Dinsdag 15/10/2019

Bungelen

'Een vrouw ziet

Pieter Webeling Cultuursocioloog Carl Rohde over mannen en vrouwen

tussen Brad Pitt

en Al Bundy

De traditionele rolpatronen bestaan niet meer. Zij is bezig met een inhaalslag, hij zoekt koortsachtig naar een nieuwe identiteit. Carl Rohde (46) is cultuursocioloog aan de Universiteit van Utrecht en directeur van het trendonderzoeksbureau Signs of Time. Met een grof penseel schetst hij de moderne man en vrouw. En waarom het zo vaak misgaat tussen die twee.

Soms komen vrouwen met het verwijt dat ze tweeduizend jaar lang zijn onderdrukt. Wat zegt de man van nu? 'Meid, wat rot voor je. Maar vooral: wat ontzettend stom! Hoe hebben jullie het zover kunnen laten komen?'

MAN

De macht van de man is behoorlijk aan het verschrompelen. Ik zeg met opzet verschrompelen - een beladen woord in masculiene kringen. Op essentiële vlakken zijn ze niet meer zo nodig. Kostwinnerschap? Veel vrouwen zijn goeddeels economisch onafhankelijk. Vaderlijk gezag? Is duidelijk ondergraven. Voortplanting? Zelfs het verstrekken van sperma kan buiten u om worden geregeld, heren der schepping. Natuurlijk moeten we reëel blijven: mannen zitten op hogere maatschappelijke posities, ze verdienen vaak meer. Maar de meetlat ligt aanmerkelijk hoger dan voorheen. Hij moet performen: als minnaar, als vader, als maatje. Elke moderne vent weet: als ik mijn vrouw niet goed behandel, kan ze weggaan. Ze heeft ook vergelijkingsmateriaal. Van Brad Pitt tot Al Bundy. En daar bungelt hij ergens tussen.

In de jaren vijftig was de man nog gezinshoofd: een stabiele, sterke figuur. Over identiteit werd niet eens gepraat. Nu is de man de risee van de tv. Met name in reclame en comedy's is hij een oetlul van de eerste orde, met de Cosby-show als uitzondering op de regel. Hoe vaak worden mannen niet afgezeken? In een Libresse-commercial loopt een sukkel tegen een lantaarnpaal. Een andere zot zien we kwijlen bij een Harley-Davidson, een laatste symbool van mannelijkheid waaraan hij duidelijk niet kan tippen, waarna zijn leuke, intelligente, volwassen echtgenote hem een speelgoedmotortje geeft.

Vrouwen hebben een fantastische pers. Reclamemakers zijn vaak schijterds, ze volgen niet eerder een trend dan wanneer het echt een trend is, maar juist daarom zijn ze redelijk indicatief. Een hele ruige is de commercial van Wrangler. Je ziet een rij liggende, naakte mannen met brandmerken op hun rug. Een stoere cowgirl met cowboylaarzen en spijkerbroek zegt: "Mark your animals." Mannen zijn lustobject geworden, dat is een revolutie in onze cultuur. De Chippendales. Met hen wil ik wel een beschuitje eten. Vooral de Coca-Cola Light-break vind ik treffend. Allerlei kantoormeisjes laten merken dat ze die man in de bouwput een lekkere vent vinden - mooi om te zien hoeveel gezichten vrouwelijke lust heeft. Maar die meiden kijken wel op hem neer. Hij staat dáár, beneden. Dat is geen toeval. Dat is macht. Eeuwenlang zijn vrouwen beoordeeld en bekeken. Nu kijken vrouwen terug.

De val van de man heeft zich in de afgelopen drie decennia voltrokken. Onder invloed van het feminisme ontstond in de jaren zeventig een nieuw soort man: de softie. Hij sjouwde trots met twee pakken Pampers, de baby in een draagzak voorop. Prettig in de omgang, niet slecht in bed want teder en attent, véél positieve eigenschappen. Maar de kritiek was: geen echte man. Meer een vriendin. In de jaren tachtig zagen we de opkomst van de yup. Materialistisch, carrièredrang, prestatiedrift, competitief. Geen softie, maar in emotioneel opzicht en qua zorg voor huishouding en kinderen kwam je er als vrouw bekaaid van af. Ook niet ideaal, dus. In dit decennium probeerden veel mannen watje en macho tegelijk te zijn. Met de wacho was de verwarring compleet.

De Marlboro-man blijkt nog steeds aan te slaan. Spannend voor vrouwen, inspirerend voor mannen: het prototype van de ongebonden, ruwe avonturier. Rambo was weer te mannelijk. Hij gold als tegenwicht voor de softie-cultuur, maar wat moet je met een autist die alleen maar hwrmpf zegt en zelfs niet in een McDonald's kan rondlopen zonder het meubilair te slopen? De latere actiehelden pasten zich aan, tot een zwangere Schwarzenegger aan toe. Het blijft behelpen. Kijk, een vrouw ziet een man het liefst als een schaap met zes poten. Dat is wat veel gevraagd, dus gaat ze voor een schaap met vijf poten. Terwijl de realiteit een schaap met vier poten is, om met Jules Deelder te spreken. En dat schaap kan nog mank lopen ook.

Op de drempel van het jaar 2000 zie ik nu wel de tendens dat mannen terrein terugwinnen. De verwarring en beschroomdheid van de wacho lijken over hun hoogtepunt heen. Bij de eigen reconstructie van de mannelijke identiteit zie je dat mannen graag elkaars gezelschap opzoeken. Een avondje gezellig in het café, samen naar het voetbal, enzovoorts. Die wens kwam sterk naar voren in twee recente onderzoeken; je kunt echt spreken van de renaissance van de mannenvriendschap. Jarenlang hebben mannen zich laten aanlullen dat ze moeten praten over problemen, praten-praten-praten. Maar dat is de wijvenmanier. Mannen gáán niet met een kopje thee en een doos bonbons op de sofa zitten om te gaan kletsen. Onder kameraden is een gebaar genoeg: een stomp op de schouder, een blik van verstandhouding. En de moderne man is natuurlijk niet gek, hij heeft geleerd dat praten in een relatie belangrijk is. Maar waarom zouden vrouwen de gevoelswereld moeten monopoliseren?

Een interessante stroming is de New Lad. Die is in opkomst in Engeland. Dat is de man die zegt: ik wil niet opgroeien. Zo van: de meetlatten liggen mij veel te hoog, ik wil lol hebben met vrienden, uitgaan, veel alcohol, lekkere wijven, blote tieten.

Een andere, niet-representatieve voorhoede is de androgyne man. Je komt hem vooral tegen in de modewereld en het uitgaansleven, à la de Amsterdamse discotheek iT. Hij is in touch met zijn vrouwelijke kant en schuwt cosmetica niet: van eau de toilette tot vochtinbrengende huidcrème. Maar ja. Geen cowboy. En dan heb je ook nog de traditionele man, die nog steeds naar Rambo kijkt en wil dat het vrouwtje de pils en de bierworstjes serveert. Maar dat zijn losers. En losers zijn uit.

De Ideale Man van het jaar 2000 is de man die zapt. Hij is veelzijdig, ruim van geest, zelfbewust. Dan weer een standvastige Marlboro-avonturier, dan weer een man met wie je kunt lachen en grappen maken, dan weer een tedere vader die lief met de kindjes kan zijn. Hij probeert zichzelf te verhouden tot mannelijkheid én tot vrouwen. De wacho vond ik saai, maar de man van nu is leuk, spannend. Hij is zelfbewuster. In het algemeen gesproken is de man van nu de grootste klap van het feminisme te boven.

VROUW

Ik durf niet te beweren dat de vrouw over de gehele linie winning is. Wat dat betreft kun je dit verhaal spiegelen aan het man-verhaal: vrouwen bekleden minder hoge posities, ze verdienen niet méér, ze geven de man niet zodanig op z'n donder dat hij de helft van het huishouden doet. Maar de vrouw is natuurlijk nog steeds bezig met een enorme inhaalslag. Op een aantal fronten is zij wel degelijk het sterke geslacht. Bij een van de meest ingrijpende negatief-emotionele gebeurtenissen, de echtscheiding, nemen vrouwen de lead. Drie van de vier mensen die een scheiding aanvragen, zijn namelijk vrouwen. Een krankzinnig hoog percentage. Het is natuurlijk lastig te meten, maar zij heeft blijkbaar meer power om zo'n beslissing te nemen dan hij.

Ook in economisch opzicht is de opkomst van de vrouw onstuitbaar. Dat begint al bij de opleiding. Laatst konden we in Elsevier lezen dat vrouwen gemiddeld korter over een studie doen dan mannen, met betere resultaten. De uitzondering waren: natuurkunde en wiskunde. Daarin scoort zij niet zo goed. In het zakendoen zie ik meer perspectief voor vrouwen. We gaan toe naar een netwerk-samenleving, zoals topsocioloog Manuel Castells uitgebreid heeft gedocumenteerd in The Network Society. Bedrijven gaan wisselende allianties aan. Competitief hanengedrag is niet langer de hoogste waarde: zakendoen draait meer om samenwerking, communicatie, oog voor eigenbelang én oog voor het belang van de concurrent, omdat je elkaar morgen misschien nodig hebt. Samenwerking en communicatie - dat zijn toch capaciteiten waarin vrouwen meer excelleren.

Leeft de vrouw van nu een zorgeloos bestaan? Bepaald niet. Een van de moeilijkheden is: haar moeder zat altijd thuis. Die weet dus ook niet hoe je werk en gezin combineert zonder je doodmoe en schuldig te voelen. Moeders fungeren niet of nauwelijks meer als rolmodel - dat geeft veel vrouwen een gevoel van ontworteling, ze kunnen zich niet identificeren. Bovendien: een man en een vrouw krijgen samen een kind, maar daarna heeft een vrouw het kind méér. Uit onderzoek blijkt dat de vrouw het gezin-werkconflict probeert op te lossen bij haar baas. Kan ik vanmiddag vrij krijgen, want mijn kind is ziek. De man legt het probleem op een andere plek neer. Namelijk: aan de keukentafel, bij vrouwlief. Dat vond ik een eye-opener.

Ik moest laatst een lezing geven voor het levensmiddelenconcern Procter & Gamble, in Zwitserland. Na afloop ging ik eten met een paar zogenaamde high potentials: talentvolle, jonge, steenrijke carrièremannen. Ze gedroegen zich perfect, hoor. Sympathiek, welbespraakt, culinair onderlegd, echte kosmopolieten. Maar één ding: ze waren zo ontzettend moe. Dat kon je zien, ik ben niet gek. Als je dat facet naar voren brengt, breek je even door alles heen. Een van hen had een vrouw die ook succesvol was; hun kind van anderhalf had voortdurend last van nachtmerries. En dan het drukke leven... Hij zei: Ik probeer mijn dochter elke dag twintig minuten te zien. Dat is dus bittere armoede, in dat chalet aan het meer van Genève. Dit verhaal vertelde ik gisteren aan een andere, drukbezette executive. Hij kon het probleem alleen maar onderschrijven, maar het ergste was: de dramatiek, de verschraling ontging hem volkomen!

Wat dat betreft waren de onfeministische jaren vijftig helder en overzichtelijk. Hij werkte hard, zij voedde de kindjes op en kon lekker thee drinken met buurvrouwen die ook niet gingen scheiden. Maar de vrouw heeft ontdekt dat de wereld buitenshuis erg leuk kan zijn. En wat moet ze als meneer vertrekt met een hoogblonde dame, half haar leeftijd? Dan duwt hij haar in de bijstand, met drie kinderen. Poverty is one husband away, dat heeft de praktijk wel geleerd. Het is dan ook volkomen terecht dat een vrouw economisch zelfstandig wil zijn. Maar de supervrouw, de Samsonite-lady die in fraai mantelpakje en wapperende haren de hele wereld aankan, bestaat niet. Zij is ongeveer net zo irreëel als Rambo. De dagelijkse werkelijkheid is schipperen, organiseren, uren maken, stress. Misschien tobben vrouwen wel meer dan mannen, omdat ze dieper ingaan op de vraag: werk en gezin, wat vind ik echt belangrijk? Het is daarom niet de blije, vrije sekse.

Mannelijkheid is niet meer te definiëren, omdat we niet meer zo goed weten wat de term inhoudt. Vrouwelijkheid is ook niet meer te omschrijven, maar dan om een andere reden: een vrouw kan alles zijn. Whitney Houston zong al: 'I'm every woman, it's all in me.' Je kunt een ongelooflijke bitch zijn met toch een zeer vrouwelijke uitstraling. De enige belangrijke vraag is: ben ik wel een goede moeder? En het antwoord bepalen ze zelf. Ook hier kun je zien dat mannen weinig te vertellen hebben.

Eén type vrouw valt niet onder vrouwelijk: de tuinpakken-lesbo-feministische manwijven van vroeger, die dachten dat je gehele identiteit in de geslachtsdelen zat. Maar die zijn hartstikke uit. Het lesbo-feminisme is al lang vervangen door het lipstick-feminisme. Lesbiennes willen helemaal niet de halve vent uithangen. Haha, ze zouden wel gek zijn! Hedy d'Ancona, oprichtster van Opzij, zei laatst in Nieuwe Revu dat de radicale vrouwenbeweging is ingepakt met boter en suiker, en een grote strik erom. Ik zou het anders zeggen. Tegenwoordig heeft iedere moderne vrouw recht op een zelfstandig bestaan, recht op lust, recht op haar eigen vrouwelijkheid, enzovoorts. Het feminisme is uitgelopen over de gehele samenleving. Anno 1999 ligt Opzij op de salontafel van de burgerlijkste gezinnetjes. Dat is misschien wel de grootste winst.

MAN-VROUW

De liefde tussen man en vrouw - waarom gaat het zo vaak mis? Een belangrijke oorzaak is: het individualisme. In het begin van deze eeuw was het bestaan stevig verankerd. Je nam de slagerij over van pa en je trouwde met het overbuurmeisje, klaar. Een gezin met acht kinderen was geen uitzondering. In de jaren zestig is dat beeld definitief omgeslagen. Je kon kiezen. Trouwen, samenwonen of single? Kinderen of geen kinderen, en op welke leeftijd? Hoe hard wil ik werken? Wil ik polygaam, monogaam, serieel-monogaam? Niets is meer voorgeschreven, je móét dus wel keuzen maken. Deze sociaal-culturele setting dwingt je om individualist te worden.

In de afgelopen twintig, dertig jaar is het individualisme alleen maar toegenomen. De vrijheid om alle kanten van jouw fascinerende persoonlijkheid te ontplooien is eindeloos. Wil ik een dwarsfluitcursus volgen of ga ik op goochelles, of allebei? Wil ik skeeleren of doe ik aan line dancing? Ga ik een weekje naar de Costa Brava of neem ik een abonnement op de zonnebank? Wil ik afslanken of liposuctie laten doen? Keuzen, keuzen, keuzen. Op die manier ontstaan individuen met zeer uiteenlopende, uitgesproken karakters. Nou, met die gigantische, caleidoscopische mindset ontmoet je een geliefde. Dan begint het gelazer.

Het eisenpakket voor de gedroomde partner is enorm. Houdt hij van kinderen? Heeft hij iets van Tom Hanks? Is hij niet kaal? Houdt hij van avontuurlijke junglevakanties? Heeft hij een leuke auto? Kijkt hij niet te veel naar andere vrouwen? En vice versa. Hoe lief is ze? Wordt ze niet te dik? Houdt ze van voetbal? Speel ik straks niet de derde viool, na werk en de kinderen? Is ze erotisch? Beide partijen verwachten zeer veel heil van de partner. Hij/zij moet geborgenheid én stimulans geven, empathie én onafhankelijkheid, bevestiging én uitdaging. Kortom, in vergelijking met vroeger is het afstemmen van een gezonde relatie behoorlijk gecompliceerd geworden.

Een: we zijn individualisten. Twee: we zijn ook nog narcisten. Vroeger had je gezinnen met tien kinderen, dan was je niet bijster speciaal. In deze tijd worden kindjes opgevoed tot prinsjes en prinsesjes. Ze draaien heel vroeg mee in het onderhandelingshuishouden en mogen ook hun behoeften en verlangenpakketje op tafel leggen. Thomasje van zes mag meepraten: strand of bergen? Vinden we democratisch. Heel leuk en gezellig, maar wacht tot die ettertjes groot worden. Als puber. En nog later: als huwelijkskandidaat. Ze hebben prioriteitenlijstjes van hier tot God. Wil jij een maand gaan overwerken? Oké, dan mag ik een long weekend weg. En dát wil dan een leuke, romantische liefdesrelatie hebben.

Veel jongeren die we momenteel interviewen hebben een hekel aan babyboom-ouders die de echtscheidingscultuur in werking hebben gezet. Zo van: zíj hebben voor het altaar gestaan, zíj zwoeren een eed die ze niet zijn nagekomen en wíj zijn de dupe. Of: als ik moet kiezen tussen ruziënde ouders of een moeder alleen, dan kies ik natuurlijk voor het eerste. Nogal choquerend, vond ik. Het verlangen naar een hecht gezinsleven is derhalve zeer groot. Er komt nu een generatie aan die heel krachtig zegt: 'Ik ga dat beter doen dan mijn gescheiden ouders.' Terwijl ze tegelijkertijd een aromantische, veeleisende, strikt individualistische prioriteitenlijst hebben. En juist die groep wil een geslaagd huwelijk. Voor de komende jaren hou ik mijn hart vast.

Trouwen doe je maar één keer, zei men vroeger. Scheiden doe je maar één keer, zegt men nu. Dertigers en veertigers die voor de tweede keer een relatie aangaan, hebben nadrukkelijk lessen geleerd. Ze zijn sadder and wiser, de eisen zijn verzacht. Zij denkt: jammer van dat buikje, maar hij is tenminste wel attent. En hij: ze vindt voetbal vreselijk, maar ze is dol op seks. Ik denk dat vooral vrouwen minder kritisch worden, al is het alleen maar om het feit dat ze de biologische klok horen tikken. Vijfendertig jaar en nog geen kinderen: paniek! Dan maar een schaap met vier poten, denken ze dan. Whitney Houston zingt nu: 'It's not right, but it's OK.'

Laatst is berekend dat we in het jaar 2015 drie miljoen alleenstaanden hebben. Dat aantal heeft me niet verbaasd. Tja, single is een optie in moderne beschavingen. De man hoeft geen wilde beren meer bij de grot weg te knuppelen om zijn vrouw te beschermen. En de vrouw van nu is economisch zelfstandig. Alleen wonen kan ook een verademing zijn, hoor. Eindelijk geen onderhandelingen meer over de ophaaltijden van de crèche, en dat gezeik over het opruimen van het huis is ook afgelopen. Rust. Maar na een tijdje gaat het toch weer kriebelen. Want een relatie, een lópende relatie, met warmte, wederzijds respect en stimulering... dat is toch het allermooiste. Mannen en vrouwen willen dolgraag bij elkaar horen. Maar het lukt niet zo best. Waarom niet? Omdat we te veeleisend zijn, te romantisch. Dat is de paradox van de romantiek.

een man het liefst als een schaap met zes poten. Dat is wat veel gevraagd, dus gaat ze voor een schaap met vijf poten.

Terwijl de realiteit een schaap

met vier poten is''De

super-vrouw,

de Samsonite-lady die

in fraai mantelpakje

en wapperende haren

de hele

wereld

aankan,

bestaat niet.

Zij is

ongeveer

net zo

irreëel

als

Rambo'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234