Donderdag 17/06/2021

Ebola

Brussel, centrum van de strijd tegen ebola

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Het Brusselse kantoor van Artsen Zonder Grenzen groeide de jongste maanden uit tot het wereldwijde hoofdkwartier van de oorlog tegen ebola. Hier stomen honderden hulpverleners zich klaar om naar het rampgebied te vertrekken. Wereldleiders bellen in paniek naar Jette om te vragen hoe de moordende ziekte kan worden bestreden.

Het hoofdkwartier van Artsen Zonder Grenzen België in Jette. Doorgaans heerst er in de wandelgangen van dit gebouw een beheerste drukte. Verschillende cellen houden zich hier elke dag bezig met operaties in conflicthaarden en rampgebieden: Oost-Congo, Syrië, Haïti, Afghanistan. Maar sinds de ebola-uitbraak in West-Afrika hangt er extra stress in de lucht. AZG is voorlopig de enige ngo die ebolahospitalen runt in het rampgebied waar de epidemie al minstens 2.300 doden maakte. De organisatie stuurde 210 expats naar de getroffen regio die samen met 1.650 nationale hulpverleners tachtig procent van de besmette patiënten proberen te redden. VN-instanties en westerse landen, die meestal de leiding nemen bij dit soort catastrofes, hielden zich letterlijk op veilige afstand. "Door primaire angst, gebrek aan kennis en onverschilligheid", hoor je bij boze AZG'ers.

De ongewilde monopoliepositie zorgde ervoor dat het kantoor in Jette uitgroeide tot het wereldwijde hoofdkwartier van de oorlog tegen ebola. Vanuit dit gebouw vertrekken verplegers, dokters en hygiëne-experts naar Liberia, Sierra-Leone en Guinee en verscheepten operationele planners 422 ton hulpgoederen, waaronder 90.000 beschermende overalls en 4.000 lijkzakken. Europese ministers, Afrikaanse presidenten en VN-toplui hangen bijna dagelijks aan de lijn om advies te vragen. Deze week nog komt een negenkoppige Franse regeringsdelegatie op bezoek om zich over de ziekte te informeren en te achterhalen op welke manier Frankrijk het best kan bijdragen om ebola te bestrijden.

Er is ook een grote vraag naar medische-trainingen: op de site van Tour & Taxis in Brussel runt AZG het belangrijkste ebolatrainingscentrum ter wereld, waar dokters en verplegers in bloedhete beschermingspakken leren omgaan met deze uitzonderlijk agressieve ziekte. De trainingstaferelen lijken net echt: gezondheidswerkers die in opperste concentratie en onder de nodige stress hun beschermende kledingsstukken aan- en uittrekken en door een strenge instructeur worden afgesnauwd als ze even in de fout gaan. Eens in Liberia of Sierra Leone kent het virus geen genade voor kleine slordigheden.

De organisatie is overstretcht en draait in het rood, daarvan maakt niemand in Jette een geheim. Directeur Christopher Stokes: "We zitten in de vreemde situatie dat we alleen staan in deze oorlog tegen ebola. We moeten overal tegelijk vechten. We proberen mensenlevens te redden, maar moeten ook de zeer besmettelijke lijken van straat halen. En daarnaast voeren we een wereldwijd diplomatiek offensief om Barack Obama, de Europese Unie, de Wereldgezondheidsorganisatie, maar ook China en Rusland aan te sporen om gezamenlijk front te vormen tegen de epidemie. Tot voor enkele dagen deden zij zo goed als niets en moesten we hen afschilderen als de 'coalitie van de passieven'."

undefined

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Panikeren

Bertrand Draguez, medisch directeur bij Artsen Zonder Grenzen. "We zijn wel wat gewend, maar dit is echt een crisis zonder voorgaande. Toen we in april merkten dat ebola zich van het drielandenpunt tussen Liberia, Sierra Leone en Guinee naar de hoofdsteden had verplaatst, wisten we dat er een absolute noodsituatie was ontstaan. In een stad als Monrovia leven de mensen zo dicht op elkaar dat een besmettelijke ziekte als ebola zich snel kan verspreiden. Toen al verkondigden we dat dit een crisis zonder precedent zou worden. De Wereldgezondheidsorganisatie was daarover zeer ontstemd. 'Jullie panikeren en maken de mensen nodeloos ongerust', kregen we te horen. 'Jullie moeten de communicatie over ebola aanpassen.' Ze vergisten zich schromelijk."

Het feit dat er tegen ebola nog geen bruikbare behandeling of vaccin bestaat, zorgt bovendien voor een ongelijke strijd. "Tegen een hongersnood en een cholera-uitbraak kun je vechten", aldus Draguez. "Je beschikt over noodvoedsel en medicijnen. Maar tegen ebola voeren we een oorlog zonder wapens. En ook de verzorging van zieken verloopt moeizaam en traag. Gezien het besmettingsgevaar moeten onze mensen bijzonder strenge veiligheidsvoorschriften respecteren. Een onoplettendheid bij het uitdoen van de beschermende kledij kan al fataal zijn. Omwille van de hitte in landen als Liberia, kun je niet langer dan veertig minuten in zo'n beschermend pak rondlopen. Er is enorm veel werk, de patiënten zijn in levensgevaar, je wil non-stop doorwerken, maar je kunt niet anders dan je werktijden beperken. Dat is zeer frustrerend."

In de AZG-hoofdzetel tref je dezer dagen ook veel medewerkers die naar het ebolagebied vertrekken, of net terug zijn van hun missie. De Australiër Brett Adamson werkte de hele maand augustus in de ebolakliniek van Monrovia. Hij was erbij toen de situatie uit de hand liep en Artsen Zonder Grenzen aan de poort van het overvolle hospitaal ebolaslachtoffers moest weigeren.

"We hadden de capaciteit van onze kliniek al meermaals uitgebreid, maar op een bepaald moment konden we echt niemand meer binnenlaten. Tegen al onze principes in moesten we doodzieke mensen weer de gemeenschap insturen, waardoor nog meer mensen besmet zouden raken. Een man die met een taxi naar het hospitaal werd gebracht, stierf een dag later in diezelfde taxi, die voor onze poort geparkeerd stond. Een vrouw ging onder een boom zitten, waar ze enkele uren later stierf. Er waren momenten dat er tegelijk vier à vijf ambulances arriveerden met telkens een vijftiental patiënten aan boord. Sommigen waren onderweg gestorven."

Voor de eerste keer in zijn bestaan moest Artsen Zonder Grenzen een verbrandingsoven naar een rampgebied verschepen. Met dat sinistere toestel kunnen per dag vijftig lijken verbrand worden. "Ik werkte al voor AZG in Ethiopië, Afghanistan, Zuid-Soedan en Libanon, maar Liberia was het allerzwaarst. Meestal is het zo dat wanneer je als hulpverlener hard werkt, de ellende afneemt. Maar in Monrovia werken we keihard en de chaos wordt almaar groter. En op het einde van je missie ben je kapot en heb je rust nodig. Maar je voelt je schuldig om te vertrekken. Het voelt slecht om een catastrofe achter te laten. Een collega vertelde me na zijn missie: 'Ik heb geen enkel mensenleven gered, ik heb enkel doden geteld.' Dat zegt genoeg."

Nu hij in Brussel even op adem kan komen, beseft Brett ten volle hoe alleen hij en zijn ploeg deze gevaarlijke strijd moeten voeren. "Ik ben geschokt. Toen ik in Monrovia was, ging ik ervan uit dat de westerse landen en internationale instanties in deze noodsituatie hun verantwoordelijkheid zouden nemen. Ik heb me vergist."

undefined

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Lobby

De verontwaardiging over de afwezigheid van andere hulporganisaties in het rampgebied is algemeen op het hoofdkantoor van AZG. Voorzitter Meinie Nicolai is ook net terug uit Liberia en Sierra Leone. "Dit is echt een drama, maar de wereld heeft het nog niet begrepen. Ebola is niet enkel een ziekte die meer dan tweeduizend doden heeft gemaakt, deze catastrofe ontwricht ook de hele samenleving. Dat komt omdat naast familieleden vooral gezondheidswerkers slachtoffer zijn. Zowel families als de gezondheidsstructuur - peilers van een maatschappij - zijn zwaar getroffen. Verplegers en dokters weigeren uit angst voor besmetting nog naar hun werk te gaan, waardoor tal van hospitalen hun deuren sluiten.

"Dat betekent dat ook vrouwen die moeten bevallen, slachtoffers van een auto-ongeval of mensen met malaria niet meer in een ziekenhuis terecht kunnen, onverwacht in levensgevaar komen en sterven. Ik kende iemand die was uitgegleden in de badkamer, daardoor een hoofdwonde had opgelopen en uiteindelijk is gestorven omdat alle ziekenhuizen dicht waren."

Directeur Christopher Stokes: "We zitten in een oorlogssituatie. Ook de economie van landen als Liberia wordt zwaar getroffen. Buiten Brussels Airlines en Air Maroc vliegen er geen luchtvaartmaatschappijen op Monrovia. De grenzen zijn dicht, de haven van Monrovia dreigt stil te vallen. Ik was vorige week nog op bezoek bij de Liberiaanse presidente Ellen Johnson Sirleaf. 'Dit is een oorlog', zei een van haar ministers. 'We zitten op de rand van de afgrond. Onze samenleving is in elkaar aan het zakken.'"

Mede dankzij een intensieve lobbycampagne van Artsen Zonder Grenzen bij Afrikaanse en westerse politieke leiders, komt er de jongste dagen eindelijk beweging aan het ebolafront. President Obama kondigde een interventie aan met 3.000 troepen die voor 1.700 speciaal uitgeruste bedden zullen zorgen. Stokes reageert opgelucht op deze aankondiging en stelt vast dat ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in actie schieten. "Alleen hoop ik dat de Amerikanen zich als hulpverleners gaan gedragen en niet met wapens aan 'crowd control' gaan doen. Dat zou een totaal verkeerd signaal zijn."

Stokes stelt ook vast dat de mensen in getroffen gebieden steeds beter op de hoogte zijn van de ziekte en zelf ook hygiënische voorzorgen beginnen nemen. "Dat kan mogelijk voor een kentering zorgen." Wat niet wegneemt dat de ongerustheid bij Stokes en zijn collega's enorm blijft. "We hebben ook ebolagevallen vastgesteld in de Sierra Leonese hoofdstad Freetown en dat is bijzonder slecht nieuws. Ebola zit opnieuw in een grote stad. Wij dringen er dan ook op aan om deze strijd niet met minimale middelen te voeren, maar met de grote middelen. Als we te traag en te zwak reageren zal de mens deze strijd tegen ebola niet winnen."

undefined

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234