Vrijdag 21/01/2022

Cactus-festival in Brugge heeft te lijden onder het slechte weer ''n koater godverdomme, mor'k goa d'r wel deure kommen'

Cactus, dat ieder jaar plaatsvindt in het Minnewaterpark, net buiten het historische stadscentrum van Brugge, behoort tot de gezelligste festivals die Vlaanderen rijk is. Maar de zeventiende aflevering zal wellicht de geschiedenis ingaan als een van de natste die de muzikale driedaagse tot dusver heeft gekend. Hevige stortregens zetten zaterdag een domper op de feestvreugde, al liet het publiek zich door het tegenvallende weer geenszins afschrikken. Met uitschieters als Mike Scott, Bobby Byrd en Paul Weller viel er op het podium ook nu weer met volle teugen te genieten.

Cactus is van oudsher een kleurrijk en veelzijdig evenement, waar de meest uiteenlopende genres elkaar ontmoeten. Maar het is ook een festival op mensenmaat: goedkoop (een dagticket kost 450 frank in voorverkoop), kindvriendelijk (er is een speelhoek met randanimatie) en gezellig (slechts één podium, volwaardige concerten, regelmatige pauzes). Geen wonder dat het jaarlijkse feest bij het niet altijd even welriekende Minnewater een loyaal publiek aantrekt. Bovendien prikkelen de organisatoren het milieubewustzijn van de bezoekers. Vanaf dit jaar besloten ze, samen met OVAM, aan afvalpreventie te doen: een waarborgsysteem hielp er zorg voor dragen dat de op zich al recycleerbare drankbekers niet in het park bleven slingeren, maar door de festivalgangers naar een inruilpunt werden gebracht. Een initiatief dat ook op andere festivals navolging verdient.

Door de komst van Delinquent Habits, drie Feasty Boys uit de Lower East Side van LA, namen de organisatoren dit jaar voor het eerst hip-hop in hun programmatie op. Geen onverdeeld succes, want het publiek baande zich slechts schoorvoetend een weg naar het podium, ook al werkte de combinatie tussen knetterende rhymes, snerpende beats en uit Mexicaanse folkplaten gelichte samples vrij aardig. Bovendien illustreerden de goedaardige delinquenten dat Spaans een even swingende raptaal kan zijn als het Engels of het Izzegems.

Dead Man Ray klonk live al aanzienlijk strakker dan enkele maanden geleden, al was de humor van zanger-gitarist Daan Struyven soms een beetje melig: "Zijn er toevallig enkele paarden op de weide?", vroeg hij bijvoorbeeld ter introductie van het heerlijk rammelende 'Horse'. Climax van de set was het toepasselijk getitelde 'Copy Of '78', dat je een idee gaf van hoe Jeff Buckley zou hebben geklonken als hij wat vaker naar Kool & The Gang of Chic had geluisterd.

Andrew Dorff debuteerde vorig jaar met het uitstekende Hint Of Mess, maar vrijdag presenteerde de jonge songwriter alweer een handvol nieuwe deunen van een vergelijkbaar niveau. Waar Dorff tijdens vorige concerten nog als een bezeten bultenaar over het podium hinkelde, was hij nu een tikje bedeesder geworden. Lag het aan zijn nieuwe groep of vond de zanger dat zijn songs voor zichzelf spraken? In elk geval zong hij ze als een hond die naar de maan huilde. De grootstadsromantiek, die doorklonk in het nieuwe 'Hardest Thing', deed dan weer enigszins aan een prille Tom Waits denken.

Afsluiter Mike Scott zou oorspronkelijk solo naar het Minnewaterpark komen, maar in laatste instantie belde de Waterman toch nog een paar muzikanten op om hem naar Brugge te vergezellen. Een riskante onderneming, want vorig jaar stelde hij, mét groep, ontzettend teleur tijdens Les Nuits Botanique. Van zijn gezellen van toen was echter enkel bassist Ian McNabb overgebleven en groot was de verrassing toen naast Scott niet alleen Waterboys-drummer Dave Ruffy opdook, maar ook Liam O' Maonlai achter de Hammond verscheen. De zanger van de Hothouse Flowers heeft Mike Scott altijd als de voornaamste inspirator voor zijn eigen groep beschouwd en zag, toen hij vorig weekeinde met zijn held op het podium mocht, een oude droom in vervulling gaan.

Om de verwarring nog te vergroten begon Scott de set in zijn eentje, akoestisch, met het bezwerende 'Bring'em All In', om dan meteen het roer om te gooien en te doen waar trouwe fans al lang niet meer van durfden dromen: een show geven die haast uitsluitend uit Waterboys-classics was opgebouwd.

Eerst waren er nog wat technische problemen, maar de magische versies van 'The Pan Within', 'Don't Bang the Drum' en 'Be My Enemy' behoorden tot het beste dat ondergetekende ooit vanaf een podium is komen toewaaien. De Celtic Soulmen produceerden genoeg elektriciteit om heel Brugge te bevoorraden en had het van het stadsbestuur gemogen, dan hadden Mike Scott en zijn vrienden misschien wel doorgespeeld tot de volgende middag.

Zaterdag mocht de Antwerpse formatie Die Anarchistische Abendunterhaltung onder een bewolkte hemel de spits afbijten. En dat deed ze met verve, want haar eigengereide cocktail van klassieke en folkloristische motiefjes met enkele maten reggae en dance, ook te degusteren op haar recente cd We Need New Animals, werkte behoorlijk aanstekelijk. Nu eens kwam het kwartet frivool en uitbundig uit de hoek, dan weer sereen en ingetogen. In het weemoedige 'Dip'n Dodge' kregen de Anarchisten de assistentie van zangeres Angélique Willkie; tijdens 'Gin Tonic' stoeiden ze met gesampelde drums. Maar hoewel DAAU zich meestal slechts van een viool, cello, clarinet en accordeon bediende, straalde haar optreden toch een ontegensprekelijke rock'n'roll-energie uit.

Minder opgetogen waren we over Alabama 3: zeven bleke, geschifte Britten die zich voordeden als een stel straatpredikanten uit het Amerikaanse Zuiden. Hun kerk, de Presleytarian Church of Elvis The Divine, bleek echter stukken wereldser te zijn dan die van Johannes Paulus en bovendien mocht er, zij het met mate, gelachen worden. De cd Exile on Colharbour Lane heeft zijn momenten, maar live deed de van blues, country en samples doordrongen gospel-hop van Alabama 3 nogal geforceerd aan. Op de setlist prijkten een John Prine-song, een swingende Dr John-pastiche en het niet onaardige 'U Don't Dans 2 Techno Anymore'. Voor het overige liet deze groep ons vrij onverschillig.

Heel anders was het gesteld met de Brooklyn Funk Essentials, een gezelschap dat naar eigen zeggen streetfunkjazzdub serveert. Die term schiet echter te kort om het eclecticisme van dit elftal, waar onder anderen een rapper, twee zangeressen en een blazersectie deel van uitmaken, helemaal te vatten. De Funk Essentials speelden in Brugge verleidelijk wiegende dansmuziek die uitstapjes naar mambo, ska, soul en raggamuffin niet schuwde. Uiteraard stond de voormalige radiohit 'The Creator Has a Master Plan' op het menu, maar er werd ook geput uit de recente Little Way Different EP. We kregen zelfs al enkele staaltjes uit het, voorlopig in ons land nog niet verkrijgbare In the Buzzbag, een plaat die vrijwel volledig op Turkse muziekjes is gebaseerd. Een uitstekend optreden, dat ook door de Cactus-bezoekers fel werd gesmaakt. "'k hem 'n koater godverdomme, mor ik goa der wel deure kommen." Met deze mededeling begroette Arno zijn Brugse medemens. De belofte uit het tweede deel van de zin werd echter niet waargemaakt, want groots of briljant kon je zijn live-verrichtingen met Charles & The White Trash European Blues Connection bezwaarlijk noemen. Het is bekend: Arno speelt geen blues, Arno is blues, en dat bewees hij met classics uit het genre als 'Little Red Rooster' en 'You Got To Move'. Alleen: de vonk sloeg zelden over. Arno's begeleiders -gitarist Geoffrey Burton, drummer Herman Cambré en bassist Alan Gevaert, die even mocht zingen in Nina Simones 'See-Line Woman' - kweten zich nochtans voorbeeldig van hun taak. Opvallend was de grondig verbouwde versie van 'Drive My Car' uit het oeuvre van The Beatles ("een groep die ik nooit graag heb gehoord", dixit Arno), maar we hebben de Stoeten Oostendenoare al impressionanter van bil horen gaan.

Het hoogtepunt van de dag stond op naam van Bobby Byrd, een veteraan die door zijn volgelingen steevast"the professor of funk" wordt genoemd. Hij verscheen in Brugge met een 17 man sterke All Star-band en structureerde zijn set als een ouderwetse soul-revue, die werd ingereden door very special guests als trombonist Fred Wesley en diens rappende nakomeling All Zone. Vervolgens verschenen The King's Queens, een uit vier big fat mama's bestaand dameskoortje. Vicky Anderson, Martha High en Lynn Collins, die ooit nog, als The Famous Flames, James Browns concerten van een fikse dosis seks voorzagen, worden inmiddels een jaartje ouder, maar hun magnifieke stemmen bleken, getuige 'I Can't Stand the Rain', nog lang niet door de tijd te zijn aangetast. Kortom: de funkmachine liep al behoorlijk gesmeerd voor Byrd zelf ten tonele verscheen. De soulman uit Georgia pakte uit met een stomende show waar niets op af te dingen viel. Stil blijven staan was, ondanks de gietende regen, onmogelijk. Zeker toen werd afgesloten met 'Sex Machine', de James Brown-compositie waarvoor Bobby Byrd destijds de pen vast hielp houden.

De tweede festivaldag werd met klasse afgerond door modfather Paul Weller, de angry middle-aged man die ooit naam maakte met The Jam en The Style Council. Bijgestaan door een puike band gaf hij op Cactus een energiek en gedreven concert, zonder veel verrassingen. Met bruisende songs als 'Peacock Suit', 'Friday Street' en het aan Neil Young verwante 'Heavy Soul' lag de nadruk vooral op het snijdende gitaarwerk, al zat er ook een akoestisch kwartiertje in de set met mooie uitvoeringn van 'Wild Wood', 'Up in Suzes' Room' en het kakelverse 'Brand New Start'. Weller stond scherp en het doorweekte publiek wist krachtvoer als 'The Changingman' of het uit het kabinet van Dr John ontvreemde 'I walk on Guilded Splinters' wel te waarderen. Maar hoewel de artiest de avond in schoonheid besloot, slaagde ook hij er niet in de toornige weergoden gunstig te stemmen.

Bart Steenhaut

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234