Donderdag 21/10/2021

'Burn-out overkomt vooral toppers'

Wie met een burn-out kampt, moet het kalmer aan doen. Beetje sporten en de zaak relativeren. Tegen dat klassieke idee plaatsen coaches Luk Dewulf en Guido Vangronsveld hun bevinding dat opbranden een 'relatieprobleem' is. 'Burn-out is talent dat niet gezien werd. Zij die het niet zien, hebben er ook een groot aandeel in', schrijven ze in een boek dat misverstanden over burn-out uit de weg moet ruimen. Barbara Debusschere

lsmaar meer werknemers én werkgevers crashen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de recente cijfers over ziekteverzuim: het aantal lange afwezigheden door ziekte is sinds 2008 met liefst 47 procent gestegen. Burn-out is niet zelden de diagnose. Aan het woord kleeft een 'trendy' etiketje, dat niet zelden meteen ook het idee 'ongeloofwaardig' oproept. Iedereen is wel eens moe. Iedereen ploetert. Iedereen werkt zich te pletter. Wie het niet meer aankan, is dus ziek, moet naar de dokter of de therapeut en zoekt beter een minder intense baan. Dat is, niet alleen bij de goegemeente maar ook bij artsen en eerstelijnshulp, nog altijd de visie en ook wel het oordeel over burn-out.

Daartegenover staat een soort 'industrie' van meestal dure coachen, cursussen, zelfhulpboeken, vermoeidheidsklinieken, kuuroorden en therapeutische concepten die de zieke moeten helpen. Het resulaat is vaak iemand die zich schuldig voelt en maanden lang alleen thuis zit, ondertussen verloren lopend in dat 'hulpaanbod'. Terwijl de oplossing op het werk ligt. Dat schrijven coaches Luk Dewulf en Guido Vangronsveld in hun praktijkboek Help! Mijn batterijen lopen leeg. Ja, ook zij zijn coaches en ook zij schrijven een boek over burn-out.

Het grote verschil met het gros van die boeken is echter dat het duo het fenomeen niet zozeer als een ziekte van een individu maar als het resultaat van een paar zeer scheefgetrokken relaties omschrijft. Ze doen dat op basis van hun eigen ervaringen - ze zaten zelf ooit aan de rand van een burn-out - en op basis van hun professionele praktijkervaring. Dewulf werkt als partner bij Kessels & Smit, The Learning Company. Die firma is in de hele wereld, van België tot India, actief bij grote bedrijven om aan talentontwikkeling te doen. Hij begeleidt tientallen mensen die met een burn-out zitten, van bedrijfsleiders tot magazijniers in de Antwerpse haven.

"Iedere positie is er vatbaar voor. De gemene deler bij die mensen is dat het allemaal toppers zijn. Ze zijn getalenteerd en vooral zeer gedreven. Droommedewerkers. Maar net die troeven kunnen hen, wanneer het misloopt, tot hun eigen vijand maken. In die zin is een burn-out in de carrière van zulke mensen eigenlijk normaal en zou burn-outpreventie deel moeten uitmaken van een normaal personeelsbeleid. Het probleem is dat het beschouwd wordt als persoonlijk falen", zegt Dewulf.

Soft gezwets, pillen en lange ziekteverloven bieden evenwel geen soelaas. Integendeel, ze maken het erger. Dat zegt Guido Vangronsveld, managing consultant bij VOCA Training & Consult (Acerta) in de non-profitsector. "Uitzoeken wat je talent is en wat je energie geeft op het werk, en anders omgaan met oversten en collega's, daar zit de uitweg", zegt hij. "Maar het wordt tijd dat burn-outs gewoonweg vermeden worden. Jonge werknemers hechten steeds meer belang aan de balans tussen werk en privé en ze beoordelen werkgevers daar op. Bovendien zie je dat werkgevers die erin slagen de talenten van hun mensen te ontdekken en hen daarin te laten groeien, het ook economisch beter doen."

Dat zegt ook econoom Geert Noels, vult Dewulf aan: "Net de mensen met de meest waardevolle eigenschappen als werknemer lopen een risico op burn-out, maar Noels zei me onlangs nog dat het zeker in crisistijden net die mensen zijn die bedrijven uit eigenbelang zoveel mogelijk moeten proberen te houden."

Wat zijn nu die eigenschappen die een mens vatbaar maken voor burn-out, en waarom zijn dat plotseling zwaktes?

Dewulf: "Het gaat om mensen die graag hard werken, die zeer loyaal zijn, idealisten met een groot verantwoordelijkheidsgevoel die de lat hoog leggen en voor wie hun baan een centrale plek inneemt in hun leven. Soms spelen er dingen mee, bijvoorbeeld je job beschouwen als een manier om je te wreken op of af te zetten tegen kritieke vroegere ervaringen, bijvoorbeeld in je jeugd.

"Vandaag is iedereen bovendien onderhevig aan twee tendenzen in de maatschappij: werk is steeds meer een bron van zelfrealisatie. Dat verhoogt de kans op ontgoocheling als het werk niet aan je verwachtingen voldoet. Daarnaast is er de tendens om mensen steeds meer te sturen in hoe ze iets moeten doen, terwijl de doelstellingen alsmaar vager worden. Ook dat werkt uitputtend, want het verhoogt de druk en verkleint de kans om zelf invulling aan je baan te geven. Wanneer het misloopt door een bepaalde factor die extra druk legt, dan zie je telkens weer dat mensen hun talenten en sterktes gaan overdrijven. Wie perfectionistisch is, gaat de lat nog hoger leggen. Wie creatief is, zal duizend ideeën spuien, wie zich verantwoordelijk voelt, gaat nog meer hooi op zijn vork nemen."

Hoe loopt het precies verkeerd?

Vangronsveld: "In de relaties met anderen. Het is een mythe dat opbranden ontstaat in iemand. Iemand die zich goed in zijn vel voelt op zijn werk wordt uit zijn evenwicht gebracht door een gesprek, een gebeurtenis of een situatie die hem of haar het signaal geeft dat zijn of haar talenten niet worden gezien. Dat kan zeer ontwrichtend zijn, want het gebeurt meestal onverwacht. Daarna wordt je relatie met die persoon verwarrend. Je verkrampt. Je voelt je niet gezien en gewaardeerd, op een manier die je, naar je aanvoelt, onrecht aandoet. Daar ga je dan tegen vechten. Maar dat gebeurt in je hoofd. Er ontstaat woede en agressie, en op den duur voer je permanent gesprekken in je hoofd met de persoon die tot die boosheid en onmacht heeft geleid. Je neemt dat met je mee en uiteindelijk vervreemd je zo van jezelf en van je collega's. Dat proces kan erg ver gaan en is erg vermoeiend. Je energie daalt drastisch, je twijfelt aan jezelf en je bent uit je normale doen."

Dewulf: "Mensen kunnen daar echt 'raar' door gaan doen. En dat proces heeft dus niets te maken met te zware werklast, wél met mensen die het gevoel hebben dat hun talent miskend wordt. Het ergste is: hoe grotere proporties die miskenning aanneemt, hoe meer je je verzet, hoe meer je de strijd aangaat. Burn-out is een gevecht om erkenning dat je op voorhand verliest. En dat is nog uitputtender. Je kunt dat niet meer loslaten. De loyale medewerker van vroeger is aan het eind enkel nog bezig met het herstellen van wat in zijn of haar ogen vernield is. Maar hoe meer je vecht voor waardering, hoe kleiner de kans dat je die krijgt. Uiteindelijk beland je zelfs 'ziek' en soms 'werkloos' thuis."

U vindt mensen met burn-out lang thuis houden 'schrijnend'?

Dewulf: "Tenzij er echt zwaar slaaptekort is of andere medische problemen zijn, is dat inderdaad zo. Want de kern van het hele mechanisme is talent. Je talent is wat je moeiteloos goed doet en wat je energie geeft. Talent is in die zin een permanent hernieuwbare energiebron. Veel mensen weten niet wat hun talent is, omdat ze denken dat het iets zeer speciaals of uitzonderlijks moet zijn. Maar het zijn net zaken die je als vanzelf af gaan.

"Als je weet wat je talent is en je slaagt erin dat op de voorgrond te zetten in je loopbaan, dan ben je tegen zeer veel bestand. Als je talent echter noch door jezelf noch door de oversten en collega's wordt gezien en aangewend, beland je binnen de kortste keren in dat burn-outmechanisme.

"Thuis neem je dat gevecht in je hoofd mee. Je gaat er nog meer over piekeren en je kunt minder dan ooit je batterij, je hernieuwbare energiebron, opladen, want je bent niet eens meer op je werk. Meestal is het zo dat mensen voor bepaalde taken wel hun talent deels kunnen aanwenden. Niets meer doen, niet meer werken, doet de batterij helemaal leeglopen."

Dus enkele maanden 'iets helemaal anders doen' is geen remedie?

Vangronsveld: "Het kan ruimte geven om dingen op een rij te zetten, maar het is inderdaad niet altijd een remedie. Je moet namelijk ooit weer terug. Naar dezelfde baan of een andere. Soms zijn mensen zo verwikkeld in die strijd om erkenning dat ze, hoewel ze elders aan de slag kunnen, toch bij hun huidige werkgever blijven omdat ze 'de dingen willen rechtzetten'.

"De uitweg bestaat erin dat gevecht te stoppen. En dan kan het wel belangrijk zijn om een beetje afstand te nemen. Je moet, ver weg van de persoon die het mechanisme mee in gang heeft gezet en ver weg van je werkomgeving, met mensen die belangrijk voor je zijn, stilstaan bij wat je wilt, bij wat je dromen zijn. Je moet uit die gevechtsmodus en opnieuw contact krijgen met jezelf.

"Vaak maken mensen dan een keuze die hen onmiddellijk weer energie geeft. De mensen die ik coach doen die oefening, maar zijn dus erg bezig met: hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn talenten op het werk gezien worden? Op een boerderij gaan mediteren, zal niet helpen. Dat lukt trouwens ook niet. De gedachten aan dat werk nemen de overhand. Wat wel helpt, is niet meer vechten en je werksituatie anders aanpakken. Zoals die mevrouw die ik coachte en die in een burn-out belandde omdat ze zich op het directieoverleg miskend voelde door haar baas. 'Mijn baas is helemaal veranderd', zei ze toen ze weer aan de slag ging. Maar dat was niet zo. Zij was veranderd. Ze zag de mechanismen waarin ze verstrikt was geraakt en nam een andere houding aan. Er is één categorie mensen die niet vatbaar is voor burn-out, en dat zijn net de mensen die van nature de neiging hebben van een afstand te kijken naar wat met hen gebeurt. Zijn zien op tijd wanneer het misloopt en beschermen zich."

De persoon die het burn-outmechanisme in gang zet, is dat dan de boosdoener?

Dewulf: "Neen. Er zijn geen boosdoeners. Maar wat wij willen uitleggen, is dat het geen eenrichtingsverkeer is. De manier waarop iemand zich gedraagt, is oorzaak én gevolg van het gedrag van anderen. Er is een permanente wederkerige invloed van mensen op elkaar. Als de situatie niet verandert, ligt het ook aan een blinde vlek bij jezelf.

"Je ziet vaak dat mensen met een burn-out anderen de 'schuld' geven. Helemaal nefast wordt het wanneer anderen dat aanmoedigen. Het kan wel deels kloppen, maar je raakt er niet mee vooruit. Die strijd volhouden, helpt niet. Anderen zijn cruciaal bij het ontstaan van een burn-out omdat ze het mechanisme versterken. Dat is ook deel van de bedrijfscultuur. Men moet presteren en een kloon zijn van de managers. Wie dat niet kan, delft het onderspit. Uiteindelijk staat iemand die in zo'n burn-outgevecht zit helemaal alleen. De supporterende collega's doen dat alleen nog aan de koffiemachine maar zullen je niet meer steunen op vergaderingen. En je chefs sluiten de rangen en praten óver je, niet mét je. Iedereen heeft een aandeel in dat verhaal. Wie dat niet kan zien, zal zijn energie niet terugvinden."

Wat kun je dan concreet doen?

Vangronsveld: "Vele mensen met een burn-out werken gewoon door. Ze zijn bang om hun werk te verliezen. Dat is ook logisch. Het loont de moeite om iemand buiten je werkomgeving te zoeken die je steunt, die je kent, die níét supportert met de litanie dat het 'aan de anderen' en 'aan de bazen' ligt. Iemand die je met voldoende warmte een spiegel voorhoudt, zodat je het gevecht kunt loslaten en bezig kunt zijn met wat jij wilt en goed kunt. Dat kan een therapeut of coach zijn, maar dat hoeft niet."

En de oversten, de bedrijven zelf?

Dewulf: "Die moeten ervoor openstaan. Ze moeten zien wat er misloopt en beseffen dat als ze iedereen op zijn of haar eigen kracht inzetten en geen geld en tijd verspillen aan het opkrikken van de zwaktes van mensen, ze daar zelf ook beter bij varen. In die zin ben ik wel optimistisch. Vele bedrijven beginnen dat in te zien en engageren zich om hun mensen te ondersteunen of te behoeden voor een burn-out. Alcatel, Pfizer, Philips, WPG Uitgevers..., ze zetten allemaal in op transparantie en talent koesteren, en aanvaarden het idee van actie en reactie. Wie dat doet, accepteert dat wat hij of zij doet een weerslag heeft op de werknemers en beschouwt hen niet als winners of losers die alles of net niets aankunnen. Dat is lastiger voor chefs, maar op de lange termijn winnen ze erbij. Hun beste mensen zullen namelijk blijven in plaats van te vertrekken."

Het is crisis, de druk verhoogt. Verwacht u nog meer burn-outs?

Dewulf: "Niet per se. Ik ben net terug van een opdracht in India. Net zoals in de VS is werken in zo'n maatschappij nog veel meer overleven. Men is zo bezig met de basics, de kop boven water houden, dat er de luxe niet is om werk te bekijken als 'zelfrealisatie'. Je hebt dan ook de ontgoocheling niet als dat niet lukt. In de VS zie je dat de mensen door de precaire situatie werk en privé meer scheiden en meer belang hechten aan hun privéleven. Dat is zeer goede preventie tegen burn-out."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234