Zondag 23/02/2020

Brussel, Bosvoorde, Parijs, Amsterdam. Het zijn plaatsen die steevast opduiken in het levensverhaal van de jonggestorven schilder van het zinderende licht, Rik Wouters (1882-1916). Maar Wouters werd geboren in Mechelen, waar zijn vader een groot meubelatelier had en Rik de stiel leerde. In Lamot werpt Rik Wouters & co. een licht op die vergeten periode. Hoe belangrijk is Mechelen voor de kunstenaar geweest?

Mechelen wil al langer de band met een van zijn beroemdste zonen aanhalen. De stad voert een actieve aankooppolitiek en heeft onlangs twee bustes van de kunstenaar verworven. In de zomer van volgend jaar krijgt het beeld Huiselijke zorgen van Rik Wouters een prominente plaats op het heraangelegde Sint-Romboutskerkhof. Dit najaar strijkt de vermaarde Rik Wouterscollectie van het gesloten Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen voor langere tijd neer in het Mechelse Schepenhuis. En vandaag opent in het congres- en erfgoedcentrum Lamot de kleine maar fijne tentoonstelling Rik Wouters & co. Beeldhouwers in Mechelen, die enkele mooie vondsten presenteert. Dat is de verdienste van curator Kurt De Boodt, die voorts wil nagaan wat de invloed van Mechelen en zijn meubel- en beeldhouwtraditie op de kunstenaar is geweest: "Ik wil laten zien uit welke context Rik Wouters kwam."

Mechelen is in de biografie van Wouters nooit prominent aanwezig geweest. Daar zit Hélène 'Nel' Duerinckx voor iets tussen, zijn echtgenote - of beter: de vrouw van zijn leven. Nel was zijn muze, model en 'moeke', zoals Wouters haar noemde. Nel hield niet van Mechelen en kwam er ook niet graag. Voor haar, als Franstalige Brusselse, speelde het artistieke leven zich in de hoofdstad af.

Zij overleefde Rik Wouters vele decennia: ze stierf in 1971 op 85-jarige leeftijd. Dankzij haar weten we veel over Wouters. Ze schreef tientallen jaren na zijn dood, in 1944, zijn biografie. Ook dankzij haar is er veel van zijn werk bewaard gebleven. Maar ze heeft ook streng gewaakt over zijn erfenis en beeld, en heeft nogal wat feiten naar haar hand gezet. In haar verhaal is Mechelen weinig belangrijk of komt de stad voor als een bekrompen plek. De huidige expositie in Lamot en de Rik Woutersbiografie van Eric Min, die eind deze maand verschijnt, nuanceren dat beeld.

Toonaangevend

Schilder, tekenaar, etser en beeldhouwer Henri 'Rik' Wouters werd in 1882 in Mechelen geboren als zoon van meubelmaker Emile Wouters. Mechelen was toen nog een florissante en toonaangevende meubelstad. Als twaalfjarige gaat Rik, samen met nogal wat vrienden, aan de slag als leerjongen bij zijn vader. In het atelier, dat de eerste stap richting kunstenaarschap is, zijn ook Riks neef Frans Wouters, zijn latere leermeester Theo Blickx en de drie broers Wijnants aan het werk. "Het moet een stimulerende omgeving zijn geweest", meent Kurt De Boodt.

De jonge mannen kappen ornamenten voor meubels, mooie koppen en later ook zelfstandige beelden in hout. In de tentoonstelling zijn fraaie voorbeelden te zien van het zeer klassieke snij- en kapwerk in hout, soms nog in de zestiende-eeuwse traditie van Hans Vredeman de Vries: drie houten fotokaders van vader Wouters, een fijn uitgewerkt Mercuriushoofd van Frans Wouters en het oudst bekende sculptuurtje van Rik Wouters zelf: een zeer klassiek uitgewerkt houten kopje van zijn schoonzus Maria De Prins, vermoedelijk uit 1899-1900.

Maar Wouters is geen simpele jongen. Hij is somber en in zichzelf gekeerd en loopt soms weg. Aan de Mechelse academie ontfermt de gedreven leraar Theo Blickx zich over Wouters en Ernest Wijnants. Hij laat hen veel en snel werken. "Rik krijgt bijna privéonderwijs", vertelt De Boodt. "Blickx heeft veel tijd in Rik gestoken. De zeven jaar oudere Blickx kende zijn stiel, maar heeft, in tegenstelling tot Rik, de overgang naar het modernisme niet gemaakt."

Wouters voelt al snel meer voor het boetseren met klei dan voor het kappen in hout. De relatie met Blickx is zo goed dat Wouters rond die tijd een portret van hem maakt in houtskool. In 1900 poseert Wouters als de naakte Abel voor het mythologisch bas-reliëf Adam en Eva bij het lijk van Abel, dat Blickx in de academie van Antwerpen maakt voor de Prix de Rome. Negen jaar later waagt Wouters zelf zijn kans voor die onderscheiding. In Mechelen is een schitterende foto te zien van Wouters op zijn klompen in de Antwerpse academie, omringd door Georges Vantongerloo, Oscar Jespers en Nante Wijnants. Hij maakt er het opdrachtwerk Bezorgd- heid, een zelfportret in gips dat zelden te zien is geweest.

In 1900 trekt Wouters naar de academie van Brussel. Hij leert er Edgard Tytgat en Ferdinand Schirren kennen, en vooral diens toenmalige liefje, Nel Duerinckx, die later zijn vrouw, geliefkoosd model en muze zal worden. Rik laat Mechelen dus al vroeg achter, maar blijft tot aan de Eerste Wereldoorlog contact houden met stad, familie en vrienden. Daarvan getuigen de vele stadsgezichten die in Lamot te zien zijn, zoals een vroeg schilderij De schilder op de Hoogbrug, een aquarel van diezelfde brug, enkele etsen van de Sint-Romboutstoren en een olieverfschilderij van de Mechelse Kruidtuin. Uit acuut geldgebrek trekken Rik en Nel na hun huwelijk in 1905 trouwens vijftien maanden in bij vader Wouters in Mechelen.

Op de expo is een opmerkelijke vondst te zien: het beeld Hurkend naakt van Schirren, waarin we zonder al te veel fantasie Nel kunnen herkennen. Poseerde ze nog voor Schirren nadat ze al met Wouters was? Mooi zijn ook de ingekleurde houtsnedes die Tytgat later maakte als eerbetoon aan zijn vriend Rik. Van de hand van Wouters staan er dan weer twee bronzen koppen die Tytgat uitbeelden.

Oneffenheden

Langzaam zien we hoe Wouters in de beeldhouwkunst zijn draai en stijl vindt. In het midden van de zaal staan als getuigen bekende werken als Dromerij en Huiselijke zorgen, telkens met Nel als model. Geboetseerd met de vingers en met het licht dat op talloos veel oneffenheden reflecteert.

Nog een trouvaille is het oudst bekende beeld van Rik waarvoor Nel model stond, De nimf (1904-'05), dat in Mechelen mooi geconfronteerd wordt met een geschilderd zelfportret. "Het gips van De nimf heeft hij meegenomen uit Bosvoorde naar Mechelen. Het is bij vader Wouters achtergebleven. Helaas is alleen de bovenkant bewaard", zegt De Boodt.

Hoe belangrijk zijn band met Mechelen is gebleven, mag blijken uit vier portretten die Wouters schildert van zijn jeugdvriend Ernest Wijnants, die samen met Rik en Nel in 1912 de belangrijke reis naar Parijs maakt. Daar ziet Wouters voor het eerst de schilderijen van Cézanne, Renoir en Matisse in het echt, en dus in kleur. Tot dan toe had hij zich moeten behelpen met slechte zwart-witreproducties. 1912 is trouwens een jaar waarin Wouters een uitzonderlijke productie aan de dag legt: vijftig à zestig schilderijen en honderden tekeningen. Hij is ervan overtuigd: hij moet "schetsend schilderen". Geestdriftig, vurig, koortsig. Alsof hij voelt dat hij een strijd tegen de tijd levert. Dat hij niet lang zal leven. Dat hij moet kijken en kijken om het vliedende licht in al zijn rijkdom te vatten. In sculpturen en schilderijen.

De Wereldoorlog, de vreselijke internering in Nederland en de nog dramatischere kaakbeenkanker worden in deze tentoonstelling niet belicht. Het gaat om de wortels van de kunstenaar als jonge meubelmaker in Mechelen. In één ruimte maar met veel werk dat fraai opgesteld staat, terwijl her en der de stemmen van Rik, Nel, Theo Blickx et les autres weerklinken.

"Kunst wordt door invloed doorgegeven", vond Rik Wouters. Mechelen was voor hem belangrijk, maar op een bepaald moment heeft de eigenzinnige, gedreven kunstenaar in hem toch een hoge, unieke vlucht genomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234