Dinsdag 12/11/2019

Brussels Stripmuseum zet Europese successtory van het Japanse beeldverhaal in de schijnwerpers

'Manga is meer dan seks en geweld'

Niemand kan er nog naast kijken: ook de Europese jeugd valt als een blok voor het Japanse beeldverhaal. Een grootse expositie in het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal, die de manga ziet als onderdeel van een popcultuur, toont aan dat meer dan veertig procent van de in 2008 nieuw verschenen publicaties manga's waren.

DOOR GEERT DE WEYER

BRUSSEL l 'De Morgen' liet zich door de eigenaardige wereld van de manga leiden aan de hand van curator Paul Herman. 'Manga flirt voortdurend met de commercie.'

In 1996 liep het faliekant mis. Enkele dagen voor de officiële opening van de eerste, groots opgezette expositie rond manga, verzond het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal (BCB) een persbericht waarin het te kennen gaf af te zien van de manga-expo. Met de Japanners viel niet samen te werken, klonk het toen nog bitsig. Anno 2009 blijkt ook de expositie '20 jaar manga in Europa' niet van een leien dakje te zijn gelopen. Een week na de opening wacht men nog steeds op enkele originele beloofde platen vanuit het land van de rijzende zon. Met de Japanners samenwerken is inderdaad geen evidentie, geeft ook curator Paul Herman (58) voorzichtig toe. "Werken in Japan heeft alles te maken met het vertrouwen dat ze in je stellen. Maar dan nog is het moeilijk."

Herman bleek de geknipte figuur om deze herkansing voor het BCB tot een goed einde te brengen. Naast auteur van (Franstalige) boeken over speelgoed, en het zopas verschenen lijvige Europe/Japon waarin hij de invloed laat zien van het Europese gedachtegoed over Japan aan de hand van platen uit ondermeer Corto Maltese, Kuifje, Suske en Wiske, Taka Takata, Yoko Tsuno of huidige reeksen als Okko, de kleine vampier of Ragebol, is hij al meer 23 jaar uitgever van de Belgische tak van Glénat. Hij was de eerste uitgever van de 85-delige reeks Dragon Ball in het Nederlands (vanaf 2000), en scoort momenteel met topreeksen als 20th Century Boys, Black Cat en de meisjesreeks Alice 19.

Popcultuur

Volgens hem is de opmars van de manga in Europa te danken aan één man: zijn werkgever Jacques Glénat. "Een kleine twintig jaar geleden was hij het die, misschien wel tegen beter weten in, de manga in Europa introduceerde. Hij trok naar Japan en kwam terug met de rechten voor Dragon Ball en Akira. "Dat was een enorm risico", herinnert hij zich, "want het genre was toen nog allesbehalve populair, mede ingegeven door het feit dat de publieke opinie manga associeerde met seks en geweld. Sterker: het publiek werd ook door de pers opgehitst om dit soort gewelddadige strips vooral links te laten liggen. Een distributeur in Nederland weigerde pertinent manga's te verdelen, en in Wallonië wilde de distributeur Akira niet uitzetten." Gevolg: Glénat moest eerst een campagne voeren om het publiek te 'sensibiliseren', en de vooroordelen omtrent de Japanse strip langzaam weg te nemen.

De grote doorbraak kwam toen Katsuhiro Otomo, de geestelijke vader van de Japanse bestseller Akira, besloot het befaamde internationale stripfestival van Angoulême met een bezoek te vereren. Voor het eerst konden pers en publiek kennismaken met de makers achter de reeks. Toen even later de animatiefilms van Miyazaki tal van internationale prijzen ontvingen, stelde het publiek zijn mening bij. Het (moeizame) begin van de opmars van de manga, was een feit. Frankrijk viel, mede dankzij de Franse tv-show Club Dorothée, waar Japanse animatiefilms werden vertoond, als een blok voor het genre; Akira werd er met meer dan veertien miljoen exemplaren een regelrechte bestseller en heden bestaat zo'n 35 procent van de Franse stripproductie uit manga's.

Zowaar een nieuw culturele revolutie, ondertussen ook in Vlaanderen en Nederland, want terwijl de Lage Landen al die tijd bleven zweren bij stripproducties van hier, zijn we zo'n vijf jaar geleden helemaal gezwicht voor het genre. De op en top Belgische stripuitgeverijen als Dupuis, Lombard en Dargaud brengen onder de noemer Kana ieder jaar meer Nederlandstalige mangatitels op de markt, net als Glénat, Casterman en gelegenheidsuitgeverijen als Uitgeverij L, die literaire mangatitels als Boeddha publiceert.

Herman brengt in zijn expositie in het Stripmuseum vooral bekend werk aan als Akira, Dragon Ball (sinds 1984 meer dan 120 miljoen exemplaren wereldwijd), Ghost in the Shell, Apple Seed, Gunnm/Battle Angel Lita, Astro Boy, Lady Oscar, Barefoot Gen, Nausicaa, Naruto, Death Note, Monster... Bovenstaande titels schopten het allemaal verder als animatiefilm en/of animatiefilm en/of speelfilm en/of theaterversie.

"Het idee van de huidige expo in het BCB bestond er echter niet enkel in om originelen te laten zien, want dan zou je voorbijgaan aan de popcultuur die de manga uitdraagt", meent Herman. "Eerder dan enkel de manga te laten zien, etaleert deze expo de popcultuur. Kijk, de Japanse strip is, in tegenstelling tot het Europese beeldverhaal, niet enkel samen te vatten als een verzameling striptitels, maar het behelst anime (de Japanse animatiereeksen), videogames, speelgoed en beeldjes. Dàt is manga, zo werkt het ginder. En nog wat: die bijproducten zijn vaak erg goedkoop. Voor de Japanners moet een held immers te kopen zijn door iedereen. Zelfs alternatieve stripreeksen hebben er een figuurtje van verschillende soorten materialen. Bij ons in Europa vind je tegenwoordig ook 3D-beeldjes van de bekendste stripfiguren, maar die zijn vaak stukken duurder. Hier is het een luxeproduct. Dat is het verschil."

De link met film is ondertussen ook helemaal ingeburgerd. "Het productiehuis van Leonardo Di Caprio gaat Akira verfilmen als een live-action, terwijl James Cameron over twee jaar Battle Angel Lita uitbrengt, een reeks over een cybenetische robotheldin. De Franse naam van die reeks luidt Gunnm, maar nu de rechten opgekocht zijn door Cameron, willen de Japanners niet langer die naam zien. Dat geflirt met het commerciële is typisch voor manga."

Oorlog om meisjes en vrouwen

Er is een belangrijk element dat de manga recht in de armen van de (westerse) jeugd duwde: de kunst om alle lagen van de bevolkingsgroepen te bespelen. Zowel de toiletdame als de hoogleraar rechten leest manga, en vaak vindt men zelfs een mangatitel die zijn of haar beroep centraal zet. "Elk publiek heeft zijn manga, dat is het idee in Japan", klinkt het bij Herman. "Dat gaat erg ver. Zowel de toiletdame als de hoogtewerker of advocaat zal wellicht een strip over zichzelf aantreffen."

In tegenstelling tot bij ons maken vrouwen een groot deel uit van het lezerspubliek. Dat hebben we vooral aan onszelf te danken. In Europa werden vrouwen vanaf de jaren veertig tot begin jaren zeventig uit de strips geweerd. De Franse protectionistische wetten schrapten, onder het mom van censuur, de in hun ogen onzedige vrouwtjes van papier. Het is meteen de reden waarom bijvoorbeeld slechts 14 van de 345 personages uit Kuifje vrouwen zijn, of waarom in de reeks Blake en Mortimer geen enkele vrouw als hoofd- of nevenpersonage opdook. Begin jaren zeventig werd de positie van de vrouw in de strip hersteld, maar het kwaad was geschied: de vrouwelijke lezer was geeuwend afgehaakt, het Europese strippubliek bestond vooral uit mannen.

Daar heeft Japan nooit last van gehad. Sterker: volgens Herman ziet het er naar uit dat er in Japan evenveel mannelijke als vrouwelijke lezers zijn. Die laatste doelgroep kan terecht in de zogenaamde shojowinkels, stripspeciaalzaken die enkel meisjes- en vrouwenstrips verkopen. Het mannelijk publiek kan terecht in de shônenwinkels.

Dat vooral kinderen en masse vallen voor de manga vindt Herman niet eens vreemd. "Ouderen begrijpen niet veel van de mangacultuur, terwijl misschien wel net daarom de nieuwe generatie zegt: dit is onze cultuur. Weet je, Japan wordt door hen gezien als een soort idealistische maatschappij. Sport, eten, gevechtssporten, mode... Manga geeft hen de mogelijkheid Japan te leren kennen."

Dat de Belgische topscenarist Jean Van Hamme (XIII, Thorgal, Largo Winch) zich enkele jaren geleden zorgwekkend uitliet over de opmars van de manga, terwijl zijn tekenaar Philippe Francq (Largo Winch) eerder getuigt een boon te hebben voor de Japanse strip, vindt Herman bijna logisch. "Om te beginnen zijn ze niet van dezelfde generatie. Van Hamme is bovendien één van de beroemdste scenaristen wat de Europese strips betreft, dus is het begrijpelijk dat hij met argusogen volgt hoezeer de Japanners er in slagen een jong publiek, dat ook het zijne is, aan te trekken met een geheel nieuwe inhoud. Want niemand kan ontkennen dat de psychologische ontwikkeling van de hoofdpersonages in manga's erg goed wordt uitgebouwd. Manga stelt het verhaal als het belangrijkste, niet het decor en de tekeningen. Allerhande personages hoe onbeduidend hun rol ook, slagen er telkenmale in de interesse van de lezer te wekken."

Volgens Herman is manga niet meer weg te krijgen. Elk jaar ziet hij zich steeds meer Nederlandstalige mangatitels op de markt brengen, elk jaar stijgt de verkoop. Deze maand brengt hij een luxueuze editie op de markt van de 85-delige reeks Dragon Ball, die hij sinds 2000 in kleine boekjes publiceerde. "De lezer die toen tien jaar oud was, is er nu negentien", redeneert hij. "Die mag je niet laten vallen, dus moet je zijn reeks opfrissen met kleurbijlagen en een leukere en grotere vormgeving. Zo doen ze het in Japan ook. Al decennialang. En mèt succes."

De expositie in het Brusselse Stripmuseum loopt tot 7 juni, Zandstraat 20, Brussel, op tien minuten van Centraal Station. www.stripmuseum.be

Europe/Japon (260 pagina's) van Paul Herman verscheen bij Glénat.

Vier soorten manga's, voor elk wat wils

1 De shonenmanga staat voor jongensmanga, waarbij de verhalen voornamelijk draaien rond sport, fantasy, science fiction en het voorkomen van einde van de wereld. Vechtkunsten spelen er een belangrijke rol. Klassiekers zijn onder meer Detective Conan, Shaman King, Naruto of Yu-Gi-Oh.

2 De shojo oftewel manga voor meisjes zet gevoelens en emoties centraal. De prins op het witte paard, romantiek, sprookjesachtige verhalen... Reeksen als Lady Oscar en Alice 19th, beiden getekend door vrouwen, hebben een ware cultstatus. De absolute toppers binnen dat genre zijn Nana en Fruit Baskets.

3 Als derde genre is er Seinen, manga die zich richt naar (jong)volwassenen en waar maatschappelijke problemen aangekaart worden, zoals in Say Hello to Black Jack, een reeks over een assistent-oncoloog die zijn menselijkheid tracht te behouden in het falende Japanse ziekenhuisbeleid. De waarheidsgetrouwe reeks, waaraan heel wat journalisten en researchers meewerken, zou meer hebben betekend voor de opwaardering van ziekenhuizen dan menig krantenartikel. Een andere titel is Barefoot Gen, een semi-autobiografische reeks waarin een klein jongetje de atoombom op Hiroshima tracht te overleven. Eén van de bekendste manga-auteurs is Osamu Tezuka, de uitvinder van de moderne manga en geestelijke vader van zowel Astroboy (shonen) als de graphic novels Boedhha (Seinen), een manga die het leven van Boeddha behandelt.

4 Een laatste, bekender genre, is Hentai, oftwel de seks- en pornomanga. Het is dat genre waar de manga aan het eind van de vorige eeuw werd mee geassocieerd.

Los daarvan is momenteel zowat alles vertegenwoordigd in het Japanse beeldverhaal. Op dit moment wint de culinaire manga aan belangstelling. Brood en rijst, de kunst van het wijnproeven, rijkelijke sauzen,... ze spelen vaak de hoofdrol in een als komisch of politie-intrige verpakt verhaal. Volgens curator Herman hebben dit soort strips de Europese keuken dichter bij de Japanners gebracht. Piet Huysentruyt is een gewaarschuwd man.

Expocurator Paul Herman:

Elk publiek heeft in Japan zijn eigen manga, zowel

de toiletdame

als de advocaat

Paul Herman:

Bij manga is het verhaal belangrijker dan het decor en de tekeningen

n Razend populair, ook in Europa en steeds vaker eveneens op het witte doek: de mangaseries 20th Century Boys, Akira, Alita en Dragonball.

n De tentoonstelling in het Belgische Centrum voor het Beeldverhaal toont hoe stevig manga ingebed zit in de Japanse popcultuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234