Vrijdag 13/12/2019

Defensie

Burgerdoden? Ook na einde F-16-missies blijven gegevens geheim

Luchtmachtcommandant Frederik Vansina en defensieminister Steven Vandeput spreken van een "fantastische prestatie", maar beschouwen vragen over mogelijke burgerdoden als militair geheim. Beeld Photo News

Aan de operaties van de Belgische F-16’s tegen Islamitische Staat komt een eind, zonder dat precieze informatie is vrijgegeven over eventuele burgerdoden, doelwitten en kostprijs. Nu het militaire geheim niet meer als argument kan worden gebruikt, zetten academici en de vredesbeweging nieuwe stappen om meer transparantie rond militaire acties af te dwingen.

“Een fantastische prestatie”; met die bewoordingen prees defensieminister Steven Vandeput (N-VA) de deelname van zes F-16’s aan de strijd van de internationale coalitie tegen Islamitische Staat. Desert Falcon, de missie die begon in oktober 2014, werd gisteren officieel beëindigd toen vier F-16’s op de luchtmachtbasis van Kleine Brogel landden.

Vandeput en luchtmachtcommandant generaal-majoor Frederik Vansina maakten bij deze gelegenheid recente cijfers bekend over de Belgische luchtaanvallen tegen IS-stellingen. Sinds juli 2016 voerden Belgische F-16’s vanuit hun basis in Jordanië 605 missies uit en daarbij werden 675 bommen gedropt. Nog steeds volgens Vansina hadden de Belgische piloten een trefzekerheid van 97 procent en er zouden geen burgerdoden zijn gevallen. Hij zei niet categoriek dat er bij de Belgische aanvallen geen burgerdoden waren, hij zei “niet over bewijzen te beschikken dat er burgerdoden zijn gevallen door Belgische bommen”.

Hoewel het Belgische parlement en internationale ngo’s als Human Rights Watch weinig vragen stellen over het nut van de strijd tegen Islamitische Staat, was er wel aanhoudende kritiek op het gebrek aan transparantie. Zo werden Belgische parlementariërs slechts summier en vaak op het allerlaatste moment geïnformeerd.

Om een einde te maken aan de minimalistische communicatie van defensieminister, legertop en gerecht dienden academici als Eva Brems, Hendrik Vos, Sami Zemni en Tom Sauer begin dit jaar op basis van de wet op de openbaarheid van bestuur (WOB) aanvragen in om meer informatie te verkrijgen. Hendrik Vos (Universiteit Gent): “Defensie wimpelde mijn aanvraag af met het argument dat de informatie die ik opvroeg geclassificeerd is. Misschien is het moment gekomen om die WOB-aanvraag opnieuw in te dienen. Want nu de missie officieel beëindigd is, kunnen de regering en het leger zich niet meer beroepen op het argument dat het hier om een militair geheim gaat.”

Lene Jacobs van Vredesactie zegt dat onder Vandeput zodanig veel documenten over de militaire operaties in Irak en Syrië zijn geclassificeerd dat je van een 'administratieve vergeetput' kunt spreken. Vredesactie werkt momenteel aan een initiatief dat de regering moet aansporen om meer transparantie te creëren voor het parlement.

Vooral de discussie over mogelijke burgerdoden moet volgens Vos bij toekomstige WOB-aanvragen uitgeklaard worden. Sinds het begin van de operaties in 2014 waren er meerdere aanwijzingen dat er een aantal burgers door Belgische bommen zijn omgekomen. Zo verklaarde de onderzoeks-ngo Airwars op gezag van een hooggeplaatste Belgische ambtenaar dat het Belgische leger betrokken was bij twee luchtaanvallen waarbij minstens twee doden vielen.

Collateral damage

Volgens Vandeput en de legertop klopt deze informatie niet. Wel raakte bekend dat het Belgische federale parket een aantal incidenten onderzocht die uiteindelijk werden geklasseerd. Maar volgens Airwars zeggen die onderzoeken niets over mogelijke burgerdoden omdat het parket enkel onderzoekt of de Belgische F-16-piloten de aanvalsregels, de zogenaamde rules of engagement, respecteerden.

De onderzoekers van Airwars en andere experts blijven het vreemd vinden dat België vasthoudt aan zijn stelling dat er geen enkele burgerdode viel. Amerikaanse onderzoeken en VN-expertises tonen aan dat er een burgerdode valt per zeven à tien luchtaanvallen. Amerikaanse legerrapporten schatten de collateral damage op een dode per veertig luchtaanvallen.

Nog een ander element dat voor argwaan zorgt bij experts en de vredesbeweging is dat de Belgische luchtmacht deelnam aan bombardementen boven de dichtbevolkte Iraakse stad Mosoel, zonder over nieuwe precisiebommen te beschikken. In november 2016 had Vansina verklaard dat die lichtere bommen hun nut zouden bewijzen tijdens het Mosoel-offensief, maar ondertussen verklaarde Vandeput aan het parlement dat de nieuwe raketten pas in 2019 geleverd zullen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234