Maandag 21/10/2019

Brussel is de toekomst

Het Vlaams Belang verwijt de drie Vlaamse stadstheaters dat ze een koers varen die te elitair, te progressief en te experimenteel is. Het zijn woorden die bekend in de oren klinken voor wie van ver of van dichtbij met het debat over kunst vertrouwd is. Maar wat betekenen ze nog? Het bijna systematisch voorkomen van aanhalingstekens en het door elkaar gebruiken van 'elitair' en 'pseudo-elitair' maken duidelijk dat deze termen niet erg bruikbaar meer zijn. Ik stel voor om een andere term te gebruiken: complexiteit.

Iedereen zal het er wel mee eens zijn dat de wereld vandaag een stuk ingewikkelder is dan die waarin onze voorouders leefden. De vraag is hoe daar mee om te gaan. In de kunst kun je op twee manieren reageren. De eerste is: we stappen er even uit, zetten onze zorgen opzij en gaan ons amuseren. We maken of zien een show, we laten ons entertainen. Daar is niets mis mee. Deze vorm van kunst bestaat en dat is goed.

Men kan ook anders reageren en dat is wat de zogenaamde moeilijke kunstenaars doen. Zij geven de complexiteit van de wereld gestalte in hun werk. Het zijn kunstenaars die geen antwoorden geven, maar vragen stellen. Soms zullen zij ons daarbij bevestigen in onze overtuigingen, maar vaker nog zullen zij onze vooroordelen onderuit halen. Zij verwerpen evidenties. Deze kunstenaars zijn mensen die zoeken en daarmee verschillen zij eigenlijk niet eens van ons, want wij zoeken allemaal, ons leven lang. De vragen van deze kunstenaars zijn vaak lastige vragen. Zij strijken tegen de haren in. We moeten dit niet als een provocatie zien, maar als een uitnodiging tot debat; niet enkel met de kunstenaar maar ook met anderen en met onszelf. Als we dat kunnen, is kunst een verrijking. Zij installeert een dialoog die geen welles-nietes is, maar een permanente wisselwerking die ons voortdurend verandert. Op die manier komt het kunstwerk in ons niet tot stilstand; het prikkelt ons en blijft ons bezighouden.

Is dit elitaire kunst? In feite is zij zeer emancipatorisch. Het is geen kunst waarbij we rustig achterover kunnen gaan zitten met een houding van: laat maar komen, entertain ons, verras ons. Wel integendeel, het is kunst die we voor de helft zelf méé moeten maken. Ze krijgt pas echt betekenis doordat we ze zelf, als toeschouwer, mee invullen. Pas dan kan ze werkelijk bestaan.

Het Vlaams Belang zet vraagtekens bij de subsidies voor de stads-theaters, maar het is net dankzij de subsidiëring dat meer mensen dan ooit kunnen genieten van theater dat in vroeger tijden alleen door een elite kon worden gezien.

Het theaterpubliek, zo wordt gezegd, is klein. Vergeleken waarmee? Het kan inderdaad niet op tegen het aantal mensen dat op een zondagavond op televisie naar bijvoorbeeld de finale van Idool zit te kijken. Dat betekent niet dat theater - omdat het per voorstelling altijd om relatief bescheiden aantallen gaat - in tegenstelling tot televisie niet gemeenschapsvormend zou kunnen zijn. Het theater is een live laboratorium voor het denken van een maatschappij. De essentie ervan is dat een aantal mensen op hetzelfde tijdstip in eenzelfde ruimte samenzit om te kijken naar wat er op de scène gebeurt. Het is een plek waar mensen in elkaars gezelschap iets méémaken - en mee-máken. Wie het publiek van één avond in alle Vlaamse theaters bij elkaar telt, zal daarbij aan een aardig cijfer komen.

Twee weken geleden vond in Brussel voor het eerst het kunstenweekend BRXLBRAVO plaats. Dit initiatief van het Brussels Kunstenoverleg was een samenwerking van 150 zowel Vlaamse als Franstalige huizen, organisaties en gezelschappen. BRXLBRAVO was een groot succes. Het bracht niet alleen een groot publiek op de been, het maakte ook dat mensen gingen kijken naar voorstellingen op plaatsen waar ze anders nooit komen. Ook inhoudelijk werkte het drempelverlagend; men ging voorstellingen zien waarvan men in andere omstandigheden zou denken 'dat het niet voor ons bedoeld is'. Zo kwam er tijdens dat weekend in het Kaaitheater voor de Lange Nacht van de Dans een in zeer grote mate Franstalig publiek opdagen - dat anders bij dansvoorstellingen toch ook al goed vertegenwoordigd is.

Opmerkelijk in Brussel is dat ook de KVS sinds enkele jaren weer week na week volle zalen trekt. En over ruim een jaar zal het in zijn gerenoveerde schouwburg eindelijk opnieuw over een zaal van 500 zitplaatsen beschikken. Wie het de laatste jaren een beetje gevolgd heeft, twijfelt er niet aan dat de ploeg van de KVS ook daar een divers programma zal ontwikkelen voor een breed publiek, zonder dat het daarbij aan kritische zin en scherpte hoeft in te boeten. En wie het een beetje gevolgd heeft, weet dat het Brusselse publiek daarop zit te wachten.

In het aan de gang zijnde debat nemen Brussel en de Koninklijke Vlaamse Schouwburg een heel bijzondere plaats in, zowel voor het Vlaams Belang als voor de kunstensector. Waarom is dat? Omdat dit stadstheater, door zijn ligging in Brussel, de plek bij uitstek is geworden die twee tegengestelde visies over de plaats van kunst in de samenleving het zichtbaarst laat botsen.

Van de Brusselse bevolking is een klein deel Nederlandstalig; de overgrote meerderheid is Frans- of anderstalig. Hoe gaat een Vlaams theater als de KVS - en overigens niet alleen de KVS - daarmee om? Het werkt vanuit die bestaande realiteit en het profileert zich dus als een plek niet alleen voor de Brusselse Vlamingen, maar voor alle Brusselaars - en dit met succes. Ik zou dan ook niet weten van welke verre planeet men moet zijn om hier te komen zeggen dat de KVS een elitair theater is. Hij is precies het tegendeel.

Volgens het Vlaams Belang zou de KVS meer 'volkseigen' moeten zijn. Maar over welk volk gaat het hier dan? Over de Vlamingen die hun cultuurtempel willen als een eiland in de stad, afgezonderd van de rest? Dat is precies wat de KVS niét wil zijn. Hij is niet exclusief bedoeld voor het ene of het andere volk, maar voor een bevolking. Is het niet prachtig dat het grootste Brusselse theater aan Vlaamse zijde samenwerkingen opzet met het grootste huis aan Franstalige kant, het Théâtre National? Dat het een plek is waar Brusselaars van allochtone afkomst niet alleen theater kunnen zien, maar ook mee kunnen máken? Dat het zich richt tot de vele Europese gemeenschappen die in de hoofdstad van Europa aanwezig zijn? Tot enkele jaren geleden was dat alles nog toekomstmuziek.

Zijn de Brusselse theatermakers daarmee slechte Vlamingen? Neen, integendeel, ik ben ervan overtuigd dat we in Brussel alleen dán goede Vlamingen kunnen zijn. En dat de KVS de 'V' in zijn naam pas dan alleen waarmaakt als het zich openstelt voor heel Brussel en de boeiende complexiteit van deze stad op de scène een gezicht geeft.

Het probleem van het Vlaams Belang is dan ook niet in de eerste plaats de KVS, maar wel de stad waarvoor dit theater symbool staat: een stad die verandert, die pluralistisch en multicultureel wil zijn. De aanval op de KVS is een aanval op Brussel en zijn bevolking die niet achteruit kijkt maar vooruit, en die van Brussel een plek wil maken waar vele verschillende culturen kunnen samenwerken en -leven. Het is de toekomst van Brussel, en er is geen weg terug.

Deze tekst werd mede ondertekend door Paul Willemsen (argos), Frederik Verrote en Dirk Seghers (Beursschouwburg), Geert Cochez (Brussels Kunstenoverleg), Oda Van Neygen en Piet De Coster (Bronks), Meg Stuart en John Zwaenepoel (Damaged Goods), Willy Thomas en Manu Devriendt (Dito'Dito), Paul Buekenhout en Ilke Froyen (Het Beschrijf/Passa Porta), Willem De Greef (Hogeschool Sint-Lukas), Hugo Vanden Driessche en Paul Corthouts (Kaaitheater), Bert Schreurs (Klarafestival), Jan Goossens en Danny Op de Beeck (KVS), Frie Leysen en Roger Christmann (KunstenFESTIVALdesArts), Luc Emiel Rooman en Marianne Cosserat (Les Bains::Connective), Valerie Wolters, Agnès Quackels en An Van der Donckt (Margarita Production), Peter Van Rompaey (Muziek-publique), Ferdinand du Bois, Trudo Engels en Elke Van Campenhout (nadine), Pablo Fernandez (Paleis voor Schone Kunsten/BOZAR), Theo Van Rompay (PARTS), Wim Embrechts en Lies Martens (Recyclart), Guy Gypens (Rosas), Filip Luyckx (Sint-Lukasgalerie Brussel vzw), Peter Vandenbempt, Youri Dirkx en Kristien De Proost (Tristero), Wim Vandekeybus en Kristien De Coster (Ultima Vez), Thomas Hauert en Ruth Collier (Zoo).

Zie ook: www.brusselskunstenoverleg.be

Johan Reyniers

De auteur is artistiek directeur van het Kaaitheater en schreef deze tekst namens het Brussels Kunstenoverleg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234