Vrijdag 26/04/2019

Europa

Brugse eliteschool die EU-toppers klaarstoomt staat steeds meer onder druk

Studenten aan het College of Europe komen uit heel Europa, en ver daarbuiten, en moeten eerst een strenge voorselectie doorlopen. Beeld RV College of Europe

Jarenlang gold het College of Europe in Brugge als dé hofleverancier voor de Brusselse eurocratie. Maar nu de toekomst van de Europese Unie onder druk staat, worstelt ook dit geesteskind van Churchill met zijn bestaansrecht.

De boomlange Duitser neemt stipt om half negen plaats achter het spreekgestoelte. Licht ongedurig ziet hij toe hoe de laatste studenten binnendruppelen. Een paar bleke jongens vinden achterin een plekje bij al even blonde collega’s; een duo heftig opgemaakte brunettes neemt prominent in de voorste rangen plaats.

Met zijn archaïsche verschijning en besnorde bovenlip heeft rector Jörg Monar iets weg van de Britse komiek John Cleese. Maar wanneer hij begint te spreken, is zijn toon serieus. “Dit is voor jullie een heel speciale dag. Je hebt veel moeite moeten doen om op het College of Europe te komen.” Monar knikt zijn toehoorders goedkeurend toe voor hij indringender vervolgt: “Maar we zullen je hier om nog grotere inspanningen vragen. Lessen, excursies, examens. We gaan ervan uit dat jullie die het hoofd kunnen bieden, want daar hebben we jullie op geselecteerd.”

De enkele honderden uitverkoren studenten zijn bijeen in Brugge, in een van de historische gebouwen verspreid over de binnenstad waar het College of Europe gezeteld is. Hoewel het interieur in alles lijkt op dat van een reguliere universiteit, herinneren de China Daily bij de receptie, de prikbordaankondigingen van hooggeplaatste bezoekers en de vele talen die door de gangen galmen aan het internationale en prestigieuze karakter van deze opleiding. Wie langs de muur van de grote binnenplaats aan de Verversdijk loopt, wordt vanaf posters vriendelijk toegelachen door alumni van het instituut met uitspraken als: ‘Het College of Europe is een fantastisch avontuur. Het is als een Europese droom die hier in Brugge uitkomt’ en ‘Het college is een miniatuur-EU met dezelfde solidariteit, diversiteit en uitdagingen. Het is de beste plaats om je klaar te maken voor de Europese realiteit.’

Wat is het College of Europe nu weer?

Het College of Europe was het eerste postuniversitair instituut in zijn soort. Het is een onafhankelijk universitair instituut dat sinds 1949 verschillende masters in gespecialiseerde Europese studies aanbiedt. Tijdens het historische Congres van Europa in Den Haag, jaar 70 jaar geleden, ontstond het idee voor een opleiding die “een sfeer van solidariteit en wederzijds begrip tussen alle landen van West-Europa” zou bevorderen. De opleiding kon meebewegen met de vorming van de Europese Unie en bouwde een reputatie op van hofleverancier van het Europese bestuur. Nu ook bedrijven als Google veel geld betalen om een academische leerstoel te veroveren, is maar de vraag in hoeverre dat idealistisch idee overleeft.

Zo hadden Winston Churchill, Salvador de Madariaga en enkele andere Europese grootheden het ook bedoeld toen ze na de Tweede Wereldoorlog een manier zochten om hun ideaal van vrede en open grenzen aan nieuwe generaties mee te geven. Tijdens het historische Congres van Europa in Den Haag, dit jaar 70 jaar geleden, ontstond het idee voor een opleiding die ‘een sfeer van solidariteit en wederzijds begrip tussen alle landen van West-Europa’ zou bevorderen. De Vlaamse priester en federalist Karel Verleye schoof vervolgens gauw Brugge naar voren als vestigingsplaats, verschillende overheden schraapten de benodigde centen uit hun nog altijd lege schatkisten, en al in 1949 kon het eerste welkomstwoord worden uitgesproken voor een clubje van 22 diplomaten in de dop.

Met het uitdijen van de Europese samenwerking groeide ook het college. De initiële obers met witte handschoentjes werden gaandeweg vervangen door een kantine met lange tafels waaraan de studenten met tientallen tegelijk aanschuiven. Na de val van de Berlijnse Muur werd er zelfs een dependance geopend in Polen, om de jonge garde van het voormalige Oostblok voor te bereiden op het lidmaatschap van de Europese Unie. En om aangehaakt te blijven bij de Brusselse actualiteit wordt het overgrote deel van de lessen gegeven door externe deskundigen die zelf carrière maken binnen het Europese spectrum. Zo heeft de opleiding kunnen meebewegen met de vorming van de Europese Unie en bouwde het instituut de reputatie op van hofleverancier van het Europese bestuur.

“Je kunt hier je appartement echt niet uit zonder je haar te hebben gewassen; iedereen kom je tegen”, grapt oud-student Leo Hoffmann-Axthelm. Inderdaad fris gekapt is hij komen opdagen in Belga, een ruim eetcafé aan het Brusselse Flageyplein. Veel college-alumni ontmoeten elkaar hier ’s avonds nog voor een drankje op het brede terras, vertelt Hoffmann-Axthelm. Hij koos na zijn tijd in Brugge, nu vier jaar geleden, voor een baan bij de maatschappelijke organisatie Transparency International, die er bij overheden voor lobbyt om de zaken zuiver te houden. 

Doemscenario

Ironisch genoeg heeft het college de voornaamste publieke bekendheid te danken aan de historische, tégen verregaande samenwerking gekante toespraak van de voormalige Britse premier Margaret Thatcher. Volgens traditie wordt bij de start van het academisch jaar een vooraanstaande Europeaan in Brugge uitgenodigd om zijn of haar visie op Europa uiteen te zetten. In 1988 viel die eer de ‘Iron Lady’ ten deel, toen al vermaard wegens haar kritische kanttekeningen bij de Europese samenwerking.

In een koningsblauw mantelpakje, de haren onberispelijk gecoiffeerd, greep ze de uitnodiging aan om vooral duidelijk te maken welke Europese koers ze níét van plan was te gaan varen. Haar jonge publiek moest goed begrijpen dat ze de toekomst van Groot-Brittannië weliswaar binnen de Europese gemeenschap zag, maar dat die gemeenschap zeker ‘geen doel op zich’ zou zijn. Een ‘Europese superstaat’ was een doemscenario, geen utopie.

Het was dit vroege eurokritische geluid waar de rest van West-Europa zich toen nog liever Oost-Indisch doof voor hield, zeker nadat ook de Muur met daverend geraas naar beneden was gekomen. Maar dertig jaar later kan zelfs het College of Europe niet meer om de zich overal manifesterende euroscepsis heen. “Het lot van het college hangt samen met het lot van de Europese Unie”, schetst Monar de situatie.

Ironisch genoeg heeft het college de voornaamste publieke bekendheid te danken aan de historische, tégen verregaande samenwerking gekante toespraak van de voormalige Britse premier Margaret Thatcher in 1988. Beeld BELGAIMAGE

In zijn klassiek ingerichte werkkamer, vol massief houten meubels, vertelt de rector over de problemen waarmee het instituut zich geconfronteerd ziet. Als doorgewinterde optimist spreekt hij liever van ‘uitdagingen’, zoals hij ook over de Europese Unie spreekt als betrof het een opgroeiend kind dat met vallen en opstaan zijn weg vindt. In 2013 werd Monar aangesteld als rector. In die rol blijkt het zijn voornaamste taak te zijn om het instituut zo goed en zo kwaad mogelijk door de woelige internationale wateren te sturen. “Het college is sterk afhankelijk van politieke welwillendheid”, zegt hij. De EU en nationale overheden moeten immers zorgen voor de broodnodige financiering. 

Die welwillendheid is echter door de eurocrisis en door toegenomen euroscepsis onder druk komen te staan: sommige overheden hebben de geldkraan zelfs helemaal dichtgedraaid. Bovendien daalt over de hele linie het aantal aanmeldingen voor Europese opleidingen, omdat het toekomstperspectief niet meer zo glorieus en vanzelfsprekend is als een kwarteeuw terug. Monar: “De banenmarkt is zeer competitief, dat weten studenten ook. Dus als Europa er om wat voor reden ook minder veelbelovend uitziet, heeft dat impact op het aantal kandidaten dat zich meldt.”

Van acute paniek is evenwel geen sprake. De studenten die zich op die nazomerse septemberdag voor hun eerste lesdag melden, hebben nog stuk voor stuk een streng selectieproces moeten doorlopen. Slechts één op de vier kreeg uiteindelijk groen licht, wat resulteerde in zo’n 340 studenten in Brugge en nog eens 130 op de Poolse dependance.

Opvallend is hoe groot het aandeel studenten is dat níet uit een EU-lidstaat komt. Tijdens zijn openingstoespraak in de aula noemt Monar alle 49 nationaliteiten op. Na het klinken van ieder afzonderlijk land staan de betreffende leerlingen even op van hun stoel om door hun collega’s met luid applaus te worden begroet. Frankrijk (69), Italië (44), Spanje (33), België (28) en Duitsland (25) zijn verhoudingsgewijs het stevigst vertegenwoordigd. Maar ook passeren kandidaat-lidstaten als Albanië de revue, is er een Rus, een Amerikaan, een Canadees, een Mexicaan, zijn er vier Chinezen, een Syriër, vijf Koreanen, een Palestijn en ga zo maar door.

Na afloop van de opening stort Xavier Estève zich weer gauw op het papierwerk. De beweeglijke Fransman, met goedlachse ogen en de aanzet tot een grijs baardje, behoort eveneens tot het meubilair van het College of Europe. Zijn focus ligt niet op de opleiding zelf, maar op de mogelijkheden die de studenten na afloop daarvan hebben. Hij houdt in de gaten waar de college-studenten uiteindelijk terechtkomen en legt waar nodig contacten.

Wanneer hij weer even tijd heeft, vertelt Estève op zijn kantoortje hoe het komt dat zoveel studenten van buiten de Europese Unie naar Brugge komen. “De EU trekt geld uit voor beurzen voor dit soort ‘buitenlandse’ studenten”, zegt hij. “De hoop is dat zij na de opleiding naar hun eigen land teruggaan en het contactpunt met de EU vormen. Zij brengen de boodschap van de EU over en vertellen hoe het werkt, zodat de relatie versoepeld wordt.”

De Chinese president Xi Jinping spreekt het College toe in 2014. Beeld Reporters / Photoshot

In de studentenvertegenwoordiging is goed terug te zien hoezeer het college zodoende een afspiegeling vormt van de internationale verhoudingen. Maar liefst zes studenten staan op wanneer tijdens het welkomstwoord Tunesië wordt genoemd, een van de landen waarmee de EU mogelijk een handelsakkoord zal sluiten. Daarentegen komt Turkije helemaal niet voor in het rijtje nationaliteiten dat de rector opdreunt. Dat was weleens anders, licht Monar de volgende dag op zijn werkkamer toe. “Jaarlijks kwamen er vijftien tot twintig Turken met een beurs binnen. Er zat zelfs een selectiecommissie voor het college in Ankara. Maar ruim twee jaar terug kreeg ik een brief van de Turkse overheid dat ze alle samenwerking opschortte.”

De mededeling viel samen met de verslechterde Turks-Europese betrekkingen sinds de mislukte coup in 2016. Gedwongen door economische malaise lijkt de Turkse president Erdogan echter nu weer toenadering te zoeken tot Europa. Een koerswending die meteen ook in Brugge resoneert. “In augustus kreeg ik vanuit Ankara bericht dat ze de samenwerking met ons college willen heropenen”, verklapt Monar. En met een veelbetekenende blik voegt hij toe: “Het is allemaal erg politiek.”

Geen jobgarantie

Helaas is het volgen van de Brugse opleiding geen garantie voor een enkeltje richting het eurocratenbestaan. Uit het alumni-overzicht dat Estève uit een van de mappen op zijn kantoortje tovert, blijkt dat hooguit een kwart van de studenten daadwerkelijk ook als ambtenaar bij de Europese instituties is aangesteld. Zelf heeft de Fransman daar wel een verklaring voor: het toelatingstraject tot de Europese Commissie, bekend als het ‘concours’, heeft het zwaartepunt verlegd van specifieke kennis naar algemene vaardigheden, waardoor college-studenten een deel van hun voorsprong zijn kwijtgeraakt. Estève vindt het duidelijk maar niets. “Zelfs mijn tandarts zou er nu aan kunnen deelnemen”, smaalt hij.

Het is een omslag die de Nederlandse oud-student Laurens Ankersmit, die in 2008 aan het college studeerde, aan den lijve ondervond. “Het concours was net veranderd toen ik er zat. Voor mij viel dat erg tegen omdat ik amper werkervaring had en dus ook te weinig over die vaardigheden beschikte”, zegt hij. Inmiddels heeft Ankersmit als rechtendocent aan de Universiteit van Amsterdam zijn weg gevonden. Maar destijds pakten zich donkere wolken samen boven Europa. De crisis greep in razend tempo om zich heen. Het bleef ook op het college niet onopgemerkt. Ankersmit: “Ik weet nog goed dat de Duitse bondskanselier Merkel het academisch jaar zou komen openen, maar door alle onrust plots moest afzeggen.”

De onrust had zijn weerslag op de studenten. De druk om betaald werk te vinden stond voorop, ten koste van het idealistische gedachtegoed van Churchill en consorten. “Ook ik had niet het gevoel dat ik de luxe had om idealistisch te zijn”, erkent Ankersmit. Hij herinnert zich al vertellend dat veel studenten pardoes lessen gingen volgen over staatssteun, daar was nog wel werk in te vinden. “Ergens vond ik dat wel jammer. Je studietijd is toch ook bedoeld om je een kritische blik op de wereld te geven.”

Evenwel is het de vraag in hoeverre dat idealistische gedachtegoed überhaupt erg leidend is bij het college. Voor een instituut dat is opgericht vanuit verheven gedachten van roemrijke Europese voormannen zijn er opmerkelijk weinig grote namen uit voortgekomen. De bekendste zijn Helle Thorning-Schmidt, die de eerste vrouwelijke premier van Denemarken zou worden, Nick Clegg, de voormalige Britse vicepremier, en Alexander Stubb, oud-premier van Finland. Ankersmit vermoedt dat het College of Europe nu eenmaal niet zozeer inzet op de vorming van grensverleggende leiders, maar eerder op de educatie van doorwrochte bureaucraten. “Het instituut dient vooral als voorbereiding op een goede baan.”

Veel van zijn jaargenoten zijn uiteindelijk bij advocatenkantoren beland, banken, multinationals, adviesbureaus of de lobby. Sectoren waar onverminderd veel interesse is in mensen die precies weten hoe de Europese Unie werkt. Sterker nog, doordat de EU zich op steeds meer terreinen manifesteert, wil iedereen met zijn neus boven op de besluitvorming zitten. Liepen er tijdens de jaren 80 ‘slechts’ enkele honderden lobbyisten in de Europese hoofdstad rond, nu reikt dat aantal in de tienduizenden.

Niettemin duurde het even voordat ook het College of Europe aanhaakte op het private toekomstperspectief van de studenten. De Engelsman Jon Worth studeerde vijftien jaar geleden in Brugge en is nog altijd als gastdocent bij het instituut betrokken. Tijdens een treinrit van Parijs naar Brussel heeft hij even tijd om telefonisch over zijn periode op de campus te vertellen. “Toen was er nog amper oog voor de verschuivende baankansen van de studenten”, zegt hij. “Maar inmiddels is dat verbeterd. Het college heeft op de verandering ingespeeld en is praktischer en dynamischer geworden.”

Die insteek is goed terug te vinden in het huidige vakkenaanbod in Brugge. In het cursusoverzicht komen titels voorbij als ‘Europees bedrijfsleven en zakelijke strategieën’, ‘Infrastructuur project management’, ‘Belastingbeleid in de Europese Unie’, ‘EU-lobby in de praktijk’ en ‘EU-beleid voor milieu en klimaatverandering’.

Tegelijkertijd krabt het college zich achter de oren in hoeverre het altijd maar moet meegaan met de veranderende Brusselse realiteit, merkt oud-student Hoffmann-Axthelm op. “Het college wil ook niet alleen maar studenten afleveren die vervolgens puur de belangen van het grootkapitaal gaan vertegenwoordigen en de boel verpesten voor de rest van de EU”, verwoordt hij dat ongemak tijdens het gesprek in café Belga. Zelf kon hij daarom in 2015 vanuit zijn functie bij Transparency International een extracurriculair vak introduceren te Brugge, dat als doel heeft studenten bewust te maken van de vraagstukken rond transparantie en corruptie.

De gebouwen van het College of Europe zijn verspreid over de Brugse binnenstad, met hoofdzetel aan de Dijver. Beeld RV College of Europe

Maar al twee jaar later werd er tevens een leerstoel geïntroduceerd die de tegenovergestelde indruk wekt. Het nieuwtje zorgde er zelfs voor dat het College of Europe voor het eerst sinds de speech van Thatcher over de roddeltong ging in de Europese hoofdstad. De reden: de rector had het op een akkoordje gegooid met Google over de financiering van een academische leerstoel voor het vak digitale innovatie. Critici ontwaarden daarin een sluwe methode van de techreus om toekomstige Europese beleidsmakers te beïnvloeden.

Met name professor Andrea Renda, die de leerstoel is gaan bekleden, was de kop van Jut, omdat hij ook deel uitmaakt van de mede door Google gesponsorde denktank Centre for European Policy Studies (CEPS). Renda kreeg het verwijt dat hij door die sponsoring kritischer over het digitale beleid van de Europese Commissie was gaan schrijven. Niet toevallig dus dat juist hij door Google was uitverkoren om beleidsmakers in de dop over digitale innovatie te onderwijzen, zo luidde de verdachtmaking.

Nog vóór die aantijgingen ter sprake kunnen worden gebracht schiet Renda al in de verdediging. Het interview met de Italiaan vindt plaats op het CEPS-kantoor dat gesitueerd is in hartje Brussel. De denktank is welbekend in de Europese hoofdstad, met grote namen in het bestuur zoals de Nederlander Jaap de Hoop Scheffer, voormalig secretaris-generaal van de NAVO.

Uit het jaarverslag dat bij de receptie ligt blijkt dat de denktank ook door een hele reeks andere organisaties en bedrijven wordt gesponsord. Maar iedere insinuatie dat er sprake zou zijn van beïnvloeding werpt de professor verre van zich. “Ik weet niet eens wat Google voor die leerstoel betaalt, ik hóéf het ook niet te weten”, sputtert hij aan de ovale vergadertafel van CEPS. “Ik weet alleen dat het mijn salaris dekt en dat van mijn assistent.” Zelf zegt Renda juist ‘bijna bezeten te zijn’ door onafhankelijkheidsdrang. Stellig: “De dag dat Google mij belt en mij vertelt wat ik moet doceren of schrijven, is de dag dat ik ontslag neem.”

De zaken zijn zuiver, benadrukt rector Monar. Het opleidingshoofd gaat enigszins verzitten in zijn houten zetel wanneer het gevoelige onderwerp ter sprake komt. Maar in zijn woorden klinkt geen twijfel. Over de inhoud van het onderwijs wordt nooit gemarchandeerd. Zo had Google volgens Monar ‘niets te zeggen’ over wie de leerstoel zou gaan bekleden. “Dat deed een selectiecommissie die, zoals gebruikelijk is, bestaat uit een aantal academici. Van invloed was geen sprake.” 

Uiteindelijk moet de rol van private financiers vooral niet overdreven worden, besluit Monar. “Alles bij elkaar maakt die financieringsstroom ongeveer 7 à 8 procent van het totale budget uit. Het belangrijkste blijft toch het geld van de overheden en van de studenten zelf.”

Zodoende breekt voor de toekomst van het college weer een spannende tijd aan. Komend jaar zal er in Brussel stevig worden onderhandeld over de nieuwe Europese meerjarenbegroting, waarin ook de fondsen voor de opleiding zekergesteld moeten worden. In het voorstel van de Commissie staat het College of Europe nog netjes opgenomen, maar het is uiteindelijk aan het Europees Parlement en aan de lidstaten om daar een klap op te geven. De komende tijd zal het dus voor Monar weer een zoektocht zijn hoe de Brugse belangen met die in Brussel te laten samenvallen. “Maar ik zeg je dit”, benadrukt de rector. “Als er geen bereidheid meer is om te investeren in dit onderwijs, dan zegt dat denk ik ook veel over de staat waarin de Europese Unie verkeert.”

© De Groene Amsterdammer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.