Maandag 24/02/2020

Brusselmans brengt tijdgenoten in verlegenheid

Schilderijencollectie van Tony Herbert in het Van Abbemuseum

In het tijdelijke Van Abbemuseum in Eindhoven wordt een deel getoond van de schitterende collectie van Tony Herbert (1902-1959), een Kortrijkse industrieel die tijdens het interbellum driehonderd werken in de sfeer van het zogenaamde Vlaams expressionisme kocht. Anton Herbert, een van de zonen en zelf een belangrijk verzamelaar van kunst van de laatste dertig jaar, selecteerde samen met de staf van het Van Abbe een mooie reeks werken van Permeke, De Smet, Tytgat, Wouters en Brusselmans. De prachtige presentatie in het voormalig industrieel pand geeft in golvende bewegingen het beste van de genoemde kunstenaars. Eén schilder steekt echter met kop en schouders boven de anderen uit: Jean Brusselmans.

Van Rik Wouters is bijvoorbeeld een monumentaal werk te zien waarin de overdaad aan kleurvlekken het schilderij tot een zielloze, vermoeiende compositie maakt. De werkjes van Edgard Tytgat verworden in deze context tot goedbedoelde folkloristische plaatjes die dienst kunnen doen voor prentkaarten. Zelfs de hoekige en diepbruine composities van Permeke halen nergens internationaal niveau, de inspanningen van sommige Belgische musea ten spijt om Permeke over de grens te promoten.

Het oeuvre van Gust De Smet is een knappe, aanlokkelijke zoektocht naar het harmonieus esthetiseren van het plattelandsleven. Niet dat Gust De Smet een minderwaardig kunstenaar is, maar wie goed toekijkt ontwaart een gekunsteld streven van de schilder om zijn figuratie als in één sierlijke zwaai over het doek te leiden. Niets verstoort de sfeer van het rustig kabbelende leven in een vredig dorp.

Als deze typering nogal kritisch klinkt, dan is dat de schuld van de verpletterende aanwezigheid van Jean Brusselmans met een tiental sublieme werken. Het oeuvre van deze begenadigde schilder die in Dilbeek leefde, werd ten onrechte in het straatje geparkeerd van het Vlaams expressionisme. Brusselmans' schilderijen worden gekenmerkt door gebalde kracht, kunde, ruimtelijk inzicht en door de intuïtie van een schilder die, uitgaande van de elementaire motieven van een stilleven of het landschap van het Pajottenland, een picturale taal ontwikkelde waarin het lokale een universele kwaliteit toegemeten kreeg. In 1931 schreef criticus Robert Vivier over het oeuvre van Brusselmans: "Uit elk object, elk gekozen detail, haalt hij de grootst mogelijke picturale winst voor de zingeving waar het schilderij naar streeft. Afkerig van de gemakkelijke en ijdele effecten, van de oppervlakkige afwerking, aarzelt de schilder niet om het skelet van zijn werk te tonen - hij maakt geen afgelikt schilderij: alles mag worden gezien want alles is gezond, logisch, afdoend. Geen 'keuken', geen clair-obscur: elk ding is autonoom, van dichtbij gezien in het licht van de waarheid."

Brusselmans kwam ooit aan de kost als uithangbordenschilder, een vak waar de zakelijke lijn primeert. Het schematiseren, het weergeven van de essentie van een object met paradoxaal transparante vettige contouren die niet het oppervlak van de dingen weerspiegelen, getuigen van een indringend vermogen de gewone dingen waar te nemen en picturaal te bezielen. In zaaltje nr. 6 van het Abbemuseum bracht Anton Herbert vier van de allerbeste schilderijen van Brusselmans als in een gerijmd kwartet samen. Zonnig Brabants landschap (1940) is een schitterend, helder schilderij waarin de lagen van het landschap lange toetsen zijn die elk detail weren ten voordele van een overzichtelijke essentie van het landschap. De 'minimale' huizen en de wolken, die voorbijglijden als vettige boogjes blauw gemengd met wit, zijn ontwapenend. De lange toetsen die bomen voorstellen, zijn handvast aangebracht en leveren het bewijs van Brusselmans' synthetische visie op de werkelijkheid.

Naast Groot winterlandschap (1939) en Appelaars in bloei (1931) is het vierde werk in dit kamertje Winter te Dilbeek, een absoluut meesterwerk. In schrale toetsen, stippen en vegen in smeuïge grijswaarden wordt de voorgrond van het schilderij haast een aandoenlijke woestijn waarin de schrale winter pakkend tot leven komt. Brusselmans herleidt de natuur hier picturaal tot een verwarrend en toch geordend geheel van exact geplaatste streepjes die langzaam opklimmen tot aan de hoge horizonlijn. Daar tekent zich een heel merkwaardig, zacht vlammend huisje af als een modernistisch bouwsel, omringd met bomen die sferisch als het ware gevangenzitten in een soort vacuüm. De ondergaande zon is een halve boog die uitdijt naar de begrenzingen van het schilderij. Dit is wereldklasse en het blijft gissen waarom men er tot op vandaag maar niet in slaagt dit oeuvre op de allerbeste internationale plaatsen te tonen. Ook de andere werken van Brusselmans, zoals het sublieme Stilleven met rode kruik (1933), Zittende jonge vrouw (1946) of het monumentale De Storm (1936) beroeren en ontroeren door de enerzijds naïeve maar tegelijk beginselvaste manier waarmee Brusselmans de essentie van zijn motieven en landschappen uitdrukt.

Jean Brusselmans: "In mijn doeken blijft een lijn een lijn; een kleurvlek of een dikke verflaag blijven wat ze zijn. De echte schilder ziet af van het trompe l'oeil-effect om een hogere waarheid te zoeken. Wat voor hem belangrijk is, is de morele kleur van het schilderij, die meteen de hele betekenis maar ook de redenering zichtbaar maakt. De kunst bestaat erin alle dingen te belichten, met inbegrip van de meest ondankbare en de meest misdeelde."

Luk Lambrecht

Een keuze uit de verzameling Tony Herbert: tot 22 augustus (dinsdag tot zondag van 11 tot 17 uur) in het Van Abbemuseum, Vonderweg 1 in Eindhoven (0031/40.2755275).'Winter in Dilbeek' (1935) van Brusselmans. (Foto RV)

Jean Brusselmans: 'In mijn doeken blijft een lijn een lijn'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234