Zondag 05/04/2020

Buiging. Applaus. Doek

tekst Jeroen de Preter, Ward Daenen en Bart Eeckhout foto's Bas Bogaerts

R egisseurs regisseren. Behalve columnist van zijn eigen aftakeling is Roel Vernierstot het einde toe regisseur gebleven. Nog een laatste stukje wou hij schrijven, een laatste buiging voor zijn kinderen Anaïs en Wolf, voor zijn vrouw Clara van den Broek en zeker ook voor zijn lezers, zijn publiek. Die column was hem niet meer gegund. Een laatste verhaal wel. Het verhaal van Roel Verniers.

'Met Roel gaat het niet goed. Hij is thuis, maar de confrontatie met de echte wereld is hard. Het valt Roel vooral op dat hij niets meer kan: nauwelijks spreken, nauwelijks stappen, niet meer lezen of schrijven, nauwelijks tv kijken. Hij gaat elke dag achteruit. Zo wil hij het niet lang meer rekken. Er zijn wel nog een paar dingen die hij zou willen doen voor hij gaat. Jeroen de Preter, denk ik, heeft hem gevraagd om een interview te doen. Roel zou dat graag doen. In plaats van een laatste column over euthanasie. Hij zei ook dat jullie hem als betaling een verwendag zouden aanbieden. Roel stelt het volgende voor: een combinatie van interview en verwendag samen met jullie in de sauna."

Woensdag 21 september om 10u46,

mail van Clara aan de redactie

Donderdagmiddag 22 september, 12 uur, een sauna in Berchem. Zeven mensen rond een uitgewoond lichaam. Het onbehaaglijk zwoele vertrek met zijn fake plastic trees en bonzende loungemuziek doet denken aan de onwezenlijke setting uit een film van Kubrick of een boek van Houellebecq. Dit is geen plek, dit is geen manier om afscheid te nemen, maar zo heeft Roel het gewild. Roel wil zich nog een keer laten verwennen. En hij heeft nog iets te vertellen.

Praten gaat niet vandaag. De doodstrijd laat zich niet in een script vatten. Een slechte dag, zegt zijn vrouw Clara. Toch proberen we te communiceren. Met gebaren lukt het niet. Voor hem ligt een blauw schrift. Hij schrijft er een zin in, onleesbaar. Als uit een verloren geheimtaal dansen tekens over het papier.

Indringend diep kijkt Roel in de ogen van zijn vrouw. En blijft kijken. Niemand zegt wat, maar iedereen begrijpt wat hij bedoelt: het is genoeg geweest, zo. Wat rest, is een pijnlijke, loodzware stilte. Deze wending verdraagt geen improvisatie: het besef dat je tot in het diepste van iemands intimiteit bent doorgedrongen.

Willen we dat wel? Het is Clara die ons, namens Roel, op andere gedachten brengt. Ze zegt dat hij deze ontmoeting absoluut wil. Dat het zijn laatste professionele wens is. "Daarna doen we niets meer."

Hoe anders was het zeven maanden geleden, een ijskoude februari-avond in een Brussels café. Ook toen werd Roel door deze krant geïnterviewd. Vragen stellen was toen niet eens nodig. Twee uur lang vertelde hij over zijn leven met kanker. Levendig, luid, met humor, Roel Verniers ten voeten uit.

Eén keer werd het stil en moesten de grote jongens janken. Dat was toen het over Anaïs (8) en Wolf (5) ging, en hoe hij vreesde voor het psychische lijden dat hij hen met zijn ziekte berokkende. "Je wilt niet de zieke man in het hoekje zijn", vertelde hij. "Je wilt hen opvoeden. Bezig zijn met de enorme impact die de ziekte op hén heeft." Gelukkig was er hoop, zei Roel. Hoop die hij oneindig mooi wist te verwoorden.

"Onze Wolf vraagt me al een tijdje of we, als ik beter ben, een hut zullen maken in de tuin. Ja, zeg ik dan, en dan beginnen we samen te fantaseren over hoe die hut er zal uitzien. Het eindigt er altijd mee dat hij ja zegt. 'Ja, dat gaan we doen, als je genezen bent, papa.' Ik zie het als een metafoor voor hoe het verder moet. Nu zitten mijn zoon en ik nog samen te fantaseren. Maar binnenkort, als het weer wat schoner weer is, wil ik met Wolf die hut maken."

Het slotbeeld van de boomhut is blijven hangen, bij lezers, bij vrienden en ook bij de bedenker zelf. In 'Blauwe pijn', de column die zijn laatste zou worden in deze krant, komt Roel erop terug. Hij heeft zijn belofte aan zijn zoon niet kunnen houden. Althans niet letterlijk, want de boomhut staat er wel, intussen.

'Gelukkig voor mij en Wolf en Anaïs heb ik zeer veel vrienden. En zo herrijst deze dagen bovenop het oude vogelhok een volledige boomhut, omheining en al. Voor blauwe momenten bij rode valavond.'

Uit de column van 14 september 2011

Geen hoop meer, geen woorden meer. Je zou kunnen zeggen dat er niets meer is, donderdagmiddag in de sauna. Dat is buiten de liefde gerekend. Met een uitdagende wilskracht heeft Roel zich uit zijn rolstoel in een ligzetel laten hijsen. Er is ten slotte betaald voor een verwenmiddag. Hij ligt nu aan de rand van het zwembad. Aan zijn zijde zit zijn vrouw, die hem verzorgt als een volleerde verpleegster. Terwijl ze elkaar in de ogen kijken, zoekt en vindt Roel haar hand. Hij wijst naar haar en tikt heel even met zijn vinger op haar neus. "Mijn eerste grote liefde", zo noemde hij Clara deze zomer in een radio-interview. Zijn eerste en zijn laatste.

Vijf dagen na ons bezoek aan de sauna stuurt Clara nog een sms. "Iets moois", schrijft ze. "Het laatste wat Roel tegen mij zei, was 'wil je met me trouwen?' (we zijn getrouwd in '99)."

Systeemfout in de natuur

"Het hele idee van die sauna was natuurlijk hallucinant", vertelt Clara later. "Hij stond gulzig in het leven. Hoewel zijn keuze voor euthanasie affirmatief in zijn hoofd zat, wou hij eigenlijk helemaal niet doodgaan. Hij had nog zo veel plannen. Zijn dood is een gruwelijke vergissing, een systeemfout in de natuur."

Aan de zwembadrand probeert Clara haar geliefde op te wekken met herinneringen aan de laatste mooie dag. Hoe ze twee dagen geleden verrassingscake hadden gebakken, en Anaïs de boon had getroffen. Haar laatste, haalbare, wens: schilderen met papa. Zo zaten ze met zijn vieren dan plots zeetafereeltjes te kliederen. "Roel houdt enorm van die zeeschilderijtjes die je overal in galerietjes aan de kust vindt. Ik dacht dat het scherts was, maar hij meent dat dus. Omdat we er geen in huis hadden, zijn we ze dan maar zelf beginnen te schilderen."

Het was Roels keuze om verast te worden en zijn as te laten uitstrooien over zee. "Ik wil kunnen reizen over de zeven wereldzeeën, zei hij altijd." Daar is een huishoudelijke discussie aan voorafgegaan. Clara: "Ik heb het uit zijn hoofd proberen te praten omdat ik een graf wou om naartoe te kunnen wandelen. Ik wou na mijn werk naar hem toe kunnen fietsen en vertellen over de dag. Tot ik besefte dat hij me dan in mijn bijgeloof vanuit het graf zou antwoorden dat hij niet wist wat hij daar lag te doen. Goed, jij je zin, heb ik uiteindelijk gezegd."

Het compromis is dat er in huis een klein altaartje komt, met een klein beetje as in hoedjes zoals in zijn prachtige kinderboek, De hoed van vos. "Zodat Anaïs haar rapport aan haar papa kan tonen." Rituelen horen bij de rouw. "Als we 's avonds samen aan tafel zitten, gaat er een hapje de lucht in. Voor papa."

De administratieve rompslomp, die vertellen ze er niet bij, bij de verbeelding van zo'n zeemansgraf. Verstrooid worden op zee mag nog enkel in een biologisch afbreekbare urne van geperst papier.

Esthetiek van de euthanasie

Wat ze er ook niet bijvertellen: de twijfel en de angst, zodra je voor euthanasie hebt gekozen. Door de verhalen, de films en de documentaires is er een soort esthetiek van de euthanasie ontstaan. Zeker, je ziet altijd het verdriet en de pijn, maar je krijgt ook een indruk van rust en zekerheid. De realiteit van die donderdagmiddag in Berchem heeft meer kanten.

"Ik kan dit niet", zegt Clara tussen de tranen door. "Ik haat de dokter die aandringt op een afspraak. Hoe kan ik op maandag zeggen dat ik hem op vrijdag dood wil? Waarom nu, en niet nog een dag wachten? Waarom morgen en niet volgende week. Het zou weer mooi weer worden."

Zoals een personage uit The Road van Cormac McCarthy voelt Clara zich, zegt ze. "De hele wereld is kapot en loopt vol bloeddorstige menseneters. Een vrouw ziet het leven op die manier niet meer zitten en wil haar gezin thuis verlaten om een gewisse dood tegemoet te gaan buiten. Haar man smeekt haar om nog even te blijven, ook al beseft hij dat dat geen oplossing biedt. Wel, zoals die man, zo voel ik me nu. Euthanasie? In theorie zijn we daar allemaal voor. Maar doe het maar eens in de praktijk."

Roels keuze voor euthanasie stond al van meet af aan vast. Althans voor passieve euthanasie lagen de papieren allang klaar. "De gedachte aan actieve euthanasie leefde vooral bij hem. Ik duwde ze weg", zegt Clara. "Roel wou niet dat ons leven om zijnentwil een hel zou worden. Ik antwoordde altijd dat het leven zonder hem pas een hel zou zijn. Roel had geen zin in het einde. Ik had geen zin in een nieuw begin."

Armen op elkaars rug

"Van onze huwelijksdag is een mooie foto gemaakt, waarbij we in achteraanzicht geportretteerd worden met onze armen op elkaars rug. Zo liepen we hier de laatste tijd graag door het huis. Tilde ik hem op uit de zetel, dan maakte hij er een dansje van. Zo veel en zo mooi hebben we nooit gedanst. Die theatrale verbeelding maakte het idee om niet meer zelf over zijn lot te kunnen beschikken draaglijk voor hem."

Het keerpunt komt als hij half september voor de laatste keer uit het ziekenhuis naar huis mag. Thuis wacht hem een ziekenhuisbed met verpleegsters die baxters aansluiten. Clara: "Alsof het toen tot hem doordrong dat het voorbij was. Zijn wens was dat nooit een ziekenhuisbed onze privéruimte zou besmetten, maar die belofte was niet meer houdbaar.

"In een ziekenhuis behoud je de illusie dat er aan je gewerkt wordt, dat er tenminste nog stagnatie mogelijk is. Thuis word je teruggeworpen op je hulpeloosheid. Hij voelde zich plots gevangen in het leven. Diezelfde avond nog was hij in paniek: hij wou meteen euthanasie plegen. Niet zonder afscheid te nemen van de kinderen, vond ik. Natuurlijk, zie hij."

De dood is uiteindelijk genadig geweest. Roel is vanzelf overleden, na een korte strijd en zonder dat Clara mee moest beslissen over het precieze moment.

"Net voor de deadline, als ik het goed voor heb: Column 1. Ik ben alvast blij dat ik 'm mogen schrijven heb en ik hoop van jullie hetzelfde. (...) Voor de tekst van binnen twee weken: het ziet ernaar uit dat ik volgende week dinsdag opnieuw onder het mes moet. Als dat zo is en alles verloopt normaal dan mag ik maandag daarop weer naar huis en haal ik dus opnieuw de deadline (kijk eens aan). Zo niet, dan breng ik jullie op de hoogte. Ik ga uit van een positief scenario."

Mail van Roel Verniers aan de redactie, 10 mei 2011

In april was Roel naar Brussel gekomen. Met behulp van een met vlammen versierde wandelstok - Dr. House! - was hij van het station naar de redactie van De Morgengestapt. Hij kwam er praten over een column die hij voor de krant wilde schrijven. Twee weken later verscheen de eerste. Het ging over het 'koninkrijk der zieken'. Wie een inwoner van dat rijk geworden is, schreef Roel, die moet op zoek "naar woorden om zichzelf opnieuw uit te vinden".

Zijn zoektocht leverde in alle opzichten uitzonderlijke columns op. Als geen ander kon hij schrijven over de liefde en, de laatste tijd helaas steeds vaker, de nakende dood. Maar eerst nog over de sporen die operaties nalaten op lichaam en geest: een letter op het lijf, een hoef op het hoofd - "alsof een paard in volle galop alle kanker uit mijn lijf heeft gejaagd".

"Mijn litteken loopt van mijn linkerschouderblad achteraan tot aan mijn linker onderrib vooraan. Het is paars en staat er als de letter 'j'. 'J' van 'je', man zonder slokdarm of maag. Man die als een muis zijn granen kauwt. Als mensen me vragen hoe het nu met me is gesteld, wil ik hen mijn lijf tonen. Om in hun kijken, mijn nieuwe ik te ontdekken. Vaak zie ik ontroering. Soms vertwijfeling. Een enkele keer gastvrijheid die me diep ontroert."

Uit de column van 11 mei 2011

Haperend lichaam, vloeiende zinnen. Uit elke column spreekt het verlangen om al wat rest te definiëren: het lichaam en de liefde. Openhartig en radicaal eerlijk brengt hij verslag uit van zijn ziekte. Hij omschrijft een wereld waar niets meer zeker is en waar je dus maar beter "elke betekenis van de woorden geduld en noodlot memoriseert".

Het 'rijk der zieken' is bevolkt met goede en andere artsen, chemozusters en verpleegsters die durven "doorschieten in diminutiefjes", pastorale werkers en gehaaide ziekenhuisboekhouders. Van het ziekenhuisbed tot de zetel thuis, kersenpitkussen en medicijnen binnen bereik: kanker trekt een buitengrens van leven. Die doorbreken lukt soms, soms niet.

Roel leefde op door zijn columns, vertelt zijn vader. "Ik heb nooit zo veel hoop gehad als toen hij beslist had om weer te gaan schrijven. De weerbots kwam snel. Nog dezelfde week dat hij naar De Morgenwas gegaan, vonden ze een tumor in zijn hersenen."

Ook die wordt verwijderd en vrees kantelt weer naar hoop. Tot die voorlaatste column verschijnt op 24 augustus. In de laatste alinea gaat het plots over palliatieve zorgen. Voortaan is het "terugtellen richting einde. Een nieuwe wereld waarin je aftelt. Waar te beginnen. Van één maand tot zolang de liefde duurt. Al kan die de eeuwigheid aan."

"Wat als slokdarmknoop begon, zacht sudderend richting hersenen is gegaan, verschuilt zich nu in een rib, loopt in twee knopen de borstkas uit en kent een knelpunt achter het borstbeen. 'Wat nu', vraag ik mijn oncoloog, die als een puppy kan kijken. 'Dosis verhogen', zegt hij. Maar mijn lichaam verdraagt geen hoge dosis meer. Afbouwen dus. Dus."

Uit de column van 24 augustus 2011

Liefde als medicijn

In het vorige week hernomen radio-interview bij Friedl' noemde Roel de liefde een krachtig medicijn. "Het geeft de kracht om door te gaan." Diezelfde kracht putte hij uit zijn schrijven. Schrijven geeft me veel energie, schreef hij in een mail. "Het heeft hem overeind gehouden, de laatste maanden", zegt Clara. "Het gaf hem een zekere naarstigheid. Omdat hij door de dood op de hielen werd gezeten, wou hij nog snel alles neerschrijven wat hij in zich had.

"Iets te betekenen hebben in de wereld, daar was hij fel mee bezig. Of de laatste tijd: de zekerheid iets betekend te hebben. Roel leefde bij gratie van zijn publiek. Hij had de aandacht nodig, maar het was ook een gebaar van gulheid. Hij wou alles geven en veel terugkrijgen. Hij had gelijk: dat is het mooiste dat er is."

Gulle aandacht, zoals op zijn druk gevolgde profielpagina. Het begon met de onschuldige melding op Facebook, een dik jaar geleden, dat hij met koorts van vakantie was thuisgekomen. Toen de koorts van kanker bleek te komen, besliste Roel zonder veel twijfel om het hele verhaal te blijven meedelen.

""Voor mij hoefde dat allemaal niet meteen in de openbaarheid", herinnert Clara zich. "Maar hij leefde daarvan. En ik ben hem er al snel dankbaar om geworden. We hebben er zo veel aan gehad. Al die kleine reacties gaven ons een oprecht geloof in een goede afloop. Het was bijna een religieuze ervaring. Alsof er een geloofsgemeenschap voor ons klaarstond die met gebeden op Facebook genezing kon afdwingen."

Het kon ook alleen maar werken omdat die openheid in de (sociale) media typisch Roel was. Clara: "Hij heeft altijd veel mensen rond zich gehad. Toen hij bij CC Berchem vertrok, hebben ze een enorm afscheidsfeest gegeven. Collega's stonden te huilen omdat hij wegging. Hij had een groot sociaal talent. Mensen worden graag gestuurd door een warme leider. Zo ging het ook in ons gezin. Hij was de warme losbol, de man van 'alles komt wel goed'."

Lek in de boot

Begin september - het medische doodvonnis is net geveld - organiseren vrienden nog een laatste feestje voor Roel. De feesteling vertelt met haperende stem dat hij graag nog zo lang mogelijk columns wil schrijven. Maar dat hij door de morfine zijn gedachten soms niet meer helder krijgt. De morfine zolang mogelijk beperken, is het nieuwe doel. Het wordt moeilijk, zegt Roel.

Maar zie, één week later ligt er wel weer een column. Vlijmscherp, kristalhelder. "Blauwe pijn is als blauwe vis. Massief en aangespoeld. Een groot zeemansgraf dat je begraaft onder de bladspiegel van je voorlaatste gedachte." Het is zijn beeldrijke manier om te zeggen: sorry, het gaat niet meer.

Zo wordt de vraag die hij zichzelf ook al in een van zijn columns had gesteld plots heel erg pertinent. Het is de vraag "of ik voldoende moed zou hebben om te zeggen: 'stop'. Dat ze het lek in de boot niet meer moeten dichten. Dat ze alle behandelingen mogen stopzetten. Dat moment bepalen, houdt verband met mijn definitie van levenskwaliteit, hoeveel belang ik eraan hecht, en waar ik de lat leg. Maar zal die lat ook blijven liggen als ik dan onder al die kookmutsen kijk? In de ogen van mijn vrouw? Die van mijn kinderen?"

Euthanasie. Roel had er donderdagmiddag in de sauna, nog iets over willen zeggen, maar dat lukte dus niet.

Een uur vroeger dan gepland stappen Clara en Roel op. Roel is kapot, hij moet gaan. We helpen hem samen de auto in, pakken hem nog eens goed vast en wuiven hem uit.

Op de terugweg speelt de autoradio 'Radio Free Europe' van R.E.M., een groep waarvan elke krant en elke radiomaker ons die dag wil doen geloven dat hij 'de geest heeft gegeven' of 'ter ziele gegaan is'. Het is een gemakkelijke doodsbeeldspraak die plots choqueert.

's Avonds nog volgt een sms van Clara.

"Roel is vanavond om 18.20u overleden. Met het 'interview' had hij zijn deadline min of meer gehaald. Hij lijkt te hebben gewacht tot de kinderen thuis waren van school. Laatste handeling, half uur voor hij stierf: high five met Wolf voor zijn foutloze eerste rekenproef. En opgetrokken wenkbrauwen voor Anaïs' nieuwe beugel."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234