Maandag 28/11/2022

Brussel, een stad als een slagveld

Brussel en stedenbouw, het blijft een vreemd koppel. Een tentoonstelling over 100 jaar urbanisme in de hoofdstad bewijst dat ten overvloede.

Er bestaat een onvertaalbaar woord voor de kaalslag die onze hoofdstad al een eeuw teistert: Bruxellisation, of de kunst van het vernielen van een stad in vredestijd. Een documentaire tentoonstelling in het Centre International pour la Ville, l'Architecture et le Paysage brengt de periode vanaf 1910 in kaart.

Eigenlijk is het jammer dat de chronologische expositie, die naast panelen met foto's en plannen ook unieke tekeningen en maquettes uit de Archives de l'Architecture Moderne omvat, pas in 1910 start. Ook de ondertitel 'Het lot van een hoofdstad op zoek naar identiteit' zou efficiënter ingevuld worden als je er meteen de tweede helft van de 19de eeuw bijneemt. In die tijd werd Brussel even grondig vertimmerd door verlichte burgemeesters als Anspach en Buls als door koning Leopold II. Deze heren hoefden het niet met elkaar eens te zijn om de hoofdstad te transformeren tot een elegant decor, dat burgerlijke trots en volksverheffing moest uitstralen. Natuurlijk werden ook in die tijd hele wijken met de grond gelijk gemaakt en arme drommels uit hun huizen verjaagd, maar er zat tenminste methode in de waanzin. Ambitie ook, visie en vakkennis. En - tenminste voor wat de beide burgemeesters betreft - liefde voor hun stad, die als een levend organisme met een duidelijke identiteit werd geconcipieerd.

Hebzucht

Net na de Eerste Wereldoorlog hing er nog wel wat utopische overmoed in de lucht, maar met de Expo 58 was het hek van de dam. Wat de stad toen overkwam, was doorgaans gefragmenteerd en werd aangedreven door de slechtst denkbare motor: hebzucht. Vandaar het beruchte bon mot dat de Brusselse tragikomedie perfect samenvat: wat het bombardement van Lodewijk XIV in 1695 niet vermocht, werd in een handomdraai gerealiseerd door de stedenbouwers van de 20ste eeuw. Het breken en bouwen is sindsdien nooit opgehouden. En ja: wie in deze expositie de karrenvracht niet-uitgevoerde projecten bekijkt, beseft dat het nog veel erger had gekund.

In de jaren 20 werd er tenminste nog aan een nieuwe wereld getimmerd. Na de Wereldtentoonstelling van 1910 werd rond Brussel een krans van tuinwijken aangelegd, met fijne huisjes en gemeenschapsvoorzieningen met socialistische inslag. Inspiratiebronnen waren zowel Engelse cottages als strak modernistische volumes. De tuinsteden werden ingeplant bij de terminus van tramlijnen. Zo ontstond een rode gordel rond het centrum. Lang duurde de kleinschaligheid niet. Rond 1930 sloeg de generatie Le Corbusier toe met grootse plannen voor het centrum, waar de Noord-Zuidverbinding sowieso een open wonde zou slaan. Alles moest weg. Een fotomontage uit 1929 van Stanislas Jasinski is misschien wel het meest huiveringwekkende pronkstuk van de tentoonstelling: vlak naast de Beurs verrijzen drie torens van elk dertig verdiepingen. Tien jaar later begint het touwtrekken rond het Rijksadministratief Centrum bij de Congreskolom, een onderkomen voor maar liefst 10.000 ambtenaren. Eerst werd gedroomd van een neoromeins paleis, maar uiteindelijk verrees de mastodont die intussen ontmanteld is. De gekste denkoefeningen zagen het licht: vlak voor de oorlog wilde iemand een stuk van de Sint-Hubertuspassage slopen en de Beenhouwersstraat verbreden, terwijl er rond de kathedraal een pseudomiddeleeuwse wijk zou aangelegd worden. Renaat Braem, van wie hier prachtige ontwerptekeningen te zien zijn, schetste in 1931 enkele fascinerende ontwerpen voor een Centraal Station. Op een ervan slaat de regen ons in het gezicht. In de jaren 70 waren promotoren als Charly De Pauw en zijn politieke bondgenoten aan zet, met een faraonische Noordwijk als gevolg. Wie er vandaag werkt, is al lang blij als hij niet wegwaait of na zonsondergang over een prostituee struikelt. Het lijkt wel alsof de ongeremde grootschaligheid van de gebouwen in zijn eentje verantwoordelijk is voor de mislukking van het contemporaine urbanisme. Kijk naar de Europawijk, naar de buurt rond het Zuidstation of naar de skyline van de Wetstraat zoals Christian de Portzamparc ze onlangs heeft uitgetekend. Van 500.000 vierkante meter kantoren gaat het op die plek naar 730.000. De zakjapanners van de projectontwikkelaars zijn nog altijd niet uitgeteld, maar de stad is het al lang.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234