nazionale del Pollino te ontdekken. ilborgoospitale.it

River Tribe biedt onder meer raftingtochten aan van een dagdeel tot twee dagen met overnachting en eten langs de rivier voor 180 euro per persoon. rivertribe.it

Gids Sabine Ment biedt eendaagse trektochten voor 4 personen vanaf 60 euro p.p. inclusief lunch. sabinement.com

La Farnie is de boerderij met olijfolieperserij en vijf gastenkamers van Carla Cordischi en Carlo Piragine in ­Altomonte.

Enotria Travel is een Nederlandse ­reisorganisatie voor Calabrië, twintig jaar geleden opgericht door Tina Altieri die haar geboortegrond promoot, ­accommodaties verhuurt en reizen op maat samenstelt. Het bedrijf werkt met ondernemers en gidsen uit de buurt. Als u ‘Le case di Berto’ noemt, weet ­Altieri naar welk strandje bij Capo Vaticano u verlangt. enotria.nl

Beste tijd om het gebied te bezoeken: eind mei en september.

Met de trein duurt de reis naar Tropea circa 24 uur, vanaf 160 euro enkele reis.

Vanaf Charleroi, Dusseldorf en Brussel zijn er rechtstreekse vluchten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234