Zondag 20/10/2019

Buffalo Tom

'Wie zich bezighoudt met zijn uiterlijk, heeft geen tijd om nog behoorlijk met muziek in de weer te zijn'

'Je kan onmogelijk normaal zijn en tegelijk in een rockgroep spelen'

Buffalo Tom is geen groep waar modes of trends veel vat op hebben, en dat heeft helaas zijn nadelen. Zo slepen de drie melancholici uit Boston hun doodgewonejongensimago als een molensteen achter zich aan, en hebben ze ondanks zes goede tot uitstekende elpees nog steeds geen sterstatus bereikt.

Smitten, hun nieuwste, biedt meer van hetzelfde en daar zal niemand rouwig om zijn. 'We doen verschrikkelijk hard ons best om anders te klinken, maar uiteindelijk is het resultaat toch steeds weer heel herkenbaar Buffalo Tom.'

Aanvankelijk begonnen als beschermelingen van Dinosaur Jr., ruilde Buffalo Tom haar stormachtige gitaarrock mettertijd almaar vaker in voor een meer intimistische, akoestische benadering. Heel erg was dat niet, want op die manier konden zowel Bill Janovitz als Chris Colbourn demonstreren welk een schitterende songschrijvers ze eigenlijk wel waren. Echte hits bleven uit, maar middels bloedstollende singles als 'I'm Allowed' en 'Taillights Fade' nam de schare fans toch gestaag toe. Terwijl gelijkgestemde groepen als Throwing Muses, The Pixies en Blake Babies er de brui aan gaven of met andere metgezellen de reis voortzetten, bleef Buffalo Tom een hecht gezelschap. "De enige reden waarom wij nog bij elkaar zijn, ligt in het feit dat we geen van allen ooit een alternatief hebben gehad", zegt Janovitz op een toon die doet vermoeden dat hij geen grapje maakt. "Elke song is een compromis tussen ons drieën, maar toch blijkt ieder er zich telkens nét voldoende in terug te kunnen vinden. Ik weet ook niet of je ons eigenlijk wel met die andere groepen kan vergelijken, want wij waren al vrienden voor we samen muziek begonnen te maken. We proberen erop toe te zien dat de band geen invloed heeft op onze vriendschap. Da's niet altijd gemakkelijk, want tijdens een tournee kunnen we bijvoorbeeld nooit met slaande deuren vertrekken, omdat er de dag nadien weer een nieuw optreden moet worden afgewerkt. Eigenlijk zijn wij met handen en voeten aan elkaar geketend. Soms wint de zakelijke kant van Buffalo Tom het op de vriendschappelijke en moeten we elkaar weer met beide voeten op de grond plaatsen. We staan elkaar ook toe om er naast de band nog een eigen leven op na te houden. Tom, onze drummer, heeft een hekel aan interviews en blijft liever bij zijn kinderen, dus die zit vandaag lekker thuis. En er is nog iets: toen we onze eerste plaat uitbrachten, waren we prille twintigers en leefden we samen onder één dak. Intussen zijn er echtgenotes en kinderen in het spel. Een hele omwenteling, geloof me. Het verschil met de meeste rockgroepen is dat de leden daar enkel aan zichzelf denken, terwijl wij altijd meer om elkaar bekommerd zijn. Wellicht is dát de belangrijkste reden waarom we nog steeds bestaan. Iemand als Evan Dando heeft enkel interesse in zichzelf, denkt voortdurend na op welke manier hij zijn eigen situatie kan verbeteren. Bijgevolg gaat er haast geen week voorbij zonder dat er een nieuwe drummer of bassist bij The Lemonheads wordt binnengehaald, tot die op zijn beurt weer plaats moet ruimen voor weer een andere aanwinst. Even zag het er zelfs naar uit dat Dando een absolute wereldster zou worden, maar intussen lijkt iedereen hem alweer vergeten. Wij zijn altijd onszelf gebleven."

Toch hebben ook de leden van Buffalo Tom elk hun nevenprojecten. Chris componeert filmmuziek en Janovitz bracht vorig jaar met Lonesome Billy een eerste solo-cd uit. "Ik kan niet zeggen dat ik Buffalo Tom sindsdien met andere ogen bekijk", riposteert hij op de vraag of die uitstap zijn verbintenis met de groep hechter heeft gemaakt. "Het was gewoon een andere manier van werken. 't Is niet dat ik pas dan ben gaan beseffen hoe fantastisch Buffalo Tom eigenlijk wel klinkt, want daar moest men me allang niet meer van overtuigen. Door de jaren hebben we met z'n drieën een heel eigen stijl ontwikkeld. Weet je: we praten nauwelijks met elkaar wanneer er een nieuwe plaat wordt opgenomen, omdat ik met één blik weet wat Chris wil zeggen. Soms moeten we zelfs doelbewust een pauze inlassen om echt over de songs te práten."

Toch geeft de creatieve tandem ruiterlijk toe dat ieder groepslid met elk nieuw nummer doorgaans een totaal andere richting uit wil. "Vooral Tom houdt zelden van de songs die Chris en ik schrijven, en doet meestal ook geen enkele moeite om dat te verbergen. Ik moet daarnaast toegeven dat de nummers vrijwel altijd naar een richting evolueren die ik nooit voor mogelijk had gehouden. De auteur van de song krijgt meestal het laatste woord, dus de helft van de tijd zijn we vreselijk druk in de weer om elkaar van ons gelijk te overtuigen. Zo komen we uiteindelijk altijd wel tot een consensus."

Na zes elpees weet men bij Buffalo Tom inmiddels wel hoe een plaat wordt opgenomen en telkens de groep naar de studio vertrekt, ligt de routine dus op de loer. "We weten intussen hoe een plaat gemaakt wordt, ja, en sommige gewoontes duiken bij elke sessie opnieuw op. Er is bijvoorbeeld een type song waarvoor we vrijwel altijd teruggrijpen naar een akoestische gitaar die het ritme aangeeft. De gevolgen blijven niet uit: van zodra je drie noten hoort, weet je onmiddellijk dat wij het zijn. Op Sleepy Eyed hebben we wat andere methodes uitgeprobeerd, veel songs live opgenomen en zo, maar voor Smitten keerden we toch weer terug naar ons vertrouwde opnamepatroon. Al bleef er wel ruimte open om te experimenteren. Zo drijven sommige nummers bijvoorbeeld op geloopte ritmes en hebben we voor het eerst gebruikgemaakt van strijkers en keyboards. Vroeger werden de songs altijd vol gitaren gestouwd. Doorgaans weten de nummers veel beter dan wij welke kant ze uitwillen. We hoeven alleen maar te volgen. Het volstaat om één ander akkoord te spelen en de song wordt een geheel nieuwe richting uitgestuurd. 't Is nooit een doordachte evolutie. Het gebeurt gewoon. Wél hebben we deze keer een keyboardspeler aan de groep toegevoegd en op die manier is het muzikale spectrum dat we bestrijken, aanzienlijk verbreed. Bovendien heeft de integratie van een piano een grote invloed gehad op de manier waarop we onze teksten zingen. Chris en ik hoeven niet meer zo te schreeuwen om boven de sound van de gitaren uit te tornen."

Ondanks die pogingen om het groepsgeluid te verrijken, blijft Buffalo Tom ook op Smitten voortborduren op hetzelfde stramien. Mochten de songs niet zo sterk zijn, men zou haast van een blauwdruk kunnen spreken. Chris Colbourn haalt de schouders op. "Ik begrijp wat je wil zeggen. Maar hoe hard we ook ons best doen, het valt niet te ontkennen dat we onszelf tot op zekere hoogte telkens weer herhalen. Persoonlijk vind ik het een voordeel dat we een eigen, gevestigde sound hebben. Daar putten we net zelfvertrouwen uit. Zo hebben de mensen er bijvoorbeeld geen idee van dat we met samplers werken. Men hoort het niet eens, zelfs al smeren we het er nog zo dik op. Wat Buffalo Tom ook doet, de groep kan nooit aan haar eigen identiteit ontsnappen. Momenteel overwegen we om een aantal songs te laten remixen, maar ik weet nu al dat geen hond het verschil zal merken."

Bill Janovitz schrijft naar eigen zeggen gemiddeld vijftig songs per jaar, al voegt hij daar wel meteen aan toe dat het merendeel daarvan niet voor Buffalo Tom geschikt is. Colbourn protesteert: "Vaak heb ik de indruk dat die vijftig nummers nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn en enorm gelijken op de songs die de plaat wél hebben gehaald. Het wordt alsmaar moeilijker om origineel uit de hoek te komen. Da's eigenlijk al sinds Birdbrain mijn grootste frustratie geweest: doordat iedereen zijn goedkeuring moet geven over de songs, vallen buitenissige nummers haast vanzelf uit de boot. Een compromis impliceert immers per definitie dat risico's worden vermeden. Ook daar is Tom meestal degene die elke vorm van herbronning afketst. In zekere zin zal Buffalo Tom dus altijd op veilig blijven spelen."

Janovitz laat zijn vriend uitpraten en voegt er dan droogjes aan toe dat hij een heleboel songs niet eens meer voorlegt, omdat hij de reactie van de andere groepsleden inmiddels blindelings kan voorspellen. "Meestal wordt snel duidelijk welke songs het zullen halen en welke niet. Om te beginnen moet elk nummer melodieus zijn en onmiddellijk in het geheugen blijven kleven. De eerste keer dat ik 'White Paint Morning' hoorde, vond ik dat meteen een aanstekelijke song. Da's meestal een goeie indicatie om te weten of we de goede weg bewandelen. Bij Buffalo Tom moet elk nummer een potentiële single zijn. Daarin verschillen we dus niet zoveel van The Beatles. Op tekstueel vlak beginnen we ons eigenlijk nu pas te ontplooien. Onder druk van onze producer moesten Chris en ik deze keer uitzonderlijk veel aandacht aan de teksten besteden en wanneer hij niet tevreden was, konden we terug opnieuw beginnen. Hij ontpopte zich als een bikkelharde eindredacteur, maar het heeft wél vruchten afgeworpen. Bij Buffalo Tom doorlopen de nummers meestal een heleboel verschillende versies en soms sleutelen we er net zolang aan tot de reden waarom we oorspronkelijk van die song hielden, helemaal verdwenen is. Dan moet je je toch afvragen of al die veranderingen wel zo zinvol zijn geweest."

Buffalo Tom heeft altijd al een imagoprobleem gehad. Ze zien er niet spectaculair uit, kopen geen hippe kleren en dragen zelden of nooit make-up. Daaruit afleiden dat de drie allemaal doodgewone, ietwat kleurloze kerels zijn, vindt Colbourn evenwel te simplistisch. "Je kan onmogelijk normaal zijn én tegelijk in een rockgroep spelen. Het feit dat we dit al tien jaar volhouden, is er volgens mij het beste bewijs van dat onze hersens op losse schroeven staan. Persoonlijk stoort het me niet dat we er net zo uitzien als het publiek dat naar onze optredens komt. We hebben de muziek altijd voorrang gegeven, liepen met kort haar rond op een moment dat iedereen het zijne liet groeien, en waren ons van geen kwaad bewust. Wie zich daarmee bezighoudt, heeft geen tijd om nog behoorlijk met muziek in de weer te zijn."

We nemen afscheid. Ik vraag Janovitz nog wat het mooiste moment is dat hij totnogtoe bij Buffalo Tom heeft meegemaakt. "Ik ben een enorme fan van Led Zeppelin en twee jaar geleden ben ik zowel Jimmy Page als Robert Plant tegen het lijf gelopen in een of ander hotel. Het grappige is dat ze dachten dat wij de gebroeders Finn waren, omdat we beiden met een akoestische gitaar in de lobby stonden, maar afgezien daarvan bleken ze erg aardig en hadden ze nog een gezond gevoel voor humor ook." Colbourn moet dieper in zijn geheugen graven. "Onze eerste platen werden geproduceerd door J. Mascis van Dinosaur Jr., een groep die een enorme invloed op ons heeft gehad toen we zelf bewust naar muziek begonnen te luisteren. Wanneer je je helden dan later ook daadwerkelijk de hand mag schudden, draait dat doorgaans evenwel op een teleurstelling uit. Daar komt nog bij dat muzikanten bij mij niet bijzonder hoog staan aangeschreven. Meer nog, het zijn zowat mijn minst favoriete mensen. We komen te veel klootzakken tegen om er nog onbevangen tegenover te kunnen staan. Dit gezegd zijnde ben ik sinds kort wél de trote bezitter van een Van Morrison-handtekening. Ik durfde hem niet zelf te ontmoeten, maar een vriend van me heeft in mijn plaats een krabbel gevraagd en me die nadien met de post toegestuurd. Dat was fantastisch, want Van is een man voor wie ik een grenzeloze bewondering koester en dat zou wel eens kunnen veranderen wanneer ik hem persoonlijk zou ontmoeten, want hij schijnt niet zo'n aimabel mens te zijn. Een echte muzikant, kortom."

Bart Steenhaut

Discografie: Buffalo Tom ('89) Birdbrain ('90) Let Me Come Over ('92) Red Letter Day ('93) Sleepy Eyed ('95) Smitten ('98)

Buffalo Tom concerteert op maandag 26 oktober in de Gentse Vooruit. Info tickets: tel. 070/34.56.78.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234