Zondag 31/05/2020

Buitenstaanders in Amerika

Anti-utopische romans van Peter Ackroyd en Tristan Egolf

In Peter Ackroyds Miltons vlucht naar Amerika en Heer onder het gepeupel van Tristan Egolf worden totaal verschillende beelden van Amerika geschetst. Het utopische Amerika van de beginjaren, als alles nog mogelijk is en de zuiveren van hart en de verworpenen der aarde er hun huis maken, en hetzelfde land aan het einde van deze eeuw, wanneer er geen zuiveren meer zijn en er alleen nog verworpenen overblijven. Zoals we ondertussen van Ackroyd gewend zijn is Miltons vlucht naar Amerika weer eens een intelligente en erudiete roman. Het verhaal dat vertelt wordt is een mogelijke versie van de werkelijkheid. John Milton was tijdens het republikeinse en puriteinse bewind van Cromwell een soort minister van Buitenlandse Zaken. Toen in 1660 de monarchie werd hersteld, moest hij korte tijd onderduiken. Hoewel hij al in 1652 volledig blind was, begon hij in 1658 aan zijn grote werk over de val van de mens, Paradise Lost. Na zijn ontslag kreeg hij natuurlijk veel meer tijd voor zijn dichterlijke arbeid en in 1654 was het werk klaar. Ackroyd schrijft een variant op deze geschiedenis door te veronderstellen dat Milton in 1660 samen met zovele andere puriteinen naar Amerika vlucht. Op deze manier krijgen we een heel ander beeld van de dichter. Het boek begint met een moeilijke overtocht: er is een storm en een schipbreuk, en de blinde en wereldvreemde dichter wordt gered door zijn heel wat wereldser knecht. De relatie tussen de twee lijkt wat op die tussen Don Quixote en Sancho Panza: idealisme en materialisme, droom en werkelijkheid. In Amerika sticht Milton samen met gelijkgezinden Nieuw Milton, een gemeenschap die geheel volgens de puriteinse principe wordt ingericht en heel goed lijkt op een religieuze republiek naar Iraans model, met de dichter als geestelijke leider. Al snel komen er problemen, eerst met de Indianen, die zich niet echt enthousiast bekeren tot het nieuwe enge en strenge geloof, later met een groep katholieken die in de buurt hun eigen gemeenschap stichten. Dan blijkt snel dat er bij de vrijheidsgezinde puriteinen weinig ruimte is voor andersdenkenden. Het loopt niet goed af. Ackroyd laat mooi zien waar puriteinse ideeën over goed en kwaad toe leiden. Wie al te gemakkelijk de wereld verdeelt in zwart en wit, heeft geen oog meer voor grijstinten. Maar tegelijkertijd toont Ackroyd ook Miltons twijfel. In zijn openbare verschijning heeft de dichter een directe lijn met God: blind als hij is, weet hij exact hoe de dingen in elkaar zitten. Twijfel kent hij niet. Hij weet dus dat zijn katholieke buren afgodendienaars zijn die niet waard zijn om te leven. Maar wat Milton de dichter denkt en doet, is niet noodzakelijk wat zijn onbewuste wil. In zijn dromen en tijdens een initiatie bij de Indianen leert Milton (ook letterlijk) de andere kant van de dingen te zien. Natuurlijk gaat dit boek niet alleen over de vergeefse manieren waarop de mensheid steeds weer opnieuw denkt te kunnen beginnen. Het boek gaat over paradijzen en hoe je die verliest, en over hoe er in het hoogste goed altijd een beetje kwaad zit. Milton leert in Amerika alles over het onderwerp van zijn grote epos, Paradise Lost. En wij leren meteen hoe William Blake een dikke eeuw later kon beweren dat Milton in dat werk eigenlijk aan de kant van Satan stond. Tristan Egolfs roman beschrijft ook het leven in een kleine gemeenschap, in zijn geval het dorpje Baker in het Amerikaanse Midden-Westen. Grote ideeën over God en de mens zijn er allang niet meer: godsdienst is hoogstens een excuus om zichzelf te verrijken. Vooral de methodisten zijn daar goed in: ze beschikken over een perfect samenwerkende groep dames die maar al te graag zieke of stervende mensen helpen, onder meer met het opstellen van hun testament. John Kaltenbrunner, de held van de roman, ondervindt dat aan den lijve. Als zijn moeder ziek wordt, blijkt alles waar hij voor gewerkt heeft plots eigendom van de methodisten te zijn geworden. Kaltenbrunner is op dat ogenblik al een buitenstaander in een stad die soms een donkere versie lijkt van het Springfield van de Simpsons: een stad van tooghangers en niksnutten, waar vrouwenmishandeling, dronkenschap en incest de regel zijn. Maar ook een stad vol verworpenen heeft buitenstaanders en in Baker is dat Kaltenbrunner. De roman is zijn biografie, het leven van iemand die alleen maar met rust gelaten wil worden en alleen al daardoor het doelwit wordt van allerhande pesterijen. Op school wordt hij gesard en geslagen tot hij op radicale wijze weerwraak neemt en men hem verder links laat liggen. Maar door een reeks mislukkingen en ongelukken die normaal alleen Griekse tragische helden overkomen, wordt Kaltenbrunner alles wat hij heeft weer afgenomen: zijn moeder, zijn huis, zijn boerderij, zijn vrijheid. Na vier jaar dwangarbeid komt hij terug in Baker terecht. Dit keer begint hij helemaal onderaan op de maatschappelijke ladder, bij de Mexicaanse verschoppelingen die als enigen de afschuwelijke werkomstandigheden in de kippenslachterij kunnen verdragen. De Amerikaanse droom werkt allang niet meer en als Kaltenbrunner een ongeluk heeft, komt hij terecht bij de vuilnismannen, de allerlaagste verschoppelingen in een stad van uitschot. Op de mannen van de vuilniskar kan zelfs de laagste holbewoner neerkijken. Tot Kaltenbrunner vindt dat het genoeg is geweest en Baker in korte tijd onherroepelijk verandert. De harde feiten van Kaltenbrunners biografie en van de recente geschiedenis van het stadje Baker worden op geëngageerde wijze verteld door een 'wij' dat pas tegen het einde van het boek een plaats in de handeling krijgt. In het begin van het boek wil de verteller vooral de leugens en vertelsels corrigeren die zijn stadsgenoten hebben uitgevonden. Zo heeft men van Kaltenbrunner een duivel gemaakt die in zijn eentje verantwoordelijk is voor alles wat er ooit in Baker fout is gegaan. Dit soms tragische, soms komische maar vooral intense boek is zelf geschreven door een buitenstaander. Volgens de achterplattekst werd het manuscript in Amerika afgewezen door wel zeventig uitgevers, tot Egolf in Parijs de dochter van Patrick Modiano ontmoette. De beroemde vader las het boek en overtuigde zijn uitgever Gallimard om de wereldrechten te kopen. Vassallucci geeft de roman in het Nederlands uit. Nu even wachten om te zien of de wraak van Kaltenbrunner helemaal compleet zal zijn.

Tristan Egolf, Heer onder het gepeupel. Het slachten van het gemeste kalf en het weerbaar maken van de waakzamen in het achterland, Vassallucci, Amsterdam, 402 p., 690 frank. Peter Ackroyd, Miltons vlucht naar Amerika, Bzztôh, Amsterdam, 256 p., 990 frank.(Ill. omslag boek)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234