Zondag 22/09/2019

analyse

Bush stond voor een vriendelijker politiek tijdperk, maar toch legde hij de basis voor Trump

Mensen brengen hulde aan het standbeeld van George H.W. Bush, de 41st president van de Verenigde Staten, in Houston, Texas. Beeld AFP

In de Verenigde Staten heeft de dood van oud-president George H. W. Bush tot weemoedige in memoriams geleid, maar ook tot felle kritische reacties daarop. In de postume portretten in de grote kranten wordt hij vooral gezien als de laatste vertegenwoordiger van een vriendelijker politiek tijdperk, maar in de meer contraire media worden vooral de cynische kanten van zijn politieke carrière belicht.

Beide visies op het presidentschap van George H. W. Bush kloppen in zekere zijn: het vormde het einde maar ook het begin van een tijdperk.

Ja, hij was de laatste vertegenwoordiger van een klasse die de publieke zaak als een eerzame dienstbetrekking zag. Hij had cultureel meer gemeen met Franklin D. Roosevelt en Dwight D. Eisenhower dan met Bill Clinton of Donald Trump, zei zijn biograaf Jon Meacham dit weekend tegen
The New York Times

“Hij belichaamde de bescheidenheid, beleefdheid en opofferingsgezindheid van de Tweede Wereldoorlog-generatie,” vindt Mark Updegrove, auteur van een boek over de twee presidenten Bush, “en was daarmee de antithese van de Republikeinse Partij van nu.”

Max Boot, die een boek schreef over de ‘corrosie van het conservatisme’, noemt Bush in
The Washington Post “de anti-Trump”.

Bush zelf vond Trump ook maar niets, zei hij in 2016 tegen Meacham. Hij stemde op Hillary Clinton.

George H. W. Bush in 1992. Beeld Photo News

Hondenfluitje

En zo valt Bush hetzelfde eerbetoon ten deel als eerder dit jaar John McCain, de senator uit Arizona die ook gold als een man van de oude garde, en die zich als een van de weinige politiek actieve Republikeinen verzette tegen de president die de partij naar zijn populistische hand wist te zetten. 

Er is zo veel behoefte aan een goede oude tijd waarin politieke gevechten zonder ‘lock her ups’ worden beslecht, dat de minder fraaie trekjes van de overleden oorlogshelden met een hagiografische mantel der liefde worden toegedekt.

Maar Bush zal ook herinnerd worden om zijn minder fraaie trekjes – waarmee hij in zekere zin juist een scharnier vormde naar het heden.

Het meest symbolisch is de naam Willie Horton, die zaterdag meteen begon rond te zingen op Twitter en prominent figureerde in stukken van Vox en The Intercept. William Horton was een (zwarte) gevangene in Massachusetts die in 1988 tijdens een proefverlof in een huis inbrak, een (witte) man neerstak en diens (witte) vriendin verkrachtte. Bush gebruikte de zaak in een campagnespotje om zijn Democratische tegenstrever Michael Dukakis, gouverneur van Massachusetts, aan te vallen. “Aan het einde van onze campagne zullen de mensen denken dat Willie Horton de running mate van Dukakis is”, zei Bush’ beruchte campagnedirecteur, Lee Atwater.

George W.H. Bush in 1980, als running mate van Ronald Reagan. Ook de voormalige president Gerald Ford (l.) steunde Reagan. Beeld AP

Het was het archetype van een racistische ‘dog whistle’: zonder het expliciet te zeggen prikkelde het spotje latente racistische onderbuikgevoelens met het eeuwenoude Amerikaanse schrikbeeld van de zwarte man als wittevrouwenverkrachter. 

Hoewel Bush (die zich tijdens zijn Senaatscampagne in 1964 had uitgesproken tegen de Burgerrechtenwet, die een einde moest maken aan de apartheid in de Verenigde Staten) de beschuldigingen van racisme wegzette als ‘absoluut belachelijk’, zagen zijn mede-Republikeinen dat anders. “Jij en George Bush zullen dit tot aan het graf meedragen”, zei Roger Stone tegen Atwater. “Het is een racistisch spotje. Jullie zullen er spijt van krijgen.”

Atwater bood op zijn sterfbed zijn excuses aan voor het spotje. Bush heeft dat nooit gedaan. Drie decennia later zou Trump groot worden met racistische en xenofobe hondenfluitjes.

Ross Perot

Bush leidde ook in een ander opzicht de huidige tijd in – maar dat kwam door de Republikeinse tegenreacties die zijn gematigde, partij-overstijgende presidentschap opriep. In 1990 kreeg hij, met hulp van de Democraten, een belastingverhoging door het Congres (de hoogste schijf van de inkomstenbelasting ging van 28 naar 31 procent). Daarmee brak Bush zijn campagnebelofte – “read my lips: geen nieuwe belastingen” – maar dat was in zijn ogen noodzakelijk om het begrotingstekort te beperken. 

Een klassieke conservatieve gedachte, maar het leidde tot onvrede bij de Republikeinen, die werd verpersoonlijkt door Newt Gingrich, die de nieuwe polarisatie in de Amerikaanse politiek zou aanwakkeren. 

Ook zette Bush de deur open voor de populistische presidentskandidaat Ross Perot, die bij de verkiezingen van 1992 bijna 19 procent van de stemmen haalde en zo de herverkiezing van Bush dwarsboomde. Perot wordt met zijn economisch nationalisme en afkeer van het Amerikaanse politieke systeem nu als een soort proto-Trump gezien.

Bush was misschien de anti-Trump, maar als klassieke Republikein was hij ook een wegbereider voor Trump.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234