Dinsdag 06/12/2022

Cafémadammen

Ze beleefden de Wereldtentoonstelling of zelfs de Tweede Wereldoorlog van achter hun toog en nu ze oude dametjes zijn, willen ze van wijken niet weten. Een ode aan de cafémadam, naar aanleiding van het nieuwe boek Authentieke Belgische cafés.

'Ik kan niet zeggen dat het vroeger beter was. Ik vind het nu ook goed'

Monique Speleers (75), café Oude Schelde, Kluisbergen

Ze kan niet zeggen sinds wanneer ze achter de toog van café Oude Schelde staat. "Dit is altijd mijn thuis geweest, ik ben hier opgegroeid. Ik heb nooit anders geweten. Mijn ouders namen het café na de bevrijding over van mijn nonkel en mijn tante, die het hadden overgenomen van hun ouders. Zij zijn ermee begonnen in 1899. Kijk, die vloer is meer dan honderd jaar oud."

Bij het binnenkomen waan je je even in een decor. Alsof iemand terwille van tv-opnamen met buitengewoon veel zin voor detail het authentieke Vlaamse dorpscafé van halfweg de vorige eeuw heeft nagebouwd. Met een kruisbeeld, een kachel en sanseveria's voor het raam. En ergens in de jaren zestig door iemand van de Hengelsportvereniging Provincie Oost-Vlaanderen op de muren geschilderde zoetwatervissen. "En die foto's daar, die heb ik zelf nog gepakt", wijst Monique. "Als jong meisje. Dat was met de overstroming van december 1966. Dat was nogal iets, al dat water."

Monique is onlangs 75 geworden. Ze is klein van gestalte, spreekt met een zachte stem met een beperkt bereik, maar dat geeft niet. Het café is niet zo groot. Het ligt in Berchem, bij Kluisbergen, vlak bij de Koppenberg.

Of we het makkelijk hebben gevonden, vraagt een stamgast.

Nee dus. Voor de gps is het café zogoed als onvindbaar. Het laat zich slechts lokaliseren door ergens op een akker een aardappelboer aan te spreken. De klant neemt een slok, opgetogen: "Heb ik het u niet gezegd? Geen enkele gps vindt café de Oude Schelde!"

Een pintje, alleen uit flesje, kost hier 1 euro. Voor een koffie - ook 1 euro - moet Monique door de woonkamer even naar achteren, naar de keuken.

Het is inmiddels al de derde keer dat de Oude Schelde wordt vermeld in een fotoboek. "Kent gij Jimmy Kets? Die heeft in 2008 dat boek gemaakt over oude cafés. Daar sta ik ook in." Toen pas is ze beginnen beseffen dat er geen grond is voor zelfverwijt rond haar keer op keer in uitstel gestrande voornemens omtrent een nieuwe toog, een neon of nieuwe tafels en stoelen. "Kijk, die tafelkes die zijn van een olm die langs de oever van de Schelde stond. Gemaakt door de schrijnwerker in het dorp, honderd jaar geleden."

Ooit, getuigt een oude zwart-witfoto aan de muur, was hier ook een veer. Al in 1890 is de Schelde rechtgetrokken. "Vandaar de naam van het café", zegt Monique. "Ze zullen hebben gedacht: we gaan het niet te moeilijk maken."

Eén enkele keer heeft Monique overwogen om het café te sluiten. Dat was tien jaar geleden, toen ze weduwe werd. "Ik heb eigenlijk niet zo erg lang getwijfeld. Ik zie de mensen graag, ik vind het altijd fijn als er iemand binnenkomt."

De liefde is wederzijds, want onder de klanten is een traditie ontstaan die wil dat de laatste van de avond Monique een lift geeft naar huis. "Zodat iedereen weet dat ze veilig thuis is geraakt", verklaart een van hen.

Het café heeft twee oorlogen overleefd, met onder meer het in puin leggen van de hoeve ernaast, de opkomst van de televisie en de biologische dood van de Schelde. "Ze zéggen dat, dat mensen nu minder op café gaan vroeger", werpt Monique op. "Ik weet dat eigenlijk zo niet. Ik kan niet zeggen dat het vroeger beter was. Ik vind het nu ook goed."

Het café is elke dag open, behalve op donderdag. Dan steekt Monique ergens de benen onder tafel. Of ze gaat naar de coiffeur. Tegen vrijdagmiddag is het gemis aan de mensen rondom haar toog alweer te groot. Zussen of broers heeft Monique niet, wel een zoon en een kleindochter die inmiddels achttien is. Ze piekert liever niet over de toekomst. "Mijn zoon heeft in elk geval al duidelijk laten verstaan dat hij zich niet achter de toog ziet staan. Misschien ontmoet mijn kleindochter op een dag wel iemand die er iets in ziet."

Met de tip van haar schoen wrijft ze over een barst in een 117 jaar oude tegel. "Misschien moet ik daar toch eens een keer iets aan doen. Nieuwe tegels of zo. Of het valse plafond, bruin van de sigarettenrook, eens laten wassen zodat het weer wit is. Ik ga er iets aan moeten doen. Maar niet nu."

'In de tijd van de expo zeiden de mensen al dat ons café verouderd was'

'Leza' Wauters (90), café In de Welkom, Dworp

Laatst liet iemand een Westmalle-glas vallen. "Dat kan gebeuren", zegt Leza. "Iedereen breekt al eens iets. Die mens zei nog: ik zal het betalen. Ik zeg: niks van gij."

Dus zij op haar negentigste naar de Colruyt, te voet, voor een nieuw Westmalle-glas. Ze vraagt aan stamgast Jef (82), nippend aan zijn geuze, of hij een idee heeft van wat dat tegenwoordig kost, zo'n bierglas.

"Hoe, krijgt gij die glazen dan niet van de brouwer?"

"Van de brouwer krijg ik juist niks. Maar weet ge wat zo'n glas in de Colruyt kost?"

"Ik heb er geen gedacht van."

"Zes euro, negenentwintig cent. Voor een glas."

Ze sloft naar achteren, ze gaat het Westmalle-glas halen. Het zit nog in zijn kartonnen doosje en bij nader inzien heeft Leza besloten om het zo te laten, met het kasticket errond met een elastiekje. Tot het verhaal aan elke klant is verteld.

Sinds café In de Welkom in 1959 door haar schoonouders op naam van haar man Michel Wouters en haar is gezet, heeft Leza Wauters hier nagenoeg elke dag gestaan. "Hij heette Wouters en ik Wauters, met een a. Ik zei altijd: in het alfabet kom ik eerst. Maar het is anders gegaan. Hij is gestorven op 11 april 2001. Soms ga ik goeiendag tegen hem zeggen op het kerkhof en dan is het café even dicht. Maar de mensen verstaan dat wel. Soms ben ik in den hof bezig en heb ik het niet gehoord dat er een klant is. Dan lopen die wel door naar achter."

Jef was tot aan zijn pensioen mechanieker, elektricien en adviseur brandbeveiliging. Hij vertelt over de wereldtentoonstelling van 1958, toen hij als chef montage betrokken was bij de sloop van het wondermooie Zomerpaleis, hartje Brussel, en de bouw van Parking 58. "We hebben op de expo zelf ook het paleis van Côte d'Or gebouwd", vertelt hij. Hij beeldt met zijn handen de gigantische moerdoppen uit waarmee hij het atomium in elkaar geschroefd zag worden. "Wist u dat er daar toen twee mannen naar beneden zijn gevallen? Twee doden, maar daar mocht in die tijd niet over worden gesproken."

Het Paleis van Côte d'Or werd achteraf gedemonteerd en weer opgebouwd als dancing Le Carré in Willebroek. Parking 58, algemeen beschouwd als een van de allergrootste Brusselse planologische miskleunen, gaat binnenkort tegen de vlakte. Jef aanhoort het met berusting, nipt van zijn geuze: "Alles wat ik in mijn leven heb gestudeerd is nutteloos. Ik kon heel goed elektrische schema's tekenen. Tegenwoordig doet niemand dat nog, het is zelfs niet meer toegelaten om het zonder de computer te doen."

Leza schenkt zich een halve bruine Ciney in, die ze deelt met een klant.

Het woord 'expo' heeft een glimlach op haar gezicht getoverd. "Dat was het jaar voordat wij met het café zijn begonnen. Dat alles nog moest beginnen. Mensen zeiden in die tijd al dat ons café verouderd was. Dat we dat oude decor moesten wegdoen, dat plastic veel makkelijker was om te kuisen."

Uitstel bleek een goede raadgever. Café In de Welkom is een museumstuk.

Met pontificaal op de toog een in het café genomen foto van Leza met haar zes achterkleinkinderen, allemaal jongens. Haar grootste geluk, zegt ze: "Ik heb een zoon en een dochter, zes kleindochters en twee kleinzonen. Dat zijn de schoonste dagen, als ze hier op bezoek komen in het oude café van de bomma. De jongste achterkleinzoon moet nog twee worden en hij kan nog niet praten, maar hij weet al precies waar de koekendoos staat."

Boven de toog hangt een emaillen bord van Gueuze Extra van brouwerij Th. Hanssens uit Dworp. In een andere context heet het vintage, hier hangt het aan de muur waar het altijd heeft gehangen. Behalve de ramen is er sinds 1906 nooit iets veranderd aan het interieur. Er is Leza al eens gezegd dat het in strijd is met de nieuwe wetgeving op de hygiëne, maar in het oude café in Dworp is een koer nog echt een koer. Twee pisbakken tegen een bakstenen muur.

"Ik ga dat nu toch niet meer veranderen", zegt Leza. "Hoelang ik nog achter de toog denk te blijven staan? Tot mijn tijd gekomen is, zeker?"

'Zolang ik kan asemen, blijf ik achter mijn toog staan'

Liesbeth Hulstaart (78), café 't Koninksrek, Bornem

Materieel hebben de mensen tegenwoordig van alles", zegt ze. "Ze hebben een huis, een auto, een tv en een gsm. Maar wat ze bijna niet meer hebben, is menselijk contact. Je ziet ze zitten, in hun eentje op een apparaat tokkelend. Ze bekijken elkaar zelfs niet. Hier in het café heb ik de tafels zo gezet dat ze niet anders kunnen dan naast elkaar gaan zitten en met elkaar praten. Hier zijn ze verplicht." Het is woensdagnamiddag en in café 't Koninksrek alias 'Bij Zates' is het warm en druk. De kachel staat op hoog en in de aanpalende feestzaal heeft toneelgroep De Steiger zonet de repetitie afgerond. De première is gepland voor 14 februari, ook hier in de zaal naast het café. Alle acteurs komen uit een instelling voor verstandelijk gehandicapten, en voor hen trekt Liesbeth haar credo radicaal door: "In het café is iedereen gelijk. Iedereen zwanst met iedereen. Bijna alle acteurs waren daarnet bij de repetitie hun vorige week aangeleerde tekst alweer compleet vergeten, maar dat geeft niet. Ik denk wel dat ze nog hun werk gaan hebben met die repetities."

Vroeger kende elk Vlaams dorp meerdere cafés als dit. Liesbeth heeft nooit overwogen om in te gaan op aanbiedingen van brouwerijen of verhuurders van elektronische gokautomaten. "Ik heb een overeenkomst met de brouwerij. Dat is ook verplicht, want je moet het onderhoud van je leidingen door hen laten doen. Maar voor de rest sta ik nogal stevig in mijn eigen schoenen. Het enige wat ik ooit aan het café heb weten veranderen is de komst van de frigo."

De geschiedenis van 't Koninksrek gaat terug tot in 1835, toen de overovergrootvader van Liesbeth Hulstaart (78) dit lapje grond naast de Schelde overkocht van graaf Victor de Marnix de Sainte-Aldegonde. "In 1838 is hij erkend als herbergier", vertelt ze. "Ik ben de vijfde generatie. Het café is genoemd naar hoe de schippers dit rechte en daardoor makkelijk bevaarbare stuk van de Schelde noemden."

Er zitten enkele mannen met schipperspetten aan een tafeltje. Dit is het soort café waar je niet zomaar naar de toog stapt en je drankje bestelt. De klant komt binnen, groet iedereen uitbundig en zegt: "Geeft die mannen iets van mij."

Ze wijst naar enkele portretten aan de muur. Van haar oma Liza, die hier tot haar zevenentachtigste achter de toog heeft gestaan. Van haar moeder, Leonie, die tot haar drieënnegentigste cafémadam is gebleven. "Mijn leven zal hetzelfde zijn", zegt Liesbeth. "En ik ben dan wel achtenzeventig, ik voel mij zo niet. Jong en oud komt naar 't Koninksrek en ik voel mij goed tussen de mensen. Zolang ik kan asemen blijf ik achter mijn toog staan." Al staat daar nu, deze namiddag, iemand anders. Kleindochter Yoni.

"Ze heeft me beloofd dat als ik er niet meer ben, zij de traditie voortzet. Onze kinderen hebben altijd geholpen in het café, zoals ook mijn broer Guillaume en ik vroeger onze ouders altijd hebben geholpen."

Heel even is de luchtigheid weg.

"Ik kan zeggen dat we niet zijn gespaard geweest van tegenslag. Van mijn vijf kinderen heb ik er twee moeten afgeven, onder wie de mama van Yoni. En in augustus is Guillaume verdronken. Dat zit dan wel in uwen kop, elke dag. Je denkt daaraan, je denkt aan hem. Maar je weet ook: we moeten verder met dit leven."

In 't Koninksrek kost een pintje 1,5 euro. Het café is principieel zeven dagen op zeven open, in de zomer vaak zelfs al van vroeg in de ochtend. Sluiten doet Liesbeth pas vanaf het moment waarop de laatste klant heeft besloten dat hij misschien maar eens moet gaan zien.

"Wij weten nog altijd niet goed wat er met Guillaume is gebeurd", zegt ze. "Wij zijn opgegroeid met de rivier, wij kennen alle gevaarlijke plekken. Hij is die avond nog efkens gaan wandelen, wij lagen al in ons bed. Is er iemand op onzen hof geweest en is hij die achterna willen gaan? Ik denk er dikwijls aan. Wij hebben veel vragen, maar we gaan het waarschijnlijk nooit weten."

Authentieke Belgische cafés door Regula Ysewijn, met 45 authentieke cafés, verscheen bij uitgeverij Luster, 25 euro

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234