Maandag 25/10/2021

Burgerman, cynicus en meester-manipulator

Ga in een overvolle lift staan. Fluister dan onheilspellend, maar duidelijk hoorbaar tegen een vriend: 'Ik wist niet dat de oude man nog zo erg zou bloeden.' Succes verzekerd... Het is maar een van de practical jokes waarvoor de meester van de suspense, Sir Alfred Hitchcock, het auteursrecht opeist. Het is ook een mooi voorbeeld van die bizarre mengeling van horror en humor, die hij als typisch ingrediënt doorheen zijn omvangrijke filmoeuvre zou hanteren.

Zijn streng-katholieke vader was blijkbaar ook al zo'n practical joker. Hitch vertelde graag de anekdote uit zijn jeugd, toen hij met een briefje naar het politiebureau in zijn buurt werd gestuurd. Na lectuur van dat briefje stopte de officier van wacht de jonge Alfred een tijdje in de cel. Hitchcock heeft steeds volgehouden dat hij nooit geweten heeft waarom hij toen opgesloten werd.

Het vormt in elk geval een (te?) mooi verhaal om niet geassocieerd te worden met een van de thema's die later de typische Hitchcock-touch zouden vormen. Het was er al in 1926 met The Lodger. Het zou aanwezig blijven met The 39 Steps, Young and Innocent, To Catch a Thief, Frenzy, en zo meer. En het kan prachtig samengevat worden met een andere titel: The Wrong Man: de onschuldige man of vrouw die door een vervelende of onhandige samenloop van omstandigheden van de verschrikkelijkste misdaden verdacht wordt en dan ook steevast door de politie en/of de échte schuldigen achterna wordt gezeten.

Dat thema van de 'valse schuldige' past zeer goed in de levensvisie van Sir Alfred, die zich als uitstekend vakman erg bewust was van de bedrieglijkheid van visuele beelden en hun interpretatie. Hitchcock besefte dat weinig is zoals het lijkt en speelde dan ook erg graag met de verwarrende confrontatie tussen schijn en werkelijkheid. Dat belette evenwel niet dat hij er tegelijk een bijna puriteinse realiteitszin op nahield. "Als je een realistische moord wil tonen, dan moet je tonen dat het leven ernaast gewoon doorgaat", vond hij. Vandaar zijn opvatting dat het tonen van een moord op klaarlichte dag bij een kabbelend beekje veel effectiever was dan een moord in een donker steegje. En dat had natuurlijk alles te maken met het sleutelwoord voor zijn gehele werk: suspense.

Daarover had hij duidelijk omlijnde ideeën. Waar Hitch op uit was, was het doelbewust manipuleren van het publiek: hun verwarring en onrust waren zijn einddoel. Het was niet zozeer een kwestie van surprise of van verrassingselementen. Hij was ook niet de man van het whodunit-verhaal, omdat zoiets hem te veel een intellectuele puzzel leek, waarbij de geheimzinnigheid alleen de nieuwsgierigheid prikkelde. En daaraan had hij geen echte boodschap. Dat was dan ook weer zo'n typisch Hitchcock-ingrediënt: het verstrekken van informatie waardoor het publiek méér te weten komt dan bijvoorbeeld het opgejaagde wild en de verbeten jagers.

De meester van de suspense wilde geen intellectuele nieuwsgierigheid, maar emotionele spanning. Zijn methode was even simpel als efficiënt: het personage draagt zonder het te weten een bom, het publiek beseft dat, maar de regisseur blijft de enige die weet of en wanneer de bom zal ontploffen.

In verband met I Confess noemde men hem 'een geobsedeerde katholiek', in verband met Psycho en Marnie kreeg hij het verwijt te horen 'een mislukt psychoanalist' te zijn, na Topaz en Torn Curtain noemde men hem 'een politiek reactionair'. Maar daar stoorde Hitchcock zich nauwelijks aan. Wat hem interesseerde, was het verhaal als middel om spanning te veroorzaken. En niet meer dan dat.

Hitchcocks credo was: "Ik probeer mijn publiek op een heilzame manier bang te maken. We leven in een maatschappij die zo beschermend optreedt dat wij niet meer in staat zijn ons instinctief op te winden bij bepaalde buitengewone prikkels. De enige manier om aan die verlammende toestand te ontsnappen en ons moreel evenwicht terug te vinden, is door op een kunstmatige wijze shockelementen te creëren. Naar mijn mening kan dat het best bereikt worden door het maken van een film."

Als cynicus en pessimist was Hitchcock zich bewust van de menselijke kwetsbaarheid, de verwarring die de gewone man kan overvallen als hij plotseling in een vreemde situatie terechtkomt. Zijn misdaadverhalen hadden dan ook weinig te maken met het klassieke gangstermilieu waarvan we de locaties en de personages zo goed kennen uit de hele film noir-traditie. Bij Hitch ging het meestal over gewone mensen die in ongewone situaties terechtkomen. Hoe dat juist gebeurt, met andere woorden: waar de schuld ligt, interesseert hem echter maar matig. In dat opzicht hield burgerman Hitchcock er een subversieve, dubbele moraal op na. Hij weigerde stelselmatig de klassieke scheiding tussen goed en kwaad, tussen slachtoffer en dader te hanteren. Opvallend daarbij is de nauwelijks verhulde sympathie voor de misdadiger, die Hitchcock als bekwaam manipulator zijn publiek influisterde. Zijn schurk is niet zelden een elegante, beschaafde gentleman. Dus ook hier is niet alles wat het lijkt.

Bij de vrouwelijke hoofdpersonages was er zijn opvallende voorkeur voor koele, gereserveerde blondines. Maar ook hier gooit Hitch het waardelijstje overhoop door de maagdelijke blondine steevast in de meest ongezellige situaties te betrekken, terwijl de sensuele brunette ongemoeid wordt gelaten. Zijn persoonlijke voorkeur voor het Ingrid Bergman- of Grace Kelly-type argumenteerde Hitchcock door te stellen dat hij het niet zo erg voor vrouwen had 'with sex hanging all over them'. Wanneer zo'n koel ogende, afstandelijke vrouw plotseling uit haar schelp kwam, werd het pas opwindend voor hem.

Aangezien het verhaal voor Hitchcock slechts een middel hoefde te zijn voor het opwekken van therapeutisch bedoelde angst en aangezien de personages op zichzelf dus niet zo belangrijk waren, kreeg Sir Alfred regelmatig het verwijt te horen een 'acteursonvriendelijk' regisseur te zijn. Een van zijn meest geciteerde uitspraken ter zake was: "Acteurs zijn vee". Toen actrice Carole Lombard dat niet pikte en een troep runderen de set opstuurde, reageerde Hitchcock erg flegmatiek: "Ik heb niet gezegd dat acteurs vee zijn. Ik heb alleen gezegd dat men ze moet behandelen als vee."

En dan was er ten slotte zijn theorie over de zogenaamde MacGuffin. Dat zelf bedachte woord verwijst naar hét sleutelelement van de intrige, hét voorwerp dat voor de personages erg belangrijk blijkt te zijn, maar waar de regisseur - en met hem dus het publiek - nauwelijks aandacht voor heeft. Het toppunt van een dergelijke MacGuffin vindt men in de achtervolgingsfilm North by Northwest: waar het de protagonisten allemaal om te doen was, wordt zonder veel belangstelling in een stukje dialoog afgedaan als: "Alleen maar regeringsgeheimen".

(Jan T.)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234