Vrijdag 29/05/2020

Buitengewoon alledaags

In haar nieuwe film 'Still Alice' speelt Julianne Moore een professor die lijdt aan vroege alzheimer. De rol leverde haar een Oscar op, maar de actrice staat zoals altijd met haar beide voeten stevig op de grond. Gesprek over haar leven, over acteren en over het belang van familie.

Julianne Moore stelt voor dat we elkaar ontmoeten in de ABC Kitchen in Lower Manhattan, een biologisch restaurant in de interieurzaak ABC Carpet & Home. Het is de lievelingsplek van de actrice, die gek is op architectuur en design en vlakbij in Greenwich Village in een huis uit 1839 woont, dat ze zelf renoveerde.

Het is hondsdruk in het restaurant. Moore ziet eruit als een downtown hippe mama, in haar kort jasje van bleekroze pluimen, zwarte yogaharembroek, zwarte wollen muts, zwarte klompen en met glitterblauwe nagels die door haar dochter zijn gelakt. De actrice staat erop zelf onze koffie te bestellen en smijt zich goedgeluimd in het gedrang aan de bar. Ze is onmiddellijk herkenbaar, zelfs met ongekamde haren en haar porseleinen gelaat ontdaan van make-up. Op haar 54ste heeft ze nog altijd een prerafaëlitische schoonheid waarmee ze recht uit een schilderij van Rossetti lijkt te zijn gestapt. In combinatie met haar uitzonderlijke acteertalent schittert ze op het scherm, ook letterlijk, alsof ze van binnenuit wordt verlicht.

Het personeel is duidelijk beroemd cliënteel gewoon, want na tien minuten heeft nog niemand achter de bar haar enige aandacht geschonken. Ik onderdruk de neiging om te sissen: "Weten jullie niet wie dat is? Julianne Moore!" Maar Moore blijft er kalm bij, ze glimlacht sereen. Ze ziet eruit alsof van alle dingen die ze op een drukke ochtend zou kunnen doen, een latte bestellen voor een journalist niet zo uitzonderlijk is. Moore is meestal ontspannen. "Met Julianne heb je geen divagedoe", zegt Wash Westmoreland, haar goede vriend en de coregisseur van Still Alice, die binnenkort uitkomt in de Belgische zalen en waarin Moore een professor vertolkt die lijdt aan vroege alzheimer. De rol leverde haar een Bafta op, en nu ook een Oscar. "Ze is ontzettend op haar gemak en vlot. Ze maakt praatjes met iedereen van de crew, ze amuseert zich."

"En ze is erg begaan met haar gezin", voegt hij eraan toe. "Ze heeft twee geweldige kinderen die ze in een heel normale omgeving opvoedt."

Als Moore en ik op barkrukken zitten, eindelijk met koffie, straalt ze sympathie uit. Ze praat honderduit over alles van huismake-overs (zij en haar man, schrijver/regisseur Bart Freundlich, deden er twee jaar over om hun neogrieks huis te renoveren met de hulp van architect en schoonbroer Oliver Freundlich), over scholen (haar twaalfjarige dochter Liv is net het schooljaar begonnen aan de prestigieuze meisjesschool Chapin in de Upper East Side en Moore kan haar vreugde nauwelijks verbergen. "Een meisjesschool! Ik vind het reuze. Het is echt fantastisch, ze is helemaal opengebloeid."). Ze tovert haar iPhone tevoorschijn en toont me een foto van Freundlich en hun 17-jarige zoon Caleb, tijdens een vissersuitje in Montauk, een dorpje op het tipje van Long Island, waar het gezin een strandhuis heeft. Beiden grijnzen breed in de lens. "Mijn zoon is een reus", zucht ze. "Ik zal je ook mijn dochter tonen. Ik heb ergens een foto van haar in haar schooluniform." Daar verschijnt een foto van een mini-Julianne, met sproeten, lang, rood haar en helemaal gekleed in het groen. "Ik heb roterende screensavers, zodat niemand zich achtergesteld voelt. Ze doen allebei van 'Hoezo, en iiiik dan?'" Ze lacht luid en diep, bladert door de foto's. "En zo zagen ze er vroeger uit. Ze waren zo klein. Ik kan er niet tegen! Ik verdraag het gewoon niet. Kijk ze nu toch eens!"

Tijd doorbrengen met Moore is alsof je met je warmste, liefste vriendin op stap bent. Je vergeet zomaar dat zij behoort tot het selecte clubje van 's werelds beste actrices. De veelzijdige artieste mocht de voorbije drie decennia twee Emmy's, twee Golden Globes en een Bafta mee naar huis nemen en werd vijf keer genomineerd voor een Oscar. Die laatste nominatie wist ze dit jaar ook te verzilveren.

Als je de personages die zij heeft vertolkt bij elkaar zet, krijg je een buitengewone verzameling contrasterende karakters. Er was de moederlijke pornoster in Boogie Nights uit 1997. Ze speelde een rouwende echtgenote in Magnolia uit 1999, en een wanhopige huisvrouw uit de jaren 1940 in The Hours uit 2002. In datzelfde jaar kroop ze voor Far from Heaven in de rol van een een voorbeeldige huisvrouw uit de jaren 1950, wier leven overhoop wordt gehaald door onvoorziene omstandigheden. Ze was een losbandige rockster in What Maisie Knew uit 2012, en Sarah Palin in de HBO-film Game Change. Wat al die personages met elkaar gemeen hebben, is geloofwaardigheid - niet één verzandt in stereotypen. "Ze is de koningin van het realisme", zegt Westmoreland. Samen met zijn regie- en schrijfpartner Richard Glatzer, die ook zijn man is, grepen ze de kans om Moore in de titelrol van Still Alice te casten met beide handen. "Ze was een van de weinigen die deze intense rol kon vertolken zonder uit de bocht te gaan."

Hartverscheurend

Still Alice is gebaseerd op Lisa Genova's bestseller uit 2007 over Alice Howland, een gelukkig getrouwde linguïste die op haar vijftigste gediagnosticeerd wordt met alzheimer. Ze worstelt met de snelle aftakeling van haar cognitieve vaardigheden, terwijl haar echtgenoot (Alec Baldwin) en haar hoogbegaafde dochter - een subtiel acterende Kristen Stewart - hun relatie met haar bijstellen.

Voor een kleine onafhankelijke film krijgt Still Alice opvallend veel culturele weerklank. Zowel Amerika als Europa kent een toename in gevallen van dementie nu de babyboomers ouder worden. Alzheimer is de meest gevreesde ziekte van de 21ste eeuw geworden. "Het is angstaanjagend", zegt Moore. "Omdat ons wordt geleerd dat wat telt, vanbinnen zit. Wie wij geloven te zijn, dat is wie we in essentie werkelijk zijn. Als dat wegvalt, wie ben je dan nog?"

Haar grootste bekommernis was om de ziekte juist neer te zetten. "Ik heb van boven naar beneden gewerkt", zegt ze over haar research voor de rol. "Het hoofd van de nationale alzheimervereniging stelde me voor aan verschillende vrouwen met vroege alzheimer. Ze waren dus jonger dan 65. Ik heb met hen gesproken over hun ervaringen, over hun gevoelens. De jongste onder hen, Sandy Oltz, kreeg de diagnose op haar 45ste. Ik heb lang contact gehouden met Sandy. Ze heeft haar vijftigste verjaardag op de set gevierd."

Moore ontmoette ook professor Mary Sano, hoofd van het alzheimeronderzoek aan het Mount Sinai-ziekenhuis in New York. "Een neuroloog onderwierp me aan de cognitieve testen en die omvatten heel wat. Het was erg verhelderend", zegt Moore. Ze sprak met verzorgers en patiënten via de New Yorkse afdeling van de alzheimervereniging. Ten slotte bezocht ze een verzorgingstehuis waar mensen verblijven die door de late stadia van de ziekte gaan. "Alles wat je ziet in de film, al het lichamelijke en emotionele gedrag, ik zag het allemaal bij die mensen, of ze vertelden me er rechtstreeks over."

Het filmen van Still Alice werd nog pijnlijker omdat regisseur Glatzer in 2011 met motorneuronziekte werd gediagnosticeerd en tijdens de opnamen nog slechts kon communiceren via een iPad. "Het ging zo snel en het was uiteraard hartverscheurend", zegt Moore. "Wat Westmoreland en Glatzer als koppel doormaakten, liep min of meer parallel met het verhaal van de film: hoe ga je verder met je leven als je te maken krijgt met een degeneratieve ziekte? Wat is waardevol voor jou, hoe ga je om met je vrienden, je geliefden, je job?"

Als Alice torst Moore de film op haar schouders. Haar vertolking, vaak zonder dialoog, is een scherp en onvergetelijk ontroerend portret van een vrouw die vecht tegen de onverbiddelijke duisternis in haar hoofd. Meer dan eens word je als kijker emotioneel gevloerd. Hoewel Moore al vijf keer werd genomineerd voor een Oscar, is dit de eerste keer dat ze het beeldje ook echt mee naar huis mag nemen en dat is welverdiend.

Moore is meesterlijk in haar rollen van vrouwen die ten prooi vallen aan chaos en wanhoop. Ze is zo opvallend normaal en leidt - zoals ze het zelf uitdrukt - een zeer, zeer alledaags bestaan, dat je je afvraagt waar al die complexiteit uit voortspruit. "Julianne is een mysterie", geeft Westmoreland toe. "Ze komt naar de set als een doodnormale, vriendelijke vrouw, maar zodra de camera draait gebeurt er iets magisch. Ze valt zo volkomen samen met haar rol dat ze iedereen inspireert. Ze duikt er helemaal in onder."

Op zoek naar aanwijzingen

Een mogelijke verklaring voor de diepgang die ze in haar acteerwerk legt, is haar nomadische jeugd. Ze werd geboren als Julie Anne Smith in Fort Bragg, de legerbasis in North Carolina, maar het gezin bleef er maar zes maanden. Haar vader, Peter Moore Smith, was helikopterpiloot en parachutist in de 82ste Luchtlandingsdivisie.

Het gezin bestond verder uit haar moeder Anne, haar één jaar jongere zus Valerie en haar vier jaar jongere broer, romanschrijver Peter. Ze volgden vader Peter van hot naar her, van de ene staat naar de andere. Na zijn dienst in de Vietnamoorlog verliet hij het leger en verhuisde met zijn gezin naar Nebraska, waar hij rechten ging studeren. Nog later woonden ze in Alaska, waar hij aan de slag ging als advocaat gespecialiseerd in de luchtvaart. Van daar ging het naar New York, waar hij aan de balie werkte en nog later als militair rechter.

Tussen haar vijfde en haar achttiende ging Moore naar negen scholen. Al die omwentelingen maakten het moeilijk voor de jonge Moore om vriendschappen te onderhouden, maar ze kreeg wel ruimschoots de kans om de menselijke aard te bestuderen. "Als je rondtrekt, begrijp je dat gedrag niets te maken heeft met je karakter. Het is veranderlijk en het hangt voor een groot stuk af van waar je woont, wat de culturele waarden en de normen van die plaats zijn", zegt ze. "Dus je bent voortdurend op zoek naar aanwijzingen voor wat gemiddeld gedrag is."

Moeder Anne Moore was bovendien psychologe en maatschappelijk werkster, dus de gesprekken aan de ontbijttafel draaiden vaak om vragen naar de aard en de beweegredenen van mensen. "We hadden vaak discussies over gedrag", herinnert ze zich. "Mijn vader praatte over zijn rechtszaken en mijn moeder was ook gefascineerd door gedrag en mentale gezondheid en door het idee dat er verschillende manieren bestaan om te zijn, voelen, ervaren. Dat je jezelf beter kunt maken en dat soort dingen. Ik vind dat allemaal eindeloos fascinerend."

Culturele verschillen

Dat haar moeder Schotse is, was een andere reden voor Moore om zich te verdiepen in het concept van identiteit. "Ik heb er een boek over geschreven, My Mom Is a Foreigner, But Not to Me", zegt ze over haar kinderboek uit 2013. "Het gaat erover dat wie vreemd of raar lijkt in de ogen van je vrienden voor jou de meest vertrouwde persoon ter wereld is. Ik was me altijd erg bewust van de culturele verschillen van mijn moeder, zoals een vreemd accent, maar ze was mijn moeder. Al die ideeën over wat jou anders maakt dan de anderen boeien me, maar ik weet ook dat ze veranderlijk zijn."

Haar bestseller uit 2007, Freckleface Strawberry, gaat over een klein roodharig meisje dat zich staande moet houden in een massa blondines en brunettes. Het was zo populair dat er een musical van werd gemaakt. Moore heeft nu een contract op zak van uitgeverij Random House. Het eerste boek in de reeks van vijf fictieverhalen voor kinderen, wordt Backpacks en verschijnt in juli.

Toen Moore zestien was, verhuisde het gezin naar Frankfurt in West-Duitsland, waar ze studeerde aan de Frankfurt American High School. Daar trad ze op in schooltoneelstukken en liep ze zo de acteermicrobe op. Aangespoord door haar leraar Engels koos ze voor een carrière op de planken. Op haar achttiende verliet ze het ouderlijk nest om een bachelor in theater te behalen aan de Universiteit van Boston. Al drie decennia - echt vanaf het moment dat ze afstudeerde aan de universiteit - doet ze het prima als actrice. Na een poosje te hebben meegedraaid in het plaatselijke theater, werd ze gecast voor de televisiesoap As The World Turns en won meteen een Daytime Emmy Award voor haar rol. Daarna werkte ze met theaterregisseur Andre Gregory aan zijn legendarische workshopproductie rond Tsjechovs Oom Vanya (in 1994 door Louis Malle verfilmd als Vanya on 42nd Street).

Haar prestaties op de planken werden opgemerkt door Robert Altman, die haar in zijn film Short Cuts uit 1993 castte, waarin Moore, naakt van navel tot tenen, een schitterende monoloog brengt. Sindsdien, en tot op vandaag, neemt Moores filmcarrière een hoge vlucht. Ze combineert vlotjes commercieel werk zoals twee hoofdstukken van de The Hunger Games-reeks met onafhankelijke films, waaronder David Cronenbergs Maps to the Stars (2014) en ze lapt het Hollywoodiaanse axioma als zou een actrice op haar veertigste zijn afgeschreven lekker aan haar laars. "Ik ben een gelukzak", zegt ze, alsof ze er zelf niets mee te maken had. "Mijn vader zei onlangs tegen me: 'Je doet dit al dertig jaar!' Ik dacht, mijn God, wat ben ik een bofkont dat het zo lang mocht duren en dat ik van al die ervaringen heb mogen proeven."

Haar loopbaan mag dan wel in een rechte lijn zijn gelopen, haar persoonlijk leven is een ander verhaal. Na een mislukt huwelijk met acteur-regisseur John Gouls Rubin, zat ze als vroege dertiger plots in Los Angeles, succesvol maar alleen en eenzaam met haar huisje-tuintjedromen en alles wat daarbij komt kijken. Ze ging in therapie en hield daaraan de wijsheid over dat "je van je privéleven evenveel moet maken als van je professionele leven".

Moores moeder, met wie Julianne een hechte band had en die in 2009 stierf aan een septische schok, gaf haar dezelfde raad. "Ze zei altijd dat je allebei kunt hebben", zegt Moore. "Ik denk dat het belangrijk was om te begrijpen wat voor mij waardevol was, wat ik wilde en om een manier te vinden om beide mogelijk te maken." In 1996 begon ze een relatie met Bart Freundlich, een regisseur negen jaar jonger dan haar, tijdens hun werk aan zijn film The Myth of Fingerprints. Een jaar later werd Caleb geboren, toen Moore 37 was. Liv kwam er in 2002. In 2003 trouwden Moore en Freundlich.

"Ik wilde zo graag een gezin, ik wilde zo graag kinderen en ik was niet bereid tot compromissen daaromtrent. Het ging bij mij niet van 'O jee, kinderen!' (lacht) Voor mij was het een doel. Ik geniet van elk moment, ik ben er gek op en het is... het is zo'n geweldige ervaring."

In tegenstelling tot de voortdurend veranderende omgeving waarin zij opgroeide, heeft Moore bewust gekozen voor een stabiele thuis voor haar kinderen. Ze zijn omringd door neefjes en nichtjes, tantes en ooms, met grote diners met de feestdagen en familievakanties. "Mijn vader woont in Marion, dat is niet zo ver weg, mijn zus in Virginia en mijn broer in Manhattan", zegt ze blij. "En Barts volledige familie - zijn broers en ouders - woont in Brooklyn. Het is zo fijn om dat te hebben en ik denk dat mijn kinderen zich erg geworteld voelen in New York."

Ze is zonder twijfel de matriarchale rots van de twee clans. "Ik zal altijd proberen iedereen in de buurt te houden. Daar ga ik voor."

Op dit moment kijkt ze uit naar een reisje naar Rome "met de meisjes", dat zijn haar zus en Liv. Freundlich en Caleb, "de jongens", gaan snowboarden. Zij en Freundlich hebben hun kinderen dicht bij huis gehouden. Tot dit jaar liepen ze allebei school om de hoek, in Friends Seminary, een prestigieus Quaker-instituut en Freundlichs alma mater. "Het was heel belangrijk voor hem dat de kinderen daar zouden schoollopen, dat ze les zouden krijgen van dezelfde mensen als mijn man en zijn broer. Waanzin. Maar in een grote stad als deze is het wel zo fijn om dat soort continuïteit te kunnen bieden."

Moeilijk maar waardevol

Ze is instinctief huiselijk en heeft een natuurlijk talent voor interieurinrichting. "Mijn moeder besteedde veel aandacht aan de plekken waar we woonden en ze maakte er altijd iets moois van. Dat heb ik van haar en ik zie het ook in mijn dochter. Ik kan het niet laten. Je huis gezellig inrichten is strikt genomen niet noodzakelijk, maar toch doen we het al eeuwenlang." Moore mocht dit jaar de meubels en het decor kiezen voor de green room van de Oscars.

Gezin, thuis, gezondheid, identiteit: dat zijn de onderwerpen die Moore eindeloos boeien. We praten over de uitdagingen van de combinatie werk en moederschap. "Mensen hebben het maar over hoe ze flexibiliteit kunnen creëren, want anders is het de hel. Het is een hel als je kinderen ziek zijn en je kunt niet weg van je werkplek. Ik ben getrouwd met iemand die evenveel flexibiliteit kent, hij is ook echt mijn co-ouder, wij hebben geluk gehad."

We hebben het ook over hoe razendsnel de jaren met je kinderen voorbij zoeven. "O, je moest eens weten, man, het is verschrikkelijk." En over de keuze voor een betekenisvolle loopbaan. "Mijn zoon moet gaan beslissen wat hij wil doen, hij begint te snappen dat je een manier moet vinden om jezelf financieel te onderhouden, maar ook moet doen wat je graag doet. Hoe combineer je die dingen? Het is moeilijk, maar het is de zoektocht waard."

Ik vraag haar nog naar de Oscar. "Och, wij waren al blij dat we financiering vonden voor die film!" Ze lacht, zwaait en verdwijnt in de massa, als een alledaagse New Yorker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234