Zaterdag 31/07/2021

Column

Brussel en zijn hinterland

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Tegen het linkse consensusdenken schopt hij uit liefde voor Marx. Hij is een anti-klerikaal met een weke plek voor religie, een Vlaams-nationalist met een afkeer voor conservatisme en lid van de Gravensteen-groep. Na dertig jaar radio is Jean-Pierre Rondas met pensioen. Zijn column verschijnt tweewekelijks op maandag.

Rond Brussel, zeggen ze, ligt een hinterland. 't Is eigenlijk een rondland in 't kwadraat, want het ligt rond de périphérie, en "periferie", zo leert ons de nota van Di Rupo, is de officiële naam voor Wemmel, Kraainem, Wezembeek, Rode, Linkebeek en Drogenbos. Woon je niet daar, maar toch in de omgeving van het Brusselse Gewest, dan woon je dus in het hinterland. Dan ben je een hinterlander.

Ik blijf het een speciaal woord vinden. Doet me altijd aan een achterste denken. Deze dame, bijvoorbeeld, beschikt over een uitgebreid hinterland. Moet ik maar geen Duitse kinderrijmpjes lezen over eine kleine Dickmadam. Maar in goed Nederlands wordt het opnieuw een achterland, en dan beland ik toch weer bij het Hintern. Hoe kan je daar nu niet aan denken? Ik beveel je om nu niet aan een olifant te denken. Wel, denk dan aan het front. Vanuit het hinterland wordt het front bevoorraad, dan sneuvel je met een volle buik - maar dat is dan weer niet aan te raden. 't Is minder pijnlijk te sterven met een lege buik, zeggen ze. Als je er in geschoten wordt tenminste. Nu zijn de olifant en het achterste zeker uit je kop verdwenen, toch?

Plunderen
Rond Brussel, zeggen ze, ligt een hinterland. Vooral in de middeleeuwen had je er echt iets aan, aan dat gedacht van een hinterland. Gent ging plunderen in zijn hinterland! In Ename, Oudenaarde, Kortrijk, Brugge en Antwerpen. Expedities van Gentse vleeschouwersmilities. Al langs de baan, wij zonen van de helden. Om deze randgemeenten in de pas te doen lopen, want wij (Gent!) hadden een Artevelde en de anderen niet. Dat waren nog eens tijden. Daartoe dienden hinterlanden: om ze geregeld te zeggen waar het op stond. En dan slaan en branden en hier en daar wat verkrachten, en hopen dat je geen speer in je volle balg kreeg. Een hinterland, dat kon je bereiken met een geforceerde dagmarsj. Zo groot was dat. Eén bivak misschien. Met de passer rond Gent, dan wist je hoever je kon gaan. In de middeleeuwen tenminste.

Rond Brussel, zeggen ze, ligt nu nog altijd zo'n hinterland. Twee dagmarsjen in 't rond, meer moest dat niet zijn. De Italianen, dat waren toen onze Europese evenknieën. Die van Firenze bijvoorbeeld gingen geregeld plunderen naar Fiesole. Al wat rond Firenze lag werd de contado genoemd: het graafschap, het grondgebied rond de middeleeuwse stad, het platteland kortom. Daar moest de kernstad van leven, het was niet anders. De contadini moesten graan leveren, de kernstad bevoorraden. En omdat wij ze dwongen dat te doen, en zij dat ook deden (ze moesten wel, anders gingen we slaan en branden en hier en daar wat verkrachten), noemden we ze boeren, pummels, boerenkinkels enfin. Wat wil je, ze gedroegen zich ook als contadineschi, boers, lomp en onbehouwen. Wij stonden in dienst van de Medici. Wij van Firenze waren het Italiaanse Gent. Zij waren de boeren van rondom Gent. Zoals die van Drongen, Evergem, Oostakker of Melle.

Hedendaagse Italiaan
Rond Brussel, zeggen ze, ligt nu ook zo'n hinterland. En het is een hedendaagse Italiaan die het zegt. Niet Rocco Granata, nee. Die zingt een liedche op een ceedeetche (van Kapitein Winokio) voor mijn kleinkinderen: "Iek ben een muziekantche, en iek ben een Italiaan". Maar hij is het niet. Het is iemand die, zoals hijzelf zegt, veel van dit land heeft gekregen en die nu heel veel wil teruggeven. Misschien vergist hij zich van "land", maar Elio di Rupo dus (ik slik mijn tranen door) heeft in zijn nota nauwkeurig uitgerekend hoeveel gemeenten er tot de Brusselse contado, op één dagmarsj, behoren. Hij heeft ze opgeteld. Een, twee, drie, vier ... en hij komt tot "bijna" vijf-en-dertig gemeenten. Net alsof hij ze zelf heeft afgestapt. Misschien heeft hij zich onderweg misteld, want het ontgaat me waarom hij "bijna" schrijft. Ik heb gezien waaruit hij het heeft afgeschreven, en in zijn bronnen zijn het er echt krek vijf-en-dertig. Veel zeg! In zijn nota zegt hij dat daar 1,8 miljoen mensen wonen. Ook veel, hé? Allemaal contadini, achterlanders, die gelukkig zijn in functie te staan van de Ware Stad, Bruxelles Mon Amour, het multiculturele Jeruzalem (dat heeft zijn vriend Filippo di Pavia hem verteld). Daarrond cirkelen alleenlijk mensen die hun plaats kennen.

Zou rond Brussel echt zo'n hinterland liggen? Ik denk het niet. Toch wil Elio in zijn nota datgene wat allang niet meer bestaat consolideren, vergrendelen en betonneren. Wil iemand hem asjeblief vertellen dat we in de 21ste eeuw leven, en dat tegenwoordig geen enkele plek nog het hinterland is van een andere plek? Er zijn geen feodale contado's meer. Finita la commedia. Basta. Capito?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234