Maandag 06/04/2020

'Brussels Gewest kampt met een gebrek aan visie'

Na vijftien jaar neemt Bernard Foccroulle afscheid als directeur van De Munt in Brussel. In een gesprek met De Morgen maakt hij zonder geheimen de balans op. 'De Munt is gedemocratiseerd en lokt stilaan een jonger publiek.'

Door Stephan Moens

BRUSSEL l Toen hij de job kreeg, bestond er grote twijfel: een jonge organist als operadirecteur? En was hij niet vooral een protegé van Gerard Mortier, die vooral was aangewezen om hem niet in de schaduw te stellen? Foccroulle maakte echter spoedig indruk.

Aan de creditzijde van Foccroulles directeurschap staan zeker de dirigenten die hij wist aan te werven: Antonio Pappano en Kazushi Ono. "Bij de keuze van een muziekdirecteur moet je altijd een portie geluk hebben. Dat hebben we bij beiden gehad en je voelt hun invloed in het werk van het orkest." Een tweede belangrijke stap was de opening van de nieuwe ateliers in de Leopoldstraat. "Dat heeft aan het huis een nieuwe coherentie gegeven. De jaren na de verhuizing waren enorm inspannend, maar we zien nu al de positieve gevolgen." Ten derde heeft Foccroulle de financiële achtbaan van het Mortierbewind weggewerkt: "Ik denk dat er in de Munt nu een zeer efficiënt financieel instrument bestaat. Dat zal zowel voor het huis als voor de nieuwe intendant van het grootste belang zijn. Niet alles is geregeld maar een aantal dossiers hebben we kunnen oplossen: het financiële evenwicht (we hebben een tekort van 10 miljoen euro weggewerkt), de pensioenregeling, een aantal sociale problemen..."

Verder veranderde de relatie tussen de Munt en het publiek fundamenteel. "Onder Gerard Mortier had de Munt een zeer grote reputatie maar was daar in zekere zin ook het slachtoffer van. Het beeld in de openbaarheid was veel meer elitair dan de realiteit: 'Daar geraak je toch niet binnen.' We hebben nog steeds geen ideale situatie, maar de evolutie gaat in de goede richting. De Munt is gedemocratiseerd en heeft de deuren opengezet voor een jong publiek. Vier, vijf jaar geleden hadden we 9 procent jongeren onder de 28 jaar in het publiek, nu zijn dat er 17 procent. Dat is voor mij een zeer positieve evolutie, al weet ik dat sommige operahuizen boven de 25 procent zitten."

Nog een pluim op Foccroulles hoed is de educatieve dienst. Die wordt door vele buitenlandse huizen als een voorbeeld gezien. "Dat levert niet in de eerste plaats nieuw publiek op. De dienst werkt meer in de diepte. We hebben ook partnerships kunnen opzetten met het onderwijs, meer bepaald de universiteit. Nu hebben we in vier universiteiten cursussen kunnen creëren, waar een aantal studenten uit verschillende faculteiten - niet meer dan vijftig per jaar, meer gaat niet - les volgt over opera, met voorstellingen in de Munt maar ook met examens."

Zijn favoriete producties uit die jaren heeft Foccroulle laten vastleggen in een koffietafelboek met de wat eigenaardige titel De Munt uit de doeken. Het zijn twee barokopera's (La Calisto en L'Orfeo), twee nieuwe werken (Wintermärchen en Hanjo), twee Mozartopera's (Die Zauberflöte en Così fan tutte), een twintigste-eeuws werk (Peter Grimes) en drie negentiende-eeuwse, één uit elk cultuurgebied (Aida, Tannhäuser en Boris Godoenov).

Uiteraard waren niet alle producties even geslaagd en zo komen we bij de debetzijde. Ook daarover doet Foccroulle niet geheimzinnig: "Ik ben er niet in geslaagd iets relevants te doen voor de opera seria en het belcanto. Agrippina is de uitzondering. Maar Rossini, Bellini... neen. Het was een van mijn doelstellingen en dat is om allerlei redenen niet gelukt. Sommige producties waren mooi op het ene en teleurstellend op andere vlakken. Het werk van Jan Fabre in Tannhäuser is voor mij een fantastische ervaring geweest, maar op vocaal vlak was dat een ramp. Dat geldt ook voor I due Foscari. De zangers waren daar niet op het vereiste niveau. Daardoor konden wij niet zien hoe goed het werk van Anne Teresa De Keersmaeker eigenlijk was."

Foccroulle vindt het ook spijtig dat hij geen opdrachten heeft gegeven voor nieuwe kinderopera's: "Dat moet een prioriteit worden. Een componist die een kinderopera schrijft, moet een weg vinden om die toegankelijk te houden. Een goed voorbeeld is Roodkapje van Georges Aperghis. Ik wou dat ik dat zelf besteld had."

Zijn grootste teleurstelling is echter zonder twijfel het culturele immobilisme in het Brussels Gewest, dat er onder meer toe leidde dat hij zijn droom van een Grote Zaal voor Brussel niet heeft kunnen realiseren. "Ik heb verschillende keren positieve signalen gekregen van belangrijke politici op gewestelijk, nationaal en Europees vlak. Verhofstadt was niet tegen maar kon uiteraard geen initiatief nemen. Op Europees vlak hadden we de steun van zowel Prodi als van Barroso. Ik had de indruk dat Charles Picqué toen aan de kar wilde trekken, maar dat is nooit gebeurd. Je kunt de dingen wellicht niet forceren, of misschien heb ik ze niet genoeg geforceerd. Ik blijf het jammer vinden, niet voor mezelf maar voor Brussel. In dezelfde zin was Brussel 2000 voor mij een zeer teleurstellend avontuur.

"Ook nu nog voel ik geen enkele visie bij het Brussels Gewest om aan de stad enige allure te geven. Dat is heel erg voor de hoofdstad van Europa. Uiteraard is de macht van het gewest beperkt, maar dat is geen excuus voor een gebrek aan visie. Ik blijf denken dat het geen institutioneel probleem is, maar een kwestie van personen. Met een kleine ploeg, een sterk leiderschap en enkele ambitieuze projecten kun je nu nog, in de paar jaren die komen, iets riskeren, ook op het vlak van de infrastructuur. Maar het is wel hoog tijd. Er hebben nochtans uitstekende voorstellen op tafel gelegen, zoals een Centrum voor Meertaligheid. Brussel zou op dat vlak iets kunnen creëren op wereldniveau. Brussel heeft namelijk nood aan veel meer dan een Grote Zaal. Misschien meer een cultureel centrum met verschillende zalen, met een sterke Europese identiteit, eventueel met een Museum van Europa, een Centrum voor Burgerschap. Ja, dat is een beetje vergelijkbaar met wat Gerard Mortier met het Muziekforum in Gent meemaakte, maar het is niet hetzelfde. Het Muziekforum was sterk op de kunsten gericht. Brussel daarentegen heeft nood aan een instelling die de brug slaat tussen de Brusselaars, de Europeanen, de creatieve kunstenaars en de cultuur in brede zin."

De Munt organiseert allerlei feestelijkheden bij het afscheid. Op 27 & 28 juni in het PSK een concert van Kazushi Ono, met onder meer een nieuwe compositie van Bernard Foccroulle Am Rande der Nacht voor soli, kinderkoor, koor en orkest. Op 28 & 29 juni Rain van Rosas in De Munt. www.demunt.be

Zie ook De Gedachte, pagina 12.

Brussel heeft nood aan een groot cultureel centrum, met een Europese identiteit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234