Donderdag 24/06/2021

'Bush is geen Nixon'

Op bezoek bij Watergatejournalist Bob Woodward

Journalist Bob Woodward dwong in 1974 Richard Nixon tot aftreden, samen met zijn collega bij The Washington Post Carl Bernstein. Volgende week komt bij ons zijn laatste boek uit, Staat van ontkenning. 'Ik bedoel het boek als een wekker. Ik wil tegen de mensen die in Irak geïnteresseerd zijn, zeggen: wakker worden, het is veel erger dan je dacht.'

Door Jan Tromp

huis bij Bob Woodward. De hoge witte deur van het monumentale pand zwaait open. "Hi, I am Bob", zegt een lijzige stem. Je herkent hem meteen. Die platte kaak en vooral dat geweldige, slepende stemgeluid waarvan de kenners zeggen dat hij het heeft meegebracht uit Illinois, zijn thuisland.

We praten in de woonkeuken van het grote huis in de wijk Georgetown. Overal zijn hoekjes en tafeltjes. En overal boeken, kranten en tijdschriften. Het is de rommelige ambiance van de lettervreter.

In Georgetown huist de politieke elite van Washington. Volgens zijn critici is het niet toevallig dat Woodward er woont. Hij is een van hen geworden. Van vijand van de macht tot huisvriend.

Joan Didion, een beroemde essayiste in Amerika, noteerde al tien jaar geleden dat wat Woodward "verkiest onvermeld te laten in menig opzicht verhelderender is dan wat hij aan het papier toevertrouwt".

Bob Woodward is expert in verhalen uit de binnenkamers. Hij heeft als geen andere journalist toegang tot de salons van de macht. Dineren met Al, converseren met George. Achteloos zegt hij: "Bush liet zich ruim zeven uur door me interviewen."

Hij had een deprimerende ervaring met Al Gore. Woodward: "Ik dineerde met hem. Ik zei: 'Vertel me eens hoeveel we werkelijk weten van wat er gaande is in de boezem van de regering.' Iemand die het kan weten had gezegd dat ik met mijn vorige boek, over de voorbereidingen van de oorlog, ongeveer 70 procent van het verhaal had. Ik was benieuwd naar het oordeel van Gore, hij is tenslotte acht jaar vicepresident geweest. Dus ik vroeg hem: 'Noem me een percentage van wat wij weten van de waarheid uit de Clintonjaren.' Weet je wat hij zei? Hij zei: '1 procent.' Ik werd er ziek van."

Met de ontrafeling van het Watergateschandaal vestigde Woodward zijn reputatie. Sindsdien schrijft hij vooral boeken. Van All the President's Men over Nixons ondergang tot State of Denial, over de morele ondergang van het presidentschap van Bush. Al die boeken zijn bestsellers. Hij is er schatrijk mee geworden.

Het probleem van zijn journalistieke methode is zo oud als de journalistiek zelf. Hoe blijf je onafhankelijk van de macht als je afhankelijk bent van bronnen die de macht vormen?

Zelden heeft Woodward zich druk gemaakt over verdachtmakingen. Hij zegt dat zijn journalistieke houding uit zijn boeken blijkt: zo goed mogelijk ontrafelen hoe het echt zit, zonder iemand te ontzien. "George Bush wilde voor mijn laatste boek niet meer geïnterviewd worden. Hij weigerde. Hij wist: ik heb geen antwoorden meer."

Over die ene procent die Gore hem gunde: "Ik zei: 'Kom op, Al, dat kan niet waar zijn.' En hij: 'En toch is het waar.' Ik denk dat hij door te overdrijven scherp wilde stellen hoeveel verborgen blijft.

"Ik ben me ervan bewust dat er zaken zijn die we niet boven water krijgen. Wat zeggen Bush en Cheney als ze elkaar in de gang tegenkomen?

"Ik zeg graag over mijn boeken dat ze de beste voorhanden versie van de waarheid vormen. Het is niet de volle waarheid, maar het dekt een flink percentage."

Hij vertelt hoe hij tijdens de productie van zijn laatste boek, als Staat van ontkenning volgende week in de boekhandel, in zekere zin de proef op de som nam. Woodward: "Staat van ontkenning is als een wekker. Zo bedoel ik het. Ik wil tegen de mensen die in Irak geïnteresseerd zijn, zeggen: wakker worden, het is veel erger dan je dacht. In het Witte Huis en het Pentagon weten ze hoe erg het is en ze gaan maar door met hun mooiweerberichten.

"Vandaar mijn conclusie in de laatste zin van het boek: hij, de president, heeft het Amerikaanse volk niet de waarheid verteld over wat er van Irak is geworden.

"Ik sprak tientallen regeringsmensen en telkens zei ik tegen hen: 'Vertel het me als er iets is wat mijn bevindingen tegenspreekt, wat mijn verhaal completer maakt, wat positief is voor de regering. Vertel het me. Er kwam niks terug. Ze weten hoe treurig het is, ze doen alsof."

De regering-Bush wordt door menig beschouwer een paranoïde zucht naar geheimhouderij en leugenachtigheid toegedicht. Woodward is er op een bijna plechtige manier ernstig over. Hij zegt: "Ik aanvaard dat sommige zaken geheim moeten zijn en blijven. Maar een regering mag niet stoelen op geheimhouding. Als er iets is in dit land waarover we ons zorgen moeten maken, is het de cultuur van regeren in het geheim. Het is heel gevaarlijk. In duisternis sterven democratieën."

De vergelijking met Nixon dringt zich op. "Nee, dat gaat me te ver", weert hij af. "Ik probeer empirisch te zijn, eigenlijk. Bush is geen Nixon. Er is een grote dosis idealisme die Bush tot deze oorlog heeft gedreven, misschien wel te veel idealisme."

Woodward denkt dat Bush het goed meent met zijn verhalen over democratie alom. "We zaten in zijn Oval Office, hij sprong op uit zijn stoel en riep dat wij, Amerikanen, de heilige plicht hebben volkeren te bevrijden.

"Er is nog altijd een universele overtuiging dat het goed was dat het presidentschap van Nixon eindigde. Nixons eigen mensen, de Republikeinen, stonden tegen hem op en zeiden: het is voorbij, te veel leugens, te veel misdaden."

Het zijn kwalificaties die veel mensen van toepassing vinden op George W. Bush. Woodward: (afgemeten) "Ik noem Bush geen leugenaar. Ik zeg dat hij er niet in is geslaagd de waarheid te vertellen."Waar komt zoiets uit voort, als het niet voortkomt uit een leugenachtige inborst? Woodward: "Het is het grote mysterie rond deze man. Ik ken het antwoord op deze vraag niet."

Hoewel zijn oordeel over de huidige Amerikaanse president hard is, spreekt Woodward bijna met tederheid over de persoon. "Een van de dingen die de mensen niet zien, is hoe charmant George Bush kan zijn. Hij is heel warm. Hij is er helemaal voor jou. Hij is privé zo charmant als Bill Clinton is onder het publiek. Het zou hem helpen als hij dat ook kon.

"Hij had uren voor me. Ik kon alle vragen stellen die ik wilde. Geen beperkingen. Iemand die paranoïde is, staat dat niet toe.

"Ik was hard, ik geloof dat ik dat zeggen mag. Hij zei telkens: 'Ja, maar dat moet je ook zijn.'

"Natuurlijk is hij intelligent. Mensen in Europa onderschatten hem. Je mag je afvragen of hij intelligent genoeg is voor de baan van president, dat wel. Toch is hij op de hoogte, hij kent zijn dossiers. Hij weet welke kant hij op wil. Nee, hij is geen intellectueel. Dat is hij niet. Hij zei tegen me: 'Ik moet het hebben van mijn intuïtie.'"

Dat zegt een gokker ook over zichzelf. Woodward: "Ja, dat is waar. Maar ik denk niet dat Bush zichzelf ziet als een gokker.

"Wat een belangrijke rol speelde en wat nog wel eens vergeten wordt: de oorlog leek een makkelijke operatie te worden. Hij had heel veel steun in het Congres. Het zou gemakkelijk zijn om de oorlog te winnen. De oorlog zou een einde maken aan tirannie, de democratie zou opbloeien. Het zou een populaire oorlog zijn.

"Als ik jouw huis kom opknappen en ik zeg je dat het een jaar zal duren en dat het je een miljoen kost, dan zul je zeggen: nee, dank je. Maar als ik langskom met het verhaal dat het twee weken vergt en niet meer dan 1.000 dollar, is de beslissing gemakkelijk. Dat is met de oorlog gebeurd. Denk aan Paul Wolfowitz, de tweede man van het Pentagon achter Rumsfeld. Wolfowitz beloofde dat de oorlog zeven dagen zou duren."

Woodward ziet het als een essentie van de staat van ontkenning. Het is de nooit opgeloste spanning tussen rozige verwachtingen en bittere werkelijkheid. Woodward: "Zo'n spanning is alleen op te lossen door de feiten onder ogen te zien. Dat konden ze niet. Ze hebben het nooit gedaan. Niet voor de bevolking en ook niet voor zichzelf."

Hij is huiverig om te speculeren over dieper liggende redenen. "Je vraagt naar de psychologische dimensies van Bush. Daar weten we onvoldoende van. Iets ervan weten we. Ik beschrijf dat hij diepe smart voelt bij het zien van de gewonden in de militaire ziekenhuizen. Ik denk dat het een oprecht sentiment is, dat denk ik.

"Misschien is het volgende aan de hand - maar dat kan pas opgeschreven worden als deze tijd geschiedenis is geworden, over decennia. Misschien zal dan de conclusie zijn dat Bush overreageerde op de aanslagen van 11 september 2001.

"Elf september heeft zijn presidentschap bepaald: 'O God, we worden straks opnieuw aangevallen, laten we ons beschermen, Al Qaida zit overal, Saddam is een bedreiging.' Het werd bijna een zoektocht naar nieuwe vijanden.

"Je moet heel goed weten wie je vijanden zijn en wie niet. Iemand deugt niet, iemand onderdrukt zijn volk, is hij daarmee je vijand? China is niet democratisch, Noord-Korea is het niet, ga over de wereldkaart en zie hoe weinig democratieën er zijn.

"Het staat niet in de Amerikaanse constitutie en het staat in geen enkele wet dat wij de plicht hebben de wereld in te trekken en democratie te verspreiden."

Blijft over de vraag hoe het in vredesnaam verder moet. Thomas Friedman, columnist van The New York Times schreef een paar weken geleden dat het Amerikaanse volk de Congresverkiezingen van begin november heeft aangegrepen om de president in feite te ontslaan.

Woodward is geen liefhebber van grote conclusies. Het presidentschap stond niet op het spel, zegt hij. Hooguit kun je vaststellen dat uit de uitslag van de verkiezingen een gebrek aan vertrouwen sprak. Op de vraag naar het verschil tussen een vertrouwenscrisis en een ontslag merkt Woodward droog op: "Dat hij in het eerste geval de baan nog heeft."

Nog twee jaar te gaan en zoveel weerstand. Woodward maant aan tot voorzichtigheid. Je weet het nooit: "Ik bedoel: wie van ons had vier jaar geleden kunnen voorspellen dat we nu in deze toestand zouden verkeren?"

Maar zelfs voor de behoedzame Woodward bevindt George W. Bush zich in een draaikolk. Hij formuleert zorgvuldig: "Afgaande op het beschikbare bewijs moet je zeggen dat het moeilijk is te bedenken hoe hij de zaak van Irak nog moet redden."

© de Volkskrant

Bush en zijn vader

De hoogbejaarde maar sterke moeder van de president wil van een intimus van de familie weten of "we gelijk hebben dat we ons zorgen maken over dat geval van Irak". "Ja, daar hebben jullie gelijk in." "Denk je dat het een fout is?" Ja, dat denkt hij. Hij denkt dat het "een enorme fout" is.

De moeder: "Zijn vader is absoluut bezorgd en slaapt er slecht van. Hij is 's nachts wakker van de zorgen."

Woodward heeft intrigerend geschreven over de relatie tussen de vader, de 41ste president van de VS en de zoon, de 43ste. In Plan of Attack, het relaas van de aanzet tot de oorlog, vroeg hij de president of hij advies had ingewonnen bij zijn vader. Het antwoord zal later in geen enkele levensbeschrijving van George W. Bush ontbreken: "Er is een hogere Vader op wie ik een beroep doe."

Ook in zijn nieuwste boek, Staat van ontkenning, komt aan bod hoe koppig de zoon is - en bijgevolg hoe gespannen de vader. Woodward zegt dat de handen van Bush senior zullen jeuken, maar dat hij nu eenmaal zichzelf heeft opgedragen zich afzijdig te houden, tenzij hem iets gevraagd wordt.

Woodward: "Er is een reden voor die houding. Ik denk dat hij weet dat zijn zoon niet naar hem zal luisteren."

Het cv van Bob Woodward

1943 Op 26 maart 1943 geboren in Geneva, Illinois.

1960 Naar Yale University, studeerde af in geschiedenis en Engelse literatuur.

1971 Politieverslaggever voor The Washington Post.

1972 Woodward en Bernstein beginnen onderzoek naar de inbraak in het hoofdkwartier van de Democratische partij in het Watergategebouw in Washington.

1974 Nixon treedt af. All the President's Men, met een hoofdrol in zowel het boek als de film voor de onbekende Deep Throat, wordt een wereldwijd succes.

1976 The Final Days, over Nixons aftreden.

1979 The Brethren, over het Amerikaanse hooggerechtshof.

1994 The Agenda, over de eerste termijn van Bill Clinton.

2002 Bush at War, het eerste van voorlopig drie boeken over Bush en de oorlog tegen het terrorisme.

2005 The Secret Man, over Mark Felt, onderdirecteur van de FBI, de man achter Deep Throat.

2006 State of Denial (Staat van ontkenning), over de vastgelopen oorlog in Irak.Bob Woodward:

'Een van de dingen die de mensen niet zien, is hoe charmant George Bush kan zijn'

Bob Woodward:

Ik noem Bush geen leugenaar. Ik zeg dat hij er niet in is geslaagd de waarheid te vertellen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234