Zaterdag 04/12/2021

Buitengewoon kind op een gewone school

'Down? Dat is dan buitengewoon onderwijs type 2.' Daar zaten Rosita Vereecken (39) en Rudy Vandewattyne (49). De toekomst van hun zoon leek bepaald. Maar ze zochten en smeekten en vonden een gewone freinetschool, waar Ruben nu al ruim een jaar mee knutselt, zingt en stempelt. Zonder hulp van de overheid. En het ziet er, op de vooravond van de Dag van Inclusie, niet naar uit dat dat snel zal veranderen. Ondanks Vlaamse beloftes. Kim Herbots

Ruben (net 4) kijkt thuis in Kortrijk geconcentreerd naar 'Bob de Bouwer' op de iPod van papa. Vlasblond hoofdje over de tafel gebogen, twee vingers in de mond, zakdoek tegen de wang. Als het filmpje gedaan is, gaan de vingers uit de mond, wrijft hij over het schermpje en zet zelf 'Pingu' op. Pas als hij even opkijkt om te laten weten dat hij honger heeft, zie je het: Ruben heeft Down.

Enkele uren eerder in De Levensboom, een onafhankelijke freinetschool in Wevelgem voor 'gewoon onderwijs'. 'Duimen draaien', zingt juf Nele Tillie. Ruben zit op een bankje samen met Lucca en doet mee. Na het liedje veert hij recht en roept 'papa'. De andere kinderen zijn meteen enthousiast. "Mijn papa heeft ook duimen en mijn mama ook", klinkt het van alle kanten. Ruben straalt.

Aan de kant kijkt mama Rosita Vereecken vertederd toe. Ze is opvoedster, maar werkt nu parttime in de school van Ruben als kinderverzorgster. Noodgedwongen. "De aanwezigheid van Rosita was een conditio sine qua non", zal papa Rudy Vandewattyne later zeggen. "De school wou er niet aan beginnen als we er niet voor konden zorgen dat er ondersteuning aanwezig was. We hebben gezocht naar vrijwilligers, maar niet gevonden."

Toen grote broer Maxime (9) destijds aan het eerste leerjaar in De Levensboom begon, vroeg zijn papa meteen 'of er later eventueel plek zou zijn voor Ruben'. "Het zat altijd in mijn achterhoofd", zegt Vandewattyne. "Meteen na zijn geboorte begon ik mij zorgen te maken over zijn toekomst. Toen er op school niet meteen afwijzend gereageerd werd op de komst van Ruben was dat voor mij een opluchting."

Zolang Maxime niet naar een methodeschool ging, durfden Rosita en Rudy er zelfs niet aan denken om Ruben in te schrijven in dezelfde school als de oudste. "In het schooltje hier in de buurt moeten ze op een bepaald figuurtje gaan staan als de bel gegaan is. Dat kan Ruben niet. Hij functioneert niet in zo'n strak regime. In de freinetschool hebben we geen bel. We zeggen 'nu is het tijd' en dan kan iedereen rustig komen. Dat werkt voor hem. En als hij even in paniek slaat en wil weten waar Maxime is, dan kan dat."

"Op Maximes oude school hebben we niet eens gevraagd of Ruben welkom was", zegt Rosita. "Andere ouders van een kindje met Down wel, maar het antwoord was meteen 'neen'. Als ik bij De Levensboom met Ruben aan de schoolpoort stond dan vroegen andere ouders gewoon 'wanneer komt hij?'."

Maar zo vanzelfsprekend was zijn komst nu ook weer niet. "Toen het uiteindelijk tijd was om Ruben in te schrijven, werd er heel afwijzend gereageerd", zegt Vandewattyne. "Ik was razend. We hebben al onze overredingskracht moeten gebruiken om Ruben toch te mogen inschrijven. Dat heeft al bij al een jaar geduurd en uiteindelijk zijn het de mensen van het revalidatiecentrum geweest die de school over de streep hebben kunnen trekken. Op een bepaald moment kregen wij gewoon te horen: 'Down, dat is trisomie 21 en dus buitengewoon onderwijs type 2.'"

"De vrije schoolkeuze geldt niet voor ons", zegt Vereecken. "Wij moeten smeken. Smeken om alstublieft ons kind een kans te geven en hem in te schrijven. Want wij weten dat hij het kan. Ruben is niet verstandelijk beperkt. Hij is ánders. En als je daar rekening mee houdt, dan lukt het. Laatst had hij een IQ-test. Hij moest de kleur van gras zeggen. Maar duidelijk praten is momenteel nog het grote probleem voor Ruben. Er lagen stiften in alle kleuren. Ruben pakte de groene. Hij wéét dat gras groen is, maar het telt niet. Want hij moet het zeggen. Tja, als je niet bereid bent om outside the box te denken, houdt het op."

"Dat Ruben op een gewone school zit is beter voor hem, maar ook voor de school", zegt Vereecken. "Daar ben ik van overtuigd. Zijn aanwezigheid biedt een meerwaarde. Dat hoor ik ook van de andere ouders. Ik heb hier op school nog nooit een negatieve opmerking gehoord. Nooit. Als ik een reactie krijg dan is dat ouders blij zijn dat hun kind van jongs af aan de kans krijgt om te leren omgaan met diversiteit."

"We merken dat hij nu het meest leert door na te doen wat andere kinderen doen", valt Vandewattyne haar bij. "Daarom is het zo goed voor hem om een klas met kinderen te zitten waar hij zich aan kan optrekken. Maar meer nog dan knippen en puzzelen gaat het om sociale vaardigheden. Ruben leert zijn beurt afwachten,

Geen ondersteuning

Vlaanderen heeft al in 2009 het VN-verdrag ondertekend dat zegt dat inclusie de norm moet worden en buitengewoon de uitzondering. De voormalige minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) beet zijn tanden stuk op een decreet dat een en ander moest regelen. Huidig minister Pascal Smet (sp.a) begon aan een tekst, gooide die in de vuilnisbak en wou het buitengewoon onderwijs op een drafje regelen door het toe te voegen aan een verzameldecreet. Ook dat lijkt nu niet door te gaan. Er zou toch een apart decreet 'Dringende maatregelen voor kinderen met bijzondere noden' komen, zo kondigde Smet inmiddels in het parlement aan. Maar wat voor alle betrokkenen ook duidelijk werd: meer geld om in leerzorg en inclusief onderwijs te steken, komt er niet.

Terwijl net dat broodnodig is. Ruben heeft op zijn gewone school nergens recht op. Voor de ene vorm van ondersteuning had hij een fysieke handicap moeten hebben, voor het andere is zijn mentale achterstand niet groot genoeg... Overal vallen Ruben en zijn ouders uit de boot. "De zoektocht naar ondersteuning was eindeloos", zegt ook Yf Tanghe, coördinator van De Levensboom. "Elke deur ging dicht. De zoektocht naar hulp is een ondoorgrondelijk kluwen. In die periode heb ik af en toe gedacht: we houden er mee op. Want Ruben was wat mij betreft welkom, maar wel als er extra hulp was." Een ingewikkelde puzzel, bestaande uit Rosita, het revalidatiecentrum, stagiaires én een begeleidster die betaald wordt door Rubens ouders zorgt ervoor dat Ruben momenteel feilloos meedraait.

De enige tussenkomst die het gezin krijgt, is verhoogd kindergeld. En zelfs dat is een mensonterende zaak. "Ik ben met Ruben naar een dokter moeten rijden", zegt Vereecken. "Die heeft een half uur naar mijn zoon gekeken. Gewoon gekeken. Vervolgens stelde ze vast 'dat hij Down had'. Om de zoveel tijd moeten we dat laten bevestigen. (tranen in de ogen) Denken ze soms dat die Down zal verdwijnen?"

Op school is het inmiddels opruimtijd. Ruben doet mee, maar de laatste pop is er te veel aan. Juf Nele hurkt bij hem neer. "Waarom ben je boos? Ben je moe?", vraagt ze. Ruben schokschoudert, maar legt de pop wel in het bedje en neemt vervolgens zoals gevraagd een boek uit het rek. "Ik heb in het begin gevraagd om Ruben geen voorkeursbehandeling te geven", zegt Vereecken. "Natuurlijk zijn er dingen die anders zijn. Hij is snel moe en dus mag hij soms 's middags binnen blijven. Maar in de klas wordt hij behandeld als de anderen. Hij moet ook luisteren als iemand anders praat en hij moet ook opruimen. Ik denk dat ik zelfs strenger ben voor hem dan voor Maxime. Ruben moet het goed doen, want anders komt er commentaar. Als hij iets verkeerd doet, wordt het toegeschreven aan Down. Maar hij is net zoals een andere kleuter. Die kunnen ook niet stilzitten soms of halen kattenkwaad uit."

Maar Ruben doet het goed, zegt zijn juf. "Ik moet de activiteiten niet aanpassen. Hij doet alles mee. Elke maand treden we op voor de ouders. Dat zijn de momenten waarop hij mij echt ontroert: sommige kindjes zijn verlegen, maar hij kent geen podiumvrees. Hij gaat daar staan en doet trots zijn ding." Rubens aanwezigheid, en vooral die van alle extra hulp, vergt vooral extra organisatiewerk. "Als zijn mama er niet is, is Ruben een grote jongen. Maar als Rosita er is, wordt hij vaak weer een baby'tje. Dat is normaal, dat hebben veel kinderen. Maar daar hou ik dus rekening mee. Als we gaan zwemmen, maak ik de planning zo dat Ruben niet bij zijn mama in de auto zit en in de klas zorg ik ervoor dat hij voldoende dingen zonder haar doet."

Dat hij anders is, begint Ruben ondertussen te begrijpen, meent juf Nele. "Hij merkt dat hij meer moeite moet doen om iets te kunnen dan andere kinderen. In het begin van het jaar haalden we de puzzels boven. Hij wou ook puzzelen, maar dat lukte niet. Ondertussen heeft hij hier, thuis en in het revalidatiecentrum geoefend en nu kan hij het."

De andere kinderen, kleuters tussen 2,5 en 4, hebben niks in de gaten. "Die zijn nog niet bezig met verschillen. Wij hebben hier een meisje met een donkere huid. Dat had de rest niet eens door. Dat ze krullen had, ja, dat hadden ze gezien, maar die huid viel pas op toen de Sint een donkere pop bracht en ze begonnen te vergelijken." Voor de rest van de school is Ruben, net zoals de andere peuters en kleuters, een levende pop. "Wij moeten de kinderen soms afremmen in hun enthousiasme", zegt Tanghe. "We zeggen dan 'dat Ruben ook voetjes heeft'. (lacht) Ze zouden hem altijd ronddragen of zijn jasje aandoen. Maar zo leert hij het natuurlijk zelf niet."

Geduld

Het schooljaar is ondertussen meer dan halfweg. De toekomst, zelfs de meest nabije, blijft een vraagteken. "Als ik een ding geleerd heb sinds Ruben er is, is het geduld", zegt Rosita." Geduld voor mezelf en voor hem." Eind mei krijgen ze te horen of Ruben in september opnieuw welkom is. "Wat mij betreft wel", knikt juf Nele. "Maar ik weiger vooruit te kijken. Daardoor zou ik verwachtingen creëren en als die niet ingelost raken, kan er alleen maar teleurstelling volgen."

Maar toch, de voortekenen zijn gunstig voor Ruben. "Per schooljaar zitten we drie keer samen om de situatie te evalueren. Tot nu toe is dat heel positief", zegt Tanghe. "Maar we zullen ieder jaar opnieuw moeten bekijken of er voldoende hulp aanwezig kan zijn in de klas. Rosita is hier nu de kinderverzorgster om te helpen met de jongste groep. Zij kan niet mee opschuiven. De lagere school? Daar kijk ik nog niet naar. (denkt na) Ik vraag me af tot wanneer Ruben dit leuk vindt. Hoe voelt het op den duur als je altijd een andere opdracht krijgt dan de andere kinderen?"

"Ik zou zo blij zijn als hij kan leren lezen en wat rekenen. Gewoon, een beetje. Het tweede leerjaar of, dat moet toch haalbaar zijn?", zucht zijn mama "Maar de maatstaf is Ruben zelf. Als hij niet meer gelukkig is, houdt het op. Het zal slikken zijn als hij ooit moet overstappen naar het buitengewoon onderwijs, maar als dat het beste is, dan is het zo."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234