Vrijdag 25/06/2021

'C'est passé, fini'

Jacques Derrida

Het klinkt tegelijk pathetischer en cerebraler dan het is. Toen journalist Mike De Mulder op het Radio 1-nieuws aan de bevolking meldde dat de Franse filosoof Jacques Derrida gestorven was, dan deed me dat denken aan de dag toen Kurt Cobain was heengegaan. Niet dat Derrida een highbrow versie van de Amerikaanse charmezanger was, noch dat hij ooit ook maar bij benadering de emotionele directheid bereikte van een song als 'Come as You Are'. Wel dat hij een ster was en is, net zoals Cobain dat was en is. Een fonkelende ster, iets om naar te kijken als men het even niet meer weet.

Anders dan Cobain was Derrida slechts bij hoge uitzondering een man van de directheid. Hij was nu juist de man die ons toonde hoe alles "talig bemiddeld" was, hoe het originele, oorspronkelijke, eerste begin eigenlijk altijd al begonnen was (een kind vraagt: "En wat was er voor dat allereerste?"). En dat men uit dat onbegonnen begin en nooit eindigende einde, uit die sterfelijkheid, uit die menselijkheid, schoonheid kan putten, en dus Sein-zum-Tode en ook Lust for Life. Hij, de pedagoog van de normaalschool (maar dan wel de elitaire Ecole Normale Supérieure), zou aan de wildebrassen uit Seattle hun eigen come as you are hebben uitgelegd, dat wil zeggen spelenderwijs uit elkaar hebben gehaald: hoe de seksuele toespeling in come (de logos spermatikos van het uitgestorte zaad) de gift (het gif) van de arriverende gast al aankondigt, hoe as een analogie in de schijnwerpers plaatst die verdonkeremaant dat alle taalgebruik à la limite analoog of metaforisch is (want een woord is nooit het ding, maar altijd een woord voor het ding), hoe mooi het is dat de betekenis van you steeds weer verspringt (zoals wanneer ik nu "jij" schrijf, lezer) en hoe are een vorm van to be is, een in-finitief die we in al zijn vervoegingen moeten en niet kunnen begrijpen.

Cobain had wellicht een flinke bierboer gelaten; Derrida zou hebben geantwoord dat het nirwana duidelijk nog veraf was; en ze zouden allebei hun waarheid hebben gehad. Waarop Derrida dan nog eens dat straffe beeld van Nietzsche zou aanhalen: "Wat is waarheid dus? Een mobiel leger metaforen, metonymia's, antropomorfismen [...] waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat ze dat zijn." Derrida was net als Nietzsche een auteur wiens zinnen je liefst nog eens las voor je er iets over zei. Als je er al iets kon, mocht of wilde over zeggen.

Ja dus. Toch. Want de teksten van Derrida die ik gelezen heb, en dat zijn er niet eens zoveel, hebben me wél de ogen geopend. Het duurde lang - ongeveer twee maanden - voor ik er ook maar iets van begreep, maar op een ondeelbaar moment begon ik te begrijpen - of beter: toen begon het mij te dagen - dat het over een ander soort lezen gaat: wat bij de lectuur van zijn convoluten (= bundel manuscripten = kluwen < Lat. convolutus 'teruggebogen, omgebogen') zoveel moeite kost, is het wennen aan de wendbaarheid, het durven meegaan en jezelf verliezen in wat altijd meer blijkt dan een spel met de donkere krochten van de taal, de etymologie (< Gr. etumon, het werkelijke, het ware; Derrida: "een klassiek motief, een achttiende-eeuwse gemeenplaats - dat er aan de taal een bepaalde zuivere, zintuiglijke taal ten grondslag zou hebben gelegen en dat het etumon van een oorspronkelijke zin, zij het bedekt, nog altijd aanwijsbaar zou zijn").

En ook hier geldt wat die andere popster, Tori Amos, pleegt te zingen: "if you jump, you best jump far". Als je iets aan zijn zinnen wil hebben, dan moet je ervoor gaan. Het geeft geen pas, is zelfs ronduit onkies te noemen, als je na cursorische lectuur wijd en zijd verkondigt dat de Fransman een bedrieger is, een woordenkramer die te lang heeft doorgestudeerd. Het valt te vrezen dat je dan niet goed gelezen hebt. Dat je je eigen onbegrip hebt verwisseld voor wat symbolisch vluchtkapitaal. Want, en dat is een van de beter bewaarde geheimen van academia: Derrida is good for you. Hij leert je over verwondering, over de schoonheid van de ongrijpbaarheid, en vooral: hij leert je lezen, teruglezen, opnieuw lezen, steeds beter lezen. Toegegeven: dat sommige mensen denken dat Derrida een charlatan is, dat heeft de filosoof ook een beetje aan zichzelf te danken. Verliefd op de taal, danste hij er liever nog maar eens een paringsdans mee, dan haar stevig te pakken. Als hij het over het begrip had, dan schreef hij Begriff tussen haakjes erbij en liet niet na om daar een fijne, erudiete opmerking als deze bij te zetten: "En ook het begrip 'begrip' blijft tenslotte onontkoombaar het schema in zich dragen van een gebaar van meesterschap, van grijpen en vasthouden, van pakken en bevatten van een ding als object, ook al kan het daartoe niet volledig worden gereduceerd." En dan schreef hij er nóg een toevoeging bij, grappig om de empirische inhoud en de plotselinge eenvoud van de mededeling: "En dat zowel in Romaanse als in Germaanse talen." Hij had het onder meer over com-prendre en be-grijpen. Nee, teksten van Derrida kun je nooit helemaal 'be-grijpen'. Zelf heeft hij ook niet echt een methode of apparaat ontwikkeld om teksten open te breken. Mike De Mulder had het op het journaal over de deconstructie als een onderzoek naar de "vooronderstellingen van een tekst" en dat was lang niet slecht samengevat. Maar het is niet zo dat de deconstructie een herhaalbare procedure voorschrijft, al was het maar omdat elke auteur, elke tekst om zijn eigen lectuur vraagt en dan lukt het niet met een machine, hoe flexibel die ook moge zijn. Derrida had oog en respect en liefde voor de onreduceerbare uniciteit van woorden en mensen.

Die aandacht voor 'singulariteit' toont een weg naar geluk. In een interview met Le Monde had hij het vorige maand nog over hoe hij het geluk heeft gehad ook van de minder prettige momenten in zijn leven te kunnen genieten. "En natuurlijk ben ik ook dankbaar voor de gelukkige momenten die ik mij herinner, maar tegelijk drijven die me naar de gedachte van de dood, naar de dood, want het is voorbij, afgelopen." "C'est passé, fini." Lang moge hij leven.

Bert Bultinck

De volledige vertaling (van Joost Beerten en Piet Joostens) van het 'Le Monde'-interview met Jacques Derrida vindt u in het volgende nummer van het tijdschrift 'Yang', dat eerstdaags verschijnt.

Verliefd op de taal, danste hij er liever nog maar eens een paringsdans mee, dan haar stevig te pakken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234