Donderdag 04/03/2021

Brusselse bestuurders verdienen een zwarte zondag

Van de Vlamingen, van de federale regering, van het gerecht. Dat Brussel zijn ongure reputatie maar niet van zich kan afschudden, was deze week werkelijk de schuld van iedereen, behalve van de bevoegde hoofdstedelijke politici. Die toon kennen we nog, herinnert Bart Eeckhout zich. Ook in Vlaanderen verweerden incompetente stadsbestuurders zich zo, tot de zwarte Zondagen hen allemaal een verdiende draai rond de oren verkochten.

Van De Gucht (Open Vld) heeft Pascal Smet dan weer het talent om altijd gelijk te hebben maar zelden gelijk te krijgen. Zoals Karel De Gucht emotioneel geraakt wordt door de mensonterende levensomstandigheden in Congo, zo vertrekt ook Smets beenharde analyse bij een oprechte verontwaardiging over het slechte bestuur in Brussel. Die verbondenheid met hun bevoegdheid siert hen als mens, maar maakt hen kwetsbaar als politicus. Want het netto resultaat van hun uithalen, als alle kranteninkt opgedroogd is, is telkens weer dat ze nog verder van hun doel afdrijven.

Het enige wat Pascal Smet deze week bereikte met zijn filippica tegen de Brusselse bestuurders, was dat die zich ferm aan elkaar vastklonken in hun eensgezind ‘non’ tegen de roep om hervormingen. Na de interviews van Smet was het voor Philippe Moureaux plots niet moeilijk meer om de Vlaamse ‘haat’ tegen Brussel aanschouwelijk te maken. Zoals Vlaams minister-president Kris Peeters zijn sp.a-minister afgelopen woensdag in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk maakte op de regeringsbanken van het Vlaams Parlement, is de prille bereidheid bij de Brusselaars om misschien toch een heel klein beetje te snoeien in de eigen structuren nu weer helemaal verdwenen.Die bijna cynische microrealiteit eigen aan de Wetstraat ontslaat ons niet van de macrovaststelling dat Pascal Smet wel degelijk gelijk heeft. De kwaliteit van het bestuur van de hoofdstad, zowel op gemeentelijk als op gewestelijk niveau, is van een ronduit lamentabel niveau. De afschrikwekkende cijfers van de jongerenwerkloosheid in het Brussels Gewest - cijfers die al dateren van vóór de huidige economische crisis, voor alle duidelijkheid - werden deze week al meermaals geciteerd. Antwoord van Picqué, eergisteren in deze krant: “Alle onderzoeken tonen aan dat die problemen ook in andere steden bestaan.” Te oordelen naar de passiviteit van die repliek is de minister-president inderdaad al tien jaar met brugpensioen. Bovendien klopt het verweer niet eens. Europa deelde al zijn gewesten in zes klasses in volgens performantie van de arbeidsmarkt. Als enige grootstedelijk gewest in de hele Europese Unie zit uitgerekend hoofdstad Brussel in de bodemklasse, samen met verpauperde regio’s in de Zuid-Italiaanse Mezzogiorno of in Zuid-Spanje. Het klopt uiteraard dat ook andere Europese metropolen meer dan gemiddeld te maken krijgen met ernstige sociale problemen, maar geen enkele andere stad haalt soortgelijke bedroevende scores inzake jeugdwerkloosheid of schooluitval zonder diploma.

En daar ligt wel degelijk een immense politieke verantwoordelijkheid. De dramatische werkloosheidscijfers ten spijt is activering van werkzoekenden in Brussel een lege doos gebleven. Pas in deze legislatuur, zo belooft althans het lopende regeerakkoord, zal er werk van gemaakt worden en zal Actiris, de Brusselse dienst voor arbeidsbemiddeling, meer middelen krijgen voor de individuele opvolging en opleiding van mensen die een job zoeken. Werk is een gewestbevoegdheid en onder Charles Picqué is ze grotendeels verwaarloosd. Dat was zelfs een weloverwogen ideologische keuze: voor de PS blijft activering een scheldwoord, een synoniem voor heksenjacht. De politieke verantwoordelijkheid voor het falende Brusselse beleid overschrijdt evenwel het gewest. Als in de hoofdstad met haar schat aan arbeidsplaatsen toch een derde van de min 25-jarigen werkloos achterblijft, heeft dat namelijk vooral te maken met een onaangepast onderwijssysteem. Met name het curriculum in de Franstalige netten bereidt zijn leerlingen onvoldoende voor op een arbeidsleven in een multiculturele en meertalige omgeving. Ondanks alle pogingen om Wallonië en Brussel politiek nauwer op elkaar te betrekken, blijft de mentale afstand tussen Namen en Brussel groot. Ook nu nog schijnt de catastrofale toestand van het onderwijsstelsel in de hoofdstad niet door te dringen bij de Franstalige verantwoordelijken. In de commissie Onderwijs van de Franse Gemeenschap werd de voorbije weken bijzonder heftig gediscussieerd, maar dan wel over welke juridische strategie het nuttigst zou zijn in het verzet tegen de Vlaamse schoolinspectie in de faciliteitengemeenten. En terwijl opnieuw een hele generatie vooral allochtone jongeren overboord dreigt te slaan, is de bevoegde minister (Simonet, cdH) druk doende met de berekening tot welk leerjaar precies een hoofddoek op school verboden moet worden. Het is maar waar je je prioriteiten legt.De burgemeesters wassen hun handen in onschuld. Dat ze die kleine maar hardnekkige groep crimineeltjes niet van straat krijgen, is de schuld van het gerecht, dat er niet in slaagt tijdig bestraffend op te treden. Daar is iets van, maar daar eindigt het verhaal niet. Het sterk ontwikkelde onveiligheidsgevoel van de Brusselaars wordt minstens zo fel bepaald door de inadequate aanpak van sluikstorters en algehele verloedering van sommige straten. Jazeker, Brussel is een warme en conviviale stad, maar het is ook een erg vuile stad.

De hooghartige politieke ontkenning van die kleine maar zeer reële samenlevingsproblemen roept herinneringen op. Het is de taal die ook de burgemeesters van Antwerpen of Mechelen hanteerden, tot ze van hun kiezers een verdiend pak rammel kregen. Die kiezers trokken massaal naar het Vlaams Blok, dat zich als een stinkzwam voedde met het maatschappelijke onbehagen.Het Brussels Gewest dokterde allerlei noodscenario’s uit om een eventuele doorbraak van extreem rechts procedureel af te blokken, maar die bleken gelukkig onnodig. Daar kwamen al te oppervlakkige politieke analyses van, waarin het gastvrije en multiculturele Brussel werd afgezet tegen het wrokkige en rechtse Vlaanderen. Onzin, zo weet iedereen die ook na de kantooruren in de hoofdstad blijft hangen. In de Brusselse cafés en huiskamers hoor je dezelfde racistische schuttingtaal of dezelfde wanhoop bij zoveel bestuurlijke doofheid als in die van Antwerpen of Sint-Niklaas destijds. In Brussel heeft de mentale omslag naar een verlicht stedelijk beleid nooit plaatsgevonden. Omdat er geen externe dwang was en omdat het institutionele kluwen er zo complex is, dat iedereen wel ergens met iedereen in een coalitie zit. Het democratisch deficit wordt nog versterkt door het ver doorgedreven etnische stemgedrag - Franstaligen stemmen er voor Franstaligen, Vlamingen voor Vlamingen, Turken voor Turken en Marokkanen voor Marokkanen. Falende bestuurders afstraffen wordt zo wel erg moeilijk. Brussel beleefde nooit een echte zwarte zondag, maar het bestuur had er wel allang één verdiend. In verschillende Vlaamse steden is na de opmars van het Vlaams Blok wel een nieuwe generatie bestuurders opgestaan - Patrick Janssens in Antwerpen, Bart Somers in Mechelen, Frank Beke en Daniël Termont in Gent of Stefaan De Clerck in Kortrijk. Voor hen is veiligheid allang geen ideologisch taboe meer. Hun antwoord blijft ook niet beperkt tot meer blauw op straat (al zijn ze er ook niet vies van). Deze nieuwe generatie stadsbestuurders besefte dat veiligheid ook voortkomt uit een duurzame investering in het stadsweefsel. Het nieuwe Antwerpse stadspark Park Spoor Noord middenin een achterstandswijk is een exemplarische vrucht van die nieuwe aanpak, en een bron van jaloezie voor alle Brusselaars die nu al een generatie lang zitten te kijken op de geestdodende leegte van het Tour & Taxis-terrein.Troost kan de hoofdstedeling enkel putten uit de gedachte dat het in Vlaanderen ook lang geduurd heeft voor de stedelijke revolutie zich voltrok. Toen Mieke Vogels eind jaren negentig nog als schepen in Antwerpen uit een veiligheidsenquête in haar stad concludeerde dat niet “veiligheid maar vuiligheid” de grote bezorgdheid was, was hoongelach haar deel. Intussen is de Seefhoek nog altijd geen paradijs, maar de grootste rommel is er tenminste van straat gehaald. Brusselse bestuurders die hun stad leefbaarder willen maken moeten heus geen Kärchers kopen om de jonge boefjes van straat te spuiten, zoals een overspannen politiebonder deze week nog eiste. Maar ze zouden die hogedrukreinigers misschien wel wat meer mogen inzetten tegen het echte vuilnis op de stoep.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234