Zondag 25/08/2019
Bruno Wyndaele: ‘De mensen zien graag dat je jezelf bent op tv. Niet evident, want ik ben niet altijd zo'n aangename mens.’

Interview Bruno Wyndaele

Bruno Wyndaele: ‘Een programma als ‘De mol’ zou vandaag niet meer gelanceerd worden’

Bruno Wyndaele: ‘De mensen zien graag dat je jezelf bent op tv. Niet evident, want ik ben niet altijd zo'n aangename mens.’

Deze zomer heerst nostalgie op uw tv. In volle primetime toont Eén oude afleveringen van F.C. De Kampioenen, mét Oscar Crucke en de nog cannabisvrije Pico Coppens. Bij VTM wordt Lili en Marleen van onder het stof gehaald en VIER splitst ons herhalingen van Komen eten in de hongerige maag. Niemand schrikt nog van een schrale tv-zomer, maar volgens Bruno Wyndaele, voorzitter van de beroepsvereniging voor tv-producenten, is er meer aan de hand: ‘De zenders zijn op het rempedaal gaan staan, en ze gaan hun voet er niet snel meer afhalen.’

Sla je niet te snel in paniek? De tv-zomer is toch altijd magertjes geweest?

“Omdat we er al jaren aan gewend zijn, zien we het probleem niet. Als je een kikker in een pot kokend water gooit, springt hij eruit. Laat je het water langzaam opwarmen, dan blijft hij zitten. ‘Ach, het is zomer, er is niks op televisie’, denkt de kijker. Maar het uitzendschema oogde nooit zo mager. De drie grote zenders – Eén, VTM en VIER – lossen de rol. Niet om ons te pesten, maar omdat ze de centen niet meer hebben. En het is nog maar de vraag of het na de zomer beter wordt.”

Waar knelt het schoentje?

“Vroeger betaalden de kijkers voor hun tv-programma’s aan de rechtmatige begunstigden: de zenders en de makers. Bij de openbare omroep via belastinggeld, bij de commerciële omroep door naar reclameboodschappen te kijken, die de zender dan in inkomsten vertaalde. Met dat geld werden producenten betaald om tv-programma’s te maken. Vandaag staat dat model op de helling: de dotaties voor de openbare omroep zijn gezakt en reclame kun je makkelijker negeren dan ooit. Maar dat laatste kan enkel omdat je bij een abonnement van Telenet of Proximus een toestelletje krijgt waarmee je kunt doorspoelen. En dat abonnementsgeld vloeit níét terug naar de zenders. De kijker betaalt dus wel, maar niet aan degene die de programma’s maakt.”

Ik dacht dat distributeurs als Proximus en Telenet wel een bijdrage betaalden.

“Slechts in heel beperkte mate. En de internetproviders dragen al helemaal niks bij. Nochtans verspreiden die ook audiovisuele inhoud: breedbandinternet dient niet om een mailtje naar je moeder te sturen, hè. Maar wie op internet naar tv kijkt, betaalt aan Mobile Vikings, Base of Orange. En dat geld komt nooit bij de makers terecht.”

Maar vroeger kreeg een productiehuis enkel geld van de zender, nu zijn er het Vlaams Audiovisueel Fonds en de taxshelter. Zijn die budgetten dan niet voldoende?

“Neen. Omdat er veel meer tv-programma’s dan vroeger moeten worden gemaakt. Vroeger kon een zender het zich permitteren om House M.D. in de late primetime uit te zenden. Dan had men 500.000 kijkers, dat is nu ondenkbaar. The Bold and the Beautiful was ooit dé trekker van het VRT-nieuws. Na omzwervingen bij VTM en VIJF zit dat nu ergens op een digitale zender (Eclips TV, red.). De kijker wil vandaag veel meer programma’s van eigen bodem en die moeten allemaal uit diezelfde pot gefinancierd worden.”

Maar moeten we per se Vlaamse programma’s willen maken? Veel mensen kijken liever naar Game of Thrones dan naar Tabula rasa.

“Dat is uit cultureel oogpunt heel belangrijk. Door televisie te maken met onszelf in de hoofdrol kunnen we aan de wereld tonen: zo leven wij, dit is Vlaanderen. Denk de televisie even weg. Hoe weet je dan – los van de taal – het verschil tussen een Vlaming, een Nederlander of een Brit? We zitten immers allemaal in dezelfde koffiebars dezelfde groene thee en espresso’s te drinken. Televisie is het venster op de wereld, maar vooral op onszelf. Het zijn programma’s zoals Familie, Iedereen beroemd en De slimste mens die tonen hoe wij Vlamingen in elkaar zitten. Kijk je naar de Zweedse reeks Wallander, dan weet je meteen: dat zijn wij niet. Niet alleen omdat ze een andere taal spreken, maar ook omdat ze zich anders gedragen.”

“We kunnen inderdaad alles uit het buitenland importeren. Er worden prachtige Scandinavische en Britse fictiereeksen gemaakt. Maar dan wil ik dat wel uit de mond van onze beleidsmakers horen: ‘Je hebt dat niet nodig, die Vlaamse programma’s. Kijk maar naar de Australische versie van Blind getrouwd. We zullen het voor jou wel ondertitelen, en voor de kindjes dubben.’ Willen ze dat níét, dan moeten ze maatregelen nemen. En we vragen geen extra subsidies of belastingen, alleen dat wie aan het exploiteren van tv-programma’s verdient, daar ook voor betaalt. In Frankrijk gebeurt dat al, terwijl ze daar een veel grotere afzetmarkt hebben. Ons taalgebied is veel kleiner en toch zijn we minder beschermd. Dat klopt niet.”


Wijn van Hitler

Waar loopt het fout?

“De perceptie leeft dat alles op wieltjes loopt. ‘Kijk eens naar Tabula rasa en De dag, wat een successen!’ Wat men er niet bij vertelt, is dat die reeksen vijf à zes jaar geleden besteld zijn. Vandaag liggen de kaarten helemaal anders. De bestellingen zijn schaarser geworden en men moet met minder middelen zo’n reeks zien te maken.”

Tv-maker Eric Goens ziet het probleem niet. Volgens hem leven de productiehuizen gewoon boven hun stand. Heeft hij gelijk?

“Ik weet het niet. Kent Eric Goens de productiehuizen?”

Hij heeft er toch zelf één, Het Nieuwshuis?

“Dan zal hij zelf boven zijn stand leven, zeker? Als je jezelf kent, ken je de halve wereld, zei mijn grootmoeder.” (glimlacht)

Hij raadt productiehuizen aan om te specialiseren. Nu willen ze alles doen – entertainment, fictie, documentaires – en gaan ze overkop. Heeft hij geen punt?

“Het zal me worst wezen dat productiehuizen overkop gaan. Daar gaat het helemaal niet over. We trekken aan de alarmbel omdat we met de huidige financiële middelen niet meer dezelfde kwaliteit en kwantiteit kunnen leveren. Of je nu specialiseert of niet, of je nu één of honderd productiehuizen overhoudt, de inkomsten staan zodanig onder druk dat we met z’n allen het nieuwe tv-aanbod niet meer gemaakt krijgen. Dát is het probleem, de rest is zever in pakskes, want ook de zenders zitten in de penarie. Denk je dat die met plezier drie maanden herhalingen van Komen eten of F.C. De Kampioenen uitzenden? Je wéét dat je je kijkers daarmee wegjaagt. Zo kunnen ze rustig Netflix of Amazon Prime gaan ontdekken. En als je pech hebt, zie je ze niet meer terug. Op lange termijn hebben zelfs de distributeurs het vlaggen, want waarom zou je nog een Telenet-abonnement nemen als er geen programma’s meer gemaakt worden die je aanstaan?”

Bij VTM pleit men al een paar jaar om het doorspoelen van opgenomen programma’s te verhinderen.

“Daar wordt aan gewerkt, maar het lost het probleem maar gedeeltelijk op. De reclamebudgetten zijn al een tijdje gedaald omdat de koek tussen verschillende spelers gedeeld wordt. Vroeger had een commerciële tv-zender het monopolie op reclamespots, nu zou een marketeer wel gek zijn om geen budget aan Facebook of Google te spenderen.”

Je kunt je afvragen of het medium tv nog een lang leven beschoren is. ‘Als tv-maker kan ik niks maken waar mijn kinderen van houden,’ zei je vorig jaar in Humo. ‘Een programma met een begin, midden en einde dat langer dan 5 minuten duurt, daar zijn ze niet voor te vinden.’

“Tieners blijven geen tieners. Het kijkgedrag van die digital natives zal wel afwijken van het onze, maar ik denk niet dat ze gaan blijven kijken naar tutorials over hoe je oorbellen insteekt. Ze zullen kieskeurig worden en naar kwaliteit streven. Ook op YouTube.”

Maar tv-marketeers zijn vooral in jongeren geïnteresseerd, en die zitten op hun laptop naar YouTube of Netflix te kijken. Niet naar televisie.

“Hmm, marketeers zijn het meest geïnteresseerd in de leeftijdscategorie 18 tot 54, dat zijn al vrij oude pubers. Misschien richten ze in de toekomst hun pijlen zelfs op een ouder kijkpubliek. Vergeet niet dat de traditionele manier van tv-kijken nog steeds haar voordelen heeft. Wie Netflix kijkt, weet dat je er soms door de bomen het bos niet ziet. Er komt immens veel op je af. Een zender heeft het voordeel dat hij als gids fungeert. In primetime worden de programma’s in de etalage gezet die het grootste deel van de kijkers zullen waarderen. Als dat gegeven verdwijnt, krijgen de tv-makers er een zeer grote uitdaging bij: zorgen dat de kijker hun programma weet te vinden in dat oerwoud.”

“Maar goed, er kijken nog steeds een miljoen mensen live naar Thuis, dus ik denk niet dat dat al voor morgen zal zijn.”

Op de televisiebeurs in Cannes gooiden we hoge ogen met onze fictiereeksen Undercover en Studio Tarara. Hoe verklaart u dat de kwaliteit zo gestegen is?

“Om te beginnen worden er meer fictiereeksen gemaakt dan vroeger. Als je tien keer schiet in plaats van één keer, heb je meer kans om in de roos te zitten. Maar er is ook een keerzijde aan het succes. Iedereen wil steeds méér en betere fictie. Er zijn honderden tv-kanalen die allemaal kwalitatieve inhoud nodig hebben. Het monster moet gevoed worden. En daarvoor is het geld er niet meer. Net op het moment dat de Vlaamse tv-programma’s scoren in het buitenland, gaan we de rol moeten lossen. Dat is doodjammer.”

Het valt op dat de Vlaamse zenders liever in fictie dan in nieuwe tv-formats investeren. Hoe komt dat?

“Geen idee. Een nieuw tv-format flopt misschien makkelijker dan een fictiereeks? Bovendien is de nood aan vernieuwing bij fictie groter. Mensen kijken met plezier vijftien jaar naar De slimste mens. Ik zie Salamander of Professor T. niet zo lang meegaan. De zenders vermijden ook steeds meer risico’s. Als VTM The Voice in het buitenland koopt, komt dat met een garantie voor succes. Het werkte elders al, dus zal het bij ons ook wel marcheren. Zie ook Blind getrouwd, Komen eten en zelfs De mol. Een nieuw tv-format is altijd afwachten. Vooral de commerciële zenders houden niet van dat risico. De VRT kiest trouwens de laatste tijd ook minder voor het klassieke tv-format. Daar speelt men meer op ‘de beleving’ of ‘persoon X vertelt een verhaal’, zoals Arnout Hauben die naar Santiago de Compostella stapt.”

Jij hebt je nu ook op fictie gestort, je productiehuis Mockingbird gaat dit najaar de dramaserie Een goed jaar maken. Klopt het dat de reeks over de wijnkelder van Adolf Hitler gaat?

“Min of meer. Vier mensen die in een doodlopend straatje beland zijn, vinden in een oude kelder toevallig wijnflessen uit 1937. Ze besluiten een zwendel op te zetten door te verkondigen dat het Hitlers wijn is. Maar zoals dat gaat, loopt één en ander niet van een leien dakje.”


Tafel met 4 stoelen

Heb jij de laatste jaren vernieuwende televisie op onze zenders gezien?

“Ik word als oudere tv-maker niet snel meer verrast. En daar schuilt een gevaar in, namelijk dat je bij elk idee voor een nieuw format zegt: ‘Neen, dat hebben we al gedaan.’ Die houding is fout. Neem nu Control Pedro en Is er een dokter in de zaal?: dat zijn superklassieke panelprogramma’s, maar ze werken wel. Tv-makers hebben de neiging om alles anders te willen doen en de vraag is of dat wel nodig is. Al die jaren dat we onze hersenen pijnigden om een genre te vernieuwen, waren dus zinloos.” (lacht)

‘Denk je dat de zenders met plezier drie maanden herhalingen van 'Komen eten' uitzenden?’, zegt Wyndaele.

Om een tv-format te bedenken, moet je inderdaad geen Einstein meer zijn. Steek een BV in een Volkswagen-busje en rij ermee naar het buitenland, meer is De Columbus niet.

“Dat lijkt zo, maar je kunt over dat programma niks verkeerds zeggen. Vandaag moet televisie helder en eenvoudig zijn. Ik denk dat de kijker afhaakt als je het te moeilijk maakt. Een programma als De mol zou nu niet meer gelanceerd worden. Niemand zou het nog aandurven om zoiets crazy en complex te bestellen.”

Waar de productiehuizen niet bang voor zijn, zijn opnames in het buitenland. Beste vrienden, De Columbus, Weg zijn wij: er wordt nogal wat afgereisd. Eric Goens wisselde zelfs Het huis in de Leuvense rand voor een exemplaar in Zuid-Afrika.

“Je móét niet naar het buitenland gaan om tv te maken, maar het werkt wel. De pilot van Eeuwige roem hebben we in de Ardennen opgenomen. ’s Avonds had je altijd sporters die zeiden: ‘Goh, het is maar anderhalf uur rijden, ik ga naar huis.’ Die kwamen ’s anderdaags wel terug, maar de sfeer binnen de groep was verstoord.”

“Maar je hebt gelijk: het hóéft niet. We kunnen misschien ook alle tv-programma’s in hetzelfde decor opnemen?” (lacht)

Hoe kijk jij naar de revival van reality als Temptation Island en Love Island?

“Zoals het volk de leiders krijgt die het verdient, krijgt het ook de tv-programma’s. Als je dat leuk vindt om naar te kijken, waarom niet?”

Studies wijzen uit dat vooral hoogopgeleiden naar Temptation Island kijken.

“Ja, en die zullen als excuus inroepen dat hun porno-account gehackt is. (lacht) Niets menselijks is de hoogopgeleide vreemd. Al zou het me wel verbazen als elke kijker een doctoraatsdiploma had.”

“Dat het genre terug is, verwondert me niet. Net als in de muziek wordt alles gerecycleerd. Zelfs nieuwe groepen op Werchter klinken als de rockgroepen uit onze jeugd. Daar is trouwens niets mis mee. Alles komt terug, ook op televisie. Kijk maar naar Blind Date en De drie wijzen. In Frankrijk is zelfs Le juste prix weer op het scherm, hun versie van De juiste prijs.”

De klassieke talkshows lijken dan weer onder druk te staan, Eén trok de stekker uit Van Gils & gasten. Intussen charmeert Gert Late Night omdat je het gevoel krijgt dat er elk moment iets onverwachts kan gebeuren.

“Dat is een voordeel. Vandaag ben je niet meer zeker dat de kijker voor je programma klaarzit. Je moet dus een soort hoogdringendheid creëren: ‘Dit is speciaal, hier moet ik nú bij zijn.’ Alleen moeten we wel opletten dat we niet de weg van CNN opgaan. Daar is alles breaking news om de aandacht te trekken, zelfs het weerbericht. Als iedereen ‘must see!’ roept, heeft het geen effect meer.”

‘Een talkshow moet event-driven zijn,’ zei Karl Vannieuwkerke, presentator van Vive le vélo. Koppel een talkshow aan een grote gebeurtenis – de Tour, Rock Werchter of Wapenstilstand – en je scoort. Heeft hij gelijk?

“Ja. Het was een schitterend idee om aan een immens populair evenement als de Tour een talkshow te koppelen. Vive le vélo heeft ook het geluk dat het in de zomer zowat de enige verse Vlaamse productie is. ‘Goh, het is daar ook mooi weer!’, kan de kijker vanuit zijn zetel roepen.”

Volgens Isabelle Dams, voormalig netmanager van VIJF, is het klassieke talkshowgenre van vier stoelen en een tafel voorbijgestreefd. Mee eens?

“Euh, wanneer heeft het klassieke talkshowgenre wél gewerkt op een commerciële zender? Enkel bij de openbare omroep hebben ze er positieve ervaringen mee. Volgens mij scoorde Van Gils & gasten op het einde trouwens niet slechter dan in het begin. De absolute cijfers zakten misschien, maar álle kijkcijfers van live tv-kijken zijn gedaald. En speelt ook het succesvolle Vive le vélo zich niet af aan een tafel met vier stoelen?”

Wat vind je van ‘Gert Late Night’?

(lacht) “Tóp! Omdat Gert Verhulst als presentator helemaal zichzelf is. Hij neemt het ook helemaal in handen. Je voelt aan dat hij heel goed weet hoe dat programma moet verlopen.”

Gert Verhulst is net als jij een vijftiger. De verjonging van de tv-gezichten zet zich niet echt door.

“Vind je dat? Je hebt toch Danira Boukhriss, Olga Leyers en Sieg De Doncker?”

Die moeten toch nog wat boterhammen eten.

“Je moet die jonge mensen wat tijd geven. Ik was in het begin ook een sukkelaar. Héél slecht was ik.”

Wie vind je een uitzonderlijk tv-talent?

“James Cooke. Hij is fenomenaal. Dat is de nieuwe Sergio Quisquater. James is ál-tijd goed, in welke omstandigheden ook. Of hij nu moet dansen, presenteren, interviewen of op een camping zitten met Karen Damen: zet er een camera op en je hebt goede televisie. Cooke is écht. Je gelooft hem. Als hij ontroerd is, steekt hij dat niet weg. En als hij moet lachen, dan lacht hij. Tom Waes heeft dat ook. Zelfs in Undercover speelt die een stukje zichzelf.”

“Jezelf zijn op televisie, dat was vroeger verboden. Iedereen moest passen in die stijve mal van de BRT. Tom Lenaerts en Bart De Pauw braken de ban in Schalkse ruiters. Ze waren speels, spraken ongepolijst Nederlands, mochten al eens een foutje maken… Nadien heeft de rest dat overgenomen. Kijk maar hoe Koen Wauters zichzelf heeft heruitgevonden. Zijn presentatiestijl is nu veel losser dan toen hij vroeger VTM-shows presenteerde. Ook ik heb me bijgestuurd. Ik herinner me nog exact wanneer: op de derde opnamedag van De premiejagers. Daar heb ik mijn kap van serieuze quizmaster over de haag gegooid en gewoon mijn goesting gedaan. Na twee weken gingen de kijkcijfers de hoogte in. De mensen zien graag dat je jezelf bent. Bij mij is dat niet evident, want ik ben niet altijd zo’n aangename mens.” (lacht)


Halftalent

Om James Cooke weer met zijn voeten op aarde te zetten, citeer ik je graag uit een recent Humo-interview: ‘Als ze je als presentator groot maken, kun je dat maar beter niet geloven.’ Waarom zei je dat?

“Als je lof gelooft, moet je ook kritiek geloven. Terwijl elke tv-maker weet: kritiek moet je nóóit geloven, omdat die niet dient om je als presentator beter te maken. Rudy Vandendaele schreef het fantastische Dwarskijker omdat hij de lezer wilde plezieren en een stukje wereldbeeld wilde delen. Je bent daar als presentator niks mee. Op de forums van hln.be lees je óók tv-kritiek, hè: ‘Hahaha. Lol. Wat een debiel programma. Ellendeling. Allemaal zakkenvullers!’ Schrijft die kerel dat om jouw programma beter te helpen maken? Natuurlijk niet. Die mens moet gewoon zijn ei kwijt. Als maker moet je je daar niet mee bezighouden. Vraag raad aan mensen die je willen helpen, daar heb je iets aan. Pas op, dat wil niet zeggen dat alles van me afglijdt. Als de kijkcijfers van een programma tegenvallen, vind ik dat niet leuk.”

Was je ontgoocheld toen Het zomert met… niet werd verlengd?

“Na de carrière die ik al heb gehad, zou dat hoogst ongepast zijn. Ik heb fantastische programma’s mogen maken. Als ík niet tevreden ben, hoe moet de rest zich dan voelen?”

“Ik wilde lange tijd geen talkshow meer presenteren, maar het vernieuwende aan Het zomert met... – een specifieke thematiek, locatie én toon – trok me over de streep. Ik wilde me graag nog eens smijten en dat is gelukt. Het programma scoorde trouwens prima, maar werd om budgettaire redenen niet verlengd.”

Er zat vijftien jaar tussen je laatste seizoen van De laatste show en Het zomert met… Had je al die tijd genoeg van het talkshowgenre?

“Ja. Wist je dat De slimste mens daardoor is ontstaan? In 2003 zei ik bij Woestijnvis: kunnen we geen jonge, beloftevolle presentator zoeken om me in De laatste show af en toe te vervangen? Dat bleek toen Mark Uytterhoeven te zijn. Een quiz in dat tijdslot presenteren was plan B, dan was ik er helemáál vanaf. (lacht) De rest is geschiedenis. De finale van het eerste seizoen van De slimste mens haalde 800.000 kijkers, dat hadden we met De laatste show nooit gehaald. Daarna zorgde het briljante talent van Erik Van Looy ervoor dat het programma door het dak ging. Ik weet niet of ze met mij als presentator anderhalf miljoen kijkers zouden gehaald hebben.”

Waarom ben je bij Woestijnvis vertrokken?

“Het basisvertrouwen tussen Wouter Vandenhaute en mij was zoek. Dat gebeurt, en het is ook niet erg. Er is geen sprake van rancune. Maar ik heb me mijn vertrek nooit beklaagd. Het stelde me in staat om andere horizonten te verkennen en meer mijn eigen ding te doen. Wellicht had ik de programma’s die ik wilde maken, nooit bij Woestijnvis kunnen maken. En dat zou steken, want ik heb een nogal rusteloze natuur die steeds op zoek is naar iets nieuws. Als je zelf de koers van het schip kunt bepalen, dan is dat makkelijker.»

Je zei vorig jaar in Humo dat je maar een halftalent bent. Dergelijke bescheidenheid had ik niet van jou verwacht.

“Ik meen dat, hoor. Echte talenten, dat zijn mensen als Bruce Springsteen en Michelle Obama. Ja, we hebben in Vlaanderen ook ministers, topsporters en tv-beroemdheden, maar we zijn maar met zes miljoen: daardoor is de concurrentie minder hard. Wie hier vijf goede moppen kan vertellen, is meteen een beroemde stand-upcomedian. Daar is in de VS wel wat meer voor nodig: ze zijn met 300 miljoen, je moet er dus vijftig keer zo goed zijn als bij ons.”

Zien we jou ooit nog terug op het scherm?

“Dat weet ik niet. Mijn eerste en grootste liefde is eigenlijk radio. In 1979, toen Radio Scorpio in Leuven begon, ging er een nieuwe wereld voor me open. Op de openbare omroep zaten ze toen nog in de prehistorie. Studio Brussel bestond nog niet, Radio 1 was de zender voor de duivenmelkers en op Radio 2 speelden ze vooral Engelbert Humperdinck. En dan had je ineens een zender die de Sex Pistols en Joy Division draaide. Je kunt je niet voorstellen wat voor openbaring Radio Scorpio voor me was.”

“Op mijn 14de wilde ik er al aan de slag, maar ik moest van mijn ouders naar school. Op mijn 18de verjaardag, in 1983, stond ik in de studio: ‘Ik wil een radioprogramma maken.’ Ze hebben me getest en op zaterdag, om middernacht, mocht ik mijn eerste radioprogramma presenteren. Ik kon volledig mijn ding doen, het was de mooiste tijd van mijn leven. Tien jaar ben ik er gebleven, terwijl er plenty kansen waren bij de openbare omroep. Het heeft geduurd tot ‘Het vrije westen’ met Terry Verbist en Geertje De Ceuleneer dat ik daar iets hoorde dat bij mij paste. ‘Het kán dus wel, op de BRT een tof radioprogramma maken met humor en inhoud,’ dacht ik. Ik ben daar eerst redacteur en later presentator geworden. Gevolg: op mijn 32ste had ik op de radio alles gedaan wat ik ooit wilde doen. Daarom ben ik maar met televisie begonnen. Maar later wil ik best terug. Want radio maken, dat kan ik nu toevallig wel.” (lacht)

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden