Zondag 24/01/2021

Monumentenweekend

Brusselse fabrieksgeheimen te kijk gezet

Beeld Marie-Françoise Plissart

Dat Brussel rond 1900 niet alleen een artistiek en literair kruitvat was, kun je dit weekend ervaren. In tegenstelling tot de Vlaamse open monumentendag van afgelopen weekend, die een bont allegaartje van locaties in de kijker zette, is het 'Europees jaar van het industrieel erfgoed' in de hoofdstad het ideale excuus om de deuren van ateliers, fabrieksgebouwen en kantoren open te gooien. Het thema zit Brussel als gegoten.

Het culturele hoogtij in het fin de siècle was niet uitsluitend een zaak van schilders (Ensor ! Khnopff !), dichters (Verhaeren ! Van de Woestijne !) of architecten die zo nodig de art nouveau moesten uitvinden. Voor dit soort hausse had je toen ook al een 'puissante' burgerij nodig, die tijd en geld had om te investeren in kunst en andere vormen van vrijetijdsbesteding.

Al in de vroege 19e eeuw kende de hoofdstad een steile economische opgang, die noodzakelijkerwijs leidde tot een forse arbeidsmigratie uit Vlaanderen en de rest van de wereld. Als het koninkrijkje kon uitgroeien tot de tweede of derde wereldmacht, dan had dat veel te maken met de rijkdom uit de kolonie en met de Waalse mijnen, maar evengoed met de bloeiende fabriekjes in en om Brussel.

Tijdens het monumentenweekend valt op hoeveel ateliers, pakhuizen en andere industriële panden het uitzicht van de stad bepaalden - en vooral hoe adequaat ze sindsdien een nieuwe functie hebben gekregen.

Enkele pareltjes kennen we intussen: de toonzaal van kristalfabriek Val Saint-Lambert waar gemeenschapscentrum De Markten huist bijvoorbeeld, de dansstudio van Rosas in Vorst, het museum van Elsene (een afgedankt slachthuis) of het prachtige pand in art deco bij het Zuidstation waar nu het oorlogsdocumentatiecentrum CegeSoma is gevestigd. Niet geheel verrassend pakt de programmabrochure uit met een paginagrote luchtfoto van de Citroënsite bij het kanaal, ooit misschien een nieuw museum voor moderne kunst.

Andere locaties bepalen nog altijd de skyline van de stad: de loodtoren bij de Ninoofsepoort waar jachthagel werd gefabriceerd, het slachthuis van Anderlecht... Hier en daar is de geschiedenis letterlijk in de wandelgangen blijven hangen. Zo herbergt de voormalige verffabriek Mommen in Sint-Joost meer dan een eeuw later nog altijd 30 kunstenaarsateliers.

Het is merkwaardig hoe efficiënt al deze panden werden getransformeerd, en zeker niet allemaal een culturele bestemming hebben gekregen. Doorgaans zijn de pakhuizen en fabriekjes immers stevige en heldere gebouwen, niet al te groot en perfect te moduleren. Dat dit zonder veel pretentie of vlagvertoon gebeurt, is allicht een typisch Belgisch verschijnsel. En zou het een toeval zijn dat de chaotische, wat morsige structuur van de Brusselse straten met hun industriële relicten fotografen inspireert tot hun beste werk ? Als voetnoot bij het tweedaagse monumentengeweld brengt een kleine expositie Gilbert Fastenaekens, Marie-Françoise Plissart en Philippe De Gobert samen - drie eigenzinnige kunstenaars die leven en werken in de stad aan de Zenne.

Beeld Gilbert Fastenaekens

Gilbert Fastenaekens (1955) schitterde begin dit jaar nog in de Botanique, waar met name zijn 'Nocturnes' werden getoond. In deze reeks nachtelijke opnamen transformeert hij verlaten sites tot fascinerende, lege theaterdecors of locaties die filmsets zouden kunnen zijn. Zo vat hij iets van de raadselachtige en soms wat surrealistische genius loci, de geheime lading van plekken die ons overdag zo vertrouwd voorkomen.

Al meer dan twintig jaar lang exploreert Fastenaekens zijn geboortestad Brussel door een inventaris aan te leggen van banale maar bevreemdende hoekjes, of door uit te zoeken vanuit welk camerastandpunt oude ansichtkaarten werden gerealiseerd en vervolgens op dezelfde plaats een nieuwe opname te maken. Zo laat hij zien hoe gebouwen en urbanistische ensembles zijn geëvolueerd - precies wat een open monumentendag doet dus, maar dan op papier.

Beeld Marie-Françoise Plissart

Marie-Françoise Plissart (1954) is een 'grande dame' van de Belgische fotografie, al opereert zij doelbewust in de marge tussen stilstaand beeld, cinema, video en roman. Als partner en collega van auteur Benoît Peeters, die bekend werd als co-auteur van de beeldverhalenreeks De duistere steden, realiseerde zij in de jaren '80 eigenzinnige fotoromans die zich bij voorkeur in steden afspeelden.

Op de architectuurbiënnale van Venetië werd zij in 2004 bekroond met de Gouden Leeuw voor een portret van Kinshasa, een project dat zij samen met antropoloog Filip De Boeck en architect-decorontwerper Koen Van Synghel had gerealiseerd. Maar het zwaartepunt van Plissarts oeuvre is Brussel.

De desolate nachtelijke opnamen van de voormalige Martinitoren bij het Noordstation, een coproductie met het KunstenFESTIVALdesArts in 1996, liggen in de lijn van Fastenaekens' werk. Een breed publiek leerde Plissart enkele jaren later kennen dankzij het spectaculaire kijkboek 'Bruxelles, horizon vertical'. Als een vleermuis onder het doek van haar camerastatief haalde zij halsbrekende truuks uit om 'luchtfoto's' te maken van op de hoogste gebouwen in de stad. Zo transformeert ook zij de manier waarop wij het urbane weefsel ervaren.

Door onze blik te doen kantelen, gaan we anders kijken naar de overbekende straten - het lijkt wel alsof we een levensgroot stadsplan onder ogen krijgen. En ook in deze beelden proeven we de fascinatie voor de rauwe, industriële achterkant.

Beeld Philippe De Gobert

Philippe De Gobert (1946) is een buitenbeentje onder de Brusselse fotografen. Hij hanteert weliswaar een camera, maar maakt evengoed installaties in drie dimensies die hij vervolgens fotografeert. Zo ontstaan kleine interieurs die lijken op kijkdozen of poppenhuizen en niet zelden verwijzen naar de beeldende kunsten.

Met eindeloos geduld en oog voor detail knutselt De Gobert al dertig jaar lang (imaginaire of erg gelijkende) maquettes van kunstenaarsateliers en expositiezalen; hij bouwde zelfs een heus museum op schaal 1/7. Voortdurend zet hij ons op het verkeerde been, want van het heel kleine gaat het ongemerkt naar het (stevig) uitvergrote: de foto's die De Gobert van zijn 'wereld in een doosje' maakt, zijn vaak wandvullend. Ze lijken levensecht, ook als de fotograaf in subtiele details aangeeft dat het slechts efemere constructies in hout, karton en klei zijn. Je zou er in willen rondwandelen.

Wanneer hij de villa nabouwt die filosoof Wittgenstein in 1927 ontwierp en vervolgens zijn schaalmodellen fotografeert en de grote afdrukken in een galerie exposeert, wordt het wel heel verwarrend - ongevraagd krijgen we het hele traject van plan naar realisatie, foto, object en (nieuwe) foto opgediend. De Gobert wordt zo sterk aangetrokken tot ateliers en ruimten met een semi-industrieel karakter dat zijn werk perfect aansluit bij dat van zijn twee collega's. Een heuse open monumentendag in het klein is het.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234