Dinsdag 27/07/2021

Brugse Poort, tussen bluts en buil

Door Thomas Mels / foto’s jonas lampens

Brugse Poort kreunt onder overlast”, “Vreemdelingencafés gesloten in Brugse Poort”, “Bende drugsdealers opgepakt in Brugse Poort”, “Brugse Poort luidt alarmklok”. De alarmerende titels op de regiopagina’s van de dagbladen lijken elkaar steeds sneller op te volgen. Drugsoverlast? Dat moet de Brugse Poort zijn. Illegale migratie? Brugse Poort. Problemen met Roma? Brugse Poort.

De oude textielwijk in Gent-West is het typevoorbeeld van de grootstedelijke probleembuurt. Het is de wijk waar Arne Sierens, kind van de buurt, de inspiratie haalde voor zijn internationaal bekroonde maar helaas vaak levensechte toneelstukken. Met meer dan 15.000 inwoners op een oppervlakte van twee vierkante kilometer ligt de bevolkingsdichtheid er gevoelig hoger dan in de rest van de stad. Het aandeel etnisch-culturele minderheden ligt er bijna dubbel zo hoog als het Gentse gemiddelde. De werkloosheidspercentages pieken, terwijl één op de drie kinderen er kansarm geboren wordt.

En toch. Wie niet dagelijks in de buurt passeert, zou de indruk kunnen krijgen dat de Brugse Poort ook hét typevoorbeeld is van de upcoming neighbourhood, de oude stadswijk die dankzij goedbedoelde sociaalculturele initiatieven (én een stortvloed van subsidies) weer leefbaar gemaakt is. ‘Zuurstof voor de Brugse poort’ heet het project waarmee het Gentse stadsbestuur nu al een decennium lang meer ademruimte probeert te geven aan zijn beruchtste wijk. Onteigeningen en de afbraak van huizen in slechte staat moesten zorgen voor meer groen, extra open ruimte en kwaliteitsvollere huisvesting.

De boot is vol

De realiteit is prozaïscher dan de papieren beleidsbrieven. Ondanks tien jaar stadsontwikkeling en de bijbehorende zuurstofinjecties lijkt het of de wijk stilaan verstikt. “Ik maak me zorgen over de Brugse Poort”, schreef Dirk, een buurtbewoner, onlangs op de lezerspagina’s van De Gentenaar. “Toen ik acht jaar geleden een huis betrok in de wijk de Brugse Poort in Gent wist ik dat het een dichtbevolkte (bijna overbevolkte) multiculturele wijk was met alle problemen van dien. Het was eerlijk gezegd vooral dat multiculturele dat mij aantrok. Maar toen kwam de immigratiegolf uit Oost-Europa. Roemenen, Bulgaren en Slowaken, waarvan het overgrote deel Roma, stroomden met vele honderden (over gans Gent zelfs vele duizenden) toe in onze wijk. Elke dag vergroot die groep nog. Elk huis dat leegkomt, wordt onmiddellijk ingenomen door Roma”, stond er. “De boot is vol”, besloot Dirk.

Het is een klacht die je wel vaker hoort. Zeker bij de weinige Vlaamse handelaars die nog resten in de Bevrijdingslaan, de hoofdstraat die dwars door de Brugse Poort snijdt. “Vroeger was dit een schone straat, meneer”, zegt een bakkersvrouw die liever niet met haar naam in de krant wil. “Maar nu wonen hier bijna geen Belgen meer. Iedereen vlucht. Verkoopt zijn huis en is weg. Al lukt zelfs dat niet meer. Ik ken een vrouw wiens huis al een jaar te koop staat. Ze geraakt er niet van af. Vroeger vlogen de Turken daar op, maar nu willen zelfs zij hier niet meer investeren.”

De apothekeres een beetje verder in de straat heeft zich al bij de situatie neergelegd. “Ach, het is al tien jaar zo. Sinds de instroom vanuit de Oost-Bloklanden op gang is gekomen. Maar het verergert nog en met ouder worden kan ik er minder goed tegen.” Is de samenlevingsstrijd om de Brugse Poort definitief verloren? Burgemeester Daniel Termont (sp.a) zucht. “Vrijdag kreeg ik nog een telefoon: ‘Burgemeester, er stopt hier een bus, er stappen vijftig Roma af en de bus rijdt weg.’ Dat is toch hallucinant. Maar het is de realiteit. Zonder dat probleem was de huidige druk op die wijk veel minder groot geweest.”

Het was Termont zelf die van de problemen in de Brugse Poort een ‘nationaal’ thema maakte. Zijn wanhoopskreet om geen voedsel meer uit te delen aan de Romabedelaars op straat zorgde voor een hoop gedonder, maar de burgemeester wijkt niet. “Ik weet echt niet hoe lang de stad dit nog kan volhouden”, bevestigt hij. “Ik hoop oprecht dat de toestroom zal stoppen, maar er is niemand die mij een antwoord kan geven op de vragen waarmee we zitten.”

Ondertussen probeert de burgemeester te roeien met de riemen die hij heeft om de overlast in de wijk te verlichten. Met een strengere aanpak van illegale activiteiten bijvoorbeeld. Eind november hield de politie een grootscheepse controleactie bij een reeks horecazaken in de Brugse Poort. Op een avond werden tien cafés en vzw’s gecontroleerd op illegale tewerkstelling, schijnzelfstandigheid en andere inbreuken. Allemaal bleken ze in overtreding met een of meer wettelijke voorschriften. Drie zaken werden onmiddellijk gesloten.

“Die actie was de voorbode van het repressievere beleid waar ik op aanstuur”, zegt Termont vandaag. “Het aantal cafés of vzw’s die door Bulgaren worden uitgebaat, is aanzienlijk toegenomen. Net als ons vermoeden dat ze niet in orde zijn met de regels. Daarom hebben we beslist het probleem grondig aan te pakken. We gaan die stal uitmesten.”

Stampen naar beneden

Niet iedereen is blij met de nieuw-flinkse stijl. “Plotseling zijn de Roma hét grote probleem. Men geeft de indruk dat al de rest opgelost is als de toestroom van Roma eenmaal stopt”, zegt een verontwaardigde Hilde Verschaeve. Ze is de de drijvende kracht achter de vzw Trafiek, een ontmoetingsplaats in het pas aangelegde Pierkespark, een van de nieuwe stukjes ‘zuurstof’ in de wijk.

Verschaeve ontkent de grote problemen waarmee haar wijk kampt allerminst, maar ze is de stigmatisering beu. “Het is het typische fenomeen van klagers die in plaats van naar boven naar beneden stampen. Tuurlijk is dit een zwaar buurtje met veel migratie en bijbehorende problemen. Maar wie heeft ooit gezegd dat de multiculturele maatschappij eenvoudig zou zijn? De multiculturele maatschappij, dat is hard werken.” Hard werken, maar vooral ook hard communiceren. “In de zomer zitten de tafels op ons terras vol met Roma die er komen kaarten. Elke avond lag het hier vol vuiligheid. Wel, dan moet je hen daarop wijzen. Keer op keer, desnoods duizend-en-een keer zeggen dat dat niet kan. En dat werkt. Ofwel trek je je terug in de catacomben, verzuur je verder en zeg je inderdaad dat de boot vol is. Ofwel communiceer je”, is de raad van Verschaeve.

Op een rondetafelbijeenkomst voor de buurt die voor de zomer georganiseerd werd, kwam het Romaprobleem niet als voornaamste bekommernis uit de bus. “Onder de noemer ‘de precaire puzzel’ discussieerden we over problemen die te weinig aandacht krijgen”, vertelt Pascal Debruyne, onderzoeker stadsontwikkeling aan de Universiteit Gent en actief bij het kritische stadscollectief Tiens Tiens. “De woonproblematiek, het drugsgebruik en de dealers, daar maken de mensen zich zorgen over. Maar evengoed over het verkeer in de wijk; auto’s die tegen 100 per uur door de straat racen. En dan gaat het níét om Roma.”

Maar dat de situatie in de Brugse Poort de laatste jaren verergerd is, ontkent straathoekwerker Gert Ongenaet niet. Al zeven jaar heeft hij zijn standplaats in de wijk. “Niet zozeer de Roma vormen op dit moment het grootste probleem in deze buurt. Wel structurele zaken zoals de slechte staat van de woningen en de toegenomen armoede. Fenomenen die weliswaar voor heel Vlaanderen gelden, maar die hier extra doorwegen.”

Die analyse wordt erg tastbaar in het duplexje dat de Albanese familie Mulliqi betrekt boven een Turkse bakkerij in de Bevrijdingslaan. In de kleine slaapkamer die de vier kinderen moeten delen ziet het plafond zwart van de schimmel. Door de vochtigheid springen de stopcontacten uit de muur. Toch betaalt de familie Mulliqi elke maand 400 euro aan hun Turkse huisbaas. Veel geld voor een woning die per direct het predikaat onbewoonbaar verdient.

Alternatief? Is er niet. De Brugse poort is vergeven van dit soort huizen in bedenkelijke staat, waar grote families noodgedwongen samenhokken. De dienst Huisvesting van de stad Gent kwam al kijken bij de Mulliqi’s en staat op het punt het huis af te keuren. Het maakt de zorgen van het gezin alleen maar groter. “Dan komt de familie op straat te staan. De stad heeft immers niet genoeg noodwoningen om dit soort gezinnen op te vangen en de doorstroming naar sociale woningen stokt al helemaal”, legt Ongenaet uit.

De Drugse Poort

De discussie over huisvesting klinkt als een luxezorg in vergelijking met de drugsproblemen in de wijk. Wie in Gent heroïne wil scoren, weet immers waar hij moet zijn. Niet voor niets wordt de wijk in de volksmond de ‘Drugse Poort’ genoemd. Of ‘De Winkel’. En die status zorgt voor een enorm gependel van drugsgebruikers, vertelt Liesbet Van Eeckhout van De Eenmaking, een organisatie die drugsverslaafden begeleidt. “Vele gebruikers wonen hier niet en komen enkel naar de Brugse Poort om te kopen, maar ze hebben wel al hun eerste shot gezet voor ze hier weer weg zijn.”

Er zijn voldoende leegstaande panden die de nodige tijdelijk beschutting bieden om dat te doen. In een oude loods, vergeven van afval, een paar autowrakken en afgedankte bouwmaterialen aan de Zuidkaai treffen we Dimitri (niet zijn echte naam, TM) aan. Geen gebruiker, zegt hij zelf. “Ik kwam alleen maar schuilen voor de regen. Die vuiligheid, daar hou ik mij niet mee bezig.” “Zeggen ze allemaal”, zal straathoekwerker Gert Ongenaet ons vertellen wanneer we weer op straat staan.

Hoeveel gebruikers en dealers de Brugse Poort telt, is niet duidelijk, vertelt Liesbet Van Eeckhout. “Er bestaan geen duidelijke cijfers over. Wij kunnen alleen afgaan op de mensen die de weg naar onze hulpverlening vinden en meedoen aan de gratis spuitenruil die we organiseren.” Om een idee van de omvang van het probleem te geven: “Wij hadden dit jaar 676 ‘contacten’. In totaal hebben we 15.000 spuiten weggegeven en er 11.000 opgehaald.”

Ook burgemeester Termont verwijst naar het gebrek aan cijfers wanneer we hem vragen naar het drugsbeleid in de wijk. “We proberen het probleem in kaart te brengen en streng op te treden tegen dealers. Maar dat de Brugse Poort ‘de winkel’ is voor heel Gent, dat heb ik nog niet gehoord. De politie volgt het in elk geval nauwgezet op.”

Maar daar merken de buurtwerkers weinig van. Zij hebben net het gevoel dat de politie laat begaan. Dat horen ze overigens zelf van individuele agenten. Van Eeckhout: “Ook al is het moeilijk om het probleem vast te pinnen, het gaat hier om een structureel probleem van de wijk. We vragen daarom al lang om meer zichtbare politieaanwezigheid. Hier is immers gettovorming aan de gang. Men laat het op zijn beloop.”

Maar ondanks de druk die de migratie, het drugsgebruik en andere stedelijke problemen met zich brengen, leeft en ademt de Brugse Poort voort. En lokt ze zoals gepland ook pas afgestudeerden, jonge gezinnen met kinderen en kapitaalkrachtiger nieuwkomers. “Stadsvernieuwing gebeurt met vallen en opstaan, maar wie weet waar we stonden zonder?”, vraagt Liesbet Van Eeckhout zich af.

Dat is ook de boodschap die burgemeester Termont blijft uitdragen. “Je zou de Brugse Poort van vandaag eens moeten vergelijken met die van tien jaar geleden. Toen was het echt nog een grijze, oude, negentiende-eeuwse industriële textielwijk. Ik weiger deze wijk dan ook op te geven en over te laten aan defaitisten en zwartkijkers”, besluit hij vastberaden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234