Woensdag 20/01/2021

'Burgemeester kantte zich tegen aankoop hedendaags design'

Toen hij Lieven Daenens in mei 1974 begon, omvatte het stedelijk Museum voor Sierkunsten in de Breydelstraat alleen 17de- en 18de-eeuwse stijlkamers. Onder zijn leiding vervelde de instelling tot een van de eerste echte designmusea op het Europese vasteland. Terugblikkend geeft Daenens ruiterlijk toe dat hij niet al zijn geplande projecten heeft kunnen realiseren.

In de carrière van Lieven Daenens speelde toeval meer dan eens een rol. Zijn aanstelling heeft hij mede te danken aan zijn voorganger, die wegens gesjoemel ontslagen werd. "Ik had net mijn thesis over de meubelcollectie van het museum gemaakt. Behalve de ontslagen directeur was ik de enige die de collectie goed kende en dus werd ik gevraagd de honneurs waar te nemen. Uiteraard heb ik daarna examens afgelegd, toen de functie vacant werd gesteld."

Wanneer besliste u de focus te richten op twintigste-eeuws en hedendaags design?

Lieven Daenens: "Ik besefte meteen dat sfeerkamers met historische meubelstukken een doodlopend straatje waren. Er bestonden trouwens gelijkaardige presentaties in het Brusselse Jubelpark-museum, in het Antwerpse Sterckshof, in Luik en nog andere steden.

"Zelf was ik gepassioneerd door Henry van de Velde, de Belgische ontwerper die in het begin van de twintigste eeuw wereldberoemd werd. Ik slaagde erin contact te leggen met zijn zoon Thyl die niet alleen mijn kennis over zijn vader verbreedde, maar ook tips gaf om stukken op de kop te tikken. Die stukken waren toen niet goedkoop, maar vandaag is het gewoon onbetaalbaar om een representatieve collectie uit Van de Veldes zogenaamde eerste Belgische periode bijeen te brengen."

Wat was het eerste hedendaagse stuk dat u hebt aangekocht?

"Het Egyptische kastje van Pieter De Bruyne in 1977. Ik zal het nooit vergeten. Die aankoop werd geblokkeerd door de toenmalige burgemeester, Geeraard Van Den Daele. Hij oordeelde dat een museum zich niet moest bezighouden met hedendaagse ontwerpers. Uiteindelijk wist de toenmalige schepen van cultuur de aankoop te regulariseren."

Kreeg u vaak af te rekenen met politieke bemoeienissen?

"Nee, inhoudelijk heeft men me daarna geen strobreed meer in de weg gelegd. De laatste vijf à tien jaar begon ik wel last te krijgen van de administratieve pletmolen. Het is onwaarschijnlijk hoe tijdrovend dat is. Tja, iedereen bij de administratie wil zich nuttig maken, zeker?"

U hebt honderden tentoonstellingen georganiseerd, geslaagde en minder geslaagde. Wat was de moeilijkste expositie?

"Dat zal een van de laatste geweest zijn, over de Duitse ontwerper Peter Behrens. Het was een tentoonstelling die we voor negentig procent overnamen van de Kunsthalle Erfurt. Maar twee maanden voor de aanvang kwam het tot een conflict tussen de tentoonstellingsarchitect en de bruikleengever. Toen ontstond hier even paniek. Gelukkig heb ik met de hulp van een buitenlandse collega op de valreep een andere grote collectioneur van Behrens bereid gevonden om mee te werken."

Wie van de hedendaagse designers maakte op u de grootste indruk?

"Met de ouwe vos Alessandro Mendini had ik een heel goed contact. Hij is een leuke man met veel gevoel voor humor. Bij de jongere garde is me vooral de ontmoeting met de Nederlandse ontwerper Richard Hutten bijgebleven. Een bijzonder intelligente man en een heel zelfverzekerde ontwerper die veel van zijn plannen ook weet te realiseren.

"Hij komt heel rustig over, maar weet verdomd goed wat hij wil."

Een schaduw over uw mooie carrière is de renovatie die er maar niet komt...

"De nieuwe museumvleugel is geopend in 1992. Daar vond in 1993 de memorabele Henry van de Velde-expositie plaats. Het tweede deel van de nieuwbouwplannen, met een nieuwe entree, een auditorium en een uitbreiding van de expositieoppervlakte door de overkapping van de binnenkoer, wacht inderdaad al lang op uitvoering. De vraag of het er nog komt, kan ik niet beantwoorden."

Misschien was het niet realistisch?

"Toch wel. De oorzaak is de afschaffing van de subsidies voor de culturele infrastructuur. De subsidies voor het eerste deel van de nieuwbouw hebben we nog gekregen, mede dankzij Karel Geirlandt, die toen adviseur was bij cultuurminister Dewael. Daarna zijn alle subsidies samengevoegd in een algemeen Investeringsfonds voor de steden en gemeenten. Toen kwamen culturele projecten op het achterplan terecht. Uiteindelijk is de glazen overkapping wel gerealiseerd, maar helaas niet hier, maar in het Vlaams Parlement."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234