Vrijdag 07/08/2020

Cabrera Infantes onwettige dochter

Uit de tweede hand: Zoé Valdés. 'Ik gaf je mijn hele leven'

Peter Venmans

Er zijn twee manieren om Ik gaf je mijn hele leven, de derde roman van Zoé Valdés, te bespreken. De eerste manier gaat als volgt.

Valdés schreef een roman in de beste traditie van Guillermo Cabrera Infante, tovenaar van de Cubaanse taal en auteur van het (vorig jaar eindelijk in het Nederlands vertaalde) meesterwerk Drie trieste tijgers. Valdés maakt daar overigens geen geheim van. Het motto voorin is van Cabrera Infante, zijn naam valt in de roman herhaaldelijk en voor de kenners zijn er tal van verborgen verwijzingen. Net als Infante roept Valdés de sfeer op van Havana toen het nog een bruisende stad was. Een stad die nooit sliep. In de jaren vijftig was dat. In 1959 kwam de Revolutie van Castro. Die sloot de bordelen en de casino's en maakte een eind aan het nachtelijke vertier. De Nieuwe Mens was een ochtendmens. Wars van elke revolutionaire orthodoxie cultiveren Infante en Valdés de nostalgie naar de wilde tijd van het kapitalisme. Infante, dit jaar 70 geworden, kon bij het herscheppen van zijn Havana nog een beroep doen op zijn geheugen. In zijn herinnering loopt hij weer als kind en jongeman door de straten van de stad; elke gevel, elke hoek wekt emoties op. Valdés, geboren in 1959, het jaar nul van de Revolutie, kent de fifties alleen van horen zeggen. Zij betrekt haar heimwee uit de tweede hand - en wel voornamelijk uit de boeken van Cabrera Infante.

Geen van beiden houdt van rechtlijnige verhalen. Infante volgt de meanders van zijn geheugen. Hij laat zich bovendien meedrijven op het bezwerende ritme van de spreektaal, het Havanees van de straat. Bij Valdés zijn er geen grenzen aan de verbeelding. Vrij associërend rijgt ze woorden en zinnen aan elkaar. Haar taal vloeit niet als die van Infante, gaat meer met horten en stoten, maar wel doet ze haar uiterste best om even virtuoos uit de hoek te komen. Het wemelt in Ik gaf je mijn hele leven van binnenrijmen, woordgrappen en spellingspelletjes in de stijl van Joyce-Infante. Taalregisters worden vrolijk gemengd, het verhevene staat naast het laag-bij-de-grondse.

Eveneens in navolging van Infante betoont Valdés zich een groot liefhebster van het melodrama. Infante schreef de roman Zij zong bolero's (eigenlijk een roman binnen de roman Drie trieste tijgers, maar later apart uitgegeven); Valdés lardeert elk hoofdstuk van haar boek met de sentimentele teksten van Cubaanse schlagers. Ook de titel Ik gaf je mijn hele leven komt uit een bolero. Valdés maakt een mix van traditionele ballade en popsong, van de plaatselijke folklore en de Noord-Amerikaanse cultuurindustrie, van Celia Cruz en Michael Jackson. (Ook die voorkeuren zijn niet politiek correct op Cuba, waar men steevast het 'betere' Latijns-Amerikaanse lied promoot.)

Ten slotte is Valdés net als Infante een dissident auteur. Infante verliet het eiland in het begin van de jaren zestig. Hij schreef menig virulent anticastristisch stuk voor kranten en tijdschriften, maar hield de politiek zorgvuldig buiten zijn literaire oeuvre. Valdés daarentegen integreert haar dissidentie in haar werk. Fidel Castro, bijgenaamd "XXL" (Extra-Extra-Large) of "de Chef-Komediant", wordt als personage ten tonele gevoerd met een pastiche van een van zijn toespraken. Het zijn hilarische bladzijden waarin het regime van "Sovjet-Cuba" over de hekel gehaald wordt.

De andere manier om Ik gaf je mijn hele leven te bespreken gaat zo.

Dit is een draak van een boek. Het hangt met haken en ogen aan elkaar. Het mist ritme en structuur. Het hoofdpersonage Cuca Martínez is totaal ongeloofwaardig, net zoals de flinterdunne plot die op stuntelige wijze door de tekst geweven is. De woordspelingen zijn soms ronduit melig. Calderón de la Barca wordt Calderón de la Blabla, de Staatsveiligheid wordt Quatschveiligheid en Revo-lotionairen zijn homoseksuele apparatsjiks. Wat is er nu leuk aan: "Ze was een bundeltje. Niet met gedichten maar een bundeltje zenuwen"? Of aan een vrouw die zegt: "Ik deblokkeerde mijn opening waarin al schimmelkaas was ontstaan waarop Charles de Gaulle trots zou zijn geweest"? En wat bedoelt Valdés eigenlijk met: "Haar schoonheid is niet overdonderend, wel adembenemend"? Of met: "Puchunga vermoedde haar plotselinge gevoelens en ramde haar zandkasteel met een paar zinnen in duizend stukken"? Of met: "Het knobbeltje in haar borst gaat tekeer als een op hol geslagen stoplicht"?

Valdés' bezondigt zich doorlopend aan effectbejag. Vier bladzijden zijn we ver en we hebben al gehad: twee verkrachtingen, een stevige portie anale seks, een memorabele lesboscène en een scheet die kilometers in de omtrek te horen is. Dat mag, maar het is wel wat veel ineens. Op pagina 65 presteert Cuca Martínez 69 orgasmes in één week. Wanneer zij ontmaagd wordt, komt het leven in het land tot stilstand. Dat gaat gepaard met een ongeziene zondvloed. Enzovoorts. Ik gaf je mijn hele leven is een hybridisch boek. Bepaalde delen zijn duidelijk geschreven met de Cubaanse culturele incrowd voor ogen: Valdés doet duchtig aan name-dropping. (Ook dat namen noemen heeft ze, maar dit geheel terzijde, van Cabrera Infante.) Tegelijk lijkt deze roman speciaal geredigeerd voor het Europese en dan vooral het Franse publiek - Valdés woont al een paar jaar in Frankrijk. Edith Piaf, Françoise Sagan en Erik Orsenna mogen hun bezoek aan Cuba nog eens overdoen; van Marguerite Yourcenar hangt ergens een portret tegen de muur. Verder hebben deze mensen geen functie in het boek, maar Franse lezers kunnen zich weer wat meer betrokken voelen. Soms gaat dat redigeren heel ver; het boek lijkt dan een beetje Cuba-voor-beginners: "Siste iemand in een guayabera, dit wil zeggen dat hij een gesteven hemd met lange mouwen aanhad."

Eén zinnetje wil ik niemand onthouden: "Haar eerste kamp was alleen voor meisjes, het tweede was gemengd, dus voor jongens en meisjes." Mijn cursivering.

Zoé Valdés (uit het Spaans vertaald door Barber van de Pol), Ik gaf je mijn hele leven, Meulenhoff, Amsterdam, 255 p., 798 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234