Maandag 26/08/2019

'C'est ter-mi-né!'

'C'est ter-mi-né!' Haar kreet, eind 1997 in de commissie-Dutroux, galmde nog jaren na, maar per 31 oktober is het ook afgelopen voor de iron lady van de Luikse justitie. De acht jaren waarin Anne Thily aan het hoofd stond van het Luikse parket-generaal, zullen niet licht worden vergeten. De zaak-Cools, de zaak-Dutroux, de vuile oorlogjes daarrond. Het op de markt uitgevochten dispuut met haar liefdesrivale, de 'dossiertjes' die ze aanlegde tegen medewerkers. Twee advocaten-generaal die in de nor belandden, één die zelfmoord pleegde. Komen en gaan van Anne Thily.

DOUGLAS DE CONINCK

En gij, met beschikking over al uw geestesvermogens, en enkel vanwege een steriel narcisme, hebt het leven van een jonge vrouw gebroken! Zij, die tot het einde haar liefde voor u uitschreeuwde!"

Daar had beklaagde Eric Weerts niet van terug. Zijn advocaten net zomin. Kort na het eindrequisitoor van openbaar aanklaagster Anne Thily werd Weerts op 24 februari 1989 door het Luikse assisenhof veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. In Luik was het in die tijd zoals in dat radiospotje van Proximus: "Wie is de aanklager eruit? Oeioei!" Strafpleiters achtten zich bij voorbaat verloren als het lot Thily had aangewezen.

"De assisenzaal was haar biotoop", zegt een Luikse ex-magistraat. "Dat venijn, die furie, die hoogoplopende passies, dat volkse. Ze was briljant. En zo'n juriste hé. Die rol was haar op het lijf geschreven."

Anne Thily wordt in 1938 geboren in Hannuit in een familie die meerdere advocaten voortbracht. Na haar rechtenstudies aan de Luikse universiteit, waar ze even assistent blijft, schrijft ze zich in 1966 in aan de balie in de vurige stede. Na vier jaar stapt ze over naar de magistratuur. Ze begint als substituut en wordt in 1980 eerste substituut. Ze wordt in die tijd gezien als een pion van PS-peetvader André Cools, al geldt dat in Luik zowat voor een op de twee overheidsbenoemingen. Thily promoveert tot substituut bij het hof van beroep en wordt in 1984 advocaat-generaal. Het wordt dan twaalf jaar wachten tot de pensionering van Léon Giet (vader van PS-kamerfractieleider Thierry Giet). Wanneer Thily op 31 mei 1996 haar maidenspeech houdt als 's lands allereerste vrouwelijke procureur-generaal, klinkt dat zo: "Vanaf nu is het afgelopen met de politieke benoemingen!"

In het restaurantje aan de Place du Marché, de pleisterplaats voor magistraten, advocaten en andere habitués van het Luikse justitiepaleis, is ze in de weken voor haar benoeming vaak opgemerkt aan de zijde van José Happart. Die doet niet geheimzinnig: "Ons Anette moet het worden." En als justitieminister Stefaan De Clerck het waagt een ander te benoemen, "dan wordt het oorlog".

Happart is medio jaren negentig nog geen minister, voorzitter van het Waalse Parlement of de luchthaven van Bierset. De Voerense burgemeester-driftkop die in de jaren tachtig een regering deed vallen over de taalperikelen in zijn dorp is enkele jaren eerder omarmd en zo min of meer geneutraliseerd door de PS. Wat niet kon beletten dat een dreigement met "oorlog" uit zijn mond nog steeds ernstig klinkt.

Er was dus de moord op André Cools, vijf jaar daarvoor, 18 juli 1991. De Luikse PS viel finaal uiteen in clans, waarbij Happart zich aansloot bij die rond Jean-Maurice Dehousse, Guy Mathot en Alain Van der Biest. De clan had reden tot onrust, zeker tijdens de guerre des juges tussen Luik en Neufchâteu. Onderzoeksrechter Connerotte dacht tot immense ergernis van Luik het goede spoor beet te hebben. Hij verdacht Van der Biest en de Italiaanse medewerkers op zijn ministeriële kabinet ervan de moord te hebben georchestreerd. Giet, een minzaam man, probeerde vooral iedereen te vriend te houden, maar wat zou zijn opvolg(st)er doen? Een van de kandidaten, naast Thily, was de door de clan rond Brusselaar Philippe Moureaux naar voren geschoven Armand Spirlet. Van hem was bekend dat hij - de geschiedenis zou hem gelijk geven - geloofde in het spoor van Connerotte. Happart en Thily waren goed bevriend. Logisch, Thily was gehuwd met Max Hoge, die al sinds de eerste knokpartijen in de Voerstreek altijd de vaste advocaat van Happart was.

Het grote publiek leert Thily kennen op zondag 18 augustus 1996, daags na de ontdekking van de lijkjes van Julie en Mélissa. Als de tante met de enorme handtas die met een stoet tv-camera's achter zich aanbelt bij de families Russo en Lejeune. Ze is gekomen, zegt ze, om haar medeleven te betuigen. Een mooi gebaar, iets wat tot dan toe zelden was vertoond. Magistraat verlaat ivoren toren.

Een jaar later zou Carine Russo, Mélissa's moeder, Thily omschrijven als "une conciërge". Tijdens haar verschijning voor de kamercommissie-Dutroux was de magistrate op het randje van het hysterische te keer gegaan tegen de ouders van de vermoorde kinderen die bleven hameren op lacunes in het onderzoek. "Vergeeft u het mij, ik zeg het rechtuit: u wordt misleid door uw omgeving!", beet ze Jean-Denis Lejeune toe. En, zuchtend: "Men laat deze mensen niet toe om te rouwen."

Nog wekenlang zou haar in de commissie uitgeroepen kreet nagalmen: "C'est ter-mi-né!". Gedaan met de perslekken. Thily mobiliseerde een politieleger met méér manschappen dan het onderzoek-Dutroux zelf om op zoek te gaan naar lekken, vooral dan richting De Morgen. Maandenlang zette ze het telefoonverkeer op de privé-lijn van procureur Michel Bourlet te Neufchâteau onder observatie. Ze haatte de populaire magistraat, al van in de tijd van de guerre des juges en wou zijn vel. Lekken werden echter niet gevonden. Onder speurders in Neufchâteau, die hun telefoon ook al niet meer vertrouwden, verzuurde de sfeer. "We zagen op de duur overal spoken", blikte een van hen laatste tijdens het proces-Dutroux terug. "We staken meer tijd in het opstellen van nota's dan in het onderzoek zelf."

Kort na het aantreden van Thily gebeuren vreemde dingen bij het Luikse parket-generaal. Ze is maar net in functie als haar directe medewerker, eerste advocaat-generaal Franz-Joseph Schmitz, onder haar impuls wordt gearresteerd. Hij wordt ervan beticht juridische gunsten te hebben verleend in ruil voor smeergeld. Hij zal ook worden veroordeeld. Hij heeft zijn functies nog maar goed en wel neergelegd of Thily laat een strafonderzoek openen tegen de nieuwe eerste advocaat-generaal, Marc de la Brassine. Weer een Luikse topmagistraat in de nor. Pedofilie, luidt de aanklacht nu. Een verzonnen aanklacht, blijkt later, maar de loopbaan van de la Brassine is wel ten einde.

Het parket-generaal, dat is voor een magistraat veelal het hoogtepunt van een carrière. Niet zo in Luik, waar advocaten-generaal Jean-Philippe de la Croix en Alain Zaplicki zich kort na het aantreden van Thily laten degraderen: de een tot jeugdrechter, de ander tot vrederechter.

Door de leegloop wordt advocaat-generaal Hubert Massa (53) nu gesommeerd om én op het proces-Cools én op het proces-Dutroux de rol van openbaar aanklager te vervullen. Op dinsdag 13 juli stuurt Thily, die net met vakantie zou vertrekken, haar meid voor alle werk naar Brussel om haar te vervangen op de eerste vergadering van de procureurs-generaal met de pas ingezworen nieuwe minister van Justitie Marc Verwilghen (VLD). Daar raakt bekend dat Massa druk aan het solliciteren is om kabinetschef te worden bij de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne (MR). Massa, blauw etiket, kent de vrouw van Duquesne goed: de Luikse procureur Anne Bourguignont, ook weer zo iemand met wie Thily in een passioneel dispuut is verwikkeld.

Massa heeft met Bourguignont afgesproken dat hij haar op woensdagochtend zijn cv zal overhandigen. Voor Massa zal het echter nooit meer woensdag worden. Die avond, na het avondmaal, sluit hij zich thuis op in zijn kantoor en hoort zijn echtgenote een revolverschot.

Volgens de aanvankelijke geruchtenmolen pleegde Massa zelfmoord omdat hij het niet meer kon aanzien hoe Happart zich onder het goedkeurend oog van 'ons Anette' maar bleef bemoeien met het dossier-Cools. Happart importeerde vanuit Duitsland een 'getuige' met een 'nieuw spoor': ene Horst Hermann, een oplichter die een bundel manifest vervalste documenten had gefabriceerd om de onschuld van Van der Biest en co. aan te tonen. Thily en Happart bleven Massa onder druk zetten om hun clangenoot toch maar niet aan de zijde van Taxquet, Di Mauro en andere Contrino's te doen doorverwijzen naar het assisenhof, een probleem waar de uiteindelijk toch doorverwezen Van der Biest zelf een eind aan maakte door op 18 maart 2000 op zijn beurt zelfmoord te plegen.

Maar waarom zou Massa zich een kogel door het hoofd jagen, net op het moment dat zich via de Wetstraat een vluchtroute aandiende? Gerechtelijke bronnen hebben het over 'een dossiertje' dat Thily in de la zou hebben zitten tegen hem. Zoals ze er ook eentje had tegen de la Brassine. Verder staat vast dat Massa op maandag nog geloofde dat hij bij Duquesne aan de slag kon gaan en op dinsdag tot het inzicht kwam dat 'men' hem niet zomaar zou laten vertrekken.

Op 17 juli 1999, de dag van de begrafenis van Massa, gaf zijn ex-confrater en jeugdvriend Jean-Philippe de la Croix - hoogst uitzonderlijk - een interview aan de krant Vers l'Avenir. "Ik had nooit durven te denken aan zelfmoord, maar ik wist wel dat het op een goede dag fout zou aflopen. De laatste keer dat Hubert me belde, zei hij: 'Je me sens coincé.' ('Ik voel me gepakt', ddc). Léon Giet, dat was een echte patron die op collegiale wijze omging met zijn personeel. Thily vertegenwoordigt enkel gezag."

Duquesne kreeg het knap lastig om een kabinet samengesteld te krijgen. Als adjunct-kabinetschef had hij gedacht aan Bernard Ista, algemeen secretaris van de Autonome Vakbond van de Gerechtelijke Politie. Hij zou de politiehervorming in goede banen komen leiden. Ista trad in juli 1999 in dienst op het kabinet. Na twee maanden kwam er een brief van Thily aan Verwilghen met de melding dat ze Ista wou laten vervolgen wegens 'schending van het beroepsgeheim in het dossier-Dutroux'. Het 'dossiertje', bleek later, was in elkaar geflanst door ex-BOB'er René Michaux, landelijk beroemd door zijn dodelijke geblunder in de zaak-Dutroux.

Ista was sinds 1993 geen speurder meer en had geen beroepsgeheim meer om te schenden. Duquesne wou echter geen gedonder. Ista werd geëvacueerd naar Buitenlandse Zaken bij de Louis Michel. Tegen Big Loulou zou Thily vast niks durven te beginnen. "Ik ken Thily", legde Ista (inmiddels overleden) op 16 juni 2000 uit aan De Morgen: "Als zij heeft gezworen je te kraken, dan kraakt ze je. Toen ze hoorde dat ik op dat kabinet zat, belde ze me: 'Ah, monsieur Ista, vous avez choisi votre camp.' Een blauw kabinet, dat was in haar ogen verraad. Even later eiste ze dat ik voor haar zou gaan spioneren bij Duquesne. Ze wilde dat ik haar wekelijks zou briefen over alles wat op dat kabinet inzake politie en justitie werd besproken. Deed ik dat niet, dan zou ik wel zien. Ik deed het niet. Even later kwam die brief."

In februari 2000 overlijdt Max Hoge na een langdurige ziekte. Dat is triest, maar zijn dood heeft tot gevolg dat half België er kennis van kan nemen. Hoge en Thily zijn al sinds 1986 geen stel meer. De advocaat is een affaire begonnen met zijn boekhoudster Andrée P. "Zij had haar leven, met haar vriend, wij het onze", zegt Andrée P. op 20 juni 2002 in La Dernière Heure. "Ze ontving mij bij haar thuis. Op zeker moment heeft haar vriend haar laten vallen. Blijkbaar heeft zij toen besloten dat ze haar man wou terugwinnen."

Hoge liet zijn minnares een cheque na van 3.775.000 frank. Voorzien van zijn handtekening op datum van 9 augustus 1999. Hoge lag toen in het ziekenhuis, wetend dat hij weldra zou sterven. Toen P. de cheque begin 2001 ging innen duurde het drie dagen of de gerechtelijke politie stond voor de deur. Thily had bij haar eigen parket mede namens haar man en haar zoon klacht ingediend tegen P. wegens oplichting. Er was meteen een onderzoeksrechter op de zaak gezet. Volgens P. was het Thily die in hoogst eigen persoon de huiszoeking coördineerde. "Ik kon haar stem horen weergalmen door de gsm van een van de politiemensen."

Een procureur-generaal die in een dispuut met haar liefdesrivale het hele gerechtelijke apparaat mobiliseert? Het kan. Tot op zekere hoogte. P. trok naar het Hof van Cassatie, met een 'gewettigd vermoeden van partijdigheid'. De zaak werd in juni 2002 onttrokken aan Luik en toegewezen aan Charleroi. Daar buigt de correctionele rechtbank zich op 20 januari volgend jaar over de zaak.

Vorige maand, bij het begin van het gerechtelijke jaar loofde de Luikse raadsheer Michel Joachim de procureur-generaal in zijn mercuriale uitgebreid voor "haar juridische kwaliteiten", "de deugdelijkheid van haar argumenten" en "haar intrinsieke menselijkheid". Dat was vast wel gemeend, maar in Luik weet iedereen dat de vele affaires de positie van Thily tot op een alarmerend niveau hebben ondermijnd. Vereenzaamd en vermoeid moest ze toekijken hoe de entourage van Van der Biest dan toch werd veroordeeld op het proces-Cools. Hoe de jonge advocaat-generaal Jean-Baptiste Andries op het proces-Dutroux vrolijk tandem vormde met procureur Bourlet.

Maandag werd Thily in audiëntie ontvangen door de koning. Overmorgen begint ze aan haar laatste werkweek. Per 31 oktober gaat ze met pensioen. Kasten leegmaken dus. Een paar dossiertjes opruimen, misschien.

n Anne Thily: de flamboyante Luikse procureur-generaal gaat met pensioen: 'Als zij heeft gezworen je te kraken, dan kraakt ze je.'(Foto' s Belga)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden