Vrijdag 22/11/2019

Bush (her)schrijft geschiedenis in Azië en Midden-Oosten

De tactiek die Amerika in het Midden-Oosten aanhangt, is roekeloos en radicaal. Amerika valt een land binnen en ontwricht er de instellingen, om dan te hopen dat er uit de anarchie vrijheid zal groeien

Ian Buruma over de geschiedenis-lessen van de VS-president

Ian Buruma is hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek aan Bard College en auteur van o.m. Murder in Amsterdam: The Death of Theo van Gogh and the Limits of Tolerance (in het Nederlands verschenen als Dood van een gezonde roker).

President George W. Bush staat niet meteen bekend als een kei in geschiedenis. Toch aarzelt hij niet om zijn toevlucht te zoeken tot de geschiedenis om zijn beleid te verdedigen.

Onlangs sprak hij Amerikaanse oorlogsveteranen toe in Kansas City. Hij verdedigde zijn standpunt om "de hele rit uit te zitten" door te verwijzen naar de gevolgen van de Amerikaanse terugtrekking uit de oorlog in Vietnam. Hij haalde ook de bezetting van Japan na de Tweede Wereldoorlog en de Koreaanse oorlog aan als succesverhalen in de Amerikaanse inspanningen om Azië, en bij uitbreiding de hele wereld, vrijheid te schenken.

Historici, Democraten en andere Bushcritici konden zijn toespraak, en dan vooral zijn verwijzing naar Vietnam, niet vlug genoeg onderuithalen. Eigenbelang, oneerlijk en foutief waren de woorden waarmee ze schermden.

Toch heeft Bush voor één keer een historische analogie gemaakt die ook steek houdt. Natuurlijk valt de Vietnamoorlog in haast niets te vergelijken met de oorlog in Irak. Ho Chi Minh was Saddam Hoessein niet. In Vietnam vielen de Verenigde Staten geen land binnen, maar verdedigden ze een corrupte en autoritaire bondgenoot tegen een agressief communistisch regime.

Wat Bush in feite zei, is dat de Amerikaanse terugtrekking uit Indochina heeft geleid tot een bloedbad in Cambodja en tot de wrede onderdrukking van de bevolking in Vietnam. Hij liet verstaan dat een terugtrekking uit Irak tot een vergelijkbaar bloedbad, of erger, zou leiden.

Dat lijdt zo goed als geen twijfel. Maar wat Bush niet heeft gezegd, is dat de massamoorden in Zuidoost-Azië en de mogelijke massamoorden in Irak net het gevolg zijn van de chaos waartoe de Amerikaanse inmenging heeft geleid.

Maar hoe moet het dan met de Aziatische succesverhalen? Denk maar aan Japan, Korea en al die andere plekken die onder Amerikaans protectoraat stonden. Had Bush het bij het rechte eind toen hij zei dat Amerika die landen hun vrijheid heeft geschonken? Of zoals hij het voor de veteranen in Kansas City verwoordde: "Zal de huidige generatie Amerikanen aan de lokroep van de terugtrekking kunnen weerstaan, en zullen we in het Midden-Oosten doen wat jullie, veteranen, in Azië hebben gedaan?"

Wat hebben de Verenigde Staten precies gedaan in Azië? In de beginjaren van de bezetting van Japan heeft de democratie inderdaad gezegevierd. Generaal Douglas MacArthur hielp de Japanners van de oude stempel niet om een autoritair systeem te herstellen. In plaats daarvan herstelde en verbeterde hij samen met de progressieve krachten in Japan de democratische instellingen van voor de oorlog.

De vakbonden kregen meer armslag. Het stemrecht voor vrouwen werd ingevoerd. De burgerlijke vrijheden werden uitgebreid. En de halfgoddelijke Japanse keizer werd van zijn wolk gehaald. Dat hebben de Japanners vooral te danken aan zichzelf, en aan de steun van de idealistische en linksige New Dealers in de regering van MacArthur.

Maar toen China in de handen viel van de communisten van Mao, en Noord-Korea zich bij de invasie van het zuiden gesteund wist door China en de Sovjet-Unie, moest het democratische idealisme de duimen leggen. In Japan mochten gewezen oorlogsmisdadigers de cel verlaten, de 'rooien' kregen eerherstel, en de conservatieve regeringen, die werden geleid door diezelfde gewezen oorlogsmisdadigers, konden ineens rekenen op de steun van de Amerikanen. De democratie werd niet gevoed, maar mede dankzij Amerika uit balans gebracht. Zo kon rechts aan de macht blijven en werd links tot staan gebracht.

De Zuid-Koreanen mogen de Amerikanen in elk geval heel dankbaar zijn. Als de Verenigde Naties, onder leiding van de Verenigde Staten, niet waren tussenbeide gekomen in de Koreaanse Oorlog zou het zuiden onder de voet zijn gelopen door De Grote Leider Kim Il Sung en zou er geen sprake zijn geweest van de vrijheid en de welvaart die ze nu kennen.

Maar de Verenigde Staten hebben Zuid-Korea de democratie niet geschonken. Van de late jaren veertig tot eind jaren tachtig hebben de Verenigde Staten zich altijd aan de zijde geschaard van de anticommunistische autoritaire heersers, die de macht grepen in gewelddadige staatsgrepen en alle tegenstand in de kiem smoorden.

Hetzelfde heeft zich voorgedaan in de Filipijnen, Taiwan, Indonesië en Thailand, en zelfs in het Midden-Oosten, waar de democratie nog wortel moet schieten. Tijdens de Koude Oorlog hebben de Amerikaanse regeringen altijd de kant gekozen van militaire machthebbers en van dictators, en dat onder het mom van de strijd tegen het communisme. Zolang links maar de mond werd gesnoerd, zelfs de linkse bewegingen die in het democratische Westen gewoon progressief zouden heten.

Natuurlijk hadden de meeste mensen het onder de rechtse Aziatische machthebbers doorgaans beter dan onder Mao, Pol Pot, Kim Il Sung, of zelfs Ho Chi Minh. Maar we kunnen de mensen die het met Park Chung Hee, Ferdinand Marcos of generaal Soeharto moesten doen, bezwaarlijk 'vrij' noemen. Uiteindelijk zijn de Koreanen, de Filipijnen, de Thai en de Taiwanezen vrij, of toch vrijer, geworden. Dat is niet zozeer de verdienste van de Verenigde Staten, maar van de mensen die zelf voor hun vrijheid hebben gestreden.

Pas eind jaren tachtig, toen het communistische rijk verbrokkelde, begonnen de Amerikaanse regeringen hun actieve steun te verlenen aan politici en betogers in Seoel, Taipei of Manilla. De helden van de democratie waren geen Amerikanen, maar Aziaten.

Bush heeft gelijk als hij beweert dat de mensen in het Midden-Oosten graag zo welvarend en vrij willen zijn als de Zuid-Koreanen. Maar hij doet de waarheid geweld aan als hij denkt dat de oorlog in Irak niet meer is dan een voortzetting van het Amerikaanse Aziëbeleid. Zowel in Azië als in het Midden-Oosten bestond de Amerikaanse strategie erin anticommunistische dictators te steunen, tot hun eigen volk hen van de macht verdreef. De tactiek die Amerika in het Midden-Oosten aanhangt, is roekeloos en radicaal. Amerika valt een land binnen en ontwricht er de instellingen, om dan te hopen dat er uit de anarchie vrijheid zal groeien.

Het is niet alleen fout maar ook gevaarlijk om beide ondernemingen met elkaar te vergelijken. Het is ook een ontgoocheling voor de mensen die de Verenigde Staten nog altijd als een rechtschapen grootmacht zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234