Woensdag 18/05/2022

'Bulgarije vermijden? Dat niet, maar blijf er 's nachts toch maar weg'

Anderhalve dag onderweg, de fut is eruit. Onder een dreigende hemel volgen we de E75 richting Nis. We hebben intussen zelf de leiding van onze drieledige karavaan in handen genomen. Of preciezer: Recep Acar heeft vrijwillig de koppositie afgestaan die hij sinds het uitvallen van Rifan Karakaya tegen heug en meug had ingenomen. Aangezien zijn tweelingbroer Saban nooit een pioniersrol heeft geambieerd, mogen wij aan de bak.

Het duister valt, tijd om naar ons beproefde volgsysteem te grijpen: een estafette van knipperlichtsignalen die door Saban als laatste in de rij met een lichtstoot wordt bevestigd. De hemelsluizen gaan open, het kon niet mankeren. Honderd kilometer per uur lijkt in de gegeven omstandigheden een verantwoorde snelheid. Truckers schijnen daar anders over te denken, de ene tientonner na de andere haalt ons links in. We doen wel pogingen om tempo te maken en uit de greep van de mastodonten te blijven. Tevergeefs, het appel van Sabans koplampen schijnt steeds flauwer in onze nachtspiegel.

Tien kilometer voor Nis doemt het verlossende baken op. Hotel Nais, zo staat het in lichtletters op de gevel. Turkse vakantiegangers echter associëren deze plek met een andere naam: Hurriyet. Naar jaarlijkse traditie heeft Turkijes populairste krant langs de E75 in Servië twee hotels afgehuurd, als stopplaats voor vermoeide heimattoeristen. We leggen de motor stil, tanken een kop thee en schuiven een stoel aan bij Asim Gürsoy.

Ligweide

In gewone doen opereert Asim vanuit Keulen, waar de Europese Hurriyet-redactie is gevestigd. "Ik cover alles. Sport zowel als politiek. Gebeurt er een ramp in België of Nederland? Ik vlieg er op af." Druk-druk, het leven van de Europacorrespondent? Niet zo druk als de drie maanden die Asim iedere zomer in hotel Nais doorbrengt. Van het olympische zwembad even verderop heeft hij de binnenkant nog niet gezien. Asim combineert in feite twee voltijdse banen: journalist voor de krant en ombudsman voor Turkse reizigers.

"We doen dit al tien jaar", zegt hij. "Bedoeling is onze mensen een veilige en comfortabele stopplaats aan te bieden. Ze kunnen hier eten, slapen op de ligweide, en wie echt wil uitrusten, kan een kamer boeken. Over hun auto en bezittingen hoeven ze zich geen zorgen te maken, we hebben constant vier bewakers rondlopen. Het is geen toeval dat we in de buurt van Nis zitten. De E75 is het gevaarlijkste stuk van het traject, hier gebeuren de meeste ongevallen. Oververmoeidheid is de grote boosdoener. De meesten zijn al twee dagen aan het rijden als ze dit punt bereiken."

Asim schat dat tussen 15 juni en 15 september zo'n 200.000 tot 300.000 auto's met Turkse verlofgangers langs Nis passeren. "Dit jaar valt de drukte nog mee", zegt hij. "De mensen vertrekken in verspreide slagorde. Alles hangt af van de vakantieregeling in Duitsland, waar bijna drie miljoen Turken wonen. Als verschillende grote deelstaten tegelijkertijd het licht op groen zetten, dan pas krijg je een massale exodus. Op piekmomenten kunnen de wachttijden bij de Bulgaars-Turkse grens in Kapikule tot zes uur en langer oplopen."

Nieuwe verkeersregels

Ieder jaar in mei stuurt Hurriyet twee redacteurs op verkenning. Alle trajecten die zich vanuit Duitsland vertakken, krijgen een grondige beurt, ook de Roemenië-Bulgarijevariant, net zoals de Tsjechië-Slowakijeroute.

"Die is populair bij Turken uit Berlijn", zegt Asim. "Eén week voor de start van het seizoen pakken we met onze landendossiers uit. Welke nieuwe verkeersregels zijn er van kracht? Liggen er nieuwe autosnelwegen? Waar wordt er gewerkt en dreigt er filegevaar? Hoe hoog zijn de boetes voor snelheidsovertredingen? Er zijn weinig Turken die hun reis aanvatten zonder eerst onze dossiers te lezen."

Zijn gsm gaat over, de zoveelste oproep van de dag. Zijn nummer staat dan ook iedere dag vetgedrukt in de krant en op de website. Lezers mogen dag en nacht bellen. Vaak komen ze met banale vragen over reistijden,voorkeursroutes en wisselkoersen. Maar iedere dag tekent Asim ook wel een paar verhalen op die stof bieden voor artikels die de hele zomer lang in de Europese Hurriyet-editie verschijnen.

"Toevallig staat er vandaag een verhaal in over drie Belgische chauffeurs", zegt hij. "Een oudere man met een Kangoo was op weg met zijn zoon en een neef, jonge gasten die nog niet lang een rijbewijs hadden. De ene reed met een BMW 525, de andere met een Audi A3. Er was afgesproken dat ze braafjes de Kangoo zouden volgen, tenslotte was de vader de enige chauffeur met ervaring. Maar vlak voor Nis zijn de twee jongens beginnen racen, ze werden geflitst tegen 180 per uur en aan de kant gezet. Uiteraard hebben ze een zware boete gekregen, maar dat was niet het ergste. Tijdverlies, dat is de ultieme nachtmerrie voor Turken op weg naar Turkije. Een van de chauffeurs werd gearresteerd en voor de procureur geleid. Het heeft uren geduurd vooraleer ze een tolk konden vinden."

De verhalen, zo mogelijk geïllustreerd met een foto van de betrokken familie, hebben een opvoedkundige waarde. Met snelheidscontroles wordt in Servië niet gelachen, probeert Hurriyet zijn lezers in te peperen. Overtreders worden afgeleid naar een bank of postkantoor om dinars te wisselen, want boetes moeten in lokale valuta worden betaald. Pech voor wie in het weekend tegen de lamp loopt, die moet maar tot maandag wachten.

"Die boeteregeling is nieuw", zegt Asim. "Ze is er gekomen om de wijdverspreide corruptie bij de verkeerspolitie te bestrijden. Vroeger was willekeur troef. Turkse auto's werden aan de kant gezet, ook als ze geen overtreding hadden begaan. En wat deden de chauffeurs om geen tijd te verliezen? Ze staken de agenten een fooi toe. Aanvankelijk was het afkooptarief 5 euro, maar op de duur liep dat op tot 10 en zelfs 15 euro. Dat geld verdween in de zakken van de agenten."

Grote controle

Asim is gematigd positief. In Servië is de situatie fel verbeterd, maar in Bulgarije blijft corruptie wijdverspreid. Douaniers maken er een sport van, zo blijkt uit de verhalen waarvan hij er onderhand dozijnen heeft opgetekend. De Hurriyet-journalist kan er dan ook smakelijk over vertellen.

"'Komsu', zo spreken ze de mensen aan, dat is Turks voor buurman. 'Komsu, wat zie ik hier? Die foto op je paspoort, die gelijkt niet. En die scheur in je rijbewijs, dat kan echt niet door de beugel. Nee, ik vrees dat je mee naar het bureau moet komen.' Meer aansporing hebben de mensen niet nodig om hun euro's boven te halen. Maar de douaniers kunnen het ook over een andere boeg gooien. 'Grote controle!', roepen ze. 'Alle koffers uitpakken!' Dat werkt altijd, ze weten maar al te goed dat de Turken haast hebben. De mensen betalen liever 10 euro dan uren tijd te verliezen met het uitladen van de auto."

En wij die dachten dat Rifan overdreef toen hij ons in Oudenaarde de oren waste over de vele gevaren die ons in Bulgarije te wachten stonden. Asim weet wel beter.

"Het is twee jaar geleden gebeurd", zegt hij. "Een Turkse familie werd door nepagenten onderschept en naar een bos afgevoerd, de ontvoerders reden in een jeep en droegen echte uniformen. De inzittenden werden aan bomen vastgeketend, ze moesten toezien hoe hun auto werd leeggeplunderd en nadien in brand gestoken. Dat incident heeft diepe indruk gemaakt, sindsdien zit de schrik er goed in.

"Mensen vragen ons vaak of ze Bulgarije moeten vermijden, ook al betekent dat minstens 200 kilometer omrijden via Macedonië en Griekenland. Zo ver willen we niet gaan, maar we raden wel af om 's nachts door Bulgarije te rijden."

Enig opportunisme is de Bulgaren en Serviërs niet vreemd. Zoals beren op de loer liggen tijdens de jaarlijkse zalmtrek, zo zitten ze op het vinkentouw wanneer de Turkse mensenstroom voor hun deur passeert. Kraaienpoten op de weg strooien en dan banden repareren voor drie keer de gewone prijs, volgens Asim is het een klassieker.

"Vooral in Bulgarije is het erg", zegt hij ten overvloede. "Daar heb je witte pompstations die water door hun diesel mengen, zodat de motor binnen de kortste keren vastloopt. Het is een echte valstrik, de pomphouders spelen onder één hoedje met sleepdiensten en garagisten. De auto wordt naar een afgelegen loods getakeld waar ze nodeloze herstellingen uitvoeren en belachelijke reparatiekosten aanrekenen. Zo'n avontuur kan veel geld en veel tijd kosten. Het zijn laakbare praktijken, maar echt verwonderlijk is het niet. Dit is een van de armste regio's van Europa, er is hier omzeggens geen economie. Voor vele bewoners is de doortocht van de Turken een buitenkansje om geld te verdienen."

Slagboom omhoog

Heeft de Bulgarijefobie onze reisgezellen in de greep? We vroegen ons al een poosje af waarom ons knipperlichtsignaal onbeantwoord bleef. Vlak voor de Bulgaarse grens loopt de verklaring per sms binnen. Het nummer is van Recep, de tekst van een van zijn Nederlandstalige dochters.

"Hey, mijn oom kan heel moeilijk volgen. We gaan stoppen, maar zien jullie morgen in Bulgarije." Wat nu? Na Rifan zijn we ook Recep en Saban kwijt, het begint stilaan op het verhaal van de tien kleine negertjes te gelijken. Alleen, zonder karavaan, stevenen we op de Bulgaarse grenspost in Kalotina af. De wachter monstert onze pasfoto's en ziet dat het goed is. De slagboom gaat omhoog, hij wenst ons een goede vaart. Aardige man, deze Bulgaarse douanier.

Morgen rit 4

Plankgas naar de Turkse grens: onze heimat- toeristen ruiken de stal

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234