Zondag 16/01/2022

Bye-bye Puk-Puk

Walter Van Beirendonck en jeansfabrikant Mustang zijn uit de echt gescheiden, Puk-Puk is toegewezen aan de Duitse stiefmoeder. De vader werkt opnieuw aan zijn eigen merk en heeft aanvaard om conservator te zijn van Modestad 2001. Van Beirendonck is geland in Antwerpen.

Agnes Goyvaerts

Landed, Atteri, Geland, zo luidt de werktitel van wat in 2001 de groots opgezette modemanifestatie in Antwerpen moet worden. De voorbije week werd ze in Londen voorgesteld op de World Travel Market, want Antwerpen wil munt slaan uit de populariteit van zijn ontwerpers. Al enige tijd staat de stad hoog op het wenslijstje van trendy Japanners en bijna wekelijks, zegt Walter Van Beirendonck, krijgt hij in zijn winkel persmensen uit de hele wereld over de vloer, die over de Antwerpse modescene willen berichten naar aanleiding van bijvoorbeeld een stedentrip.

Het is inmiddels ook tot Antwerpen Open en Toerisme Vlaanderen doorgedrongen dat mode een troef is, en zo gingen ze samen met het FFI, het Flanders Fashion Institute, plannen maken voor een groot modejaar. Van Beirendonck werd aangezocht als conservator, hij moet ervoor zorgen dat het spettert en dat het gebeuren weerklank krijgt in binnen- en buitenland. "Veel kan ik er nog niet over kwijt, we zijn nog volop aan het plannen", zegt Van Beirendonck, "maar het is zeker de bedoeling om zowel het professionele als het grote publiek aan te spreken, en dat is een opdracht die me wel zint. En ik wil zeker niet alleen de Belgische of de Antwerpse mode uitdragen, maar de mode als geheel." Het verzoek om dit evenement te organiseren kwam op het goeie ogenblik, want Van Beirendonck had net de bruggen opgeblazen met jeansfabrikant Mustang, onder wiens vleugels hij ruim vijf jaar zijn W< (Wild and Lethal Trash)-collectie had gemaakt. "Had men mij een jaar geleden gevraagd om conservator te worden, had ik 'nee' moeten zeggen, het was gewoon onmogelijk. Nu viel het goed. Ik wou net wat afstand nemen van die stress."

Het was een publiek geheim dat het al een tijd niet meer boterde tussen Van Beirendonck en Mustang, maar zolang niet alle financiële kwesties waren geregeld, kon er niet over worden gepraat. Nu dus wel. Een van de dingen, zegt Van Beirendonck, die hem lelijk dwars zaten, was dat hij steeds minder vat kreeg op het product, dat er buiten hem om dingen aan werden veranderd, terwijl het niettemin erg aan zijn persoon gebonden bleef. Voor het publiek was W< gelijk aan Walter Van Beirendonck, terwijl er een fabrikant en marketingmensen achter zaten die steeds meer hun zeg wilden hebben.

W< stond voor de spectaculairste modeshows die Parijs in jaren had gezien, voor kleren waar jonge mensen dol op waren, voor T-shirts en sweaters met figuren op die half in de cyber- en half in de sprookjeswereld zaten, voor boodschappen over aids en geslacht. Walter Van Beirendonck: "Bij Mustang hadden ze me aanvankelijk een beetje als een curiosum aangetrokken. Het begon met enkele kleine collecties voor Mustang Italië. Dat ging met een beperkte ploeg, er was nauwelijks supervisie. Op een bepaald moment merkten de bazen dat ik veel media-aandacht kreeg, begonnen ze mijn pr-kwaliteiten te onderkennen en gingen ze heel veel van W< verwachten."

De eerste supershow van Walter Van Beirendonck in Parijs veroorzaakte meteen deining in het modelandschap. Alle -mannelijke - modellen waren geheel in een rubberpak gestopt, hoofd incluis, wat aan de straatmode die er overheen ging een broeierig tintje gaf. "De collectie zelf was eigenlijk heel basic, maar door de styling kreeg ze een bijzonder karakter, en veel aandacht," bevestigt Van Beirendonck.

Zes maanden later was er een nog grotere en nog spectaculairdere show. Gauw werd het W<-defilé het hoogtepunt van de herenweek, dat niemand wilde missen. De ene keer marcheerden we door de vrieskou naar een reusachtige paddestoel die op de renbaan van Auteuil was opgesteld, een andere keer verdeelden we ons over twee zaaltjes op de volkse Parijse Boulevard Rochechouart en liepen de modellen met fantastische hoofdtooien over de straat van de ene zaal naar de andere, nog een andere keer waren er steltenlopers en een bus vol westerndansers uit de Kempen, op de Champs Elysées kwamen modellen aangezweefd op paarden, kortom, het Cirque du Soleil verzonk erbij in het niets. Maar ondanks de hype en het succes begon er bij Van Beirendonck iets te knagen: "Zonder dat ik het wou, werd W< beoordeeld als een designercollectie, terwijl ze bedoeld was om naast mijn eigen Walter Van Beirendonck-lijn te bestaan. W< moest goedkoper zijn, jonger, meer street, gemakkelijker. Maar de shows kwamen wel terecht tussen die van Comme des Garçons en andere groten. Ik vond het moeilijk om iets dat echt bedoeld was als een commercieel product voor te stellen tussen de grote designers. Want wie door het spektakel heen kon kijken, zag dat het product zelf vrij gewoon was.Voor Mustang was ik intussen wel het visitekaartje geworden." Net als met veel andere jeansmerken ging het met dat van Mustang toen bergaf. Ook de Joop!-jeans werden minder verkocht. W< was zowat het enige waarmee ze nog konden uitpakken. Van Beirendonck:" Dat wilden ze maximaal uitbuiten. Ze begonnen achter mijn rug in te grijpen, veranderden dingen aan de collectie. Nu weet ik wel dat dit overal gebeurt. De meeste jeans- en bislijnen worden niet gemaakt door de ontwerper die er zijn handtekening op zet, maar op aanwijzing van de marketingafdeling. Natuurlijk kan ik daar ook wel een eindje in meegaan. Maar het ging zo ver dat ik me er niet meer in herkende. Bovendien zat ik op de duur meer aan vergader- dan aan ontwerptafels. Ook dat was niet wat ik wou. Toen ben ik gaan overwegen om ermee te stoppen. Het was geen gemakkelijke beslissing, want W< was geen anoniem ding, he. Het was heel erg aan mijn persoon gebonden. Ik heb twee jaar nodig gehad om ermee te kappen. Maar het moest. Als je je studenten week na week voorhoudt dat ze niet mogen kopiëren, niet mogen nabootsen, niet klakkeloos de tendensen van de stoffenbeurzen mogen volgen, dan kom je in moeilijkheden met jezelf als je merkt dat je zelf zo moet werken. Ik heb dan het contract opgezegd en ben nog een jaar extern consultant gebleven. Het W<-label, de slogan 'Kiss the Future' en de mascotte Puk-Puk waren door Mustang wereldwijd gedeponeerd en waren dus hun eigendom. En neen, ze moesten mij daar dus ook achteraf niet voor betalen."

De W<-collectie die nu nog in de winkels ligt, is dus de laatste waar Van Beirendonck zelf de hand in heeft gehad. Volgend seizoen komt ze uit de koker van een equipe die voortbouwt op zijn ideeën.

"Op een bepaald ogenblik had W< zeshonderd winkels, da's niet niks. Als je rekening houdt met wat het product was en hoe het tot stand kwam, verkocht het eigenlijk ongelooflijk goed. Maar er ging veel te veel mis. De show gaf elke keer een enorme push, het bewerkte intern ook veel enthousiasme bij de mensen die er werkten, maar tussendoor moest ik voortdurend brokken lijmen, dingen rechttrekken die scheef waren, en dat was uitputtend. Wat voor mij was begonnen als een ideaal brokkelde af. W< was geen gemakkelijk product. Het was heel arbeidsintensief, sommige van die fotoprints en bedrukkingen op T-shirts waren echt heel moeilijk, maar tegelijk moest het goedkoop blijven. Ik heb altijd bezwaar gehad tegen die dubbelzinnigheid in de mode: men showt op magere meisjes van zestien, maar de kleren worden gekocht door vrouwen van vijfenveertig. Ik wilde echt dat de jongeren mijn dingen zouden kunnen kopen. Ik wilde het goedkoop houden, maar er toch blijven achter staan. Ik heb nooit iets gedaan waar ik niet in geloofde, of ik nu werkte voor Bartsons of voor U2, ik stond helemaal achter wat ik deed. Met W< was dat op het einde niet meer het geval. Een bijkomende frustratie was dat als iemand anders dit product goed op de markt had gebracht, het helemaal anders zou zijn gelopen."

Terwijl overnames en transfers in de mode vandaag meer regel dan uitzondering zijn, werd Van Beirendonck niet weggelokt: "Naar buitenuit vormden Mustang en ik immers het perfecte huwelijk. Zo gaat dat in de mode, je loopt nooit met je problemen te koop. In andere sectoren wordt er veel vlugger geklaagd. In de mode houdt iedereen de façade in stand: bij ons gaat alles goed. Ik heb geen spijt van wat ik de voorbije jaren heb gedaan, maar ik ben wel ontgoocheld dat het niet meer is kunnen worden. Je laat zoveel achter. Zoveel energie, zoveel dossiers, zoveel ideeën. In Japan was W< enorm populair. Daar waren vijftien W<-winkels, ingericht door Marc Newson. Dat vond ik nog het ergste, dat ik die mensen in de steek liet. Die winkels blijven voortbestaan, maar waar staat W< nog voor? Het is een puur marketingconcept geworden, een holle slogan.

"Op een bepaald moment moest ik kiezen tussen een berg goudstukken aan de ene kant en mijn beroepsethiek aan de andere. Ik heb voor het laatste gekozen. Ik kon moeilijk anders, als ik op de academie de studenten wekelijks voorhoud: laat u niet door het geld bekoren! (lacht)

"Ik heb W< ontzettend graag gedaan, ik heb heel veel geleerd, maar ik ben door deze ervaring wel wat terughoudender geworden. Ik ben opnieuw op zoek naar de ideale partner, iemand die wil investeren in mode, maar niet gelijk wie."

Inmiddels heeft Van Beirendonck in Parijs al twee collecties onder zijn eigen naam getoond (hoewel veel mensen, ook insiders, dat niet zo hadden begrepen), collecties die hij zelf heeft gefinancierd en die enkel, in een kleine oplage, in zijn winkel in Antwerpen worden verkocht.

Van Beirendonck: "Ik wou me opnieuw gelukkig voelen. Ik wou opnieuw het experiment à fond doen, zonder beperkingen. Wat ik nu heb gemaakt is een reactie op het voorgaande. Het geeft me opnieuw motivatie, want ik heb nog altijd de ambitie om iets te laten zien. Ik wil af van het beeld van de man die enkel plezante T-shirts maakt. Ik kon het op de duur niet meer horen 'Oh que c'est chouette! Que c'est rigolo!' Alsof ik alleen maar bezig was met grappige figuren en kleurtjes. Ik heb me voorgenomen om voortaan elk seizoen iets neer te zetten waar ik helemaal achter sta en dat tegelijk een antwoord is op wat er in de mode aan de hand is. Een echte eerste lijn, maar herkenbaar als ''Walter Van Beirendonck'."

Het klinkt een beetje, zeg ik, alsof hij kleren maakt als statement, niet om ze te dragen. "Het is inderdaad iets dat ik een beetje voor mezelf doe, maar de grootste voldoening geeft het uiteindelijk toch altijd wanneer je ziet dat iemand je dingen draagt. Als ik dat niet voelde, zou ik niet met mode bezig zijn, dan zou ik installaties moeten maken, of kunst. Voor W< tekende ik zeven collecties per seizoen, veertien per jaar. Ik moest altijd maar geven, geven, geven. Soms was het onmenselijk. De mensen denken dat je er rijk van wordt, zeker als ze dan ook nog eens je kop op televisie zien. De ene woont in een kasteel, de andere opent een gigantische winkel, dat is het beeld dat men heeft van de modemensen. Wat ik heb verdiend, heb ik opnieuw geïnvesteerd, onder meer in deze winkel, en in mijn eigen collectie. Maar ik zou eindelijk wel eens willen leven zonder te moeten denken: zal ik die rekening wel kunnen betalen?

"Geld domineert alles in de modewereld, en vandaag meer dan ooit. Daarom is het voor mij nu interessant om conservator te zijn. Ik heb volop in die wereld gezeten, ik ken hem, maar ik kan hem ook relativeren. In Modestad 2001 kan ik volop creativiteit en experiment tot uiting laten komen. Daarom heb ik er echt zin in."

Begin december houdt Van Beirendonck een monsterverkoop van oude collectiestukken van W<. Let op de aankondiging.

'Ik heb nooit iets gedaan waar ik niet achter stond, of het nu voor Bartsons was of voor U2, maar met W< was dat op het einde niet meer het geval'

'Als je je studenten voorhoudt dat ze niet mogen kopiëren, niet mogen nabootsen, niet klakkeloos de tendensen van de stoffenbeurzen mogen volgen, dan moet je zelf ook consequent zijn'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234